Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Generale Synode van Haarlem-Noord (6)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Generale Synode van Haarlem-Noord (6)

9 minuten leestijd

De derde zittingsweek begint op maandagmiddag 16 november. Op de gebruikelijke wijze opent de voorzitter de vergadering. Gememoreerd wordt het overlijden van oud. D. van Arkel te Soest. Een viertal hoogleraren is aanwezig. Als eerste onderwerp wordt aan de orde gesteld het rapport dat handelt over onze verhouding tot de Nederlands Gereformeerde Kerken. Twee afgevaardigfden van deze kerken worden welkom geheten. Omdat ds. J. Westerink voorzitter is van het deputaatschap berust de leiding voor deze vergadering bij de assessor ds. J. Plantinga. De synodeleden die een voorstel hadden ingediend mogen reageren op wat de commissie met hun voorstellen heeft gedaan. Oud. D. Koole handhaaft zijn eigen voorstel. Ten aanzien van de fundamentele geloofswaarheden bestaat er toch geen tegenstelling. Ik denk dat het aan de wil ontbreekt. Het landelijk loslaten van elkaar zal dodelijk zijn voor plaatselijke situaties. Ds. Groenleer meent dat we pas kunnen stoppen met de contacten als deze kerken zich niet meer in alles opstellen naar de belijdenis. Hij blijft ook bij zijn voorstel.

Rapporteur ds. v.d. Heuvel merkt op dat het niet de taak van de commissie is om met een bijbelse visie te komen. De commissie wil in haar voorstel recht doen aan het geheel van de visies in onze kerken. Deputaat Westerink zegt dat het niet zo is dat de wil zou ontbreken. Deputaten hebben hun pijn en moeite verwoord en gezocht naar een weg om verder te komen.

Het commissievoorstel wordt in stemming gebracht. 39 synodeleden blijken hier voor te zijn en 10 tegen, zodat het is aangenomen. De synode heeft hiermee o.a. geconstateerd dat de verschillen t.a.v. de toeeigening des heils niet zijn weggenomen en dat de bezwaren tegen het Akkoord van Kerkelijk Samenleven zoals dat functioneert in de Nederlands Gereformeerde Kerken, zijn gebleven. Voorts is het besluit van de Landelijke Vergadering om het diakenambt voor de zusters der gemeente open te stellen, een belemmering op de weg naar eenheid.

Tevens constateert de synode dat op plaatselijk vlak de contacten zijn toegenomen en dat deze als een zegen worden ervaren. De synode is van oordeel dat voortzetting van het gesprek over de relatie tussen Schrift en confessie momenteel uiterst moeilijk lijkt te zijn. De synode spreekt o.a. uit dat er onder de huidige omstandigheden geen grond meer is om in de toekomst op plaatselijk niveau bijlage 6 K.O. toe te passen in de relatie tot de Ned. Geref. kerken. De synode besluit de samensprekingen met de NG-commissie in het kader van zoeken naar kerkelijke eenheid voorlopig te beëindigen en aan de kerken mee te delen dat er in het licht van de ontwikkelingen helaas geen reden is contacten met de NGK te zoeken en uit te breiden, en bijlage 6 K.O. voortaan niet meer toe te passen op de relatie tot de NGK met uitzondering van die gemeenten die in een vergevorderd stadium van samenspreking zijn. De voorzitter zegt dat dit besluit verdrietig stemt. Aan jarenlange samensprekingen komt nu een einde. Een aantal broeders vraagt aantekening in de Acta dat ze tegen dit besluit zijn. Het voorstel voor beantwoording van de brief van de Landelijke Vergadering van de Nederlands Gereformeerde kerken roept zoveel vragen op dat de commisie zich er eerst weer op gaat bezinnen.

Hierna buigt de synode zich over de positie van de samenwerkingsgemeenten en samenwerkende gemeenten. Onder de eerste verstaat men gemeenten die feitelijk gefedereerd zijn, dus als 1 gemeente functioneren. Dit zijn er 5: Almere, Alkmaar, Arnhem, Lelystad en Nieuwegein. De commissie stelt voor een onderzoek te doen naar de kerkrechtelijke positie van de samenwerkingsgemeenten. Voorts is de commissie van mening dat de ruimte die door de samenwerkingsgemeenten wordt gevraagd op gespannen voet kan komen te staan met de loyaliteit die tegenover het Christelijk Gereformeerd kerkverband verwacht mag worden. Het feit dat men ook tot het kerkverband van de Nederlands Gereformeerde kerken behoort roept spanningen op. Een achttal broeders stelt hierover vragen. De rapporteur gaat op de opmerkingen in. Er is sprake van een gewetensconflict omdat in het verleden is opgeroepen tot kerkelijke eenheid, terwijl er nu ontwikkelingen zijn waardoor die eenheid onder druk komt te staan. Er moet loyaliteit zijn t.a.v. het eigen kerkverband. Deze gemeenten mogen niet in een uitzonderingspositie komen in die zin dat zij een derde kerkverband gaan vormen. Namens deputaten zegt ds. Westerink dat het hier over drie onderwerpen gaat:

1. het samenwerkingsoverleg.

De commissie doet geen voorstel tot intensivering van dat contact.

2. de samenwerkende gemeenten. In alle openheid hebben we nagedacht over de vraag wat zijn de consequenties dat er plaatselijk wel samenwerking is en dat het landelijk stagneert.

3. de samenwerkingsgemeenten. Dit ligt heel gevoelig. De spanning is groter geworden naarmate de samenwerking landelijk geen weerklank meer vond. Bij het commissierapport heeft ds. Westerink heel wat vragen te stellen. Bijlage 6 spreekt over de voorlopigheid van de contacten. Zo wordt het plaatselijk echter niet ervaren. Wat bedoelt de commissie als zij vraagt om een nadere kerkordelijke regulering voor de samenwerkingsgemeenten? Krijgen zij dan een aparte status? Dat willen zij zelf niet en volgens deputaten kan dat ook niet. Elke gemeente heeft toch een zelfde positie als het gaat om het zich houden aan de kerkorde. Wat betekent de opmerking van de commissie dat die gemeenten behoren bij twee kerkverbanden? Daar kan ik me kerkrechtelijk niets bij voorstellen. Er worden nog enkele voorstellen gedaan. De commissie zal zich nader beraden op de gemaakte opmerkingen. Inmiddels is het voorstel over beantwoording van de brief van de Landelijke Vergadering gereed. De synode besluit aan het moderamen op te dragen deze brief te beantwoorden. Dit zal aan deputaten ter hand worden gesteld opdat zij dit met de nederlands gereformeerde commissie doorspreken. Ds. J. Westerink neemt het voorzitterschap weer over en zegt tot de afgevaardigden van de Nederlands Gereformeerde Kerken: beschouw de genomen besluiten als een krachtig appel op uw kerk!

Na de avondmaaltijd komt de positie ten opzichte van de Gereformeerde kerken vrijgemaakt aan de orde. In “van oordeel 4 en 5” van het commissierapport wordt gesproken over bepaalde situaties en gewoonten die in onze kerken reden tot zorg geven, en dat we met de eenheid in eigen kerkverband zorgvuldig moeten omgaan. Hierop wordt nog een toelichting gevraagd: Waar manifesteren zich die dingen? En wat wordt bedoeld met “eenheid”; organisatorisch of geestelijk? De rapporteur verwijst naar het deputatenrapport waar melding wordt gemaakt van de stromingen in onze kerken. Van vrijgemaakte zijde zijn hierover vragen gesteld. Onder “eenheid” moet zowel het organisatorische als het geestelijke worden verstaan. De voorzitter leest het voorstel. De synode spreekt uit dat de gesprekken met de deputaten GKV op basis van de bereikte punten van overeenstemming dienen te worden voortgezet; dat de opdracht van de GS 1995 om aandacht te geven aan de vraag hoe datgene waarover deputaten overeenstemming hebben bereikt in de praktijk gestalte krijgt, nader dient te worden uitgevoerd, waarbij het noodzakelijk zal zijn dat dit onderzoek beide kerkverbanden zal betreffen; dat deputaten zullen overwegen op welke wijze de bereikte overeenstemming gestalte gegeven kan worden in het contact met de plaatselijke GKV-kerk met inachtneming van o.a. de volgende gespreksonderwerpen: de nota’s over de toeeigening des heils, bespreking van gehouden preken van plaatselijke predikanten van beide kerkverbanden, van beschouwing van de gemeente en van de relatie met de de NGK.

Deputaten wordt opgedragen zich te bezinnen of een federatie van kerken aanbeveling verdient en vorm kan krijgen. 50 synodeleden verklaren zich achter dit voorstel te scharen, terwijl 2 zich van stemming onthouden.

Ook over onze relatie met de Gereformeerde Bond moet nog een beslissing worden genomen. De commissie heeft zich beraden op ingediende voorstellen en deze gedeeltelijk overgenomen. Met algemene stemmen besluit de synode deputaten op te dragen met de Gereformeerde Bond contact te onderhouden met het oog op het elkaar stimuleren in het uitdragen van het bijbels gereformeerd gedachtengoed in ons land. Tevens constateert de synode dat de Gereformeerde Bond ook in de verenigde kerk op z’n post wil blijven. De synode is van oordeel dat het in het kader van het zoeken naar eenheid niet zinvol is om verdere contacten te onderhouden, omdat overeenstemming op het gebied van de ecclesiologie (leer van de kerk) verder weg lijkt te zijn dan ooit.

Het laatste onderwerp voor deze avond is een onderdeel van het rapport van het curatorium. De commissie heeft het voorstel vanuit de vergadering overgenomen om het curatorium op te dragen om een afwijzing bij het admissie-examen met redenen te omkleden en daarvan de afgewezene en zijn kerkenraad vertrouwelijk schriftelijk in kennis te stellen. De commissie blijft bij haar voorstel, wat inhoudt dat een psychologische test tot de vereisten voor het admissie-examen moet behoren. Hierover komt de nodige discussie. Ds. den Butter pleit er voor dat het curatorium eerst nader de wenselijkheid van een psychologisch onderzoek zal bekijken. De bezinning is nog niet afgerond, zodat het curatorium deze toestemming niet moet krijgen. Is het niet beter om admissiale studenten in de loop van de studie aan zo’n onderzoek te onderwerpen? Als president-curator zegt ds. J. van Amstel dat het gewenst is om aan het begin van de studie die psychologische test te doen. Hij wijst er op dat het curatorium in een moeilijke positie kan komen als ze de redenen van afwijzing schriftelijk moet meedelen. Meerderen ontraden dit voorstel. Anderen stellen er tegenover dat er niet altijd zorgvuldig is gehandeld. Een afgewezene heeft recht te weten waarom dat is gebeurd. De synode besluit om een afwijzing op het admissie-examen met redenen te omkleden en de afgewezene daarvan in kennis te stellen. Ten aanzien van de psychologische test besluit de synode met 40 stemmen voor, dat dit een onderdeel wordt van het admissie-examen.

De voorzitter wenst allen die aan de Theologische Universiteit verbonden zijn Gods zegen toe. Ds. van Amstel eindigt met dankgebed, nadat gezongen is van Psalm 32:4 en 5.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1999

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Generale Synode van Haarlem-Noord (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1999

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken