Bekijk het origineel

Des Christens groot interest (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Des Christens groot interest (3)

9 minuten leestijd

In het vorige artikel zagen we hoe Guthrie een aantal dingen noemt die er de oorzaak van kunnen zijn dat mensen geen zicht hebben op hun aandeel in Christus. We noemen er hier nog enkele.

Ernstig onderzoek

Onderzoeken we onszelf ernstig voor Gods aangezicht? Velen klagen dat God hen niet te kennen geeft wat hun deel is. Ze vragen zich af of ze in of buiten Christus zijn. Maar Guthrie zegt: “Zijn de ware kenmerken van een deel aan Christus ons niet duidelijk en veelvuldig beschreven? Er zijn zovele dingen geschreven opdat onze blijdschap vervuld zij en opdat degenen die geloven mochten weten dat zij het eeuwige leven hebben. En hij die gelooft heeft een getuigenis daarvan in zichzelf” (1 Joh. 5:10). Guthrie laat ons hier zien dat wij maar niet te snel de oorzaak bij de Heere moeten leggen. Hebben we onszelf ernstig onderzocht aan de hand van het Woord van God? Beproeven we onszelf? Guthrie weet uiteraard ook van de verschillende leidingen van God met Zijn kinderen. De weg tot de volle geloofszekerheid is niet bij een ieder gelijk. Ieder kind van God heeft niet direct zo’n diepe geloofskennis van Christus dat we in ons hart de volle zekerheid van het geloof ervaren.

Guthrie legt hier de vraag in ons midden neer of we werkelijk onszelf onderzoeken. Wanneer ook de zwakgelovige zich onderzoekt aan de hand van het Woord, zal hij ook vanuit het Woord leiding ontvangen die hem vermaant en vertroost. God heeft ons zoveel in Zijn Woord gegeven en door middel van Zijn Woord wil Hij de geloofszekerheid werken en licht geven over onze verhouding tot God.

Onjuiste gedachten

We kunnen ook onjuiste gedachten hebben over het geloofsleven. We kunnen dingen als toetssteen voor het echte geloof gaan gebruiken die niet voortdurend en altijd in het hart van een gelovige gevonden worden. Een gelovige verkeert niet altijd in een toestand waarin hij veel van Gods genade beleeft. Wanneer we dat alleen als norm gaan hanteren, blijft de onzekerheid. We kunnen denken dat echte christenen geen last meer van hebben van zonden die hen overheersen. Maar dat is niet in overeenstemming met het Woord van God. De dichter van Psalm 65 zegt in vers 4: “Ongerechtige dingen hadden de overhand over mij; maar onze overtredingen verzoent Gij”. Deze gelovige spreekt over ongerechtigheden die de overhand in zijn leven hadden. Dat is ook meer dan eens de werkelijkheid in het leven van een kind van God.

We kunnen menen dat alle ware christenen altijd een vrije toegang tot God ervaren. Maar dit is ook niet overeenkomstig de vele droevige bevindingen van de gelovigen die we in de Bijbel vinden. We horen hen klagen omdat zij door de Heere niet verhoord worden en van Hem verlaten zijn.

Een onjuiste gedachte is ook dat allen die de Heere vrezen het getuigenis van de Heilige Geest in zich voelen dat ze kinderen Gods zijn. Op deze manier blijven velen in duisternis omdat zij dit getuigenis in zich niet hebben. Guthrie komt later in zijn boek nog terug op het getuigenis van de Heilige Geest in onze harten. Hier zegt hij dat we eerst hebben te geloven en te vertrouwen op het getuigenis dat God gegeven heeft van Zijn Zoon, namelijk dat in Hem het leven is voor de mensen. En daarna moeten wij uitzien naar het getuigenis van de Heilige Geest. We zullen D.V. zien wat Guthrie hier nog meer van zegt.

Zo kunnen onjuiste voorstellingen van zaken in het geestelijke leven er de oorzaak van zijn, waardoor gelovigen in onzekerheid verkeren. We hebben het steeds weer nodig om door de Heilige Geest in het Woord onderwezen te worden. Hij leidt in al de waarheid.

Dwalingen

Zo zijn er nog meer dwalingen die mensen op een verkeerd spoor kunnen brengen wanneer zij zichzelf onderzoeken. Het is een dwaling om te denken dat ieder die in Christus is ook werkelijk weet dat hij in Christus is. Hij wijst hierbij op I Johannes 5:13. Johannes schrijft deze dingen aan degenen die geloven opdat zij weten dat ze het eeuwige leven hebben. De Heere geeft door Zijn Woord en Geest de kennis van het bezitten van het eeuwige leven.

Treffend geeft Guthrie hier ook aan dat het geloof altijd weer een zaak is van strijd en aanvechting. Wie vandaag gelooft, vertrouwt en belijdt: “De Heere is mijn Toevlucht” kan op een ander moment dat soms niet zeggen.

Niet iedere gelovige heeft een even sterk geloof. De één kan zeggen: “Want ik ben verzekerd dat niets mij zal kunnen scheiden van de liefde Gods in Christus.” Een ander komt niet verder dan te bidden: “Ik geloof Heere kom mijn ongelovigheid te hulp.”

Heel pastoraal wil Guthrie hier laten zien dat het geloof trap en mate kent. Eén bepaalde trap of mate van het geloof moeten we niet tot de norm voor de echtheid van het geloof gaan verheffen. Dan brengen we onszelf geestelijke schade toe. Laten we voortdurend leerling van de Heilige Schrift zijn om te luisteren wat de Heere ons aanwijst als het echte geloof en hoe het geloof functioneert in al zijn verscheidenheid.

Het laatste wat Guthrie noemt in het eerste hoofdstuk is dat we niet moeten menen dat het ongegronde vertrouwen van velen het echte geloof is. Het is de werkelijkheid dat velen zich bedriegen maar dit mag ons er niet toe brengen dat we zekerheid van het geloof verdacht maken en voor onbereikbaar verklaren. Soms bestaat er bijvoorbaat al een wantrouwen tegen iemand die spreekt in de volle zekerheid van het geloof.. We gaan soms zover dat we de twijfel over onze staat als een kenmerk van het ware geloof beschouwen. Hoewel er velen zijn die menen in te gaan en straks niet kunnen, toch kunnen sommigen op goede en vaste gronden zeggen: “Wij weten dat wij uit God zijn en de wereld in het boze ligt” (1 Joh. 5:19).

Verschillende wegen

Guthrie gaat nu nog wat dieper in op de verschillende wegen die de Heere gaat met Zijn kinderen. We zagen al eerder dat er vaak gedacht wordt dat er één bepaalde weg is. Maar Guthrie laat zien dat het absoluut niet het geval is.

Hij geeft een aantal voorbeelden.

Johannes de Doper is in de schoot van zijn moeder geroepen. Hij was van de baarmoeder af geroepen en geheiligd. Dat kan vandaag ook nog. Dan word je in je jeugd bewaard door de Heilige Geest voor zonden. Deze mensen kunnen vaak niet zeggen wanneer ze God voor het eerst leerden kennen. Maar de vruchten zijn er wel. Guthrie omschrijft die als geestelijke oefeningen. Zij ontdekken geleidelijk aan de zonde in hun hart en voelen zich dan van de Heere verlaten. Dan gaan ze opnieuw de Heere zoeken. Een andere wijze waarop iemand door de Heere getrokken kan worden omschrijft Guthrie als een ‘evangelische wijze’. Een voorbeeld daarvan is Zacheus. Christus roept hem. Hij ontvangt Christus met blijdschap in zijn huis. In zijn huis komt de erkenning van zijn zonde tegenover de naaste en wil hij die in orde maken. Maar er was geen schuldbelijdenis voordat Christus hem riep en bij hem in zijn huis kwam. In de Schrift biedt Christus Zich vrij en onvoorwaardelijk aan en mensen worden genodigd tot Hem. Hoewel vaak gebeurt dat mensen eerst wat zien van hun zonde door het werk van de wet, toch mag niemand van ons eisen dat we eerst dat werk in onszelf moeten waarnemen om tot Christus te gaan. We zien hoe duidelijk Guthrie hier spreekt over het aanbod van Christus in de Schrift waardoor een ieder tot Hem gaan mag. Zo laat Guthrie zien dat de Heere op verschillende manieren een zondaar tot Zich kan trekken. Het is nodig om kennis te hebben van de verschillende wegen van de Heere opdat we niet zouden wachten op één bepaalde manier van bekering.

Gods gewone weg

Vervolgens spreekt Guthrie over de weg die de Heere gewoonlijk gaat met zondaren. U moet hier niet de conclusie uit trekken dat Guthrie een bepaalde weg voorschrijft. Dat is al wel gebleken. Hij wil alleen vanuit de Schrift en uit de praktijk laten zien hoe de Heere gewoonlijk met Zijn volk handelt.

Hij wil een helder licht laten schijnen over Gods wegen met Zijn volk, opdat we daarover geen verkeerde gedachten hebben.

Guthrie omschrijft die gewone weg als de weg waarbij zondaren tot Christus gebracht worden door middel van het werk van de wet. Tegelijk zegt Guthrie dat hier ook weer onderscheid in is. Dat kan op een plotselinge manier gebeuren zoals bij menigte van 3000 op de Pinksterdag. Zij werden doorstoken in het hart. Ze worden op die dag in één keer diep overtuigd van hun zonde. Ook de stokbewaarder van Filippi is hier een voorbeeld van. Deze mensen kunnen de dag nooit vergeten waarop zij direct deel gekregen hebben aan Christus.

Maar de Heere kan dit ook op een zachte, rustige, geleidelijke manier doen. De volgende keer zullen we D.V. zien hoe hij dit verder uitwerkt.

Samenvattend kunnen we zeggen dat Guthrie ons geestelijke kennis wil geven van de verscheidenheid waarmee de Heere te werk gaat. kunnen wij iets aangeven van de weg die de Heere met ons gegaan is? Nee, niet om onszelf in het middelpunt te plaatsen, maar om de Heere de eer te geven. Wat een genade als we Gods weg met ons mogen zien. Wat is dat een wonder van Zijn genade, dat de Heere Zijn eigen weg met mij, zondig en diepschuldig, heeft willen gaan. Hij kiest in Zijn welbehagen die weg uit die wij nodig hebben! Tot eer van Zijn Naam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Des Christens groot interest (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken