Bekijk het origineel

De lastering tegen de Heilige Geest

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De lastering tegen de Heilige Geest

5 minuten leestijd

Maar zo wie gelasterd zal hebben tegen de Heilige Geest, die heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar hij is schuldig des eeuwigen oordeels

Het gaat in het laatste gedeelte van Marcus 3 van kwaad tot erger. Eerst lezen wij van Jezus’ familie, die van Hem zegt: “Hij is buiten Zijn zinnen!” Dan zeggen de schriftgeleerden, die van Jeruzalem afgekomen waren: “Hij heeft Beëlzebub, en door de overste der duivelen werpt Hij de duivelen uit”. Daarop laat Jezus zien hoe ongerijmd deze beschuldiging is. Zou de satan zo dwaas zijn dat hij tegen zichzelf gaat strijden? Trouwens, zo voegt Jezus eraan toe: “indien Ik door Beëlzebul de duivelen uitwerp, door wien werpen ze dan uw zonen (d.w.z. uw aanhangers, uw leerlingen) ze uit? Want onder hen waren ook “duivels-bezweerders”.

En dan waarschuwt Jezus Zijn beschuldigers met die vreselijke woorden, die hierboven staan: “zo wie gelasterd zal hebben tegen de Heilige Geest, die heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar hij is schuldig des eeuwigen oordeels.”

Ontzettend: geen vergeving in eeuwigheid! Voor eeuwig de schuld van deze zonde te moeten boeten!

Uit het verband blijkt, dat Jezus hierbij niet aan één bepaalde, concrete zonde heeft gedacht, maar aan een toestand, een geesteshouding van verharding, waarin een mens tenslotte geraakt, die willens en wetens de Persoon en het werk van de Heilige Geest lastert, die in consequente zelfhandhaving liever Jezus tot een duivel verklaart dan zichzelf tot een zondaar. Dan komt er een ogenblik waarop dit vreselijke proces vanbinnen is voltooid en geen enkele waarschuwing meer doordringt. De schriftgeleerden bevinden zich blijkbaar op dit hellend vlak, want ze zeiden, zo voegt Marcus er in vers 30 aan toe: “Hij (Jezus) heeft een onreine geest!” Dit is iets anders en meer dan een loochenen van Zijn Goddelijke roeping en van Zijn Messiaanse waardigheid. Jezus heeft hen nu diep-ernstig gewaarschuwd. En als zij nu nog blijven volharden in hun lastering, en tegen beter in satanisch noemen wat Goddelijk is, dan is er voor hen geen vergeving. Lasteren tegen de Heilige Geest is dus niet alle Godslastering in het algemeen; ook niet het zondigen tegen beter weten in of het zich verzetten en weerstand bieden tegen de trekkingen van Gods liefde, hoe vreselijk en God-onterend dat ook is. Maar het is een welbewust en zeer opzettelijk lasteren als satanisch van wat zo heel duidelijk een werk van God is.

We gevoelen wel dat deze verschrikkelijke zonde alleen bedreven kan worden door mensen, die met het Woord van God, met het evangelie van Christus in aanraking zijn gekomen. En juist daarom: laten wij deze ernstige waarschuwing uit Jezus’ eigen mond ter harte nemen.

Het is een waarschuwing tegen de verharding, tegen het almaar blijven volharden in trotse zelfhandhaving en onbekeerlijkheid. Want dan zou het zover kunnen komen dat de Heere Zijn handen van ons aftrekt en ons overgeeft aan onszelf en daarmee aan de vijandschap en haat tegen God en Zijn Christus, die toch woont in ons aller hart van nature. We hebben nu nog te doen met een God, Die ons Zijn vriendschap biedt. Met een God, Die zweert bij Zichzelf dat Hij geen lust heeft in de dood van de goddeloze, maar in zijn bekering en leven. Wij hebben nu nog te doen met een Christus, Die gekomen is om te zoeken en zalig te maken wat in zichzelf verloren is, en Zijn bloed reinigt van alle zonde. O, veracht het niet!

Veracht Hem niet, Die uit nooit te peilen liefde Zijn bloed heeft gestort voor hel-waardigen! Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord: verhardt u niet, maar laat u leiden. Verhardt u niet; neemt Zijn gena ootmoedig aan!

Dan ook nog dit: iedere zielzorger ontmoet ze weleens, soms ook op een P.A.A.Z.-afdeling in het ziekenhuis of in een psychiatrische inrichting, van die zwaarmoedigen met sombere, bijna wanhopige ogen, die vrezen dat er voor hen geen vergeving mogelijk is, want ze hebben de zonde tegen de Heilige Geest bedreven.

Tot hen mogen we in elk geval zeggen, dat hun bekommernis en vrees het bewijs is dat dat niet waar is. Wie de Heilige Geest heeft gelasterd is elk ogenblik bereid dat opnieuw te doen. En oprechte bekommernis is zelfs een bewijs niet van geestelijke dood maar van geestelijk leven.

Het beste middel voor zulke vreesach- tigen zou kunnen zijn om te lezen en te herlezen vers 28, het vers dat aan dat verschrikkelijke woord van onze tekst vooraf gaat (en dat die machtige genade-verkondiging door de werking van de Heilige Geest in ons aller ziel moge indalen):

“Voorwaar, Ik zeg u, dat al de zonden de kinderen der mensen zullen vergeven worden, en allerlei lastering, waarmede zij zullen gelasterd hebben!” Looft Hem, Die u al wat gij hebt misdreven, Hoeveel het zij, genadig wil vergeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

De lastering tegen de Heilige Geest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken