Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Oude schrijvers lezen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Oude schrijvers lezen

10 minuten leestijd

Wie oude schrijvers zijn

Onder de zogenaamde oude schrijvers moeten we uiteraard niet alle schrijvers verstaan die in vorige eeuwen boeken hebben geschreven. Oude schrijvers zijn theologen die de gereformeerde belijdenis wilden handhaven en de gereformeerde vroomheid voorstonden. We bevinden ons dan op het terrein van de Nadere Reformatie die de godsvrucht centraal stelde en wilde laten doorwerken in kerkelijk, maatschappelijk en politiek opzicht. We zouden het ook zo kunnen zeggen dat niet alleen de leer zuiver moest zijn, maar dat ook het leven overeenkomstig de zuivere leer zou moeten zijn. De juiste leer zou allesbepalend moeten zijn voor het leven in al zijn verbanden. Het is volstrekt onjuist een zuivere leer aan te hangen en een zondig leven te leiden. Daarin ligt tegelijk een vraag aan ons als lezers opgesloten. Is het ook zo dat zij die pal wensen te staan voor de aloude waarheid er ook naar streven dat die waarheid het levensgedrag en levenspatroon bepaalt? Het zou ontzettend zijn als leer en leven een schrille tegenstelling met elkaar zouden vormen. De oude schrijvers hebben een open oog gehad voor dit gevaar en deze werkelijkheid uit hun dagen. Zij begeerden de leer der godzaligheid te beleven. Zij wilden het leven laten bepalen door de zuivere leer der reformatie. De leer der reformatie moest het leven doortrekken. Het gaat niet alleen om rechtvaardiging, maar ook om heiliging. Vanuit de Heilige Schrift moest het leven gereformeerd worden. We kunnen niet alle zogenaamde oude schrijver in dit artikeltje opsommen. We willen volstaan met het noemen van die oude schrijvers die behandeld worden in het boek “Oude schrijver. Een kennismaking.” Daarin worden achtereenvolgens behandeld: Jean Taffin, Willem Teellinck, Godefricus Udemans, Gisbertus Voetius, Theodorus à Brakel, Jodocus van Lodenstein, Guiljelmus Saldenus, Jacobus Koelman, Herman Witsius, Wilhelmus à Brakel, Abraham Hellenbroek, Bernardus Smytegelt, Wilhelmus Schortinghuis, Alexander Comrie en Theodorus van der Groe. Deze selectie omspant een periode van ruim twee eeuwen: vanaf circa 1550 - 1784, het sterfjaar van Van der Groe.

Neem tijd om oude schrijvers te lezen

Er wordt in onze tijd niet zoveel gelezen als in vroeger dagen. We zouden het misschien nog anders moeten neer schrijven: Er wordt in onze tijd veel te weinig gelezen. Het leven is gejaagd. Ieder heeft het druk met van alles en nog wat. Een kleine brochure, een tijdschrift met wat anecdotes uit de kerkgeschiedenis, een gezinsblad en een kerkblad, verder komt men vaak niet. Wie neemt er een gedegen boek ter hand? Wie verdiept zich daarin? Wie neemt hier de moeite voor? Wie neemt er de tijd voor? Wie ziet hier waarde in? Wellicht kent u meerdere oude schrijvers die hierboven zijn opgesomd van naam, misschien hebt u ook wel boeken van oude schrijvers in uw boekenkast staan, maar leest u ze ook? Ze zijn het lezen, onderzoeken en overdenken zeker waard. De komende weken mag er door velen rust genomen worden. Er zullen er zijn die thuis blijven. Er zijn er ook die elders in eigen land, of in het buitenland verblijven. Op gepaste wijze mag genoten worden van het natuurschoon. De Heere heeft alles geschapen, Hij onderhoudt en regeert ook alles. Wanneer we het zo mogen zien eindigen we niet in de natuur, maar in de Schepper en Onderhouder van de natuur. Het zou een goede zaak zijn één of meer boeken mee te nemen. Als kennismaking met de oude schrijvers kunnen we het boek “Oude schrijvers. Een kennismaking” met ons meenemen of een oude schrijver zelf. Wie dit doet en de komende tijd zich erin mag verdiepen zal ontdekken dat er vele schatten verborgen liggen in de zogenaamde oude schrijvers.

Schatten opdelven

Het boek “Oude schrijver. Een kennismaking” laat ons iets zien van de schatten die bij de oude schrijvers zijn te vinden. De verleiding is groot om van elk van de genoemde oude schrijvers iets weer te geven. Maar dan zou dit artikel veel te lang worden. Om u toch een kleine indruk te geven van de inhoud en de betekenis van de zogenaamde oude schrijvers willen wij enkele zaken uit dit boek noemen. Het boek wil een indruk geven van wat de oude schrijvers met hun geschriften nagestreefd hebben. Eerst wordt de persoon van de schrijver geschetst, dan volgen enkele karakteristieke stukken uit het werk van de schrijver. Wat de weergave betreft is er enige aanpassing aan de stijl en het taalgebruik van onze tijd: Lange zinnen zijn verdeeld, bepaalde woorden of uitdrukkingen zijn vervangen, de stijl wordt alleen aangepast zonder aan de inhoud tekort te doen, toevoegingen van de hand van de bewerker staan tussen haken.

Zeven dwaasheden

Jean Taffin (ca. 1529-1602) schreef over zeven dwaasheden: “Een mens is volkomen dwaas, totdat zijn gezindheid verandert. Er zijn zeven dwaasheden:

1. Niet te geloven dat er een God is.

2. De mens hoger te achten dan God.

3. Denken dat we altijd blijven leven.

4. Het doel van het leven niet te kennen.

5. Over geluk of ongeluk oordelen aan de hand van uiterlijkheden.

6. Meer geloof te hechten aan onze vijanden dan aan onze vrienden.

7. “Zichzelf wijs te achten.” Citaat blz. 46.

Het gezinsleven

Van W. Teellinck, de vader van de Nadere Reformatie, lezen we op blz. 58 aangaande het gezinsleven dat niemand zich tot het werk mag begeven voordat hij gebeden en gelezen heeft uit Gods Woord, ook rond het middaguur vond dit plaats: “Dan verzamelde zich het hele gezin, jong en oud, en las men gezamenlijk een hoofdstuk in volgorde uit de Heilige Schrift. Zo toebereid door het lezen van het Woord, riepen zij eendrachtig met gebogen knieën de Naam des Heeren aan. Wanneer zij het eten door een kort gebed gezegend hadden, spraken zij aan tafel samen over hetgeen een ieder uit het hoofdstuk had opgemerkt... Na het eten zongen zij samen een Psalm en dan keerde zich een ieder weer tot zijn werk. Dit deden zij ‘s avonds voor het eten en ook aan tafel op dezelfde manier. Tegen dat zij naar bed zouden gaan, overdachten zij de loop van de dag, tussen God en zichzelf alleen - sommigen deden dit al voor het eten - en zo bevalen zij zich God door het gebed, naar de gelegenheid van ieders omstandigheden. In de week werden ook de preken die dan gehouden werden naarstig waargenomen. Zaterdags werden in de middag de weinig gevorderden, het dienstpersoneel en de kinderen gecatechiseerd. Op de dag des Heeren kwamen zij ‘s morgens voor de preek samen, lazen zij een hoofdstuk en baden eendrachtig. Daarna spoedden zij zich naar de kerk, gaven acht op alles en luisterden met aandacht toe, als mensen die wisten dat zij rekenschap zouden afleggen of eisen van wat zij hadden gehoord. Sommigen schreven de preek uit de mond van de dienaar op.

Thuisgekomen paste ieder wat hij gehoord had in het bijzonder aan zijn consciëntie toe en bad de Heere om een zegen daarover, ‘s Middags aan tafel sprak men over de preek en na een gezongen Psalm vertrok ieder om zich door gejped en heilige overdenking weer voor te bereiden tot het horen van het Woord.”

Zou er in onze gezinnen niet het een en ander of zelfs veel veranderd dienen te worden? Is het niet nodig de lessen die hierin liggen ter harte te nemen?

Zingen

Van W. a Brakel geven wij een citaat over het zingen (blz. 229): “Het is verwonderlijk dat de godvruchtigen in Nederland zo weinig lust hebben tot zingen en het ook zo weinig doen. Het is waar, het is de loomheid (traagheid) die onze natie boven andere kenmerkt, om weinig te zingen. Hoewel, de wereldse mensen zingen wel, maar dat zijn ijdele liederen die het hart tot ijdelheid en onkuisheid opwekken. De godvruchtigen zijn echter doorgaans met stomheid geslagen in dit opzicht. De een zegt: Ik ben bedrukt, de ander: Ik heb geen stem, de derde: Ik ken geen wijs (ik ken de wijs niet of ik kan geen wijs houden), de vierde: Ik durf niet, omdat de buren het zouden horen en mij voor een huichelaar zouden houden. Maar het schort hem niet zozeer daaraan; het ligt veeleer aan zijn tegenzin. Was het hart geestelijker en vrolijker, dan zou men de Heere wel meer met vrolijk gezang loven en ons en anderen daardoor opwekken. Ik spreek niet alleen van het zingen in de kerk (Maar daar is het overigens met het zingen zo treurig gesteld dat) velen zelfs niet meezingen en sommigen op zijn best de Psalm meelezen zonder hun mond open te doen. Daarom is het nodig dat ik een ieder tot zingen opwek, niet alleen van de Psalmen, maar ook van geestelijk liederen. ... Weet, dat het geen middelmatige zaak betreft, die ge doen of ook laten moogt. Het is een bevel van God.” We mogen ons aan de hand van dit citaat wel de vraag stellen: Zingen wij en hoe zingen wij?

Heilig Avondmaal

Tenslotte nog een citaat van Abraham Hellenbroek, blz. 241 en 242 aangaande het Avondmaal: “O, duizenden van mensen komen er aan het Avondmaal zitten zonder mond; en is dat niet een misselijke vertoning? Als men eens aan een tafel een aantal mensen zag aanzitten zonder mond, zou men niet denken: die mensen zijn er alleen maar voor het gezicht en het gezelschap? Maar zo zijn er ook een menigte avondmaalgangers, die er komen, enkel maar om het gezicht, in een uiterlijke vertoning. Zij hebben geen mond, wel een uiterlijke mond om dat beetje brood en wijn uiterlijk te ontvangen, maar zonder geestelijk mond om geestelijk voor de ziel te eten; mensen, die noch geloof, noch begeerte hebben...

Maar ik wend mij liever tot de kinderen van de Heere. O, u, die het waarlijk te doen is om een verborgen genieting, die dorstig uitziet naar de Heere en naar Zijn volheid; kijk, voor u is dit woord. Kom, open nu hier maar eens wijd uw mond en de Heere zal hem vullen. Hier is nu geen reden van schroom. Zie daar, het is des Heeren eigen raad; het is Zijn gebod; u mag het niet laten; het is Zijn wens...

Och, ik kan u verzekeren, u zult er zo goed bij voelen; de Heere zal u niet ledig wegzenden, maar zie daar. Zijn mond en belofte; Ik zal u vervullen.”

Mogen wij naast een lichamelijke al een geestelijke mond hebben?

Moge het lezen van oude schrijvers door jong en oud waargenomen worden en bovenal gezegend worden.

N.a.v. “Oude schrijvers. Een kennismaking”, door dr. W. van ‘t Spijker, dr. H. Florijn, drs. C.J. Meeuse, dr. A. de Reuver, dr. H.J. Selderhuis.

Uitgeverij Den Hertog - Houten, 335 blz., ƒ49.50.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Oude schrijvers lezen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken