Bekijk het origineel

Hagel en toorn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hagel en toorn

7 minuten leestijd

Hagel

Ons land dreigt al paarser te worden. Een tweede paars kabinet zal hoogstwaarschijnlijk binnen afzienbare tijd aantreden. De verkiezingsuitslag is duidelijk. Land en volk nemen al meer afscheid van God en Zijn gebod. U hebt kunnen lezen van nieuwe beleidsvoornemens: het homo-huwelijk moet worden ingevoerd en euthanasie moet uit het strafrecht worden gehaald. Zou het toevallig zijn dat er noodweer kwam in diverse delen van ons land?

Zou de Heere ons daarin niet iets te zeggen hebben? Klinkt er geen waarschuwing in door en een ernstige en welmenende oproep tot bekering?

Hagel was de zevende plaag die over Egypte kwam. De farao weigerde steeds opnieuw de Heere te gehoorzamen. Hij wilde het volk Israel niet laten trekken. Daarop deed de Heere een zeer zware hagel regenen zoals er in Egypte nog nooit was geweest, Exodus 9:18. In het boek Openbaring wordt er meer dan eens over hagel gesproken. We lezen in Openbaring 8:7 “En de eerste engel heeft gebazuind en er is geworden hagel en vuur, gemengd met bloed, en zij zijn op de aarde geworpen; en het derde deel der bomen is verbrand, en al het groene gras is verbrand.” We lezen in Openbaring 11:19b “En er werden bliksemen en stemmen en donderslagen en aardbeving en grote hagel.” Tenslotte lezen we in Openbaring 16:21 “En een grote hagel, elk als een talentpond zwaar, viel neder uit den hemel op de mensen; en de mensen lasterden God vanwege de plaag des hagels; want deszelfs plaag was zeer groot.”

Deze Schriftgegevens roepen herinneringen op aan datgene wat plaatsvond in Egypte. Maar de gerichten die het boek Openbaring ons beschrijft zijn geweldiger van omvang en van uitwerking. Er wordt geschreven over zwaar onweer met hagel. Wanneer we lezen van bloed hebben wij waarschijnlijk te denken aan bloedige verwondingen die mensen en dieren kunnen oplopen vanwege de grote hagelstenen. De blikseminslagen veroorzaken het verbranden van bomen en gras. In Openbaring 16 lezen we van zeer grote en zware hagelstenen. Dit doet denken aan Richteren 10 waar de Heere grote hagelstenen op de legers van de Kanaanietische vorsten deed neerkomen. Daardoor stierven er meer kanaanieten dan door het zwaard van de Israelieten. Maar wat staat beschreven in het boek Openbaring gaat daarboven uit. Hagelstenen van 40 kilogram komen neer op de aarde. Mensen en dieren worden dodelijk getroffen. Steden en dorpen worden erdoor verwoest. De toorn Gods zal ontzettend zijn. Wanneer we letten op deze Schriftgegevens moeten we dan niet zeggen dat de waarschuwende Stem des Heeren heeft gesproken tot land en volk? Er ligt een duidelijk verband tussen de hagel en de toorn Gods.

Geslagen en geen pi jn gevoeld

Ons meeleven gaat uit naar hen die getroffen zijn door de hagel. Zij hebben niet meer kwaad gedaan dan anderen. Het valt niet mee als de fruitbomen door de hagel zijn getroffen of als kassen zwaar zijn beschadigd en een deel of zelfs een groot deel van het gewas in de kas of op het land onbruikbaar is geworden.

Een zaak die we evenwel onder ogen moeten zien is dat het kwaad in ons land en onder ons volk zich vermenigvuldigt. Meerdere malen heeft de Heere gesproken in het recente verleden. De varkenspest is nog maar net achter de rug. Weten we het nog? Het is ook nog niet zo lang geleden dat de rivieren dreigden te overstromen. Nu de hagel die grote schade heeft aangericht. Wat doen we als land en volk met deze roepstemmen? Moet het van land en volk gelden: Geslagen en geen pijn gevoeld? We lezen in Jeremia 5:3 “O HEERE, zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren.” De pijn van de slagen werd wel gevoeld. Het doet immers pijn wanneer er geslagen wordt. Maar het heeft in de tijd van Jeremia niet gebracht tot waarachtige bekering. Het volk heeft zich verhard onder de slagen. Zij hebben geweigerd zich te bekeren.

Ook in het boek Openbaring staat deze ontzettende reactie van zondige mensenkinderen opgetekend. We lezen in Openbaring 16:21 “En de mensen lasterden God vanwege de plaag des hagels.” Er kwam geen vernedering onder de krachtige en slaande hand Gods. Er steeg geen schuldbelijdenis op vanuit een verbroken hart en een verslagen geest, maar godslasterlijke woorden werden uitgesproken. Men wendde zich niet tot de Heere met smeking en geween. Men bleef vreemd aan de droefheid over de zonde naar God die een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid. De verzenen werden tegen de prikkels geslagen. Men sloeg zich niet op de borst als teken van verootmoediging. De plaag was zeer groot en de verharding was ook zeer groot. We vrezen dat dit in onze tijd ook de werkelijkheid is. De slagen komen van Godswege over ons vaderland. Het zijn slagen die pijn doen. Maar de waarachtige bekering blijft uit. Er is daartegenover sprake van een voortgaan op de weg al verder bij God vandaan. Welke oordelen zullen nog komen? Wat staat land en volk nog te wachten? Wat zullen onze jonge mensen misschien nog moeten meemaken?

Bekering

Bekering is noodzakelijk zal het wel zijn voor de eeuwigheid. Wat slagen en oordelen op zichzelf niet kunnen bewerken kan de Heere wel tot stand brengen. In Zijn almacht en naar Zijn vrijmacht worden stenen harten tot vlezen harten herschapen. Gods Woord zegt: “Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden.” Waar de Heere gaat werken wordt het hardste hart verbroken. Waar de Heere gaat arbeiden kan de satan dit niet keren. Waar de Heere het hart gaat verbreken kan de wereld dit niet tegenhouden. Ook de zondigheid in eigen hart en leven kan het werk Gods niet keren. De Heere werkt krachtdadig en onwederstandelijk.

De mens die in Adam gebogen heeft voor de satan en de duivel altijd zou blijven dienen wordt tot een onderdaan van de allerhoogste Majesteit gemaakt. De vraag wordt geboren: “Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?” Is het uw vraag al worden? Is het jouw vraag al geworden? De Heilige Geest werkt krachtdadig en onwederstandelijk. De grote Hogepriester van het Nieuwe Testament blijft bidden aan de rechterhand van Zijn Vader: “Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zi j Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging der wereld.” Dat gebed wordt verhoord. Daarin ligt de zekerheid van de zaligheid van al Gods kinderen. De Heere bewaart en beschermt Zijn onderdanen in tijden van verval en dwaling. Hij bewaart hen ten tijde van vervolging en verdrukking. Dwars door de oordelen heen zullen zij zalig worden. De eeuwen door heeft de Heere een volk dat het mag gaan belijden Gods gramschap dubbel waardig te zijn. Zij hebben het verdiend weggestormd te worden door de hagel van Gods toorn. Maar welk een wonder te mogen gaan zien dat Christus plaatsvervangend de toorn Gods heeft gedragen. Hij heeft vergeving en zaligheid verworven. Dat we ons dan zouden mogen haasten om ons levens wil. De wederkomst nadert immers al meer. De dag komt dat Jezus Christus zal wederkomen om te oordelen de levenden en de doden. Dan is er geen bekering meer mogelijk voor de onbekeerden. Dan zal de eeuwige zaligheid werkelijkheid worden voor allen die de Heere ootmoedig mochten leren vrezen. Waar zult u zijn in de eeuwigheid?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Hagel en toorn

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken