Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Meditatie

Straks dankeeuwigheid

5 minuten leestijd

“En wat hebt gij, dat gij niet ontvangen hebt?”

Hier is een vraag aan ouderen en aan jongeren. Een vraag die elke dag, jaalle dagen van het jaar aan een ieder gesteld kan worden. Dus niet alleen op de dankdag. U kent de geschiedenis van Job. De boodschappers waren achter elkaar gekomen. Eerst al Jobs vee gedood. Toen de onheilstijding van het omkomen van al zijn kinderen. Doch Job is gaan zingen: “De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen; de Naam des Heeren zij geloofd”. Job gaf bewijs dat hij de Heere om niet vreesde. Voordat hij zijn lied zong, heeft hij gezegd: “naakt ben ik uit mijner moeders buik gekomen”. Job wist dat al wat hij had, gegeven goed was. De Heere had hem overvloedig gegeven. Toen wij op de wereld kwamen waren we ook naakt. Het eerste wat we kregen was een luier. Daarna is het doorgegaan. U moet eens kijken naar al wat in de klerenkast hangt. Voor elk seizoen hebben we kleding. Ga maar heel het huis door. U hebt een dak boven uw hoofd. U hebt een bed. ‘s Winters is er warmte. De provisiekast is vol. Spijze en drank, we hebben overvloed. Geen van onze kinderen gaat met een lege maag naar bed. Nu - alles, alles wat we hebben, hebben we gekregen. Sluit niets buiten. Het grote niet en het kleine niet. Van wie hebben we gekregen? Van de Heere; Hij heeft gegeven, Hij heeft beweldadigd! We denken aan mensen die huis en haard moesten verlaten, op de vlucht moesten gaan. We denken aan hen die hongeren en sterven van de honger. Soms waren velden rijp voor de oogst. Toen kwam de regen, een stromende regen. Het gevolg was een mislukte oogst. Met het gevolg van honger en dood. We moeten zeggen: wat maakt de Heere een onderscheid. Terwijl er helemaal geen onderscheid is. We hebben allen gezondigd, God moedwillig de rug toegekeerd. Als de Heere ons alles zou onthouden dan zou dat geen onrecht zijn. We zouden de Heere niets kunnen verwijten. Hij kan ons verwijten: “Waarom hebt gij Mij verlaten?” En wat voor antwoord zouden we daarop kunnen geven? Is het geen wonder, geen groot wonder dat de Heere met ons niet deed naar verdienste? Moet het ons niet in verbazing zetten dat we zoveel hebben ontvangen? Dat de Heere zo goed is geweest? Alles wat we hebben, zijn genade-giften, verworven door Jezus Christus. Omdat Hij gehongerd heeft en gedorst, omdat Hij zonder kleed aan het vloekhout werd gehangen. Onze jongemensen moeten het weten, heel duidelijk: wat we hebben, ontvingen we vanwege Hem, vanwege Zijn verdienste. Om Zijnentwil hebben we ontvangen. Dus niets is te danken aan onze prestatie, aan ons kunnen en kennen, aan onze verdienste, ‘t Is alleen ‘s Heeren goedheid over ons die geen palen kent. Hij overlaadt ons dag aan dag met Zijne gunstbewijzen, ‘t Mag toch elke avond wel gezongen worden: “Loof de Heere, want Hij is goed”. Wie dat vergeet, moet denken aan de woorden van Paulus in Rom. 1: “omdat ze God niet verheerlijkt of gedankt hebben... daarom heeft God hen overgegeven...”.

Job heeft voordat hij zijn lied zong, ook nog gezegd: “en naakt zal ik daarhenen wederkeren”. Dus niets van alles wat we voor dit tijdelijke leven ontvangen hebben, kunnen we meenemen. Achterlaten moeten we alles. Het gaat in ons leven vooral en bovenal om het ontvangen van het goed dat nimmermeer vergaat, dat goed dat we niet hoeven achter te laten, dat meegaat over dood en graf heen. In 1 Kor. 4 gaat het over mensen die geestelijk zijn beweldadigd. Echter - daar zijn ze wat mee geworden. De een ging boven de ander uit. Tegen dezulken zegt Paulus: “wat hebt ge dat ge niet ontvangen hebt”. Er is geen reden om te roemen in zichzelf, geen reden om boven de ander uit te gaan, zich te verheffen. Ook van de geestelijke zaken geldt alleen maar: ontvangen, uit genade ontvangen. ‘t Was gisteren dus dankdag. Mocht u, mocht jij de Heere nu ook danken voor het ontvangen van geestelijke zegeningen? Daar is toch een volheid bij de Heere die nooit is uit te ledigen. Uit de volheid geeft Hij genade voor genade. De verzoening met God, de vrede die alle verstand te boven gaat, gerechtigheid, heiligheid, een Vaderhart, een Vaderoog, een Vaderhand en een Vaderhuis, uitzicht op de stad die fundamenten heeft. Al zoudt u alles hebben ontvangen voor dit tijdelijke leven, en u hebt niet ontvangen de genade in Christus Jezus, dan bent u zo nameloos arm. Dan hebt u straks bij het sterven niets. En dan toch onder de bediening van het Woord, onder de Evangelieverkondiging gezeten te hebben, geplaatst voor uitgebreide liefde-armen, voor die onuitsprekelijke liefde en ontferming! Wat zal het erg zijn om dan uw Rechter te ontmoeten, en het vonnis te moeten billijken, en eeuwig het zelfverwijt: “had ik maar....” Ontvangen te hebben uit de volheid van Christus, ontvangen te hebben de rijkdommen, de schatten, al is het een druppel uit de oceaan der liefde, al is het een kruimske van ‘s Heeren genadetafel, hoe klein ook, hoe weinig ook, we keren tot de Gever om Hem te loven en te prijzen voor Zijn gave. Dit is zeker - ‘t wordt straks dankeeuwigheid voor allen die geestelijk hebben ontvangen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1998

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken