Bekijk het origineel

Des Christens groot interest (13)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Des Christens groot interest (13)

7 minuten leestijd

Bezwaren

In het tweede deel van dit boekje zet Guthrie uiteen hoe een zondaar deel krijgt aan het zaligmakende werk van de Heere Jezus. We hebben samen gelezen wat Guthrie aanreikt om de weg tot Christus te bewandelen. In het laatste deel van zijn boek gaat Guthrie in op verschillende bezwaren die zondaren kunnen verhinderen om tot Christus te gaan.

We zien dat Guthrie net als vele andere puriteinen een kenner van het menselijk hart is geweest. Hij weet de gedachten en de moeiten die er in het hart kunnen leven, aan het licht ter brengen en in woorden weer te geven. Ik denk dat we mogen zeggen dat dit ook de kracht van de puriteinse prediking is geweest. De prediking bleef niet op afstand, maar zocht het hart van de zondaar. De prediking verklaarde de dingen die er leefden in het hart en gaf leiding om met die moeiten en bezwaren om te gaan.

Te slecht

Guthrie noemt in de eerste plaats de aanvechting van een zondaar “dat hij denkt dat hij zo slecht, onwaardig en zwak is, dat het zeer aanmatigend zou zijn zich Christus Jezus toe te eigenen.” We kunnen onszelf zo onwaardig voelen dat we denken niet in aanmerking te zullen komen voor de zaligheid in de Heere Jezus Christus. Guthrie onderstreept dat wij allen als kinderen van Adam bedorven zijn. Maar God heeft van eeuwigheid al bepaald dat Hij zuike slechte mensen tot Zijn kinderen wil aannemen door het bloed van Zijn Zoon. Het Evangelie is geadresseerd aan zondige en opstandige mensen. De Heere heeft zulke mensen op het oog wanneer Hij de zaligheid aanbiedt. De veelheid van onze zonden is geen reden om niet tot Christus te gaan, want de Heere weet dat Hij Zijn nodiging stuurt naar mensen, die in zichzelf totaal onwaardig zijn om de zaligheid te ontvangen.

De Heere wordt verheerlijkt wanneer Hij onwaardige en slechte zondaren zalig maakt. Niemand is te slecht om tot Christus te komen. De Heere heeft in Zijn Woord de verzekering gegeven dat er in de Heere Jezus zaligheid en leven genoeg is voor slechte en opstandige mensen. Laten we de Heere geloven op Zijn Woord dat onze onwaardigheid geen reden is om bij Hem weg te blijven. Want dan maken we de Heere ook tot een leugenaar en zo “voegen we ook deze weerspannigheid bij al onze overtredingen”.

Zware zonde

Het kan ook zijn dat ik meen een zonde bedreven te hebben die zo ernstig van aard is dat ik niet tot Christus durf te komen. Een bepaalde zonde die gebeurd is in het verleden, kan ons hinderen om bij onszelf te denken dat Christus ook gewillig is om ons te ontvangen. Guthrie laat zien dat kinderen van God ook zware en ernstige zonden hebben begaan. Is onze zonde dan groter dan de afgoderij van Salomo? Wat wordt zijn leven als koning op den duur in de Bijbel getekend als een leven dat gekenmerkt wordt door afval van de Heere? Guthrie gaat er van uit dat ook Salomo zalig is geworden. Kijkt u eens naar de afgoderij, moord en tovenarij van Manasse. Hij was een goddeloze koning bij uitstek. Toch werden al zijn zonden vergeven door het bloed van de verzoening en ontving hij Gods genade. Petrus heeft de Heere Jezus verloochend. Maar hij werd door de Heere Jezus weer in genade aangenomen aan de zee van Tiberias. De apostel Paulus was eerst een wrede vervolger van de gemeente Gods. Hij sleepte Gods kinderen uit hun huizen en zette ze in de gevangenis. Maar Gods genade viel ook hem ten deel, ondanks zijn zware zonden.

Guthrie voegt er wel aan toe dat deze zonden niet staan opgeschreven om daarmee je zonden goed te praten of om te denken dat het niet zo erg is wanneer je zondigt. Maar deze voorbeelden “worden aangehaald tot aanprijzing van de rijke en vrije genade van God, en tot aanmoediging van arme berouwvolle zondaren om tot Christus te komen.”

Deze genoemde zondaren hebben allemaal vergeving van zonden ontvangen. De Heere kijkt niet naar meer of minder zonden. In het leven van Paulus wordt duidelijk dat de Heere zelfs de grootste van de zondaren wil zalig maken. Paulus is door de Heere gegeven als een voorbeeld. Hoe erg een zondaar ook gezondigd heeft, hij kan vergeving van al zijn zonden ontvangen. Onze zonden, ook onze ernstige zonden, zijn geen reden om bij de Heere weg te blijven. De Heere laat zien in Zijn Woord dat elke zonde bij Hem in aanmerking komt om vergeven te worden. De Heere heeft openlijk verklaard dat dit een getrouw woord is en alle aanneming waardig, namelijk dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken, “van welke ik de voornaamste ben, 1 Tim. 1:15. Zelfs hij die de voornaamste der zondaren is, naar eigen begrip, is gehouden te geloven en dit woord aan te nemen.”

Bijzondere zonden

Guthrie weet dat een zondaar soms hierop antwoord dat zijn zonde toch wel heel bijzonder is, waardoor hij niet komt. Ondanks dat de Heere betuigd heeft dat de grootste van de zondaren welkom is. Wanneer wij zeggen dat wij gezondigd hebben tegen beter weten in, dat zegt de Schrift dat David dat ook deed. Hebben wij gezondigd nadat de Heere ons bijzondere weldaden heeft gegeven? De dronkenschap van Noach was ook na zo’n bijzondere uitredding. Was onze zonde met bedachtzaamheid en overleg? Dat was ook de zonde van David toen hij een brief schreef om Uria voor aan in de strijd te plaatsen. Doen wij dezelfde zonde keer op keer? “Dat deed Lot, dat deed Petrus, dat deed Josafat toen hij zich aansloot bij Achab en Joram. Zijn er vele grote zonden tegelijk in uw hart? dat was ook het geval met Manasse.” Hebben we ons hele leven nog verzet tegen de Heere, de moordenaar aan het kruis was wederspannig tot het uur van zijn dood toe en toch verkreeg hij genade. Zo maakt Guthrie ons duidelijk uit de Schrift dat er geen zonde is met welke bijzondere omstandigheden ook, of we vinden ze terug in het leven van Gods kinderen. En zij hebben ondanks die zonde, genade ontvangen. “Al hebt u uw geld gedurende lange tijd uitgegeven voor hetgeen geen brood is, Jes. 55:1,2, zo is het nu des te meer nodig u te haasten en een toevlucht te zoeken.”

U proeft in deze woorden hoe Guthrie de grootheid van Gods genade aanprijst. Gods genade zoekt werkelijk geen enkele verdienste in de mens. God geeft Zijn genade, hoe erg je ook hebt gezondigd tegen de Heere. Gods goedheid en ontferming zijn oneindig groot Onze zonden zijn geen verhindering om tot de Heere te gaan. Gods genade is overvloedig voor de grootste van de zondaren. Guthrie wil zo elk argument wat een zondaar heeft om niet tot Christus te gaan, wegnemen. Hij laat zien dat de gerechtigheid van de Heere Jezus een volkomen gerechtigheid is. De gerechtigheid van de Heere Jezus is voldoende voor de grootste zondaar. Wanneer wij dan vanwege onze zonden bij Christus wegblijven, spreken we min of meer ook uit dat de gerechtigheid van Christus niet genoeg is voor ons. “Hij zal allen van hun aangezicht verdrijven, die durven zeggen dat hun zonden en hun toestand zodanig waren, dat zij het voor hun redding niet durfden te wagen op de volmaakte gerechtigheid van Christus.”

Zonde die niet te vergeven is

Mensen kunnen aangevochten worden met de gedachte dat zij de zonde tegen de Heilige Geest bedreven hebben. Van deze zonde zegt de Schrift toch duidelijk dat God die zonde niet vergeeft. Guthrie gaat uitvoerig op de zonde tegen de Heilige Geest in. Het lijkt me beter om de volgende keer D.V. dit in zijn geheel te behandelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Des Christens groot interest (13)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken