Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Mij zal niets ontbreken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Mij zal niets ontbreken

Psalm 23

8 minuten leestijd

Douglas MacMillan, voormalig schaapherder

Er verscheen een bijbelstudie over Psalm 23 in Nederlandse vertaling ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Bond van Chr. Geref. Vrouwenverenigingen. De auteur, Douglas MacMillan is voordat hij theologie ging studeren schaapherder geweest in de Schotse Hooglanden. Na gestudeerd te hebben in Edinburgh werd hij predikant van de Free Church of Scotland, daarna hoogleraar kerkgeschiedenis in Edinburgh. De eerste 45 blz. van het boek vormen een wat lange inleiding, de volgende 50 blz. bevatten een meditatieve weergave over Psalm 23. Pas na 18 jaar gepreekt te hebben, heeft de auteur gepreekt over Psalm 23 (blz. 7). In Schotland is het de gewoonte Psalm 23 te zingen op een begrafenis, wat door de auteur nogal eens werd geweigerd (blz. 10), omdat de persoon die begraven werd in zijn of haar leven niets van de Herder wilde weten. De kracht van het boek van MacMillan is dat hij vanuit zijn eigen praktijk als schaapherder Psalm 23 weet te belichten. Soms worden verrassende inzichten geboden. Het boek is op deze wijze een waardevolle aanvulling op andere werken die wat de bevinding van Gods kinderen betreft onzes inziens meer te bieden hebben.

Het sterven van de Goede Herder

Op blz. 14 wordt geschreven over de dood van Christus. Hier is uiteraard geen sprake van Zelfdoding. Zelfdoding is immers zonde. Christus is zonder zonde ook in het offer van Zichzelf. De Heere is Zelf actief in Zijn offerdood. De mens is slachtoffer als de dood komt, maar de Heere niet. De Goede Herder is de Overwinnaar over de dood. Nooit was Hij actiever dan in de daad van Zijn dood. De Herder heeft Zijn leven afgelegd voor de schapen. Hij heeft Zichzelf gegeven in de dood. Prof. Murray heeft daarvan geschreven dat de dood niet Zijn lot was maar Zijn daad. “Het is alsof de eeuwige Zoon van God Zijn menselijk lichaam in een hand nam, en Zijn menselijke ziel in de andere, en Hij scheurde ze, scheurde ze uit elkaar.” Op blz. 31 staat terecht dat herders veel tijd aan hun schapen besteden omdat ze duur betaald zijn. Zo besteedt Christus volmaakte zorg aan Zijn schapen omdat Hij betaald heeft met de prijs van Zijn Bloed.

Merktekenen van de schapen

Spurgeon heeft eens gezegd dat de schapen een merkteken in hun oor en in hun voet hebben: Schapen horen immers naar de stem van de herder en volgen de herder. Op het eiland Lewis, een van de Hebriden, duidt men iemand die tot bekering is gekomen aan als iemand die is begonnen te volgen. Hij volgt het Evangelie, wil dan zeggen dat God beslag op zijn leven heeft gelegd (blz. 41). Op blz. 51 verhaalt de auteur hoe hij 6 maanden voor een lammetje had gezorgd. Bijna drie jaar had hij dit schaap niet gezien, maar na drie jaar herkende het schaap hem direct. De vraag voor ons is of we dit merkteken in oor en voet al hebben. In Adam hebben wij geleerd te luisteren naar de satan. Mag er door genade al een luisteren zijn naar de Goede Herder? Door de zondeval volgen wij de satan. Dit volgen zal brengen in de eeuwige ondergang. Mag er al een volgen van de Goede Herder zijn? Dat volgen zal niet teleurstellen. Dat volgen zal brengen in het hemels Kanaän.

Nederliggen

Op de blz. 56-60 worden vier redenen opgesomd waarom schapen niet gaan liggen:

1. Vrees, een schaap dat bang is zal nooit gaan liggen. 2. Vijandschap binnen de kudde: een zogenaamd pest-kopschaap. Een schaap dat de rust in de kudde verstoort.

3. Een schaap dat last heeft van vliegen of insecten zal ook niet gaan liggen.

4. Een hongerig schaap zal nooit gaan liggen.

De auteur past dit ook toe. We willen een voorbeeld doorgeven: de vliegen en insecten: “In het leven van de christen laten we heel wat dingen toe die in feite maar insecten zijn, kleinigheden, details, waardoor we geplaagd en teleurgesteld worden. Wat moeten we daarmee doen? Ze meenemen naar de Herder, omdat onze vrede erdoor wordt verstoord. Het kan onze bezorgdheid zijn over morgen of over overmorgen; het kan de zorg zijn om de vraag hoe je weer een hele winter voor dezelfde mensen zult moeten preken, of hoe je het voor elkaar krijgt weer een hele winter naar dezelfde droge dominee te luisteren. Wij maken ons zorgen over de toekomst, over wat er al of niet gebeuren kan. Dat zijn allemaal vliegen van de satan, om ons af te leiden, ons lastig te vallen en onze rust te verstoren.”

Bijbellezen en gebed

In het westelijke gedeelte van de Schotse Hooglanden rijzen steile rotsten bijna loodrecht op uit zee. Die rotsen hebben richels waar een heel groen soort gras op groeit. Dat gras is voor de schapen aantrekkelijk en gevaarlijk. Dan lezen we op blz. 62: “Net als met ons het geval is, vinden schapen het gras aan de andere kant altijd lekkerder. Het gras op de moeilijkste en gevaarlijkste plaatsen ziet er altijd het lekkerste uit. De dominee in de kerk verderop is altijd een stuk beter dan die in je eigen kerk. Buurmans gras is altijd groener. Wat zijn we toch dwaze mensen!” Soms werd het de dood van een schaap. Het had wel genoeg te eten op zo’n richel, maar kon er niet meer afkomen en had dus niets te drinken. Al werd het schaap nog levend gered, het ging toch enkele dagen later dood omdat het gras van binnen tot een harde, massieve bal was geworden. Het schaap was volkomen uitgedroogd. De auteur past dit toe op een lezen van de Bijbel zonder gebed. Hij trekt ook de lijn naar preken die niet biddend zijn voorbereid. Hij erkent eerlijk dat dit zijn grootste zwakheid is. Hij haalt een uitspraak aan van Kenneth N. Taylor. Als hem gevraagd werd om over een uur een preek te houden ging hij drie kwartier van die tijd op zijn knieën en een kwartier las hij zijn commentaren. Hoe is dat onder ons?

Vroeg op

De dauw is aanwezig in de vroege morgen, ‘s Ochtends half acht en zeker om half negen is de dauw verdwenen. Spurgeon, MacCheyne en anderen hadden de gewoonte vroeg op te staan. Zo spraken ze eerst met de Heere voordat zij met mensen spraken. Oorzaak van verslapping in het geloofsleven is dit niet getrouw waar te nemen. Er dient tijd genomen te worden voor gebed en bijbellezen, voordat men aan de dag begint. MacMillan schrijft dat hij heel wat jonge kinderen Gods ontmoette die verslapten en verkilden omdat zij het biddend lezen van de Bijbel achterwege lieten. Zou dit ook geen oorzaak van verslapping en verkilling in onze tijd kunnen zijn? Soms na het opstaan geen tijd om te eten, om uit de Bijbel te lezen en om te bidden. Of slechts heel vluchtig uit de Bijbel lezen en bidden zodat het niets nalaat. Bekeert u daarvan!

Dat van de schaduw des doods

In Psalm 23 staat: “Al ging ik ook door een dal der schaduw des doods.”

Opmerkelijk is dat er niet staat dat het schaap in de doodsvallei loopt, maar dat het er door gaat. Dat wil zeggen dat het schaap de uitgang van het dal al ziet. De dood is voor ieder schaap een poort om nog dichter bij de Herder te zijn. De schapen lopen door het dal over een smal paadje. Aan de kant van het pad staat de engel des doods. Er is echter alleen schaduw als er licht in de onmiddellijke omgeving is. Achter de dood is het licht van het leven van de Herder, het licht van het opstandings-leven van Christus. Tussen Gods kind en de heerlijkheid die hem zal toebehoren ligt de dood. Het schaap heeft alleen maar te lopen door de schaduw en de heerlijkheid komt al dichterbij.

Een overvloeiende beker

MacMillan vertelt van zijn eerste Avondmaalsgang. Een predikant van 84 jaar ging voor. De tekst was “Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan” (Matth. 26:39). De beker die Christus moest drinken was tot de rand toe gevuld met toorn, de toorn van de heilige, almachtige God. De Herder “ziet op naar de Vader en zegt: ‘Vader, indien het mogelijk is’. Maar nee, zei Hij, ‘Zijn handen gaan weer omhoog, Hij neemt de beker en Hij zet die aan de lippen.’ Toen zei hij: ‘Weet u wat Hij doet? Hij drinkt de beker leeg tot de droesem toe’.” Daarna vulde Hij de beker met eeuwige liefde. Nu wordt die beker aangereikt aan de schapen. Een overvloeiende beker van liefde Gods.

N.a.v. J. Douglas MacMillan, Mij zal niets ontbreken, vertaling dr. J.W. Maris, 96 blz., ƒ 18,50, 2e druk. Uitgeverij J.J. Groen en Zoon, Heerenveen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Mij zal niets ontbreken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken