Bekijk het origineel

John Brown - “Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven” (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

John Brown - “Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven” (5)

7 minuten leestijd

Er is maar één Weg; er is maar één Middelaar tussen God en mens. En dat is Jezus Christus! Hij is de Weg tot de Vader. In het vorige artikel hebben we gezien, wat onze staat is en hoe nodig wij een weg hebben. We zagen ook dat Christus alleen een geschikte weg tot God voor een arme zondaar is.

Brown gaat in een derde punt nog wat nader in op het feit dat Christus alléén de Weg is. Hij alleen kan ons tot God leiden. Engelen kunnen dit werk voor ons niet doen. Zij hebben geen kracht over ons hart. Zij kennen onze geheime gedachten niet.

Het bloed van stieren en bokken kan ons ook niet redden. In Hebr. 10:4 lezen we: “Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneme”. Dat bloed reinigde alleen uitwendig.

Het is alleen Christus’ bloed wat daadwerkelijk reinigt. En we weten dat het bloed van stieren en bokken daar een afschaduwing van was.

Wat wij ook doen; wij kunnen onszelf niet redden. “Niets van onze moeite of arbeid kan hier helpen; de Heere zal geen welgevallen hebben in duizenden van rammen, of tienduizenden van oliebekers. Hij zal onze eerstgeborenen niet nemen voor onze overtreding, noch de vrucht onzes buiks voor de zonde onder ziel (zie Micha 6:7). De ingestelde godsdiensten en middelen zullen het niet doen”.

Heel duidelijk is het, dat Brown alle “offertjes” buiten Christus radicaal afwijst. Daarna gaat hij over tot het vierde punt. (“Welke de buitengewone voordelen en bijzonderheden van deze weg zijn”).

Het is een heel bijzondere weg, want Christus kan de dwalende zielen tot zich brengen. Hij kan genade in hun harten uitstorten, zodat ze gewillig worden om op deze Weg te wandelen. Wat een heerlijke Weg is deze Christus! Onbuigzame mensen brengt Hij en houdt Hij op deze Weg.

Bovendien is hij die op deze Weg komt, voor eeuwig veilig. Hier dwaalt men niet. Zelfs de dwazen zullen op deze Weg niet dwalen. Jesaja 35:8 zegt: “En aldaar zal een verheven baan, en een weg zijn, welke de heilige weg zal genaamd worden; de onreine zal er niet doorgaan, maar hij zal voor deze zijn; die (dezen) weg wandelt, zelfs de dwazen zullen niet dwalen”.

Wanneer we ons op deze Weg bevinden, zullen we niet bezwijken. De vermoeide reiziger wordt ondersteund. Hij gaat van kracht tot kracht steeds voort. Zeker er zijn moeilijke dagen in het christenleven. Veel beproevingen en tegenslagen zijn hun deel. Ze gaan door diepten en dalen. En toch is er telkens weer de kracht van de Heere die hen ondersteunt. Het is een gegeven kracht. Zijn wij van die uitziende mensen die de HEERE verwachten? Over zulke mensen sprak Jesaja. “Hij geeft de moeden kracht en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.

De jongen zullen moede en mat worden en de jongelingen zullen gewisselijk vallen. Maar die den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen en niet mat worden”. (Jesaja 40:29-31).

‘Uit dit alles blijkt”, aldus Brown, “dat deze Weg een zeer vermakelijke, begeerlijke en troostrijke Weg is. De mens is hier veilig en hij mag zingen in de wegen des Heeren.

David heeft er van gezongen in Psalm 138. “Als ik wandel in het midden der benauwdheid, maakt Gij mij levend; Uw hand strekt Gij uit tegen de toorn mijner vijanden, en Uw rechterhand behoudt mij” (vs. 7).

En met hen zullen er velen zingen van de wegen des HEEREN.

Dan zingen zij, in God verblijd
Aan Hem gewijd.
Van ‘s HEEREN wegen;
Want groot is ‘s HEEREN heerlijkheid.,
Zijn Majesteit
Ten top gestegen;
Hij slaat toch, schoon oneindig hoog,
Op hen het oog,
Die need’rig knielen;
Maar ziet van ver met gramschap aan
Den ijd’len waan
Der trotse zielen.

(Psalm 138:3 berijmd)

Hebt u al leren bukken, buigen voor de Heere?

Aan het einde van hoofdstuk 3 trekt Brown nog een aantal conclusies. Hij wijst ook aan wat onze plicht is!

“O, hoeveel reden is hier voor ons, om ons te verwonderen, eensdeels, dat God zich ooit zo diep verlaagd heeft, dat Hij een weg heeft gesteld, hoe de zondaars en wederspanningen (....) verdienden van voor Zijn aangezicht en uit Zijn gunst voor eeuwig verworpen te worden en verder terug mocht komen en genieten de zaligheid en het geluk in de vriendschap en gunst van God. (....) Anderdeels; dat Hij zulk een weg heeft gesteld, dat Jezus Christus, Zijn enige Zoon (....) als een brug zou liggen tussen God en de zondige oproerlingen”. Hieruit volgt dat het dwaasheid is om een andere weg te zoeken om tot God te gaan.

Het zijn allemaal doodlopende wegen! O wat is onze goddeloosheid groot, dat wij telkens als ons dé Weg wordt aangewezen en aangeprezen, deze Weg verachten! Als u dit nog met inziet, vraag dan om ontdekkende genade.

Wij zullen op die Weg moeten wandelen, wil het hiernamaals vrede zijn. U zegt, jawel, maar hoe kom ik op die weg? De Heere wijst u de weg. Daarmee is allereerst gezegd dat u zich moet afkeren van alle andere valse en bedriegelijke wegen.

En dat u moet strijden om in te gaan.

De Heere Jezus bestempelt de weg der zaligheid met de naam van de enge poort. Christus fs in de volheid des tijds in de wereld gekomen en heeft haar opgericht door Zijn dood aan het kruis. Ach! Het is tijd verliezen, een andere weg te zoeken om eeuwig te leven. Hoe eng deze poort zij, zo is ze toch altijd gereed zich te openen. Er is geen zondaar, van welk gehalte hij ook zij, die door deze poort niet zou kunnen ingaan.

Wat echter nodig is, is dit: “erkennen en belijden dat zonde zonde is”. Lezer(es), gevoelt u uw diepe gezonkenheid? Belijdt u dat u niets van uzelf kunt meenemen? Weet toch dat door die poort geen rijken, maar armen gaan. Zij die alle gerechtigheid in zichzelf kwijtgeraakt zijn.

Eng is de poort en nauw is de weg. Dat wil niet zeggen, dat de Heere ons liever niet zou willen toelaten. De poort is wel eng, maar er is in Christus Jezus een onbegrensde ruimte om in te gaan. Nodigend staat boven de poort geschreven.

“Klopt en u zal opengedaan worden”. Maar de poort is eng, die tot het leven leidt, omdat wij met Christus moeten leren sterven en al het onze eraan moet.

De vraag komt tot u en jou.

Op welke weg wandelt u/wandel jij? Van nature hopen we allemaal op de brede weg en rennen we naar de afgrond. Bent u al ingegaan door de enge poort? Nee, ik vraag niet of u er veel over spreekt; ook niet of u gelooft dat de enge poort bestaat. Ik vraag u of u er hebt aangeklopt, of u er ontvangen bent en of u er door bent binnengegaan! Zalig is hij, is zij, die van de brede weg is afgebracht en door de enge poort binnenging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1999

Bewaar het pand | 12 Pagina's

John Brown - “Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven” (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1999

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken