Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jesaja zag de HEERE. (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jesaja zag de HEERE. (1)

8 minuten leestijd

Wat is de waarde van Gods genade? Is het voor ons een kostbaar goed? Kunnen we spreken van het wonder van Gods genade als een dierbare zaak voor onze ziel? Gods kerk zal immers eeuwig zingen van de vrije gunst die de ere wordt toegebracht! Veler godsdienst is zo menselijk, zo vlak. Al te veel wordt in onze tijd het wonder gemist. Wat mankeert er aan?

Is het niet de aanschouwing van God Zelf in Zijn grootheid? Jesaja zag de HEERE. In hoofdstuk 6 beschrijft de profeet deze bijzondere openbaring. Het werd een troostvolle Gods-ontmoeting voor Jesaja. Gods heiligdom ging open. Hij kreeg een blik in het heilige der heiligen, waar boven de ark des verbonds de lichtende wolk van Gods heilrijke tegenwoordigheid was. Zulk een Godsopenbaring moet ten grondslag liggen aan ons geestelijk leven. Zonder een dergelijke ontmoeting blijft het geestelijk leven leeg. God gaf aan de profeet een gezicht op Zijn heiligheid. Het liet een onuitwisbare indruk bij Jesaja achter. Het had een radicale levensverandering tot gevolg. In zijn profetie komt regelmatig terug dat God de Heilige is.

In dit zgn. roepingsvisioen van Jesaja komt de heerlijkheid van God duidelijk uit. Jesaja ziet Hem zittende op een hoge en verheven troon. God troont in de glorie van Zijn majesteit. Hij is verheven boven ieder mens. Calvijn zegt dat in deze beschrijving God als Rechter wordt getoond. God woont in Zijn heiligdom als de Koning der ganse aarde.

Hij regeert alle dingen. De zomen van Zijn koningsmantel vervullen de tempel. De hemel is vol van Zijn heerlijkheid. Een zeer indrukwekkend gezicht, niet alleen van Gods Koningsheerlijkheid maar tevens van Zijn priesterschap.

Wat hoort bij een koning? Een lijfwacht. Op prinsjesdag werd de gouden koets waarin de koningin reed begeleid door lijfwachten. Zo ziet Jesaja serafs boven de HEERE. Dit is de enige plaats in de Schrift waar van serafs wordt gesproken. “Serafiem” betekent letterlijk: vurige, brandende wezens. Deze serafs zijn Gods troon-geesten. Ze staan Hem ter beschikking. Hun liefde en ijver brandt om God te dienen. Zij brengen de heilige en heerlijke God de eer die Hem toekomt. Wie zulk een gezicht van Gods heerlijkheid krijgt, die voelt: deze God is eer waardig. Om zijn heilig Wezen en Zijn machtige daden behoort Hij geprezen te worden. Hoe zal dat door een zondaar kunnen gebeuren? Voor die heilige God heb ik immers geen bestaan? De serafs dienen God met eerbied. Daartoe dienen hun vleugels. Met twee van hun vleugels bedekken zij hun gezicht. Wie kan in het licht van deze heilige God kijken? Met twee vleugels bedekken ze hun voeten. Dit is een heilige plaats. Ons gaan en staan moet bepaald worden door dat besef. Met de andere twee vleugels vliegen zij. De serafs zijn dienstvaardig, bereid en ijverig om God naar Zijn wenken te dienen. Hieruit kunnen wij leren dat God niet zonder eerbied gediend kan worden. Als onze godsdienst niet doortrokken is van de vreze Gods, wat heeft het dan voor waarde? Het is als een voorbijgaande wolk of als optrekkende dauw. Is er in ons hart ontzag voor de heilige God? Voor Hem Die een ontoegankelijk licht bewoont, kan ik niet bestaan! Dan kunnen we niet zonder bedekking. Het kleed van de ootmoed zal over ons moeten, willen we tot Zijn dienst bereid zijn. De genade van de kennis van de heiligheid Gods maakt klein en doet beven voor Zijn Woord. Dat wordt gevonden bij de arme en versla-gene van geest. Dan wordt het ook merkbaar in onze leefstijl, dat we met een heilig God te doen hebben gekregen. Het dienen van de HEERE is dan niet een zaak die er wat bij hoort, maar het stempelt het leven. Diep ontzag en eerbied is kenmerk van het ware!

De serafs roepen elkaar het driemaal “Heilig!” toe. Onophoudelijk prijzen zij de HEERE in hun koorzang. De deurposten bewogen door hun stemgeluid. De toegang tot het heiligdom schudt. Het heiligdom zelf wordt vervuld met rook. Zodat niet alles goed zichtbaar is. De HEERE verschijnt, maar het is verhulde openbaring. Rondom Hem Zijn wolken en donkerheid. In Zijn richten is God niet na te rekenen. Zijn weg en leiding begrijpen we soms niet. Maar het is de rook van het altaar. Zijn bestuur hoeft niet af te schrikken. Omwille van het offer doet de HEERE alle dingen ten goede meewerken voor Zijn volk. Dat zijn zij die leren instemmen met het toeroepen van de HEERE: Heilig zijt Gij! Doet deze verschijning ook onze ziel beven?

De heiligheid van God houdt in dat Hij zonder zonde is. Afgescheiden van de zondige wereld. Dat de serafs Hem het driemaal “heilig” toeroepen betekent dat de HEERE volkomen anders is. Verheven boven al het onreine. Een God Die de zonde niet verdraagt. Onaantastbaar is de HEERE geheel uniek in Zijn Koningsheerschappij over de aarde. Het heilig zijn van de HEERE wil ook uitdrukken dat Hij toegewijd is aan Zijn eer en zaak. Hij zet Zich volkomen in om Zijn deugden te verheerlijken. Waarom wordt God driemaal heilig genoemd indien Hij niet drie-enig is? (da Costa). Als de drie-enige God oefent Hij gerichten uit over alle goddeloosheid. Hij komt met Zijn oordeel over Zijn volk. De steden zullen verwoest worden, dat er geen inwoner meer zal zijn, vs. 11. Anderzijds is Gods heiligheid tot verlossing.

Het tweede deel van de serafijnse lofzang is op de aarde gericht: de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol! Gods heiligheid in de hemel manifesteert zich in Zijn heerlijkheid op aarde. Bij hun lofzang in de hemel betrekken de serafs ook de aarde. Wonderlijke verbinding! De uitstraling van des HEEREN heiligheid wordt op aarde gezien in Zijn heerlijkheid. Daar is verband tussen de “qadosj” (heiligheid) van God en de “kabod” (heerlijkheid) van God. Onder de hoogste hemelwezens verschijnt God als de Heilige. In een lichtglans die zelfs zij niet kunnen verdragen. Dat naar buiten tredende licht wordt op aarde openbaar in Gods heerlijkheid. En die verteert niet, want het wordt in Christus geopenbaard. Dezelfde combinatie keert terug in de engelenzang van de kerstnacht. Ere zij God in de hoogste hemelen. Die eer komt op aarde openbaar als vrede. Dat is de weldaad van Zijn heerlijkheid bij de mensen van het welbehagen. In het geboren Kind is de heiligheid en heerlijkheid Gods. Ze vinden elkaar in het werk van Christus. Als de Zaligmaker zal Hij zorgen voor de eer van God. Waar dat plaats vindt, is het tot heil van zondaren: vrede met God door het bloed van Christus’ kruis.

Jesaja aanschouwt de heerlijkheid van Christus, Die Hij bij de Vader had, eer de wereld was. De heerlijkheid van Gods deugden heeft Hij in Zijn eigen Zoon geopenbaard. In Christus is de heerlijheid als van de Eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid. Uiterlijk had Hij geen gedaante noch heerlijkheid dat wij Hem zouden begeerd hebben. Dan is Hij de Man van smarten. Maar voor het geloof schittert Zijn werk als Borg en Middelaar. Door de van God gegeven macht gaan ze in Zijn Naam geloven. Toen Johannes Zijn heerlijkheid zag, riep Hij uit: ziet het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt!

Hoe kan de heilige God gediend worden? Zal God aan zijn eer komen in mijn leven? Zijn heiligheid moet mij, de zondaar toch verteren! Leven deze vragen in ons hart? Wie z’n eigen onheiligheid leert kennen, gaat inleven: geen bestaan voor God! Als we in aanraking komen met de openbaring van Gods heerlijkheid, komt er vrees. Gelijk de herders met vrees vervuld werden. Dat kan alleen de Heere Zelf wegnemen. Door Woord en Geest maakt Hij plaats voor de Zaligmaker en Zijn werk. Christus wordt heerlijk en dierbaar voor de gelovige die zelf niets heeft dan schuld en ongerechtigheid. Ik ben leeg en arm maar in Hem is een volheid van genade! Zalig die zo de Heere krijgt te zien. In Hem wordt het welbehagen des Vaders openbaar. In Zijn sterven en opstanding ligt de voldoening. Zijn offer en bloedstorting is het zoenmiddel, waarin de vrede met een kus van het recht wordt begroet. Dan krijgt de grootste der zondaren hoop op Hem, zicht op Zijn heerlijkheid. Hoe meer er van die heerlijkheid van Hem als Borg openbaar komt, des te meer word ik getrokken tot de Heere. Hij vervult ze met Zijn liefde, Hij vernieuwt hen naar Zijn beeld. Daarin wordt de vrede gesmaakt. Naar de mate dat de heerlijkheid van Christus mijn deel is, wordt mij de wereld gekruisigd. Dan wordt de zonde de dood voor mij, en een heilig leven mijn lust. Zal dit voor mij kunnen? Het is niet te verdienen met eigen werk. Dit is alles vrucht van de voorbede van Christus Die van de Vader begeert: “dat ze Mijn heerlijkheid aanschouwen.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Jesaja zag de HEERE. (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken