Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

Johannes de Doper

5 minuten leestijd

“......en gij zult zijn naam heten Johannes”

Heeft Johannes (de Doper) zijn naam wel met ere gedragen? Heeft hij zich die naam, hem van Godswege gegeven, wel waardig getoond?

Johannes: een heerlijke naam! Johannes: de HEERE is genadig! Een naam, door velen gedragen: Johannes, de evangelist, Johannes Hus, Johannes Calvijn. En denk ook aan de velen die vandaag Johannes heten, of Johan of Jan. In binnen- en buitenland. En hoevelen, die deze heerlijke naam dragen, terwijl hun leven ermee vloekt!

Maar nu dan Johannes de Doper! Hem was deze naam gegeven in opdracht van de engel Gabriël, in opdracht van Godzelf. En gij zult zijn naam heten Johannes: de HEERE is genadig!

Welnu: was het leven van Johannes, was zijn prediking een bekendmaking van de genade des HEEREN?

Of was zijn hele optreden niet veel meer een prediking van het recht des Heeren? Had zijn naam niet beter kunnen luiden Jozadak; de HEERE is rechtvaardig?

Het optreden van Johannes doet toch veel meer denken aan de vloek der wet dan aan de vertroosting der barmhartigheid? Hij komt uit de woestijn tevoorschijn als de boetprofeet, als de wet-prediker, de prediker van de toekomende toorn. Hij laat de stem van Gods recht indreunen in de gewetens van zijn hoorders. Hij scheurt de gepleisterde graven open. Hij durft tegen de farizeeërs te zeggen dat zij adderen gebroedsel zijn. Hij spreekt zo felconcreet van zonde, van schuld, van noodzakelijkheid van bekering. Hoor eens zijn vlammende prediking: “Gij, adderengebroedsels, wie heeft u aangewezen te vlieden van de toekomende toorn? Brengt dan vruchten voort der bekering waardig. En de bijl ligt ook alrede aan de wortel der bomen; alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen!”

Waar is hier de genade?

Nog eens de vraag, waarmee we begonnen: heeft Johannes zijn naam wel met ere gedragen? Heeft hij zich die naam, hem van Godswege gegeven, wel waardig getoond? O, dan mag en dan moet het antwoord luiden: ja! In elk opzicht: ja! Ja, want zo, op deze wijze en door deze prediking mocht hij de weg-bereider zijn van de Messias. Zo, met deze prediking mocht Johannes voor de Christus heengaan in de geest en in de kracht van Elia, om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen, en de ongehoorzamen tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen, om de Heere te bereiden een toegerust volk (Lucas 1:17). Zie, dat was het doel en, onder Gods zegen, ook de vrucht van de prediking van Johannes: om de Heere te bereiden een toegerust volk, bereid en gereed om de HEERE te ontvangen in Zijn Christus.

En daarom heel zijn arbeid draagt het stempel van genade! Het is Gods genade, die door die strenge wetsprediking uitgaat om de mens te zoeken. Immers, de arbeid van Johannes heeft zijn doel niet in zichzelf, maar in de Christus! Nee, in zichzelf brengt de wet geen genade aan. Alleen vloek! Nooit heeft een zondaar ook maar één druppel troost geproefd uit de beker van de wet! Maar Johannes predikt de wet dan ook niet “in zichzelf”, maar in dienst van de Christus! Hij predikt de wet als de tuchtmeester, als de opvoeder tot Christus.

En nu had Israel de wet juist losgemaakt van de Messias. En daarmee losgemaakt van de genade! Israel wilde de wet op zichzelf beschouwen, en door het volbrengen van de wet een eigen-gerechtigheid opbouwen, los van de genade.

Maar nu treedt Johannes op als de ware wets-prediker, om die eigengerechtige inbeelding van de Joden neer te werpen, om hun te doen verstaan dat de wet alleen dan tot zaligheid kan leiden, wanneer ze in dienst staat van de genade, die verworven wordt door de grote Wetsvervuller Christus, Die ook de vloek op de overtreding der wet heeft gedragen en weggedragen.

Niet voor niets luidt God Zijn wet in met dat heerlijke opschrift: Ik ben de Heere, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid heb!

Niet voor niets werden de twee wetstafelen bewaard in de ark, onder het gouden verzoendeksel, waarop op de Grote Verzoendag het bloed der verzoening werd gesprengd.

Johannes: de HEERE is genadig! Johannes, de wet-prediker: de HEERE is genadig! Het is genade, lezers, dat de Heere ons ellende en dood en vloek als het vonnis der wet laat prediken.

Het is genade, dat de Heere ons zegt en laat zeggen, dat wij allen gezondigd hebben, en dat wij daarom de heerlijkheid Gods derven. O ja, de Heere komt met Zijn genade in Christus, maar die genade komt tot ons in de rechte weg, dat is in de weg van boete, van berouw en van bekering. En ook die genade in Christus heeft de wet-prediker Johannes heerlijk mogen verkondigen. Hij heeft ze gedoopt in het water van de Jordaan, die hun zonden beleden en als berouwvolle wets-overtreders tot hem kwamen. Meer nog! Hij heeft hen de Heere Jezus mogen aanwijzen als “het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt!” Hoe nodig hebben we een getrouwe prediking van recht en genade, van wet en evangelie!

Hoe nodig hebben we getrouwe predikers van Gods recht, dat ons schuldig stelt, en van Gods genade, die ons vrijspreekt. Van de wet, die ons veroordeelt en van het evangelie, dat zaligmaakt. Daar zal de Heere Zijn zegen aan verbinden! Het kruis van Golgotha, de stervende Jezus: het spreekt ons van vloek en dood, van rechtvaardige toorn en eeuwige straf. Maar hoog daarboven-uit jubelt het evangelie: de HEERE is genadig!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken