Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bevestiging 25 februari 1998 Ds. E. Hakvoort te Alphen a/d Rijn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bevestiging 25 februari 1998 Ds. E. Hakvoort te Alphen a/d Rijn

19 minuten leestijd

Het was woensdag 25 februari een verblijdende dag voor de gemeente en de kerkenraad van Alphen a/d Rijn. Na een korte vacante periode van iets minder dan een jaar mocht Ds. E. Hakvoort bevestigd worden door Ds.J. Veenendaal en intrede doen. We wensen hem en zijn vrouw van harte Gods zegen toe in de nieuwe gemeente waar nu gediend mag worden.

De tekst voor de bevestiging was Jesaja 62:6en 7.

“O Jeruzalem, Ik heb wachters op uw muren besteld, die geduriglijk al den dag en al den nacht niet zullen zwijgen. O Gij, die des HEEREN doet gedenken, laat geen stilzwijgen bij ulieden wezen. En zwijgt niet stil voor Hem, totdat Hij bevestige en totdat Hij Jeruzalem stelle tot een lof op aarde.

In de inleiding werd verwezen naar Dordtse Leerregels I, 3 waar staat dat de Heere verkondigers zendt tot wie Hij wil en wanneer Hij wil. Dit heeft voor Alphen bijzondere betekenis gekregen. Na nog geen jaar vacant zijn mag een nieuwe herder en leraar in Alphen gaan arbeiden. De Heere heeft het hart overgebogen. De Heere is onuitsprekelijk goed. Mag u dat beleven? Het is louter Zijn welbehagen dat er een nieuwe predikant mag komen. Er is geen enkele verdienste, het is alleen genade. De dominee is geen gemeente waardig en de gemeente is geen dominee waardig. Dit worde beleefd. Het is Gods goedertierenheid dat een dienaar wordt gezonden. In de prediking dient uit te komen dat wij Adamskinderen zijn. Er is zaligheid in de weg van wedergeboorte, bekering en geloof in Christus de Gekruisigde. Een zeer blijde boodschap mag verkondigd worden: we kunnen behouden worden. De prediker heeft zichzelf op te offeren. Het gaat om de eer van God, de roem van Christus en het heil van zondaren. Dat er in de gemeente Aarons en Hurs gevonden mogen worden.

Thema:

WACHTERS OP SIONS MUREN

1. Hun Zender

2. Hun taak

3. Hun doel

1. Hun Zender

De tekst zegt: “Ik heb wachters op uw muren besteld.” Ik, dat is de Heere. Hij zendt dienaren naar Zijn welbehagen. De zendende God staat achter Zijn knechten. Het is een wonder te weten uitgezonden te zijn. Spurgeon schreef dat als een predikant erachter zou komen dat hij niet geroepen was dat hij dan direct zijn ambt zou moeten neerleggen en een ander beroep zou moeten gaan uitoefenen. Philpot schreef dat er niets vreselijker is dan als een onbekeerd mens de heilige grond te betreden en zich op te werpen als wachter. De ware knechten kennen de vraag: Heeft de Heere mij wel gezonden? De Heere staat achter de dienst van Zijn knechten. De Heere maakt gebruik van getrouwe en gelovige dienaren. Het zijn gezanten van Christus’ wege. De Heere heeft hen geroepen en gezonden. Zij zijn gevolmachtigden, zij spreken uit de Naam van Christus. Is dat geen eeuwig wonder? Mensjes uit het stof getogen, zo schrijft Calvijn. Gezanten spreken niet hun eigen gedachten uit, niet hun eigen theorieën en niet hun eigen standpunten. Zij spreken voor hun Zender. Zij zijn een instrument tot verkondiging van het Woord. De Heere bekwaamt hen daartoe. Het is een wonder, kerkenraad en gemeente, dat u weer een dienaar mag ontvangen. Dat het Koninkrijk Gods moge komen en dat nader onderwijs gegeven mag worden. De Heere werke verbreking en verbrijzeling van het hart. Een nieuwe predikant is een gave, het is onverdiend.

2. Hun taak

De tekst zegt: “die geduriglijk al den dag en al den nacht niet zullen zwijgen.” De wachters weten wat de diepste nood is. De grote nood is dat wij door de val verloren liggen. Wij zijn aan de verdoemenis onderworpen. Van nature zijn we dood, vijandig dood, een opstandeling en rebel tegen God en Zijn wet. We zijn dood voor het leven Gods. Blind voor de geestelijke ellende, verblind, verkerend in geestelijke duisternis. We lezen in Joh. 3:19 dat de mensen de duisternis liever hebben gehad dan het licht; want hun werken waren boos. Alle tegenheden zijn vruchtgevolgen van de zonde. Opdat zondaren verlost zouden worden dienen predikers het Woord recht en grondig de gemeente voor te stellen, in het algemeen en in het bijzonder, zoals het formulier zegt met de oproep tot bekering en geloof in Jezus Christus. De prediking moet de nood van de gevallen mens tekenen. Er komt verlossing uit de nood als de Heilige Geest toepast wat Christus verworven heeft. De val in de le Adam en het behoud in de 2e Adam dienen verkondigd te worden. Het Woord dient gepredikt te worden. Christus dient uitgestald te worden. Alles buiten God is ijdel. De Wet in zijn eis en vloek moet gepredikt. De Heere werkt naar Zijn welbehagen een betrekking op Hem en op Zijn wet, naar letter en geest. Ontdekte zondaren nemen de toevlucht tot Christus. De prediking beweegt zich tussen twee polen: Adam en Christus, dood en leven. Gods Woord is de Waarheid. Kennis van de schrik des Heeren is nodig voor de prediker. Het is rechtvaardig voor eeuwig verloren te moeten gaan. De Heere zal genade geven om te bewegen tot het geloof opdat er behoud kome, opdat men niet kome in die plaats van wenig en knersing der tanden. Paulus wist zich het oordeel waardig en sprak het uit: wij dan wetende de schrik des Heeren bewegen de mensen tot het geloof. Ook geldt: De liefde van Christus dringt ons. Hij, Die geen zonde gekend heeft, is voor Zijn Kerk tot zonde gemaakt opdat zij rechtvaardigheid Gods in Hem zouden zijn. De dienaar dient te prediken dat wij verloren zondaren in Adam zijn. Maar ook de deur der hope in het dal van Achor. Er dient kennis van Christus te zijn als de Weg, de Waarheid en het Leven. Christus dient gepredikt te worden als de enige grond der zaligheid. Het gaat om de eer van God, de roem van Christus en de zaligheid van zondaren. De prediker dient te wijzen op de vreselijke staat waarin de mens zich bevindt. De wet in zijn eis en vloek dient uitgedragen te worden opdat de toevlucht tot Christus genomen zou worden. De Heere werkt het roepen uit de diepte. De rechte nodiging van het Evangelie brengt door genade tot geloof in Christus. Bekommerden over uw zonden: uw vraag is of er nog een weg, een middel is om de straf te ontgaan en wederom tot genade te komen. Uw vraag is: Wat moet ik doen opdat ik zalig worde. Er is niemand te slecht, zondaren zijn welkom bij Christus. Zijn Bloed wast van alle zonden. Zijn Bloed heeft waardij en kracht. Al had u al de zonden van Adams nakroost saamgebonden. Zijn Bloed wist al die zonden uit. Niemand hoeft te wanhopen. De Vader zond Zijn Zoon. De Zoon heeft het uitgeroepen: Het is volbracht. Zie op de Gegevene des Vaders tot verzoening. De Heere nodigt zondaren die het uitroepen: Zie mij HEER’. Wien elk moet duchten, tot U vluchten, o mijn God, verlaat mij niet. Predikers dienen af te drijven van alles wat buiten Christus is. De oproep moet klinken: Bekeert u. Er dient onderwijs te zijn in de verborgenheden des geloofs. Een rijke Christus en een arme zondaar dienen gepredikt te worden. Dwalingen ter linker -en ter rechterzijde dienen aan de kaak gesteld te worden. Bijbelse evenwichtigheid wordt op de knieën geleerd. Het wordt bemerkt door de hoorders of de dienaar in het heiligdom is geweest. De rechtvaardige moet het aangezegd worden dat het hem wel zal gaan en de goddeloze dat het hem kwalijk zal gaan. Er moet geput worden uit de Heilige Schrift, uit de belijdenis, uit de geschriften van reformatie en nadere reformatie, uit de Afscheiding. Wolven bedreigen de gemeente. Het is een wonder een getrouwe gezant te mogen hebben.

3. Hun doel

De tekst zegt: “totdat Hij bevestige en totdat Hij Jeruzalem stelle tot een lof op aarde. De predikant, de gemeente en de Kerk des Heeren dienen te bidden dat de Heere Zijn Kerk uitbreide en herstelle. De Heere wekke de begeerte met de Zijnen te gaan omdat gezien wordt dat de Heere met hen is. Er zij wervingskracht in deze verwarde tijd. Houdt aan in het gebed, ambtsdragers en gemeente. De wens van Augustinus was dat de dood hem biddend of predikend mocht vinden. Dat er in de gemeente Aärons en Hurs mogen zijn. De Heere doe op het noodgeschrei wonderen. Gods kinderen mogen geworteld en gegrond worden in de waarheid en in de liefde. Dit volk heb Ik Mij geformeerd, zij zullen Mijn lof vertellen. Er zij geen stilzwijgen in het gebed. Het doel van alles is: de eer van God, de roem van Christus en de zaligheid van mensenkinderen die eenmaal God zullen groot maken en eeuwig Zijn lof zullen verbreiden.

Na het ja-woord van Ds. Hakvoort op de vragen van het formulier volgde een korte persoonlijke toespraak van Ds. Veenendaal. In het verleden zijn er banden gelegd, die na een tijd waarin men elkaar wat uit het oog verloor, weer werden aangehaald. De wens werd uitgesproken dat de nieuwe predikant van Alphen tot een rover van de hel en een planter van de hemel zou mogen zijn. Er moge veel verborgen bediening uit Christus zijn, dat zal doorklinken in de prediking. Er zal strijd zijn met de doodsvijanden die altijd strijden tegen Christus en Zijn Kerk. Maar het geldt dat Christus al de dagen met de Zijnen is tot aan de voleinding der wereld. Predikant zijn is het meest vleesverterende werk dat er maar is. Als je dan maar mag verteren met de wens van Augustinus. Gemeente van Alphen, u ontvangt een predikant uit Gods handen, bidt voor hem. De Heere stelle Zijn Kerk in Alphen tot een lof op aarde.

Intrede Ds. E. Hakvoort

In de inleiding werd gememoreerd dat Alphen slechts een klein jaar vacant is geweest. De Heere boog het hart om naar Alphen te komen. Jesaja 62:1 is het antwoord hierop en tevens de tekst voor de intrede: “Om Sions wil zal ik niet zwijgen, en om Jeruzalems wil zal ik niet stil zijn, totdat haar Gerechtigheid voortkome als een glans, en haar Heil als een fakkel, die brandt.”

Thema: DE GEWILLIGHEID TOT DE RECHTE PREDIKING

1. Het adres van de prediking

2. De inhoud van de prediking

3. De vrucht van de prediking

1. Het adres van de prediking

De tekst komt uit het zogenaamde troostboek van Jesaja, de hoofdstukken 40-66. Jesaja 40 begint met de bekende woorden: “Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen.” Het eerste deel van het boek Jesaja bevat het oordeel, het tweede deel bevat genade. Israel is in de ballingschap gevoerd omdat het de afgoden heeft gediend. De Heere heeft het volk wel vermaand door middel van Zijn profeten, maar het heeft niet geluisterd naar die profeten. De lankmoedigheid Gods heeft een einde genomen, het oordeel is gekomen, zeventig jaren ballingschap werden werkelijkheid. Maar het volk gevoelde zijn ellende niet. Velen hadden het in Babel goed naar hun zin. Zij kenden geen verlangen naar Jeruzalem en de tempel, zij dachten daar niet aan. Het zou rechtvaardig zijn als de Heere nooit meer naar zo’n volk zou omzien. Maar de Heere doet dat niet. Hij zendt getrouwe profeten. Tot wie? Tot Sion, tot Jeruzalem, zegt onze tekst. Soms wordt met deze beide benamingen hetzelfde aangeduid: de stad Jeruzalem. Meestal is er sprake van een onderscheiden betekenis. Sion is de tempelberg die de Heere verkozen heeft, ondanks het feit dat andere bergen geweldiger en hoger waren. Onder Sion wordt ook het volk des Heeren verstaan, een overblijfsel, een rest die terugkeerde uit de ballingschap. Die rest had ook de straf ondervonden. Zij kenden smart in Babel. De schuld hadden zij thuisgekregen. De Heilige Geest ontdekte hen aan die schuld. Zij voelden zich niet thuis in Babel en hadden geen rust totdat zij terugkeerden uit de ballingschap. Onder Jeruzalem hebben we het volk Israel te verstaan, onder Sion de uitverkorenen. Er zijn altijd twee soorten mensen. We zijn allen ballingen: allen hebben we zonde en schuld. In de staat der rechtheid was de mens zuiver, er was gemeenschap met de Heere. Maar de mens heeft God de rug toegekeerd, hij heeft zich toegekeerd naar de satan en heeft zich de drievoudige dood onderworpen. Het zou rechtvaardig zijn als de Heere zulke zondaren zou laten liggen. Maar de Heere heeft van eeuwigheid gedachten des vredes gekoesterd. Christus was van eeuwigheid bereid naar de aarde te gaan, de schuld te dragen. Hij heeft het uitgesproken: Zie, Ik kom. Daarom verdraagt de Heere ons, daarom zendt Hij wachters. Die wachtesr prediken het Evangelie voor verloren zondaren. Er zijn doden en levenden in geestelijk opzicht. De Heere geve getrouwma-kende genade. Onbekeerden wordt gepredikt dat er ontkoming is. De Kerk des Heeren moge nader onderwijs ontvangen. Het jong-zijn hoeft niet in de weg te staan. Wachters kennen tijden dat zij liever zwijgen. Tijden dat het lijkt alsof de prediking geen vrucht afwerpt. De satan wil moedeloos maken. Hij wil dat er niet meer van die enige Naam tot zaligheid gesproken wordt. Gemeente, bidt voor ons. Bent u door genade aan de zijde Gods gevallen? Of bent u nog Jeruzalem, bent u nog niet wezenlijk in het genadeverbond ingelijfd? Bent u nog dood? Het wordt nog gepredikt dat het anders moet en kan worden en ook hoe dat plaatsvindt. Smeek daarin te mogen delen. Kerk des Heeren, mag u er iets van verstaan? Bent u hier geen vreemdeling van? Bid dat u meer kennis ontvange en moge toenemen in de kennis van de verlorenheid en de kennis van Christus.

2. De inhoud van de prediking

Jesaja heeft het geprofeteerd dat een rest zal wederkeren. Niet velen. De Heere zou die rest uitleiden. In vers 4 staat: “Tot u zal niet meer gezegd worden: De verlatene; en tot uw land zal niet meer gezegd worden: Het Verwoeste.” In vers 5 vergelijkt de profeet de verhouding van de Heere met Zijn volk met hel huwelijk. Denk ook aan de profeet Hosea, waar we ditzelfde beeld aantreffen. Dit is vrij welbehagen en eeuwige liefde. De verlossing gaat van de Heere uit, niet van het volk. Er is geen nagelschrapsel van de mens bij. De Heere zal het hart van Cores neigen. In de verzen 8 en 9 staat dat de vijanden niet meer zullen verdrukken, niet meer zullen eten en drinken wat Israel toekomt. Hoe is dit mogelijk? Alleen door Christus en

Dien gekruisigd. De woorden Gerechtigheid en Heil uit onze tekst wijzen op Christus. De fakkel was gedoofd in de ballingschap. Bij terugkeer gaat de fakkel weer branden. Van Christus geldt: De HEERE onze Gerechtigheid. Geen eigengerechtigheid, die is als een wegwerpelijk kleed. Het gaat om de Borggerechtig-heid. Christus heeft het recht Gods ondergaan. Niemand kon de prijs voldoen, alleen Christus. Hij is onder het recht Gods gestorven. Hij heeft het uitgeroepen: Het is volbracht. De gerechtigheid is aangebracht. Het Heil is verworven, dat wil zeggen de verlossing en de zaligheid. De Heere brengt in de diepte en doet roepen uit de diepte. In de diepte mag het gehoord worden: Het heil is des Heeren. Het gaat om Jezus Christus en Die gekruisigd. Het welbehagen des Heeren gaat door de Hand van Christus gelukkiglijk voort. Het bevel van bekering en geloof klinkt in de prediking. De prediking is wel de Joden een ergernis en de Grieken een dwaasheid, maar hen die geroepen worden de Kracht Gods en de Wijsheid Gods. “Gerechtigheid” dat wil zeggen dat de ongerechtigheid wordt ontdekt en de eigengerechtigheid afgesneden. Er is Gerechtigheid voor armen en verslagenen, voor door onweder voortgedrevenen. Wet en Evangelie, recht en vrijspraak, hel en hemel dienen gepredikt te worden. Een rijke Christus en een arme zondaar en hoe die bijeen komen. De Heere stelle tot een rover van de hel en een planter van de hemel. Mogen Gods kinderen nader onderwijs ontvangen. In de weg van ontdekking en ontlediging komt er plaats voor Christus. Dat Sion haar gemis zou inleveren, bezit maakt een mens immers hoogmoedig. Gemis geeft gebed. Wat voorwerpelijk is verworven door Christus moet door de Heilige Geest toegepast worden en komt uit in de vrucht van bekering en geloof.

3. De vrucht van de prediking

De tekst zegt “totdat”. Er dient gepredikt te worden totdat er kennis kome van Christus. Hier zijn toeleidende wegen aan verbonden. We lezen in vers 10 dat de weg bereid moet worden. Het werk van een wegbereider was voor de komende koning uit de wegen te effenen. De Heere zou voor hen die verlost zouden worden uit Babel de weg van waarachtige bekering bereiden. Geestelijk dient de weg van het hart gebaand te worden. Hoe? Door wedergeboorte en bekering. De Heere maakt van dood levend. Doden zullen de stem van God horen en leven. De Heilige Geest opent de blinde zielsogen. Waar de Heere liefde uitstort in het hart wordt wederliefde geboren tot een onbekende God. De wereld wordt vaarwel gezegd. Vanuit de liefde ontstaat de droefheid naar God. In de eerste liefde probeert een mens zelf de weg te effenen. Hij gaat de zonde haten en laten. Als de Heere gaat doortrekken wordt het beleefd God kwijt te zijn en dat de oorzaak daarvan alleen eigen schuld is. Het is waar dat de liefde Gods verbreekt, maar het is ook waar dat door de wet de kennis der ellende is. Dan wordt geleerd tegen alle geboden Gods zwaarlijk gezondigd te hebben, de ongerechtigheid wordt ingeleefd. Het wordt beleefd: Want mijn hoofd is als bedolven in de golven van mijn ongerechtigheden. Er is smart over de zonde. Zulken gaan de Heere achteraanklagen. De bede wordt gehoord: Ai was mij wel van ongerechtigheid. De vraag rijst: Hoe zal het ooit in orde komen? Hoe zal ik ooit rechtvaardig verschijnen voor God? Het hart is arglistig en geeft zich niet zomaar gewonnen. Afsnijding is nodig, met een Luther gaat de mens eerst zelf van alles proberen. Hij moet van alle eigen werk worden afgesneden. De eis klinkt: Betaal wat gij schuldig zijt. En dan geen penning om te betalen. De Heere breekt zulken af. Dan heeft een stroom van ongerechtigheden de overhand. Ze worden teruggebracht naar het paradijs. Alleen het Offer van Christus blijft over. Alleen dat Offer behaagt God. Het recht mag worden toegevallen, het hoofd op het blok gelegd: ik ben Uw gramschap dubbel waardig. Zo Gij in ‘t recht wilt treden, o HEER’, en gadeslaan onz’ ongerechtigheden; Ach wie zal dan bestaan? Maar ook: Er is vergeving. Wanhopen aan zichzelf, maar dan ook de mogelijkheid in Christus zien: Zie hier is uw Heil. De weg in Christus wordt ontsloten. Dat brengt tot de smeking: Geef mij Jezus of ik sterf, buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf. De Koning openbaart Zich aan het hart. Van Paulus geldt dat het Gode behaagde Zijn Zoon in Hem te openbaren. Het klinkt: Troost, troost mijn volk, want haar strijd is vervuld en haar ongerechtigheid verzoend. De Gerechtigheid komt voort als een glans. Er dient onderscheiden te worden tussen Godsgemis en Christusgemis, tussen liefde tot God en liefde tot Christus. De Ge-rechtigheid is verbonden met het leven in heiligmaking. Het eigen ik wordt gekruisigd. Door genade in Christus leven. Dan geen wereldgelijkvormig-heid, maar gelijkvormigheid aan Christus. Dat zijn heerlijke vruchten. Eerst er is er bloesem, dan volgt rijping. Zo is het ook in de genade. Heeft de prediking van vrije genade vrucht mogen afwerpen? Hebt u oog gekregen voor de Gerechtigheid? Of bent u hier nog vreemd van? Wat arm! Dan bent u op de brede weg. Uw ogen zijn gesloten. De wachter roept en waarschuwt u nog. Dat het Woord vrucht drage. Anders zal de dood in volle omvang u treffen. Vliedt de toekomende toorn. Zoek de Heere en leef. De goddelozen zullen eeuwig weggestormd worden. Sion zal zalig worden. Sion deelt in Gerechtigheid en Heil. Voor zichzelf staan ze er vaak buiten. Tot aan de wederkomst ten gerichte zal de prediking uitgaan. Zuchters houdt aan. Merk op wat antwoord God u geeft; Hij spreekt gewis tot elk die voor Hem leeft. Zijn gunstgenoot van blijde troost en vree. Mits hij niet weer op ‘t spoor der dwaasheid tree. Voorwaar, Gods heil is reeds nabij ‘t geslacht. Hetwelk Hem vreest en Zijne hulp verwacht. Het heil zal komen: Dit is, dit is de poort des HEEREN, Daar zal ‘t rechtvaardig volk door treen. Om hunnen God ootmoedig t’eren. Voor ‘t smaken Zijner zaligheen.

Toespraken:

Ds. Hoefnagel sprak als consulent en namens de classis, Ouderling Beukers namens kerkenraad en gemeente. Ds. Van der Meij mocht 11 jaar in Alphen arbeiden, na 11 maanden mogen wij weer een eigen herder en leraar hebben. Ds. Hakvoort is nog jong, 29 jaar, de gemiddelde leeftijd van de gemeente is ook 29 jaar. Jer. 1:7 en 8 werden aangehaald: “Zeg niet: Ik ben jong; want overal, waarheen Ik u zenden zal, zult gij gaan, en alles wat Ik u gebieden zal, zult gij spreken. Vrees niet voor hun aangezicht, want Ik ben met u, om u te redden, spreekt de HEERE.” De Heere is nog Dezelfde. Ds. en Mevr. Hakvoort werd een hartelijk welkom toegeroepen. Ds. Hakvoort bedankte Ds. Veenendaal voor de bevestiging en richtte zich vervolgens tot Ds. Hoefnagel en oud. Beukers. Na afloop was er gelegenheid tot het drinken van een kopje koffie. Vele bekenden ontmoetten elkaar en spraken met elkaar. Moge de Heere rijk wonen en werken in de gemeente van Alphen a/d Rijn.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Bevestiging 25 februari 1998 Ds. E. Hakvoort te Alphen a/d Rijn

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken