Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gaat de dominee voorbij? (4)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gaat de dominee voorbij? (4)

8 minuten leestijd

De predikant voor de spiegel van Gods Woord!

Wij willen nog even verder luisteren naar een stem uit het verleden. Zij klonk, zó hebben wij eerder vernomen ruim zeventig jaar geleden. Nog mag zij doorklinken aan het einde van onze twintigste eeuw. Zij plaatst ons voor de onveranderlijke actualiteit van het Woord, dat ook een duidelijk geluid laat horen over het wonderlijke ambt. Achtereenvolgens willen wij in het kort stilstaan bij haar oorsprong. Vervolgens enige aandacht geven aan de plaats waar het ambt zijn vervulling kent. De zaken, die de hoogste priori teit behoren te hebben, om tenslotte te letten op het hoge doel van het staan in de ambtelijke dienst. Het zijn dezelfde aandachtspunten, waarmee ik het laatste artikel besloot. Wie het ambt niet meer tenvolle erkent als een gave van de verhoogde Christus (Ef. 4:8-12), verstaat ook niets (meer) van de uitzonderlijke plaats, waar het ambt tot ‘zijn recht’ behoort te komen. Het ambt is geen ‘uitvinding’ van mensen, maar gave van Boven. Van God, Die in Christus door middel van de ambten de orde in Zijn kerk bepaald heeft. ‘Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus’. Deze overtuiging legt een heilige ernst op het geweten van allen, die zich tot de dienst in Gods Koninkrijk geroepen weten. Eens zullen wij voor de rechterstoel van Christus rekenschap moeten afleggen van onze ambtelijke praktijk(en). Wie is tot deze dingen bekwaam?

Wat van de oorsprong van het ambt geldt, geldt evenzeer van de plaats, waar het ambt tot vervulling komt. Zij is door de Heere gewild en bepaald. Dat te beseffen en daarvan voortdurend doordrongen te blijven, is mede bepalend voor de manier, waarop wij naar de gemeente kijken, waarin wij onze dienst mogen verrichten. Zij is gemeente des Heeren! Het gaat om de zorg in Gods wijngaard (Jes. 5). Door de apostel genoemd Gods akker (1 Kor. 3). Gods medearbeiders worden huisverzorgers (Luk. 12:42) genoemd. Kortom: de geroepen ambtsdrager moet de heiligheid van Gods gemeente beleven. Deze moet zichtbaar worden in zijn handel en wandel. De wijze waarop hij zijn ambt bekleedt. Om een voorbeeld te zijn voor de gelovigen, in het woord, in wandel, in liefde en in de Geest, in geloof, in reinigheid (1 Tim. 4:12). Het (mogen) staan in de dienst der verzoening vraagt ons héle hart, alleen dan, wanneer ons hart daarmee leerde instemmen, zal ons oog gericht zijn op het doel, dat de Heere Zich gesteld heeft met de instelling van de ambten. Waaraan ontleent de ambtsdrager zijn bezieling? Wanneer het gaat om eigen gewin of eer dan is het niet best. Wanneer hij zich laat leiden door ‘het kerkelijk succes’, uitkomend in de groei van de gemeente (in uitwendige zin) de stijgende collecten, de steeds mooier wordende kerkgebouwen, dan deugt het evenmin. De arbeider in Gods Koninkrijk weet van ploegen, zaaien, planten, nat maken, waken en wieden. Hij verricht zijn dienst in het besef van de volstrekte afhankelijkheid. God is het, Die de wasdom geeft. Een ambtsdrager moet sterven aan verbeelding èn de ijdele inbeelding, dat hij iets te betekenen zou kunnen hebben. Hoe sprak Paulus over deze dingen? Leest u I Korinthe 3 maar. Ds. Fernhout (de stem uit het verleden) heeft in het genoemde referaat het domineesvlees niet gespaard, toen hij uitriep: ‘Neen, in de vorm van twee preeken eiken Zondag, van zóó- en zóóveel catechisatiën per week, van zooveel uren huisbezoek en nog een stichtelijk woord aan het ziekbed of op een begrafenis- hebben we onze God niet gegeven wat Hij van ons vordert en wat we zelven Hem beloofden, toen we ons verbonden tot den heiligen dienst’ (schrijftaal van 1927). Christus vraag ons geheel’.

Dienstknecht (slaaf) van Christus te zijn, vraagt onze volledige toewijding. En dan schroomt Fernhout niet de volgende toepassing te maken: ‘Beproef jezelf in je staat vóór God. Is er waarachtigheid van je wedergeboorte, is er heiliging in de gemeenschap van Christus?’ Kunnen wij met de apostel zeggen: ‘Ik bedwing mijn lichaam en breng het tot dienstbaarheid, opdat ik niet enigszins, daar ik anderen gepredikt heb, zelf verwerpelijk worde’ (1 Kor. 9:27). Het Evangelie moet heersen over ons hart èn leven. Wees geen Saul of Judas. Verkeer niet als onge-heiligden in Gods dienst!

Verscheidenheid

Bij al deze behartigenswaardige woorden, van ongekende scherpte, verliest Fernhout evenwel de nuchtere werkelijkheid niet uit het oog. Oók toen al, 1927, was het kennelijk geen sinecure om ambtsdrager te zijn. Er is haast geen vergelijkbaar maatschappelijk beroep, dat zo veeleisend is, vanwege het veelzijdige werk, om de zwaartekracht van het ambtsdrager-zijn bij benadering te kunnen typeren. De grote gevarieerdheid van het ambtelijke werk komt immers ook tot uitdrukking in de namen, waarmee de arbeiders in Gods Koninkrijk worden aangeduid. Zij zijn gezanten van Christus’ wege. Leraars, vissers, bouwlieden, akkerbouwers. Alle geschonken talenten van hoofd, hart en hand worden opgeëist. Hoe groot is daarom het belang van eigen zielszorg. ‘Heb acht op uzelf en op de leer, volhard daarin’ (1 Tim. 4:16a). Vervolgens geeft Fernhout de grote verscheidenheid binnen de christelijke gemeente aan in de mensen, die daar ontmoet worden. Hij noemt niet minder dan 31 categorieën (!), waaronder: openbare godde-lozen en schijnvromen; er zijn onkundigen en onwilligen, dwalenden en weerstrevenden, bekommerden en zorgelozen, kleinmoedigen, overmoe-digen, twijfelaars, aangevochtenen, lijdelijken, werkheiligen, kinderen, eigenwijzen, wilskrachtigen, slappen van wil, harden van hart, ongevoeli-gen, armen, rijken, aanzienlijken, geringen, blijden, bedroefden, gezonden, zieken, bruiloftsvierenden en stervenden...

Hoevele andere onderscheidingen zouden wij vandaag daaraan nog kunnen toevoegen? En op deze ongekende verscheidenheid moet nu het veelzijdige Woord worden toegepast. Opdat uit de hemelse Apotheek het enig juiste medicijn mag worden uitgereikt, nadat de diagnose van de ‘geestelijke kwaal’ kon worden vastgesteld. Weer komt de verzuchting van Paulus bij ons boven: Wie is tot deze dingen bekwaam? Wie durft nog ambtsdrager te zijn?

Kan het eigenlijk wel zonder de heilige schrik ervaren te hebben? ‘Wij dan, wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof en zijn Gode openbaar geworden’ (2 Kor. 5:11 m).

Hoe kun je de vragenden de weg wijzen, als je zelf de weg niet vond? Wij moeten zelf de listen van de duivel kennen en de arglistigheden van ons verdorven hart, willen wij daadwerkelijk zoekende zielen kunnen helpen. Wie worstelt om geestelijke leiding te geven, zal deze en nog veel meer andere vragen in zijn hart aantreffen.

Gevaren

Vervolgens schetst Ds. Fernhout enkele gevaren en verzoekingen die dominees parten kunnen spelen. De duivel zou wel onnozel zijn als hij het niet eerst toelegde op Gods zendboden. De duivel gaat rond als een briesende leeuw en heeft zeer begeerd u te ziften als de tarwe. Satan heeft zijn bondgenoten in het natuurlijk domineeshart. In de zelfzucht en heerszucht.

Moeten dienen en willen heersten liggen in één-en-hetzelfde hart zo dikwijls ineengestrengeld. Fernhout wijst op bazige dominees en op de zonde van domino cratie. Krachtige persoonlijkheden lopen hier vooral gevaar. Hij wijst op de strik van de hoogmoed: redevoeren is altijd zeer in trek geweest bij de ijdelheid. De preekstoel staat op een hoge plaats, maar wees niet uit de hoogte maar nederig van hart. De referent waarschuwt tegen kanselvrees en tegen kanselwellust. Hij wijst op het gevaar van openlijke en bedekte lofuitingen van de gemeente. Op de ruwe aanmerkingen van gemeenteleden en op het onheilspellend zwijgen van de critici. Op het gevaar dat wij worden geprezen in plaats van God (Augustinus wees in zijn dagen op dezelfde gevaren van verleiding). Op het gevaar van verslapping van ijver en van het onttrekken aan minder aangename taken. Hij wijst op het gevaar van het ongeduld in het onderrichten, het vermanen en het bestraffen. Op het gevaar van het routinematige bezig-zijn, het almaar bezig-zijn in de heilige dienst. Dan dreigt afstomping van het eerbiedsge-voel. Wij profaneren het heilige en verliezen de eerbied. Weest gemeenzaam met dè Heilige, niet gemeenzaam met het heilige. Pas op voor onwaarachtigheid. Laat er overeenstemming zijn tussen je innerlijk en je ambtelijke verrichtingen. Preek niet zonder te getuigen, bid niet zonder opheffing van je ziel tot God, strooi niet zonder te zaaien, vermaan niet zonder te leiden, bestraf niet zonder drang om te behouden, giet geen woorden uit zonder te troosten. Pas op voor kunstmatige opwinding, die in de plaats komt van echte liefde. Laat een klagende toon en bevende stem (?) geen schijn van waarachtige ontroering in het gebed zijn. Het is jammerlijke zelfsuggestie. Laat jezelf toespreken door het Woord van God. Bedien en adresseer het Woord eerst aan jezelf. En dàn pas aan de gemeente. Tot zover een indruk van de stem, die zoveel jaren geleden klonk in Kampen. Het zou verleidelijk zijn deze ‘oude’ stem te toetsen aan de dissonanten van de ‘nieuwe’ stemmen, die wij vandaag de dag in het gereformeerde kerkelijke leven kunnen opvangen. Ik laat dit na. Wij steken eerst de hand in eigen boezem. Het zou ons afleiden van het gestelde onderwerp: waaraan is het te wijten, dat het over het algemeen zo droevig gesteld is in de kerk(en)? Is het waar dat het eigenlijke verval in de kerken ligt in de devaluatie van het persoonijk geestelijk leven van vele predikanten (Van Brummelen)? Een zin om over na te denken.

Tol de volgende keer. Daarover meer! Een ieder beproeve zichzelf.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Gaat de dominee voorbij? (4)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken