Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

5 minuten leestijd

Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld!

“Zijt Gij de Koning der Joden?” Deze vraag heeft Pilatus aan Jezus gesteld. En de stadhouder verlangt van Jezus een antwoord. Welnu, hij krijgt een antwoord. Daar opent de Rechtvaardige Zijn mond en spreekt: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik de Joden niet ware overgeleverd, maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.” O ja, de lijdende Borg voor Pilatus is een Koning, een grote Koning, een heerlijke Koning, een Koning, Die het zaligst lot, ver boven alle goôn kan schenken. Hij is een Koning, en Hij heeft een Koninkrijk. Hoe heerlijk heeft Hij daarvan in Zijn prediking telkens weer gesproken. Hij is een Koning, Dewelke zonder onderdanen niet zijn kan. Hij is David‘s grote Zoon en tevens David’s Heere! Zijn zaad zal eeuwig zijn; Zijn troon zal heerlijk pralen, zo duurzaam als de zon, zo glansrijk als haar stralen. Pilatus, ge vraagt, of lk de Koning der Joden ben. Weet het dan: Ik ben een Koning, en Ik heers in Mijn Koninkrijk! Maar Mijn Koninkrijk is van een gans andere orde, dan gij het u voorstelt en voor kunt stellen. O nee, Pilatus, Ik ben geen concurrent van u of van de keizer van Rome. Ik ben geen aardse vorst, maar ik ben een hemelse Koning, geheel andersoortig dan de geweldhebbers van deze wereld. Legioenen van engelen hadden voor Mij kunnen strijden. Trouwens, heb Ik in de afgelopen nacht niet laten zien, wat Ik vermag, toen Ik heel die bende door Mijn machtwoord achterwaarts ter aarde deed vallen? En toen Petrus met het zwaard sloeg en Malchus een oor afhieuw, heb Ik gezegd steek uw zwaard in de schede, want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan!

Nee, het is waar: Jezus heeft dit alles niet met zoveel woorden tot Pilatus gezegd. Maar Hij had het toch kunnen zeggen, nietwaar? Want zo was het toch? Jezus zegt slechts: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld was, zo zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik de Joden niet overgeleverd ware, maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.” Nee, Zijn Koninkrijk is niet van hier. Het is van Boven, geestelijk en eeuwig. Nee, hier voor Pilatus lijkt het er niet veel op, dat Hij een rijk heeft, dat Hij grondt in Zijn eigen bloed. Maar het is toch waar! Straks werpen ze een spotmantel om Zijn schouders, terwijl ze een doornenkroon op Zijn hoofd drukken. Smartelijk, smadelijk, schandelijk. Maar zo moet het, en zo wil Hij het! Terwille van Zijn onderdanen. U kent het nachtgezicht van de profeet Zacha-ria over Jozua, de hogepriester, staande voor het aangezicht van de Engel des Heeren, bekleed met vuile klederen. De satan klaagt Hem aan bij de Heere, vanwege die vuile klederen. Maar in plaats van Jozua wordt satan zelf door de Heere gescholden: de Heere schelde u, gij satan; de Heere schelde u, die Jeruzalem verkiest; is deze niet een vuurbrand, uit het vuur gerukt? En dan worden de vuile klederen van Jozua afgenomen. Zie, zegt de Heere, Ik heb uw ongerechtigheid van u weggenomen, en Ik zal u wisselklederen aandoen. Dies zeg Ik: laten ze een reine hoed op zijn hoofd zetten. En ze zetten die reine hoed op zijn hoofd en ze trokken hem klederen aan; en de Engel des Heeren stond daarbij (Zacharia 3:l-5). Wel, hier voor Pilatus, zien wij hoe Sions Borg en Koning de vuile klederen van Zijn uiverkoren, maar in zichzelf zo zwarte bruidskerk heeft opgenomen en aangetrokken. Voor Hem de spotmantel, voor Zijn volk de wisselklederen, de mantel der gerechtigheid en der heiligheid. Op Zijn hoofd de doornenkroon, opdat Zijn kinderen de erekroon zouden dragen, en het eeuwig zouden zingen: door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen! O, welk een Koning is toch Koning Jezus! Hij heeft een troon, een troon der genade, waar de smekelingen hun verzoekschriften mogen neerleggen, om geholpen te worden te bekwamer tijd. Hij heeft Zijn herauten, die voor Hem uitgaan om de weg te bereiden. Hij heeft Zijn getuigen, die hun leven niet liefhebben voor zichzelf. Hij heeft een paleis, waarin Hij nu woont, in het Jeruzalem, dat Boven is. Daar wandelt Hij temidden van de gouden kandelaren, terwijl Hij de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt. Mijn Koninkrijk is niet van hier! Het is voor Pilatus geheimtaal. Veel erger nog: Pilatus neemt het, neemt Hem niet serieus. Hij kan erom glimlachen. Vandaar die spotmantel en die doornenkroon. Straks geeft Hij Jezus over om gekruisigd te worden. En dan hangt Hij daar aan het vloekhout der schande. Boven Zijn hoofd dat plankje, met het opschrift: Jezus, de Nazarener, de Koning der Joden! Smartelijk, smadelijk, schandelijk! Maar zo moet het, en zo wil Hij het! Om de eer van Zijn Vader en om het heil van Zijn onderdanen. Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; het is niet van hier! Dat geldt ook van Zijn onderdanen: niet van hier, maar van Boven geboren, uit God geboren. Niet van hier, en toch hier! Van Boven geboren om in het rijk van deze Koning in te gaan, om de vrede van dit rijk te smaken, om de wapenrok van deze Koning te dragen, om de eer van deze Koning te bedoelen en te zoeken, om de lof van deze Koning te bezingen, hier nog stamelend en telkens weer onderbroken, maar eens eeuwig volmaakt:

Beminnelijk Vorst, Uw schoonheid, hoog te loven

Gaat al het schoon der mensen ver te boven!

Werden de snaren van onze ziel al op dit lied afgestemd?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken