Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Paulus en de Filippenzen (11)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Paulus en de Filippenzen (11)

10 minuten leestijd

‘Wat dan? Nochtans wordt Christus op allerlei wijze, hetzij onder een deksel, hetzij in der waarheid, verkondigd; en daarin verblijd ik mij, ja, ik zal mij ook verblijden. Want ik weet, dat dit mij ter zaligheid gedijen zal....” (Fil. 1:18,19)

Paulus is een gevangene. Dat heeft echter de zaak van het Evangelie geen schade gedaan. Ondanks Paulus’ gevangenschap wordt dat Evangelie alom verkondigd. De Naam van Christus wordt bekend gemaakt. Er zijn er onder de predikers van dat Evangelie die dit werk doen met de zuiverste en eerlijkste motieven. Het gaat hen om de eer van God en het heil der zondaren. Alhoewel, dat is niet bij allemaal het geval. Niet iedere prediker brengt die boodschap vanuit zuivere motieven. Er zijn er - hoe bestaat het eigenlijk? - die uit twist en nijd Christus prediken en die geen andere bedoeling hebben dan Paulus dwars te zitten; aan zijn banden verdrukking toe te brengen. Dat typeert wel hoe verdorven het menselijk hart is. Zulk heilig werk te doen uit zulke lage motieven!

Daarin verblijd ik mij

Hoe reageert Paulus hierop? Raakt hij er moedeloos van? Of windt hij zich erover op en maakt hij zich boos? Zoekt hij naar middelen om die verkeerd gemotiveerde predikers de mond te stoppen? Nee, helemaal niet. Wat doet hij dan? Hij verblijdt zich.

Hoe kan dat? Is dat normaal? Als er op zo’n verkeerde manier gepreekt wordt, verblijdt Paulus zich dan? Vergeet niet dat Paulus een nieuw schepsel is. Gods Geest heeft hem zo gemaakt. En als nieuw schepsel heeft hij maar één begeerte: dat Christus zal mogen worden groot gemaakt en verheerlijkt. En als dat gebeurt, dan is hij blij. Dan verheugt hij zich. Welnu, dat gebeurt immers. Christus wordt verkondigd. Op allerlei wijze. Door de een in der waarheid. Door de ander onder een bedeksel. Door de een uit liefde. Door de ander uit twistziekte. Door de een uit waarachtige bewogenheid met medemensen. Door de ander uit zelfzucht en eigenbelang. Maar hoe goed of verkeerd de motieven ook mogen zijn, Christus wordt verkondigd. En daarin verheugt Paulus zich. Ja, dáárin! Niet in de motieven, maar in de boodschap. Want zolang Christus maar verkondigd wordt kan God er nog wat mee doen. Zolang de enige Naam die onder de hemel gegeven is tot zaligheid maar klinkt, kunnen er nog mensen door gegrepen worden. En dus is er voor Paulus alle reden om zich te verheugen. Nee, Paulus zou zich niet verblijd hebben als het Woord verminkt en verkort zou worden gebracht. Er zijn in de brieven van de apostel genoeg plaatsen aan te wijzen, die duidelijk maken dat hij zich in zulke gevallen juist bedroeft of vertoornt. Wat kan hij verontwaardigd reageren als hij hoort dat er met de boodschap geknoeid wordt en dat mensen op die manier bedrogen worden. Maar als de boodschap zuiver gebracht wordt dan heeft Paulus er alle vertrouwen in, dat de Heere er nog gebruik van wil maken, ondanks de motieven die de predikers bij hun werk drijven. Maar schudt Paulus dan niet het hoofd en maakt hij zich dan niet boos als hij hoort dat sommigen uit twist preken met de bedoeling om Paulus te tergen? Ach, als het hem ook - net als die andere predikers - zou gaan om eigen roem en eer dan zou hij zeker boos geworden zijn. Maar hij heeft geleerd zichzelf weg te cijferen. Het gaat niet om Paulus. Het gaat niet om zijn naam en zijn roem en zijn eer. Het gaat om Christus. Om Zijn Naam. Om Zijn roem en om Zijn eer. En die verkeerde motieven dan? Daar hoeft Paulus niet over te oordelen. Dat zal God wel doen. Dat kan de apostel met een gerust hart aan de Heere over laten. En dat zullen die predikers een keer moeten verantwoorden. Hoe bestaat het dat Paulus er zo rustig onder zijn kan? Ja, hoe bestaat het? Dat is vanuit een natuurlijke aanleg bij Paulus. Dat is niet minder dan het resultaat van Gods genade. Natuurlijk had Paulus in het gedrag van die verkeerd-gemotiveerde predikers best heel wat reden tot verdriet en ook tot verontwaardiging. Maar Gods genade heeft hem ootmoedig gemaakt. Gods genade heeft hem geleerd zichzelf weg te cijferen. Gods genade heeft hem geleerd vanuit Christus te denken. Zo kunnen er ook in uw en mijn leven dingen zijn, die aan ons knagen. Dingen waar we ons over kunnen opwinden en waar we boos of diep-bedroefd over kunnen worden. Dingen ook, die ons moedeloos kunnen maken. Onrecht dat ons aangedaan wordt. Smaad, die ons wordt opgelegd. Onbegrip, dat we niet kunnen wegnemen. Medemensen kunnen soms heel wat leed veroorzaken. Wat knaagt er misschien aan uw leven? Welke reden hebt u om boos te worden of verdrietig? welke keten hangt er om uw nek? Zullen we hem proberen af te werpen? Zullen we er tegen in gaan? Zullen wij....? Laat het een andere uitwerking hebben. Net als bij Paulus. Laat het ons tot de Heere brengen. Laat die keten maar hangen. Geef het over. En leer u verheugen in dat ene, grote geheim: het geheim van Gods genade.

Ik zal mij ook verblijden

Ze waren in Filippi knap bezorgd over het lot van hun geestelijke leidsman Paulus. Ze kunnen zich eigenlijk niet voorstellen, dan dat hij in moedeloosheid terneer zit in zijn cel. Nu laten ze dan goed weten dat er van moedeloosheid geen sprake is. Paulus is een blij man. Ook al zit hij gevangen. Ook al zijn er mensen op de been die aan zijn banden verdrukking zoeken toe te voegen. Laat het allemaal zo zijn, Paulus verblijdt zich. Ja, maar dat heeft te maken met het heden. Maar nu de toekomst! Hoe zal het dan gaan? Zal de vreugde dan stuk breken? Ook op dit punt kan Paulus de Filippenzen gerust stellen. Zijn blijdschap is niet iets voor een ogenblik alleen. Niet iets van voorbijgaande aard. Nee, ook ten aanzien van de toekomst is Paulus vol vertrouwen. Hij durft te schrijven dat hij zich ook zal verblijden. Welk nieuws er in Filippi aangaande Paulus verteld zal worden, ze moeten goed weten dat hun geestelijke leidsman een man vol vreugde is. Hij heeft rust gevonden in Christus. En wat maakt het dan verder uit wat er met hem gebeuren zal?

Hier is nu een mens die beantwoordt aan wat de Heere Jezus eens zei: Indien uw oog eenvoudig is, zal uw gehele lichaam verlicht wezen (Luk. 11:34). Paulus’ vreugde was niet afhankelijk van zijn eigen persoonlijk gerief en zijn eigen persoonlijke rust. Eén ding was er de basis voor: Christus. Paulus’ hart was ongedeeld. Maar helaas, het hart van menigeen is niet één, maar verdeeld in veel te veel stukjes.

Omdat Paulus’ hart ongedeeld is, kan hij de toekomst aan. Als de gaven hem gaan ontbreken dan blijft nog zijn vreugde. Christus verandert immers niet. In hoofdstuk 4 van deze brief zal de apostel er nog verder op ingaan. Dan zal hij onder andere schrijven: Ik vermag alle dingen door Christus die mij kracht geeft. Daarom kan hij het een zowel als het ander: overvloed hebben en gebrek lijden.

Maar als mijn plannen dan schipbreuk lijden? Als er een streep komt te staan door mijn verwachtingen? Ach, zegt Paulus, wat betekent dat zolang Christus wordt groot gemaakt? Zolang dat zo is, is mijn vreugde gegarandeerd.

Kunt u zich dit niet voorstellen? Is dit te hoog gegrepen? Vreugde onder alle omstandigheden? Kan dat niet? Maar Habakuk dan? Als er geen rund in de stallingen wezen zal. Als er geen vrucht aan de vijgeboom wezen zal. Dan zal ik nog van vreugde opspringen en mij verheugen in de God mijn heils (Hab. 3:17). Het kan dus toch! ‘k Zal Zijn lof zelfs in de nacht zingen....

Want ik weet

Hoe kan Paulus dit zeggen? Welke grond heeft hij ervoor om te vertrouwen, dat hij zich ook in de toekomst zal mogen verblijden? Dat is toch bij Paulus niet zoals bij zovele mensen, die zichzelf maar wat aanpraten en wijs maken en zich tevreden houden met een ongegronde hoop? Stel u gerust. Paulus heeft goede grond om dit te zeggen. Er zijn dingen die hij wéét. Wat die dingen zijn? Daar zullen we een volgende keer eens nauwgezet op letten. Op dit ogenblik zou ik niet anders willen doen dan aanwijzen hoe belangrijk het is, dat we bepaalde dingen weten. Ja, inderdaad: weten!

Er is volgens Gods Woord een allernauwste verbondenheid tussen wat we ervaren en wat we weten. Kijk eens, de vreugde, waar we Paulus van horen spreken is natuurlijk een zaak van ervaring geweest. Dat kan niet anders. Vreugde is een bepaalde emotie. Vreugde is iets wat we gevoelen; wat we beleven. Maar kennelijk is Paulus’ vreugde-beleving niet iets dat alleen met gevoel of stemming te maken heeft. Hij brengt die vreugde zelf in verband met wat hij weet. Met zijn kennis. Laten we die twee toch nooit van elkaar losmaken. Zeker ook niet in de religie. De ware religie bestaat niet zonder gevoel. In de ware godsdienst beleeft een mens dingen. Hij heeft gewaarwordingen. Droefheid, vreugde, verlangen, heimwee, verslagenheid, schaamte, enz. Dat zijn gevoelens en gewaarwordingen. Maar de vraag is: Waar komen ze vandaan?

Mensen kunnen bepaalde emoties hebben, al of niet opgeroepen door de omstandigheden waarin ze verkeren of door de prediker naar wie ze luisteren en die de kunst verstaat zijn gehoor op een bepaalde manier mee te slepen. Maar zulke ervaringen en gewaarwordingen zijn ondiep. En feitelijk ook onbetrouwbaar. De ware beleving van emoties moet altijd geworteld zijn in wat we weten, in de leer, in de waarheid. In onze tijd lijkt het bijna niet meer mogelijk dit vol te houden. In veler godsdienst is het weten allang op de achtergrond geraakt. Alleen wat we voelen en ervaren telt mee. Stemming, sfeer, en die soort dingen geven de toon aan. Maar wat God geopenbaard heeft - de leer - de waarheid - ach, wie geeft daar nog aandacht aan? Met deze mentaliteit hangt samen dat er vanuit de kerken een sterke hang is naar de evangelische beweging. En heel wat voorgangers gaan gebruik maken van de methoden die in die beweging succes lijken te hebben. Het lijkt zelfs hoe langer hoe meer mode te worden dat predikanten eens een kijkje moeten gaan nemen aan de overkant van de oceaan om in Willow Creek wat wijsheid op te doen om in hun gemeente met ‘succes’ te kunnen werken. Och arme! Maar intussen raakt de leer in vergetelheid. Godsdienst wordt zweverig. de ervaringen worden oncontroleerbaar. Niet de leer, maar de sfeer gaat de waarde van de kerkdienst bepalen. Paulus is verblijd en zal zich verblijden, omdat hij bepaalde dingen weet. Ja, weet! En er kan geen zuivere ervaring zijn - welke die ook mag wezen - zonder ware kennis. Daarom moet er een goed evenwicht tussen die twee zijn. Laten we ons niet door ons gevoel laten meeslepen, terwijl het ons aan kennis ontbreekt.

Maar is er dan niet het gevaar dat we alleen maar leerstellig zijn en een hoofd vol kennis hebben, terwijl het ware, warme, gevoelige leven eraan ontbreekt? Is er ook niet een godsdienst waarvan eigenlijk gezegd moet worden: het zit een voet te hoog? Zeker is dat er ook. En dat is minstens zo schadelijk en gevaarlijk. Een mens kan weten en nog eens weten en ondertussen nooit iets beleven. Als de kerkdiensten zo in elkaar zitten, dan gaat er ook niets van uit. Dat maakt geen hart warm en dat vertroost geen bedroefde. Dan is het geen wonder als mensen het ergens anders gaan zoeken. Nee, dat alleen maar leerstellige is het ook niet. Daarom schreef ik: Laat er evenwicht zijn tussen weten en ervaren; tussen hoofd en hart.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Paulus en de Filippenzen (11)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken