Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

Paulus’prediking op de Areopagus

5 minuten leestijd

God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu alle mensen alom dat zij zich bekeren. Daarom, dat Hij een dag gesteld heeft, op welke Hij de aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen door een Man, Die Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden heeft opgewekt

De Heilige Geest bekwaamt de apostel Paulus om een gepast woord te spreken tot de heidense afgodendienaars in de Griekse hoofdstuk Athene. Paulus moet hen de Christus prediken als de enige Naam, die onder de hemel gegeven is tot zaligheid.

Maar waarmee begint de apostel nu? Misschien hiermee, dat Hij hun Christus verkondigt tot rechtvaardiging van een ieder die in Hem gelooft? Nee, hiermee begint hij niet! Hij heeft immers mensen voor zich die er nog geen besef van hebben dat zij een Middelaar nodig hebben. Die hen door Zijn offerbloed met God verzoent. Zij weten niet dat zij tegenover de enige, ware, maar voor hen onbekende God des doods schuldig staan. De apostel gaat er terecht van uit dat er bij de mens besef van schuld en vrees voor het gericht gevonden moet worden, zal de blijde boodschap van het evangelie in zijn schatting waarde hebben. Daarom begint hij met zijn hoorders te zeggen dat er door God een dag is vastgesteld, waarop de gehele aardbodem, waarop al wat mens heet, rechtvaardig geoordeeld zal worden, opdat aan een ieder zal vergolden worden naardat hij gedaan heeft. Paulus, wetende de schrik des Heeren, wetende de schrikkelijke toorn des Heeren tegen de zonde, wetende hoezeer de Heere te vrezen is, kondigt zijn hoorders het oordeel aan, om hen in die weg te bewegen tot het geloof.

En wee de dienaar des Woords, die in zijn prediking geen plaats inruimt voor het gericht!

Maar, en daar moeten we wel op letten: Paulus verbindt aan de prediking van het gericht meteen ook de prediking van de Christus. Immers, hij kondigt Christus aan als Degene, door Wie God in die dag de wereld zal oordelen. En hij zegt er meteen bij, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, opdat een ieder zou weten dat Hij gesteld is tot een Rechter van allen.

Het is waar: hier is nog wel niet de volle Christus, Die gegeven is tot wijsheid van God, tot rechtvaardigheid, tol heiligmaking, tot een volkomen verlossing. Voor de prediking van de volle Christus had de apostel, met eerbied gezegd, nog geen ruimte. Maar toch: Paulus predikt de Christus als de komende Rechter. En er is slechts één stap nodig om Hem in zijn ganse volheid voor te stellen als de volkomen Zaligmaker!

En daarom laat Paulus het niet bij de aankondiging van de dag des oordeels. O nee, dat kan hij niet, en dat mag hij niet en dat wil hij niet. En daarom zegt hij dat God die dag van het gericht met opzet nog heeft uitgesteld. Wel heeft Hij die dag bepaald. En daarom zal die dag ook zeker aanbreken. Maar eerst laat God alle mensen alom verkondigen, oproepen, dat zij zich bekeren, opdat zij in het komende gericht niet veroordeeld zullen worden. Zo verkondigt Paulus de lankmoedigheid en de zondaarsliefde van God.

En ook hier is het nog slechts één stap, en dan zal hij kunnen uitstallen Gods genade in Christus. Bekeert u; en gelooft het evangelie! Ja, dat had Paulus willen zeggen! Maar zover liet men hem niet komen. In Athene lieten ze hem niet uitspreken. Men had geen behoefte aan genade, omdat men niet geloofde aan het komende oordeel. En men wilde al helemaal niet horen van de opstanding der doden, waarvan Paulus sprak. Sommigen gingen er zelfs de spot mee drijven. En alzo is Paulus uit het midden van hen weggegaan! (vers 33).

Lezers, onder ons en tot ons klinkt nog de dringende oproep tot bekering. De oproep van Godswege: bekeert u, bekeert u tot Mij! Wendt u tot Mij, en weest behouden!

Nee, dat zegt God niet tot de duivelen. Die roept Hij niet tot Zich terug, omdat Hij ze voor eeuwig van Zich heeft weggestoten. Maar tot ons komt nog de oproep, de eis tot bekering. Dat betekent toch dat Hij ons nog terug hebben wil, dat Hij de gemeenschap met Hem, die wij moedwillig verbroken hebben, weer wil aanknopen. Hij biedt ons nog Zijn vriendschap aan.

In het paradijs luidde het: gehoorzaam zijn of de dood sterven. Maar nu, onder de bedeling der genade, is het: keert u toch van uw zonde af tot Mij toe, en gelooft in Hem, Die de Weg is tot Mijn verzoende gemeenschap, de Heere Jezus Christus.

In Athene liet men Paulus dat laatste niet uitspreken. Het was tot hun eeuwig verderf!

Zalig, als wij, het verdiende oordeel onderschrijvend, ons haasten om langs die verse en levende weg, die Christus door Zijn bloed heeft ingewijd, tot God mogen wederkeren.
Zalig moet men noemen
Die hun Maker roemen
Als hun Heer’ en God.
‘t Volk. door Hem tevoren
Gunstig uitverkoren
Tot Zijn erv’ en lot.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1998

Bewaar het pand | 16 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1998

Bewaar het pand | 16 Pagina's

PDF Bekijken