Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gaat de dominee voorbij (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gaat de dominee voorbij (2)

9 minuten leestijd

Nog voordat u het eerste artikel over dit onderwerp onder ogen kreeg, hebt u kennis kunnen nemen van een schrijnend voorbeeld uit het gereformeerde kerkelijke leven, dat helaas meer dan duidelijk liet zien, dat het geestelijke klimaat in de kerk danig verziekt is. Tot in de zgn. ‘neutrale’ pers is erover geschreven. De schokkende en intrieste uitspraken over de toelaatbaarheid van de pedofilie! Een exponent van eerder gedane (gewaagde) uitspraken? Hoe het ook zij, in ieder geval een onverwachts antwoord vanuit de actualiteit, dat bijdraagt tot de beantwoording van één van de vragen, die wij eerder stelden: ‘Hoe ziet de kerk zichzelf?’ De andere luidde: ‘Hoe wordt er in onze moderne samenleving tegen de kerk aangekeken?’

Vragen, die enerzijds onderscheiden, anderzijds niet van elkaar te scheiden zijn. Eigenlijk liggen zij verstrengeld en dat geldt ook de antwoorden, die erop gegeven zullen worden. Er is sprake van een wederzijdse beïnvloeding. Het aangehaalde voorbeeld maakt dat wel duidelijk. Wanneer de kerk zich immers in het openbaar gaat bemoeien met gevoelige kwesties, die niet primair tot haar taak en roeping behoren, maakt zij zich niet alleen ongeloofwaardig. Maar brengt zij zichzelf ook nog eens onnodig in opspraak, waardoor er in de samenleving een beeld van haar wordt gevormd, dat bepaald niet beantwoordt aan het getuigenis van de Heilige Schrift.

De apostel typeert haar unieke plaats als een pilaar en vastigheid der waarheid (1 Tim. 3:15).

Wij moeten ons dan ook niet verbazen (óm in hetzelfde bijbelse beeld te blijven), dat door deze gewraakte uitspraak de pilaar weleens scheur(ing)- en zou kunnen gaan vertonen en door het tornen aan de vastigheid, de kerk zichzelf aan het wankelen brengt. Met het uiteindelijke gevolg, dat het gezag van de waarheid ondergraven wordt.

Dit alles zal er ongetwijfeld toe bijdragen, dat de toch al niet verheffende kijk, die de samenleving op de kerk heeft, de bevooroordeelde indrukken enkel zal versterken.

De kerk is een randverschijnsel aan het worden. Haar plaats in onze gesecula riseerde samenleving is niet meer vanzelfsprekend. Weinigen gaan daar écht onder gebukt. Om maar niet te vragen hoevelen er werkelijk lijden onder dit verontrustende symptoom. Het mag in ieder geval niet aan onze waarneming onttrokken worden door lauwheid en zorgeloosheid, wanneer wij ons menen te mogen rekenen tot de levende lidmaten van Gods gemeente. Nauw aan dit verschijnsel verwant, is de plaats van de predikant in onze (kerkelijke) samenleving. Dreigt niet met de kerk, ook de dominee aan de kant geschoven te worden? U hoeft dat niet al te letterlijk op te vatten, maar onmiskenbaar is de plaats van de predikant (en uiteraard óók die van andere ambtsdragers) aan het veranderen. De tijden zijn niet meer als vroeger. Dat behoeft geen nadere uitleg, maar deze veranderingen hebben er ook toe geleid, dat de dominee niet meer behoort tot de bekende, vertrouwde verschijning in de samenleving. Het gaat er niet om, het verleden te idealiseren en te verlangen naar de tijd, waarin nog tegen een dominee werd aangekeken. Maar er ligt wèl een groot verschil tussen opzien tégen en niet meer willen rekenen met de man, die door God als opziener over zijn gemeente (Hand. 20:28) in deze wereld is gesteld en vroeger in willekeurig welke gemeenschap een zekere, gezaghebbende plaats innam. Dan wel door zijn aanwezigheid binnen die gemeenschap respect afdwong. Die tijd is echter voor goed voorbij en deze veranderde opvatting werkt ontegenzeggelijk door binnen de kerkelijke gemeenten. ‘Binnen de kerk is de dominee een bekritiseerde figuur geworden’, aldus Blok (a.w.). Gaat de dominee inderdaad voorbij? In hoeverre sommige predikanten hier zelf ook toe hebben bijgedragen, komt later beslist nog wel aan de orde. Funest is echter, dat slechts weinigen, bij hun beoordeling van de dominee, de persoon los kunnen zien van de ambtsdrager. Niet eenvoudig, wel noodzakelijk. Om zowel frustraties als een al te hoge verwachting te voorkomen. Want ook al schijnt het predikambt binnen onze samenleving nauwelijks meer gewaardeerd te worden. Aan de andere kant zijn de eisen, die gesteld worden, om aan het ‘ideaal beeld’ van dé dominee te kunnen voldoen, ontzettend hoog.

Een bijna volmaakt mens wordt verwacht! Voorkomend, vriendelijk, beleefd, meelevend en belangstellend. Altijd bereid tot een goed gesprek (!), óók nà het vijfde bezoek op één en dezelfde morgen. Vol begrip en geduld. Van hem wordt uiteraard verwacht, dat hij wijs en tactvol is. Integer en energiek. De tijd nemend om allerlei problemen tot een oplossing te brengen. Aanspreekbaar voor iedereen. Eerlijk en oprecht. Stressbestendig, onpartijdig en vooral conflictbeheersend. Een schaap met vijf poten dus! En ondertussen voldoende aandacht blijven geven aan zijn eigen gezin, want ook het pastorieleven wordt nauwlettend gevolgd. Wat zegt de Schrift ook al weer? Wie een opzienersambt begeert, begeert een treffelijk werk! Daar doen wij niets van af, maar stellen wel vast, dat dit werk verre van eenvoudig is. Het staat onder een geweldige druk en aan vele spanningen bloot. Zoeken wij naar eventuele oorzaken, dan mogen wij niet uitsluitend blijven stilstaan bij de verschuivingen, die plaatsgrepen binnen de samenleving. Veel belangrijker is het om vast te stellen in hoeverre, deze verschuivingen door eigen schuld hebben doorgewerkt in ons gezinsleven. Door eigen schuld? Ja, omdat wij te weinig hebben geluisterd naar het apostolisch vermaan: ‘En wordt deze wereld niet gelijkvormig’ (Rom. 12:2a). De wereldgelijkvormigheid binnen de kerk is nog nooit zo groot geweest als vandaag. De vraag is echter of wij haar nog onderkennen? Onder ogen willen zien, dat dit één van de vele geaccepteerde zonden is, die een schadelijke invloed heeft op het brede kerkelijke leven. Vele concrete voorbeelden te noemen, zou niet moeilijk zijn. Alleen met het noemen, zou ik de indruk kunnen wekken, dat ik er een genoegen in zou scheppen om tegen vele heilige (refo) huisjes te schoppen. En dat is geenszins mijn bedoeling. Maar waar is de wijze en voorzichtige dominee te vinden, die zonder aanzien des persoons, zegt waar het op staat èn aankomt, binnen de gemeente, waar God hem riep, zonder te kwetsen en mensen van zich te vervreemden? Wat moeten wij, als predikers, ons wachten voor ‘ogendienst en de verzoeking om mensen te behagen’ (Ef. 6:6a). En tegelijk ‘niets achterhouden hetgeen nuttig is en dienen moet tot de verkondiging van de volle Raad Gods’ (Hand. 20:20-27).

Daarom een objectief geluid, van onverdachte zijde, uit het boekje van Ds. M.J.C. Blok. In enkele zinnen schetst hij de cultuur, waarin wij terecht zijn gekomen. Vervolgens de haast fatale gevolgen voor de beleving van hel Woord. Op een tot de verbeelding sprekende wijze weet hij de sfeer weer te geven, waar de kerkmens zich bevindt. Deze heeft zoveel in zijn leven (èn huis) toegelaten, dat bij voorbaat de zegen van het Woord des levens hem ontgaat, ik laat Ds. Blok zoveel mogelijk zelf aan het woord.

Een andere cultuur

Er was een tijd, dat de samenleving redelijk overzichtelijk was. Er heerste saamhorigheid en geborgenheid. Je geloofde. Je ging naar de kerk. Mensen voelden zich geestelijk verbonden. De godsdienst vormde een wezenlijk bestanddeel van de cultuur. Men beleed het geloof der vaderen. Meningsverschillen en kerkelijke kwesties leidden tot een nog scherper zicht op de waarheid. De wereld is de afgelopen dertig jaar fundamenteel veranderd. Godsdienst heeft niet veel betekenis meer. Het individu probeert overal tot zijn recht te komen. ‘Ik maak zelf wel uit wat waarheid is’. Wat heb ik eraan, wat levert het mij op, dat zijn de vragen. Er is een sfeer van anti-institutionalisme. Er is groot wantrouwen tegen gevestigde instituties. Je moet je vandaag ‘waarmaken’ als dominee. Lukt dat je niet, dan kun je beter inpakken en wegwezen.

De bijbelse moraal ‘doet’ het niet meer bij velen. Muren tussen kerken verdwijnen. De religie is gemarginaliseerd. Ook zonder religie gaat het prima. Je wordt er zelfs minder depressief van. Godsdienst? Best, maar dan wel alleen op je privé-terrein. Een zaak van persoonlijke keus.

Het moet in de kerk vooral ‘leuk’ toegaan. Het lidmaatschap der kerk is verworden tot een vulling van je vrije tijd. Een groepslidmaatschap naast vele andere. De samenleving is geïndividualiseerd. Plicht is vervangen door behoefte en dwang door keuze. En komt er teveel dwang, dan vertrek je gewoon. Veel mensen voelen zich niet meer verantwoordelijk voor het geheel van de kerk. Geloof is er hoogstens nog om je innerlijke problemen op te lossen en voor het verwerven van zelfacceptatie en eigenwaarde.

Veel mensen kunnen in hun dagelijks werk met moeite het hoofd boven water houden, ‘s Avonds en in het weekend verlangen de mensen naar ontspanning, naar amusement, naar een oase van vrijblijvendheid en onverantwoordelijkheid. Door de week levert de televisie de glitter en de kitsch van het gemakkelijke vermaak. En op zondag moet het vooral niet al te moeilijk worden. Zo de mensen nog naar de kerk gaan, zoeken ze zoete spijs waarmee hun ziel verzadigd wordt. Een hapklare, licht verteerbare maaltijd. De zondag moet compensatie bieden voor de harde maatschappij. Er was eens een tijd dat de mensen leefden bij noties als gehoorzaamheid, beschikbaarheid en dienst. Een tijd waarin de mensen spraken over zonde, schuld, straf, verzoening en vergeving. Maar deze ‘noties’ spreken velen niet meer aan. Eigen autonomie en de indruk die men op anderen maakt, scoren hoog. Het juiste handelen interesseert mensen maar matig, ze voelen (!) zich ook niet schuldig als ze geboden overtreden. Eigen welbevinden is belangrijk. Afhankelijkheid wordt vermeden. Men is bang om gekwetst te worden. Bang om oud te worden, pijn te lijden en te sterven.

Het is duidelijk, dat dit denken dat we welke dag inademen, gemeenteleden niet onberoerd laat en dominees niet onbewogen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Gaat de dominee voorbij (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken