Bekijk het origineel

Ontmoetingsdag Sliedrecht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ontmoetingsdag Sliedrecht

Toespraken

7 minuten leestijd

Uw schoonheid zeer te loven

Pasen ligt achter ons. Hebt u op het Paasfeest de Koning gezien, de Koning in Zijn schoonheid? Daar spreekt de profeet Jesaja van. en wel Jesaja 33 : 17a: “Uw ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid” De God, tegen Wie wij gezondigd hebben, komt met deze heerlijke toezegging. Hij, Die ons rechtens kan wegwerpen, nadert tol ons met deze rijke belofte. Hoe zeggen sommigen: ik weet niet of God mij wil zalig hebben? Vanwege dat, wat de Heere toezegt, kunt u dat nooit zeggen of denken. Hij is de Heere - Ik zal zijn, Die Ik zijn zal - Die in de weg van uw gebed Zijn Woord waarmaakt. Hij is immers geen man, die liegen kan?

Hij is toch een Waarmaker van Zijn Woord? Al Zijn beloften zijn ja en amen in Christus Jezus! We zien van daag zoveel. Er zijn er. die uren voor de televisie zitten, om zoveel mogelijk te zien. Waarlijk ons oog wordt niet verzadigd van zien. Doch straks sluiten zich onze ogen en zien we de dingen van beneden niet meer. Maar als we hier de Koning in Zijn schoonheid hebben gezien, dan zullen we Hem straks eeuwig zien, van aangezicht tot aangezicht. Daarom, wat is het rijk als we in dit leven de Koning zien in Zijn schoonheid. Onze Statenvertalers hebben het woord, Koning geschreven met een hoofdletter. Echter, het gaat hier allereerst over koning Hizkia. Het was in de tijd van de belegering van Jeruzalem door Rabsaké. O die spottende generaal met de God van Israel. O die grote nood in Jeruzalem. Hizkia had zijn koninklijk gewaad gescheurd en zich met zakken bedekt. Het was geworden een koning zonder luister, een speelbal van de grootmachten. In die situatie mocht Jesaja tot de inwoners van Jeruzalem spreken: “uw ogen zullen de koning zien in zijn schoonheid.” Dat betekent: Hizkia zal hersteld worden in al zijn luister en majesteit. Hoe is dit woord door God vervuld; in één nacht honderd vijf en tachtig duizend soldaten van het Assyrische leger door een engel uit de hemel met het zwaard omgebracht en Hizkia werd hersteld in al zijn waardigheid en uitermate verheven. Toch hebben we niet slechts aan Hizkia te denken. Het laatste vers van genoemd hoofdstuk spreekt van het Messiaanse rijk, van het koninkrijk der hemelen. Als vanzelf denken we aan dé Koning, de Koning Die van Israels God gegeven zou worden, aan Koning Jezus. Hij is dé Koning, de Koning der koningen, de alleen - Koning. De Vader heeft de Zoon alle ding overgegeven. Hij is de Koning der wereld. Hij is de Koning van het volk van de Heere, Sions Koning. Wat glans, wat majesteit, hebt Gij, o God, deze Koning bereid! Jesaja’s profetie is ten dele vervuld. Het Kind in Bethlehems krib is de Koning in Zijn schoonheid. O zeker, Hij had geen gedaante noch heerlijkheid. Alle koninklijke luister was weg. Toch is Hij de Koning in Zijn schoonheid.

Hij is immers waarachtig God én waarachtig en rechtvaardig mens. Hij is God én mens - Immanuël. Zo is Hij de Koning in Zijn schoonheid. Zo is Hij veel schoner dan de mensenkinderen. Hij de Profeet, de Priester en de Koning. Schoon is Hij in heel de staat van Zijn vernedering, in Zijn lijden en sterven, als Hij is in Gethsemané, op

Gabbatha, op Golgotha. Als Hij Zijn bloed stort om Zijn bruid los te kopen, om haar te kunnen reinigen. Schoon is Hij in de staat van Zijn verhoging, in Zijn opstanding. Zijn hemelvaart. Zijn zitten aan de rechterhand van God. Schoon is Hij in Zijn werk in de hemel, als de pleitende Borg, als de biddende Hogepriester. Schoon ook in Zijn op koninklijke wijze beweldadigen vanuit de hemel. De Koning, Die tegelijk Borg is, en Middelaar, en Verlosser, en Zaligmaker; een Koning, Die de fontein is van genade. Deze Koning nu zal wederkeren. De profeet Jesaja bedoelt dat uiteindelijk.

Hij komt op de wolken des hemels om te oordelen de levenden en de doden. Hij, de Koning in Zijn schoonheid. Dus niet meer in de gestalte van een dienstknecht. Maar in koninklijke majesteit en luister, op Zijn witte troon, omstuwd door al de engelen. Ten volle de Koning in Zijn schoonheid. Deze Koning nu zal gezien worden. En om dat zien gaat het hier. Uw ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid. O zeker, de volle vervulling van dit woord wacht nog.

Toch wordt de Koning in Zijn schoonheid reeds gezien. De herders in de kerstnacht hebben gezien, en Simeon in de tempel; bij het zien van zoveel schoonheid zijn ze in verwondering gaan aanbidden. En ook Johannes getuigt van Zijn schoonheid: “wij hebben,” zo zegt hij, “Zijn heerlijkheid aanschouwd.” Echter, ze hebben niet slechts met de natuurlijke, de lichamelijke ogen gezien. Velen hebben Hem, toen Hij op aarde was, gezien. Doch ze hebben Hem niet gezien in Zijn schoonheid. Het gaat hier om geestelijk zien, om zien des geloofs. In de achterliggende periode is Hij getoond in de prediking. Op het Kerstfeest, op Goede Vrijdag, met Pasen. Maar als wij het moeten doen met onze ogen, dan gaan we aan Hem voorbij. Dan zien we in Hem niet de Koning in Zijn schoonheid. Dan is Hij niet schoon, niet aantrekkelijk, niet behaaglijk voor het oog, niet begerenswaard.

De oorzaak daarvan is, dat we geestelijk blind zijn, omdat we niet kennen het zien des geloofs. Hoe noodzakelijk is het werk van de Heilige Geest. Hij geeft ogen om te zien. Hij werkt het zien van het geloof.

Weet u, de Heilige Geest ontdekt aan de diepte van de verlorenheid. In die weg wordt het Kerstkind, Dat zo laag kwam, de Koning in Zijn schoonheid. De Heilige Geest overtuigt van zonde en schuld. Al mijn betaalmiddelen rollen mij door Hem uit handen. Ik ga zien mijn vuile kleed. Ik geworden door eigen schuld zonder gedaante, zonder heerlijkheid. O dan wordt de Borg aan het vloekhout de Koning in Zijn schoonheid. De Heilige Geest laat zien, dat ik gekneld ben in banden van de dood. O die Christus, Die opstond, wordt zo de Koning in Zijn schoonheid. De Heilige Geest doet mij een streep halen door mijn bidden.

O de Christus, Die ten hemel voer om Zijn bloed voor het aangezicht van Zijn Vader te brengen, en om daar doorboorde handen op te heffen. Hoe wordt Hij de Koning in Zijn schoonheid! Er zit balans, evenwicht tussen hoe u uzelf ziet en hoe u Hem ziet. Hoe meer u ontdekt wordt aan wie en wat uzelf bent, des temeer gaat u Hem zien als de Koning in Zijn schoonheid. Dat zien heeft dan betekenis van zaligmakend zien. Wie Hem nog niet ziet als de Koning in Zijn schoonheid, heeft nog niet zichzelf leren zien. Straks zult u zien het Lam, Dat toornt. O bid toch om de Heilige Geest, Die u is toegezegd. Bid toch om de vervulling van Gods toezegging: “ Uw ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid.” Wat een pleitgrond geeft de Heere hier!

De schoonheid van de Koning is zeer te loven. Dat begint hier reeds. Dat is straks volmaakt. Als de bruid haar Bruidegom zal zien. Van aangezicht tot aangezicht!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1998

Bewaar het pand | 16 Pagina's

Ontmoetingsdag Sliedrecht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1998

Bewaar het pand | 16 Pagina's

PDF Bekijken