Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Des Christens groot interest (4)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Des Christens groot interest (4)

9 minuten leestijd

Gods gewone weg

Guthrie benadrukt telkens weer dat de Heere verschillende wegen gaat met Zijn kinderen. Hij laat uit de Schrift zelf zien hoe gevarieerd de leiding van God is. En tot de verschillende wegen die de Heere gaat, behoort ook Zijn gewone weg met zondaren. Als de Heere je op deze manier trekt, worden we door het Woord van God overtuigd van onze zonden. “Dit werk gebeurt krachtig of plotseling, of het gebeurt rustiger, in een langere periode”.

Guthrie gaat dan vooral in op de rustige manier waarop de Heere een zondaar overtuigt van zijn zonde. Christus als de Sterkere breekt de tegenstand van de zondaar. De Heilige Geest gaat je overtuigen van je zonden. We komen dan schuldig te staan tegenover Gods gehele wet. De Heilige Geest verbreekt ons geestelijk zelfvertrouwen. De Geest drijft ons uit onze geestelijke zelfgenoegzaamheid. Hij ontdekt ons aan onze valse hoop. De Geest gaat het onderscheid tussen echt geloof en het schijngeloof laten zien. We ontdekken dat het geloof heel iets anders is dan wat wij tot nu toe dachten. Eerst dachten we behouden te zijn, nu zien we onszelf als een verloren mens op de brede weg. We raken bekommerd over onze zaligheid. De mate hiervan is ook weer verschillend. Sommigen worden zo aangevochten dat ze denken dat er voor hen geen genade meer is. Anderen denken de zonde tegen de Heilige Geest gedaan te hebben. Maar het Woord van God maakt ons werkzaam om zalig te worden, omdat de Heere in Zijn Woord de weg tot zaligheid verkondigt. God maakt in Zijn Woord bekend, dat Hij zondaren Zijn rijke en vrije genade wil bewijzen, ook grove overtreders van Gods Wet. Dat geeft troost. We verlangen er naar om zalig te worden. Soms proberen we het weer op de manier van de wet. Maar de Heere laat ons dan de geestelijkheid van de wet zien. We gaan sterven aan onze eigen gerechtigheid. We zien in dat ook die gerechtigheid onrein is. We gaan de Heere zoeken en zijn van plan niet te rusten voordat we door de Heere Jezus gered zijn. We krijgen houvast aan de beloften van God in Zijn Woord, die spreken van Zijn vrije gunst en van Zijn ontfermende genade in Christus. Zo brengt de Heilige Geest ons tot Christus, van Wie de Vader getuigt: “Christus Jezus is Mijn geliefde Zoon, in Dewelke Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem!” Zo kan de Heere werken, maar “wij hebben dit voorbereidend werk enigszins uitvoerig beschreven, zonder de bedoeling deze bijzondere omstandigheden tot een maatstaf te stellen.” Wanneer de Heere je zo overtuigtd van je zonde en je zaligheid het belangrijkste wordt en je neemt de middelen waar die God heeft ingesteld, zal de Heere ons op Zijn tijd Zijn genade bewijzen.

De Heilige Geest overtuigt

Maar hoe kun je nu weten dat je overtuigt wordt door de Heilige Geest, want ook ongelovigen kunnen soms aangedaan zijn vanwege hun zonde.

Guthrie reikt ons enkele dingen aan die bij een huichelaar in de regel nooit gevonden worden. De Heilige Geest gaat in Zijn overtuigend werk geleidelijk verder. Hij blijft niet bij één zonde staan, al kan Hij daar wel mee beginnen. Een huichelaar ziet altijd naar enkele zonden. Daar blijft het bij. Een voorbeeld hiervan is Saul of Judas.

Wanneer de Heilige Geest in je werkt, krijg je oog voor de verdorvenheid in je hart. Een huichelaar worstelt meestal niet met zijn zondige aard. Een voorbeeld hiervan zijn de Farizeeërs die tegen de blindgeborene zeggen: “gij zijt geheel in zonden geboren en leert gij ons?” Alsof ze zelf niet geheel in zonden geboren waren. Als de Heilige Geest je overtuigt van je zonde kun je het niet meer verdringen. Kaïn was ook overtuigd van zijn kwaad, maar hij ging een stad bouwen en we lezen nergens meer van. Felix was ook bevreesd, maar hij liet Paulus gaan.

Op de vraag hoe diep onze zondekennis moet zijn zegt Guthrie: “De hoofdzaak waar wij op moeten letten, bij ontwaken door de wet en het overtuigd worden van zonde en ellende is, of de Heere door die opwekkingen en overtuigingen in de ziel Zijn doel bereikt. En als dat zo is, dan is het goed.” De diepte van de zondekennis is uiteindelijk niet beslissend. Maar brengt de zondekennis ons tot Christus en krijgt Hij waarde voor ons zodat we Hem al onze liefde gaan waardig achten? Wenden we ons tot Christus, de Schat en Parel die waarlijk rijk maakt? Daaraan is verbonden: Worden we bevreesd voor de zonde en strijden we tegen de zonde? Zijn we bereid om ons aan de Heere te onderwerpen? Zondekennis is geen doel in zichzelf. Het gaat erom dat de Heere Zijn doel bereikt. Is dat doel bereikt in uw en jouw leven? Is de Heere Jezus Christus de parel van grote waarde voor ons? Hebben we afscheid genomen van het leven in de zonde om voor de Heere te leven?

Het geloof als kenmerk

In hoofdstuk 3 gaat Guthrie in op de aard van het geloof. Wat is nu het echte geloof? Het geloof is een duidelijk bewijs van ons aandeel in Christus. Hij beweegt zich daarmee in het spoor van de Reformatie. Wie denkt bijvoorbeeld niet aan wat onze Dordtse Leerregels zo mooi belijden over de onfeilbare vruchten van de verkiezing, waaraan een christen gekend kan worden. Het eerste wat er genoemd wordt is een waar geloof in Christus. “Het aangrijpen van Christus is zo duidelijk te onderkennen dat wij het wel mogen rekenen tot de kenmerken van de staat der genade.”

Enkele misverstanden

Voordat Guthrie het geloof gaat bespreken wil hij eerst nog op enkele misverstanden ingaan.

1. Guthrie weet dat er mensen zijn die denken dat het geloof nauwelijks verkregen kan worden. Zeker, het geloof is een gave van God. Het is het werk van de Heilige Geest. Want niemand kan tot Christus komen tenzij dat de Vader hem trekke. Maar we doen Christus tekort, als we stellen dat het een gave is die maar nauwelijks te krijgen zou zijn. Guthrie haalt dan Rom. 10:6-11 aan waar we lezen, dat het Woord des geloofs nabij ons is.

Wat een ruimte biedt Guthrie ons hier vanuit de Schriften. Het geloof als een gave van God mag niet verduisterd worden. Het geloof mag niet onnodig omgeven worden door allerlei gedachten van mensen. We kunnen dan zelfs mensen de rust en de vrede ontnemen die zij op goede gronden bezitten. Guthrie wil blijven bij de eenvoud van de Schrift. De Schrift spreekt heel eenvoudig over het geloof. Omdat het Gods gave is, is het bij de Heere te krijgen, uit genade, uit Zijn milde overvloed.

2. Een ander misverstand is dat Guthrie bij voorbaat al zegt dat het geloof niet is het geloven dat ik uitverkoren ben. Dit is moeilijk te verkrijgen, zeker voor hen die de Heere beginnen te zoeken. Verstaan wij dat niet vaak onder geloof: ‘zeker weten dat ik een kind van God ben.’ Dat heeft uiteraard een plaats in het geloofsleven, maar is dat nu het wezen van het geloof? Nee, want het geloof zoekt het niet in zichzelf. Het geloof is een daad van het hart die zich richt op wat buiten mij in Christus is.

Willen wij vaak ook niet dat geloof hebben: het geloof dat ik zalig wordt. Wat willen we dan met die zekerheid? We zouden daarop gaan rusten in plaats van op Christus. Dat is nu juist het geloof niet. Het geloof vertrouwt niet op zichzelf. “Het geloof is te kennen aan de wetenschap dat er een volheid van genade in Christus is, waarnaar hij met verlangen uitziet.”

Het geloof

Het geloof is te kennen uit haar eigen aard en wezen.

In de Schrift wordt het geloof steeds weer met verschillende woorden omschreven.

Het geloof is een ‘zien op Christus’. De Engelse weergave van Jes. 45:22 luidt: “Zie op Mij en wordt behouden”. Het geloof is een zien. Het geloof wordt ook genoemd ‘een hongeren en dorsten.’ Het geloof hongert en dorst naar de gerechtigheid van de Heere Jezus. Denk maar aan wat de Heere Jezus zelf in de Zaligsprekingen naar voren brengt. Het geloof is ook een ‘steunen en leunen op de Heere’. Geloof wordt vaak omschreven als vertrouwen op de Heere. Psalm 125:1 zegt: “Wie op de Heere vertrouwen zijn als de berg Sion die niet wankelt maar blijft tot in der eeuwigheid.”

Het geloof is een wachten op de Heere. In dat wachten klinkt ook het verwachten van de Heere, zoals we lezen in Ps. 130: “Ik verwacht de Heere, mijn ziel verwacht en ik hoop op Zijn Woord.” Geloven is verwachten, hopen op het Woord van de Heere.

Het geloof kan heel vrijmoedig zijn, zoals bij de Kananese vrouw die het geloof beoefende op een indringende manier.

Het geloof is een komen tot Christus. Het geloof is ‘kopen, eten en drinken’.

Het geloof is een ‘vluchten’ tot de Vrijstad waar Christus de Hogepriester is. Er zijn tal van uitdrukkingen in de Schrift te vinden, die laten zien wat de aard van het geloof is en hoe het geloof wordt beoefend.

Dit echte geloof is zo belangrijk omdat de Heere het geloof heeft aangewezen als een instrument voor de omgang tussen Christus en een zondaar.

Samenvattend kunnen we van het geloof het volgende zeggen: het geloof richt zich op Christus, zoals Hij in het Woord wordt verkondigd en aangeboden. God heeft Hem aangewezen als Zaligmaker en Borg van zondaren. Het geloof gaat tot Christus, om Hem als Zaligmaker te kennen. Het geloof heeft Hem nodig zoals God Hem heeft aangeboden en aangewezen. “Waar Hij is, daar wil ook het geloof zijn.” Als de roep en het gerucht van Hem uitgaat in Zijn Woord, gaat het geloof in Zijn Naam op die roep uit. Het geloof gaat op het Woord.

Het geloof is die daad van het hart waardoor een zondaar uitgaat tot Christus en Hem nodig heeft zoals Hij Zich in Zijn Woord openbaart. De bovengenoemde uitdrukkingen zijn allen een aspect van het geloof.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Des Christens groot interest (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken