Bekijk het origineel

Afscheid van Ds. E. Hakvoort van Meerkerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Afscheid van Ds. E. Hakvoort van Meerkerk

10 minuten leestijd

Het was donderdag 12 februari een bewogen avond voor kerkenraad en gemeente van Meerkerk en voor Ds. en mevr. Hakvoort. Na een periode van bijna drie en een half jaar werd afscheid genomen in een dienst waar ook vele genodigden tegenwoordig waren. In het verleden heeft Ds. G. Blom bijna 42 jaar in de gemeente van Meerkerk mogen arbeiden. Ds. Hakvoort nam afscheid na bijna 42 maanden in de gemeente van Meerkerk gearbeid te hebben. Wie ook gaat, de Opperherder blijft. Moge de Heere in de ledige plaats voorzien. De kerkenraad worde wijsheid geschonken om de gemeente te mogen leiden in de vacante tijd die nu is aangebroken.

Het woord Gods werd op deze avond bediend uit Handelingen 20:32 “En nu, broeders, ik beveel u Gode en het woord Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden.”

Thema: HET AFSCHEID VAN PAULUS VAN DE GEMEENTE VAN EFEZE

1. Hij wijst hen naar het Woord des Heeren.

2. Hij wijst hen naar het werk des Heeren.

3. Hij wijst hen naar de zegen des Heeren.

1. Hij wijst hen naar het Woord des Heeren

Paulus heeft in Efeze veel meegemaakt. Hij heeft gesproken in de synagoge en in de school van Tyrannus. Hij heeft Demetrius en zijn volgelingen leren kennen. Door genade mocht er vrucht zijn op zijn arbeid. Er werden er velen toegebracht. Nu is Paulus aan het einde van zijn derde zendingsreis gekomen. Te Milete ontbiedt hij de ouderlingen van Efeze. Paulus gaat naar Jeruzalem waar banden aanstaande zijn. Paulus schrijft in vs. 24a “Maar ik acht op geen ding, noch houdt mijn leven dierbaar voor mijzelven.”

Paulus zegt tot de ouderlingen van Efeze dat hij hen Gode beveelt. Hij draagt hen aan de Heere op, de Opperherder van Zijn Kerk, de Koning van Zijn Kerk.

Paulus zag gevaren, vs. 29: “Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen die de kudde niet sparen.” De herder ging weg en de wolven zouden komen. Hij doelt hiermee op gevaren van buitenaf. Maar ook van binnenuit bedreigen gevaren, vs. 30: “En uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich.” In 2 Tim. 2:17 noemt Paulus hen: Hymeneus en Filetus. Sommige personen zouden door de gemeente beproefd worden, anderen daarentegen niet. Van Efeze zou later gelden dat zij haar eerste liefde had verlaten.

Paulus heeft ruim 3 jaar de gemeente van Efeze gediend, hij beveelt haar nu Gode.

“En het woord Zijner genade”. De gevaren dienen onderkend te worden vanuit het Woord. Het is genade dat de Heilige Schrift is gegeven. Alles ligt immers verbeurd. Door de val is ieder de satan en de afgoden toegevallen. Het zou niet onrechtvaardig zijn als de Heere ieder zou laten liggen. Maar de Heere heeft van eeuwigheid gedachten des vredes gehad. Hij heeft de Heilige Schrift gegeven. De inhoud van de Heilige Schrift is ook genade.

De Bijbel getuigt van het werk van Jezus Christus, van het kruis. Na de val heeft de Heere Adam bekeerd. De moederbelofte werd gegeven. Ook in Meerkerk werd 3 jaar genade gepredikt. Een rijke Christus en een arme zondaar en hoe die twee bij elkaar komen. Nu gaan wij elkander verlaten. De rijkdom van Christus wordt ontsloten aan hen die het niet meer weten. Gewezen wordt op een uitspraak van Kohlbrugge die zei: Houdt vast aan de eenvoudige Heidelberger. Zo zeggen wij vanavond: Houdt aan het Woord vast.

Onbekeerden, weest gewaarschuwd. De Bijbel spreekt van genade. Wee ons als we onbekeerd blijven. Zoekt de HEERE terwijl Hij te vinden is, roept Hem aan terwijl Hij nabij is.

De Heere versterke waar een begin van genade mag zijn. Hij doe opwassen in de kennis en de genade des Heeren Jezus Christus.

2. Hij wijst hen naar het werk des Heeren

De tekst zegt hiervan: “Die machtig is u op te bouwen.” De satan is wel machtig, maar de Heere is almachtig. Onder de toelating Gods kan de satan veel doen. Maar de Opperherder staat overal boven.

Wat is “opbouwen”? We moeten denken aan het bouwen van een huis. Eerst moet het fundament gelegd. Er moet niet op zandgrond gebouwd worden. Niet bouwen op droggronden. Er dient gebouwd te worden op de verkiezende genade Gods in Christus. Christus wilde naar deze aarde komen om de schuld van Zijn Kerk te betalen. Hij heeft Zich in de stilte van de eeuwigheid hiertoe aangeboden. De lijdensbeker heeft Hij gedronken. De Wet heeft Hij gehouden. De toorn Gods heeft Hij gedragen en de Godverlatenheid heeft Hij doorgemaakt. Zo heeft Christus Zelf het fundament gelegd. Op dat fundament wast een heilige tempel op, een woonstede Gods in de Geest. De Heere maakt van dood levend. Levende stenen worden ingelijfd. Wedergeboorte is nodig. Mochten wij daartoe een middel in Gods Hand geweest zijn. De Heere zal er de eer van ontvangen.

De Heere bouwt ook persoonlijk. Hij doet dit anders dan wij. De Heere bouwt niet op in tranen en aandoeningen. Hij bouwt in een afbrekende weg. Wat Hij gebouwd heeft, zal Hij afbreken, wat Hij geplant heeft, zal Hij uitrukken. De kroon zal omgekeerd worden. Dit geschiedt in de weg van de waarachtige bekering en het geloof in den Heere Jezus Christus. Hebt u de oorzaak van het werk van Christus leren kennen? Hebt u het gezien God kwijt te zijn en geen Borg voor uw ziel te hebben? Mist u God en kunt u Hem niet missen? Hebt u de schuldbrief thuisgekregen? Bent u overtuigd van zonde, gerechtigheid en oordeel? Dat geeft een levende smart.

De Heere bouwt door af te snijden van de eigenrechtigheid. Een mens wil immers eerst zelf betalen. Maar hij moet het leren geen penning tot betaling te hebben. Hij wordt gemaakt tot een arme, uitgewerkte, ontledigde zondaar die de dood heeft verdiend.

Zo mag het oog open gaan voor Christus. Als zalig worden onmogelijk wordt, wordt de mogelijkheid in Christus ontsloten. Men ziet het dan wel liggen, maar bezit het nog niet. Dit doet smeken: Geef mij Jezus of ik sterf. Dat ik Hem kenne en de kracht Zijner opstanding. De Heere geeft ogen en handen en voeten om te gaan. Zo mag het tot de toeëigening komen. De Heere troost het hart dat schreiend tot Hem vlucht. Beloften geven werkzaamheden aan de troon der genade. Wie wordt afgebroken in zichzelf, wordt gericht op Christus.

Boven deze zaken komt de Kerk nooit uit. Is de grond bij u al weggeslagen? Dan is er plaats gekomen voor het Fundament. Of wordt u liever opgebouwd? Dan bedriegt u zichzelf. De Heere heeft geen lust in uw dood. Valt Hem toch nederig te voet om van Hem Zijn wegen te mogen leren. Haast u om uws levens wil!

Zalig de Kerk die gebouwd wordt. Het Woord Gods is hen lief. De Heere bemoedigt hen d.m.v. de prediking. Gods Aangezicht schenkt vrolijkheid en licht.

3. Hij wijst hen naar de zegen des Heeren

De tekst zegt ervan: “En u een erfdeel te geven onder al de geheiligden.” De aanduiding “geheiligden” ziet op het werk van de drieënige God. Het spreekt van de verkiezing van eeuwigheid, het Borgwerk van Gods Zoon in de tijd, Die Zijn bloed heeft vergoten en het wijst op het werk van de Heilige Geest Die onderwerpelijk toepast wat Christus heeft verworven. De Heilige Geest maakt in een afbrekende weg plaats voor het werk van Christus. In de rechtvaardigmaking wordt het bloed van Christus aan de deurpost van het hart gestreken. Het komt tot een najagen van heiligmaking.

De keuze voor de Heere en Zijn dienst mocht vallen, er is haat geboren tegen de satan en de zonde.

Het woord “erfdeel” wijst op een erfenis. Voor een erfenis moeten er kinderen zijn. Door de val zijn wij kinderen des toorns. Door wedergeboorte wordt men een kind des vredes. Door de Geest der aanneming tot kinderen mag gezegd worden: Abba, Vader. De erfenis wordt gegeven als de erflater sterft. De erfenis houdt in: vergeving, eeuwige gerechtigheid en volkomen zaligheid. Satan bestrijdt de Kerk. Hij wijst op de zonde. Hij zegt: U hebt te zwaar, u hebt te lang gezondigd. Maar de Heere bewaart de erfenis. De Heere overtuigt daarvan door Zijn Geest. Hij sterkt, zodat er moed gevat mag worden bij ogenblikken. Dan mag het gezegd worden: Weg wereld, weg schatten, gij kunt niet bevatten, hoe rijk ik wel ben. Bent u zo’n geheiligde, mag u het werk des Heiligen Geestes kennen? Mist u alles nog? Dan bent u op weg naar de eeuwige dood. De Heere weet ervan dat er door mij tranen zijn vergoten in de binnenkamer. Driejaar lang heb ik mogen prediken: zeg de wereld vaarwel. Bekeert u. Drie jaren mogen prediken het geloof in den Heere Jezus Christus. Het was met lek en gebrek. Er is stof om te smeken: O Heere, hoor, o Heere vergeef. Wie kan voor U bestaan? U hebt een zondig mensenkind in uw midden gehad. Vergeef mij wat ik misdaan heb, gemeente. De Heere verzoene het. Eenmaal zult u van de prediking rekenschap moeten afleggen voor God.

“En nu broeders, ik beveel u Gode en het woord Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden.”

Het is maar een wenk van Gods alvermogen zondaren te bekeren. Eenmaal zullen wij elkaar weer ontmoeten: voor de rechterstoel van Christus. Het is erg de weg geweten te hebben en de weg niet bewandeld te hebben. Dan zult u met dubbele slagen geslagen worden. De Heere zoekt uw leven. Zoekt dan den HEERE terwijl Hij te vinden is, roept Hem aan terwijl Hij nabij is.

Welgelukzalig is het volk hetwelk het geklank kent. Zij zullen de kroon der zaligheid ontvangen. Vaak kunnen zij het niet bekijken. Zo houdt de Heere hen klein en laag bij de grond. Zij komen nooit uit boven Psalm 106:3 ‘Geef dat mij oog het goede aanschouw’...

Een schat van zegeningen zal in Hem ten erfdeel zijn.

De Heere geve dat aan allen.

Toespraken:

Allereerst sprak de burgemeester, daarna Ds. Vis namens de plaatselijke kerken, Ds. De Rompf als consulent en voormalig mentor van Ds. Hakvoort.

Als laatste sprak ouderling Scherpenzeel. Hij bedankt Ds. en mevr. Hakvoort voor alles wat gedaan mocht worden en wenste de zegen des Heeren toe. Hij liet toezingen Psalm 119:88. Daarna bedankt Ds. Hakvoort voor alle goede woorden en wensen en vertolkte het verlangen over te komen naar Alphen a/d Rijn. Bovenal erkende hij de Heere Die krachten gaf tot de arbeid die verricht mocht worden. Gezongen werd tenslotte Psalm 68:10. Na afloop was er nog gelegenheid Ds. en mevr. Hakvoort de hand te drukken in het verenigingslokaal. Het was goed daar ook vele bekenden te ontmoeten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Afscheid van Ds. E. Hakvoort van Meerkerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken