Bekijk het origineel

Nauwelijks zalig worden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nauwelijks zalig worden

5 minuten leestijd

En indien de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt........

In onze vorige meditatie over deze tekst hebben we de nadruk gelegd op de hoofdzin van dit vers: de rechtvaardige wordt zalig! nee, hij is het nog niet. Tenminste, wanneer wij letten op de voltooiing. De rechtvaardige (d.i. degene die door het geloof aan Christus is verbonden) wordt zalig. Hij is aldoor bezig zalig te worden, zolang hij op aarde is, in het strijdperk van dit leven. Maar de uitkomst en de toekomst ligt vast: hij wordt zalig! Hij wordt zeker zalig! Maar wel..... nauwelijks! Indien de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt..... Om de bedoeling van dat “nauwelijks” te verstaan, moeten we letten op het verband waarin deze tekst staat. De verstrooide christenen in Klein-Azië, tot wie de apostel zich in deze zendbrief richt, hadden het moeilijk. Zij werden door de heidense overheden beschuldigd van allerlei misdaden, alleen om het feit dat ze christenen waren. Maar nu schrijft de apostel hen, dat ze dat niet vreemd moesten vinden. Integendeel: zij moesten zich er veeleer over verblijden, dat ze gemeenschap mochten hebben aan het lijden van Christus.

Maar dat neemt niet weg, dat er in dat lijden van de gelovigen toch ook een oordeel van God over de zonde is. In vers 17, dat aan onze tekst voorafgaat, schrijft de apostel: “dat het nu de tijd is, dat het oordeel begint bij het huis Gods”. Nee, niet het oordeel tot hun eeuwig verderf, maar wel het oordeel, waardoor de Heere hen wil louteren. Zo nauw neemt God het met de zonde, zo jaloers is Hij op Zijn eer, dat Hij het nodig acht om Zijn huis, Zijn kerk, Zijn kinderen te reinigen, te louteren.

En, zo gaat de apostel verder in vers 17: en indien het eerst bij ons begint, indien wij al niet aan het oordeel der loutering ontkomen, wat zal dan het einde zijn dergenen, die het evangelie Gods ongehoorzaam zijn? En dan sluit onze tekst daarop aan: “En indien de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddeloze en zondaar verschijnen?” O ja: de rechtvaardige wordt zalig, wordt zeker zalig! Maar toch: nauwelijks! De apostel wil dat wij over dat zalig-worden toch niet licht zullen denken, dat we ons er geen valse voorstelling van zullen maken. Zalig-worden is geen zaak, die vanzelf spreekt. Het woord, dat hier door “nauwelijks” is vertaald, betekent eigenlijk: Met moeite! Zalig-worden gaat wel door veel gevaren en bezwaren heen, door lijden, door veel verdrukkingen heen, met achterlating en verloochening van al het onze!

O zeker: de verlossing in Christus is volkomen. Aan Zijn verdiensten behoeft of kan niets worden toegevoegd. Gods kinderen worden dan ook door God niet ternauwernood, op het nippertje aangenomen. Nee, het is zelfs zo, als hadden zijzelf, in eigen persoon, alle gerechtigheid vervuld en alle straf gedragen. Denk maar aan zondag 23 van de Heidelbergse Catechismus. Maar toch: nauwelijks zalig! Nee, niet als vrucht van eigen inspanning, maar wel onder gevaren en door bestrijding en bange aanvechting heen. Misschien verstaan wij de bedoeling van dat “nauwelijks” nog het best, wanneer wij het niet alleen betrekken op de christen, die zalig wordt, maar ook op de Christus, Die zalig maakt! O nee, het ging zo maar niet om zalig te worden! Wat heeft het de Zoon van God niet gekost om de losprijs te betalen! Wij worden er in de lijdensweken weer zo nadrukkelijk bij bepaald door welke helse diepten Hij moest heenworstelen om het rantsoen op te leveren: Gethsémané, Gabbatha, Golgotha! Daar lezen we af, hoe nauw het toeging, hoe zwaar Zijn levens- en stervensgang moest zijn om zondaren zalig te maken. In de Man van smarten zien wij dat “nauwelijks” uitgewerkt als in geen ander. Nee, het ging zo maar niet om zalig te worden. Daartoe moest de Vader het liefste wat Hij had overgeven in de handen van zondaren. Daartoe moest de Vader met Zijn eniggeboren Zoon handelen als ware Hij een Gevloekte. En nu neemt God het zo nauw met de zonde, dat zelfs zij, die door Christus zijn vrijgekocht, niet kunnen ontkomen aan oordeel en gericht, aan loutering en tuchtiging.

De poort is eng en de weg is nauw, die tot het leven leidt. Satan, wereld en eigen vlees houden niet op aan te vechten allen die de Heere vrezen. Petrus schrijft over de beproeving des geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud. Nauwelijks zalig worden: hier scheen ons het water te overstromen, daar werden wij bedreigd door ‘t vuur. Nauwelijks zalig worden: de vijanden zijn sterk en listig, terwijl Gods kinderen zo zwak van moed zijn en zo klein van krachten. En wat liggen ze in de strijd vaak onder!

Nauwelijks zalig worden. Als het van onze kant moest komen, werden we nooit zalig! Niemand! Nooit! Zalig worden is een wonder; het grootste wonder dat denkbaar is.

Indien de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt... Zo spreekt de Schrift, het Woord van God. En daarom: wie niet nauwelijks zalig wordt, wordt niet zalig! Zalig worden is altijd nauwelijks! Zou elke loper in de loopbaan des geloofs het straks niet belijden: “Wat een wonder, wat een eeuwig wonder van de trouwe God, dat ik het gehaald heb, dat ik de eindstreep heb bereikt!”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Nauwelijks zalig worden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken