Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Boekbesprekingen

10 minuten leestijd

JBGG Woerden, Wees jezelf, Waar kies je voor?, deel 2, 128 blz., ƒ 12,90, bestemd voor jongelui vanaf 16 jaar.

Een breed scala van onderwerpen wordt in het kort aan de orde gesteld. Het boekje bestaat uit 20 hoofdstukjes. Enkele zaken willen we noemen: Popmuziek, gospelmuziek, moderne media, verslaving, vrijetijdsbesteding, milieu, bidden voor je eten op het werk. We lezen op blz. 25: “Tijdens een bijeenkomst van jongeren vroeg ik wat ze het moeilijkst vonden op de eerste werkdag in een nieuwe baan. Het antwoord was: ‘Bidden voor het eten’!” Het boekje bevat veel nuttige stof tot bezinning en standpuntbepaling voor onzejongeren.

Ds. Joz. A. de Koeijer, Ontmoeting met Dr. D. Martyn Lloyd-Jones,

Herkenning of verwarring?, 47 blz., ƒ 7.50, Uitgeverij De Banier - Utrecht. Achtergrond van de zienswijze en prediking van Lloyd-Jones worden belicht: De opvatting over de vleselijke mens in Rom. 7:14 en de doop of de verzegeling met de Heilige Geest, waarbij vraagtekens geplaatst kunnen worden. Het verhelderende boekje is gebaseerd op een lezing gehouden op de “Haamstede Conferentie”.

Ds. J.W. Slager, Gij hebt mijn rechterhand gevat, 62 blz., ƒ 14,90, Uitgeverij de Groot Goudriaan -Kampen.

Het boekje verscheen eerder in 1977. De ondertitel luidt: ‘Herinneringen aan Pieternella Neele en Aagje de Vries.’ Het boekje is nu door J.M. Vermeulen voorzien van een levensschets van Ds. J.W. Slager. Het boekje tekent hoe de Heere heeft gewerkt in het leven van twee kinderen Gods. Om u een indruk te geven willen wij u iets weergeven uit dit boekje. Op blz. 20 wordt verhaald hoe de keuze van Ruth gedaan mocht worden. Dan lezen we op blz. 21: “Zij was niet zoals velen menen in deze dagen, die zeggen dat ze met Ruth de keus hebben mogen doen, en daarin gelukkig zijn. O neen, de ware keus maakt ons juist ongelukkig in onszelf, want in de keus bezit men niet wat men verkiest, alleen heeft het tot eigenschap een aanklevend leven.” Gods volk wordt dan als het gelukkigste volk gezien. “Maar ach, zij stond daar buiten, buiten God en buiten dit zalige leven, waarin dat volk zich mocht verlustigen o, dat gevoelige buitenstaan en nochtans zo’n innerlijke betrekking te ontwaren op dat volk en op dat leven.”

Ds. J.J. Poort, Mijn bijzonderste vrienden, Herinneringen uit mijn leven, 55 blz., ƒ 14,90, Uitgeverij de Groot Goudriaan - Kampen.

Vlak voor zijn sterven heeft Ds. Poort dit boekje ingesproken op de band. Hij was niet meer in staat om te schrijven. Op de hem eigen wijze verwoordt Ds. Poort wat hij aan meerdere mensen heeft mogen hebben tijdens zijn leven. Op blz. 44 haalt hij een uitspraak aan van zijn vader: “Een dominee wiens ambtsgeheim niet absoluut verzekerd is, kan beter zijn toga aan de wilgen hangen.”

William Huntington, De Fontein des levens. Verzamelde leerredenen (3), 191 blz., ƒ 39,90, Uitgeverij de Groot Goudriaan - Kampen.

Uit het Engels vertaald door mevr. G.H.C. Pas-Donker. De leerredenen zijn oorspronkelijk gepubliceerd in deel VI van de zgn. Collingridge-edition (London 1856). Met dit lezenswaardige boek is het derde en laatste deel van een serie Nederlandse vertalingen van Huntingtons leerredenen verschenen. In de vertaling wordt de Statenvertaling gehanteerd behalve waar het eigene van de King James-vertaling bepalend was voor de context. De volgende leerredenen zijn opgenomen: De wet bevestigd door het geloof in Christus (Romeinen 3:31), Het nut van boeken en de uitnemendheid van perkamenten (Num. 21:14 en 2 Tim. 4:13), Een beschrijving en een rechtvaardiging van de dienstknecht des Heeren (Jes. 66:14, Mal. 3:18 en 2 Tim. 2:24, 25), Nafthali of heilige worstelingen (Genesis 30:8, Efeze 6:12), De vertrekken, de uitrusting en het gevolg van Immanuël (Ps. 145:6 en Ps. 104:3). Om u een indruk te geven citeren wij uit blz. 168: “Er zijn velen die zoeken in te gaan terwijl zi j in dit leven zijn en dit toch niet kunnen. De reden is dat ze nooit zo verlicht waren dat ze de heerlijkheid, de schoonheid, de uitnemendheid en de dierbaarheid van de hemelse Zaligmaker zagen. Ook werden ze nooit getrokken door de Geest der liefde, zodat ze ervoeren dat de dingen die boven zijn, geestelijk zijn. Ik zeg dat er niets onder de zon is wat zo bekoorlijk is voor de mensen als de zonde of dat er altijd een aardse schat zal zijn die meer glans heeft in hun ogen dan de heerlijkheden van de hemel, tenzij zij verlicht worden zodat ze de dierbaarheid van de Zaligmaker zien en levend gemaakt worden door de werking van de Heilige Geest, zodat ze kennis krijgen aan de onuitsprekelijke vreugde, de werking van de liefde, de hemelse heerlijkheid, de zoete verlossing en vrijheid van de ziel en de heerlijkheid en schoonheid van de gerechtigheid van Christus en de volheid der genade die er in Hem is.” De preken (verhandelingen) bevatten veel goeds.

C.H. Spurgeon, De troon der genade, Twaalf preken over het gebed. 184 blz., ƒ 26,90.

Spurgeon leefde van 1834-1892. Er worden veel goede dingen in deze preken gevonden. We geven een citaat uit een preek over Psalm 70:6 ‘Doch ik ben ellendig en nooddruftig; o God, haast U tot mij; Gij zijt mijn Hulp en mijn Bevrijder; HEERE, vertoef niet.’ We lezen op blz. 54:

“We beginnen er dus mee dat we in dit voorbeeld van een smeekbede een ziel zien die een belijdenis doet. De worstelaar ontkleedt zich voor hij aan de wedstrijd begint. Zo stelt belijdenis een mens die tot God gaat smeken ook naakt voor God. De hardloper op de vlakten van het gebed kan niet verwachten dat hij de overwinning behalen zal, als hij niet door belijdenis, berouw en geloof al het gewicht van de zonde aflegt.

Laten we altijd bedenken dat het absoluut noodzakelijk is dat een zondaar die voor het eerst een Zaligmaker zoekt, belijdenis doet. Het is niet mogelijk voor u, zoekende, om vrede te verkrijgen voor uw benauwde hart, als u uw overtredingen en ongerechtigheid niet belijdt voor de Heere. U kunt doen wat u wilt, u kunt zelfs proberen te geloven in Jezus, maar u zult merken dat het geloof van Gods uitverkorenen niet in u gevonden wordt, tenzij u al uw overtredingen wilt belijden en uw hart voor God wilt openleggen. We denken er gewoon lijk ook niet over om hen te helpen, die niet erkennen dat ze hulp nodig hebben; de dokter stuurt geen medicijnen naar hen die niet ziek zijn. De blinde man in het Evangelie moest beseffen dat hij blind was en aan de weg gaan zitten bedelen. Als hij eraan had getwijfeld of hij blind was of niet, zou de Heere hem voorbijgegaan zijn. Hij opent de ogen van hen die hun blindheid belijden, maar zegt van anderen: ‘Nu zegt gij: Wij zien; zo blijft dan uw zonde’(Joh. 9:41). Hij vraagt hun die tot Hem gebracht worden: ‘Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?’ (Luk. 18:41), opdat ze hun nood in het openbaar zullen erkennen. Zo moet het ook met ons allemaal gaan: we moeten eerst belijdenis doen, anders kunnen we de zegen niet verkrijgen.”

R.M. MacCheyne, De Bruidegom tegemoet, Bijbels Dagboek, elke dag van het haar vult een bladzijde, ƒ 45,-, Uitgeverij de Groot Goudriaan -Kampen. Dit dagboek is samengesteld door dhr. L.J. van Valen. Robert Murray MacCheyne leefde van 18131843. De samensteller heeft gepoogd in de stukjes die opgenomen zijn een doorsnee te geven van het werk van MacCheyne. Er wordt aandacht gegeven aan hen die Christus nog niet kennen, ook de heiliging vanuit een leven van zelfopoffering krijgt aandacht. Begrippen als verzoening, rechtvaardiging en wederkomst treffen we aan. Er wordt gewaarschuwd voor het nabijkomende werk, bijvoorbeeld in een meditatie over de vrouw van Lot op 7 januari. Die waarschuwing is zeker nodig in onze tijd van veel oppervlakkige godsdienst. Tevens is het bekende Bijbelrooster van Mac Cheyne toegevoegd waardoor u in een jaar tijd de hele Bijbel kunt lezen. Moge de Heere de lezing van dit dagboek zegenen voor jong en oud. Om u een indruk te geven van de inhoud van dit dagboek nemen wij over wat bij 10 januari te lezen is over de woorden: “En op de laatste dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zegende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke!” Johannes 7 vers 37.

Bekommerde zielen dorsten

Bekommerde zielen worden in het bijzonder genodigd om tot Jezus tot komen: ‘Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.’ Zielen die door God ontwaakt zijn, zijn op twee manieren dorstig. In de eerste plaats dorsten zij naar vergeving van zonden; zij zijn ontwaakt om hun verloren toestand te kennen en het gewacht van Gods toorn is hen geopenbaard. Zij gaan van berg tot berg om een rustplaats te vinden en vinden er geen. Tenslotte zitten zij vermoeid en dorstig neer. Vervolgens dorsten zij naar verlossing van de zonde. Ontwaakte mensen doen doorgaans alle uitwendige zonde weg. Wanneer een dronkaard of vloeker ontwaakt is, doet hij zijn uitwendige zonde weg, maar hij is verre ertoe in staat om zijn hart te veranderen. Integendeel, de meest goddeloze en hatelijke gedachten rijzen soms in de ziel op. Het hart wordt met zulke vuile begeerten vervuld, dat de ziel bijna tot haar ondergang wordt uitgedreven. Hij gaat van berg tot berg om een nieuw hart te zoeken, maar vindt er geen. Tenslotte zit hij vermoeid en dorstig neer. Zijn er onder ons die zich zo voelen? Tot u spreekt Christus: ‘Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drink.’ O dorstige zielen! verdrukte, door onweer voort-gedrevenen en ongetroosten. Waarom wilt u niet tot Jezus, de gekloofde steenrots, komen om te drinken? De een zegt: Ik heb te zwaar gezondigd; ik durf niet te komen zoals ik ben. Maar bent u niet dorstig? Christus zegt; ‘Zo iemand dorst heeft, die kome tot Mij en drinke.’ Een ander zegt: Ik heb tegen Christus gezondigd. Ik heb een waarschuwende stem in e wind geslagen; ik heb met Zijn gezanten gespot; de sacramenten ontheiligd, brood gegeten en wijn gedronken terwijl ik in zonde leefde en daarom durf ik zeker niet te komen. Maar bent u niet dorstig? Hoort wat Christus zegt: ‘Zo iemand dorst heeft, die kome tot Mij en drinke.”

Met ontferming bewogen, 25 jaar Woord en Daad, Marie van Beijnum, Marcel Catsburg, Ab Jansen en Anneke Verhoeven, 137 blz., ƒ 24,95, Uitgeverij J.J. Groen - Heerenveen. Woord en Daad is klein begonnen, maar nu na 25 jaar tot een volwassen organisatie uitgegroeid. Het boek bevat geen dorre opsomming van feiten maar neemt ons mee naar de terreinen en landen waar Woord en Daad haar werk mag verrichten. In dit boek ontmoeten wij mensen. Bijvoorbeeld een meisje dat uitgehuwelijkt dreigt te worden, een jongen die ontdekt dat hij aids heeft. Ook het thuisfront in Nederland komt aan bod. De vier schrijvers zijn elk op hun eigen wijze betrokken bij en bekend met het werk van Woord en Daad. Een goede zaak kennis te nemen van dit boek dat meerdere illustraties bevat en een goede indruk geeft van het werk dat Woord en Daad mag doen. Moge de Heere die arbeid met Zijn zegen bekronen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1998

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken