Bekijk het origineel

Generale Synode van Haarlem-Noord (9)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Generale Synode van Haarlem-Noord (9)

13 minuten leestijd

Nog twee vergaderdagen in december komt de synode bijeen. De preses ds. J. Westerink geeft op te zingen Psalm 97: 1 en 7, waarna hij leest Jesaja 9: 1 - 6. Hij gaat de vergadering voor in gebed. Hiermee is de 15e zitting van deze synode geopend. Het moderamlid ds. P. den Butter is afwezig in verband met ziekte. Verder zijn nog een zes-tal secundus-afgevaardigden aanwezig alsmede vier hoogleraren. Voor de afhan deling van een bezwaarschrift gaat de vergadering in comité. Ook de besluitvorming rond het Landelijk Bureau vindt in besloten zitting plaats.

Aan het eind van de morgen dient rapport 8 van commissie 6 over het twee moderamen overleg inzake het Diaconaal Bureau. Nu de synode besloten heeft tot het instellen van een Landelijk Kerkelijk Bureau wordt aan Deputaten Adma en Deputaten Hulpverlening opgedragen de regeling voor taken en bevoegdheden inzake het Diaconaal Bureau aan te passen aan de gewijzigde situatie. Deze regeling wordt aan de volgende synode ter beoordeling voorgelegd.

Dan buigt de synode zich over een aantal gewijzigde voorstellen van commissie 6 met betekking tot het gedeelte van het rapport van deputaten Adma dat handelt over diaconaat, diaken en kerkelijke vergaderingen. De commissie deelt de mening van deputaten dat een herwaardering is gewenst voor het functioneren van de diaken op de kerkelijke vergaderingen en de aandacht voor het diaconaat op de kerkelijke vergaderingen. De commissie is van mening dat de diakenen meer zicht moeten hebben op hun roeping en taak. Het functioneren van het diaconaat op de kerkelijke vergaderingen dient te worden bevorderd. In de kerken moet een klimaat ontstaan waarin het diaconaat een duidelijke plaats heeft. Voor de classicale diaconale commissiesis een belangrijke taak weggelegd. De commissie stelt voor de classes in overweging te geven dat elke gemeente een diaken afvaardig naar de classis- vergadering. Vanuit de synode wordt er op aangedrongen om sterker bij de classes aan te dringen op afvaardiging van een diaken uit elke gemeente. Zelfs wordt voorgesteld dit verplicht te stellen. De rapporteur br. G. van Brenk brengt naar voren dat de commissie er sterk aan hecht dat dit proces wat we nu ingaan, volop de kans krijgt. Daarmee hangt samen dat de commissie een grens aan geeft zodat nu nog niet vastgelegd moet worden dat er een uitbreiding komt van de afvaardiging van diakenen naar de P.S. en de G.S. Eerst moet dit op de classis tot z’n recht komen.

De voorzitter van deputaten wijst er op dat het een goede zaak is dat de afvaardiging van diakenen meer aandacht krijgt. Maar het zou frusterend zijn als er wel diakenen op de vergaderingen zijn, maar geen diaconale zaken. Met inachtneming hiervan staan deputaten achter aanscherping van het commissievoorstel. Als de preses de voorstellen in stemming wil geven, wordt nog gevraagd of deze beslissing niet in de kerkorde thuis hoort. Bij art. 41 is vermeld dat elke classis er zorg voor zal dragen dat minimaal drie diakenen aanwezig zijn op haar vergaderingen. Deze formulering geeft echter al de ruimte voor de voorstellen die nu aan de orde zijn. De synode besluit dat deputaten hun bezinningsstuk aan de classes zullen aanbieden tot versterking van het diaconaal bewustzijn. De classes zullen bevorderen dat er een goed functionerende classicale diaconale commissie is. Deputaten zullen deze commissies toerusten opdat zij goed functioneren en ter versterking van het diaconaat in de gemeente. Artikel 41 lid I van de K.O. wordt aldus gewijzigd, dar er bij de classes op wordt aangedrongen dat elke gemeente een diaken afvaardigt naar de classisvergadering. De afvaardiging naar P.S. en G.S. komt op een volgende synode aan de orde. Opnieuw gaat de synode in comité, waarna de middagmaaltijd wordt genuttigd.

In de middagvergadering dient het rapport van de studie- en adviescommissie over de positie van repatrierende predikanten. Hoewel deze zaak al eerder aan de orde kwam, zijn er nog vele vragen en wensen bij synodeleden over gebleven. De voorzitter van de studiecommissie zegt dat zij niet zijn afgeweken van het principe dat de kerk levenslange zorg voor predikanten heeft. Voorts kunnen we wel een regeling ontwerpen, maar het moet ook betaalbaar zijn. Gevraagd wordt naar het gebruik van art. 12 K.O. Daarin is bepaald dat een predikant niet tot een andere staat des levens mag overgaan dan om gewichtige oorzaken die door de classis beoordeeld moeten worden. Kan dit ook worden toegepast op predikanten die terugkomen uit de zending en dan geen beroep krijgen? Is de termijn van drie jaar ondersteuning niet te kort? Kan een predikant zonder gemeente altijd in die positie blijven? Spreekt art 12 K.O. niet van een situatie die uitgaat van de predikant zelf?

De synode besluit een commissie van begeleiding in te stellen die bestaat uit een theoloog, een psycholoog en iemand die kennis heeft van arbeidsaangelegenheden. Deze commissie krijgt o.a. tot taak om de predikant en zijn gezinte begeleiden als hij zes maanden na beëindiging van zijn dienst (in bijv. de zending) nog geen beroep heeft ontvangen en zijn kerkenraad om die begeleiding vraagt. Deze commissie zal mogelijkheden onderzoeken om andere arbeid te verrichten of tot omscholing te komen. Hierbij zijn ook regels voor een uitkering aangegeven. De volgende synode zal gediend worden met nadere voorstellen.

Het rapport van deputaten Emeritikas moet nog worden afgehandeld. De commissie heeft zich bezonnen op voorstellen die vanuit de vergadering waren ingediend. Hoewel dit heeft geleid tot herziene voorstellen door de commissie, zijn de indieners nog niet tevreden. Vragen worden gesteld over de benoeming door deputaten van een adviseur voor het vermogensbeheer. Kunnen deputaten een verantwoorde keuze maken uit het grote aantal beleggingsspecialisten dat zich aandient? Hoe verhoudt zich het contact van de penningmeester met beleg- gingsdeskundigen?

Geantwoord wordt dat het niet gaat om een betaalde beleggingsdeskundige. Bij monde van br. P. Zuidema wordt aan de synode meegedeeld dat deputaten niet achter dit voorstel van de commissie staan. Zij willen de beleggingen zoveel mogelijk “buiten de deur” houden. Hun gedachten gaan uit naar het benoemen van een beleggings- commissie, die daar een adviseur bij betrekt, een beleggingsplan maakt waaraan deputaten dan hun fiat kunnen geven. Vanuit de synode wordt gevraagd of er niet te veel verantwoordelijkheid komt te liggen bij 1 persoon? De commissie gaat tijdens de pauze nog even spreken met deputaten. De uitslag van dit beraad is, dat commissie 7 blijft bij haar voorstellen, welke door de preses in stemmming worden gebracht. De synode aanvaardt deze voorstellen, waarin verschillende wijzigingen van de instructie zijn verwerkt. Ook worden de bepalingen voor het vermogensbeheer vastgesteld. Een voorstel om bij samenwerkingsgemeenten de lasten voor de emeritikas door beide kerken te laten dragen, wordt niet overgenomen. Besloten is dat een samenwer- kingsgemeente aan de Emeritikas dient bij te dragen op basis van het aantal christelijk gereformeerde leden.

In de avondvergadering dient een ver- volg-rapport over het studiefonds. Een student die via het admissie-examen is toegelaten tot de studie aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn en geen recht heeft op studiefinanciering en niet in zijn levensonderhoud kan voorzien, kan een bijdrage aanvragen ten laste van dit studiefonds. Deze bijdrage wordt ter beschikking gesteld als renteloze lening. De financiële middelen voor dit fonds zijn echter beperkt. Onder de huidige regeling werd van de totale studieschuld 80% geleidelijk kwijtgeschol den en moest 20% worden terug betaald. Deputaten stellen voor om dit te wijzigen in resp. 70% en 30% Vanuit de synode wordt er op gewezen dat dit in vergelijking met de regels voor studiefinanciering van de overheid te ruim is, zodat rechtsongelijkheid kan ontstaan. De synode besluit dat voortaan 30% wordt kwijtgescholden en 70% van de studieschuld moet worden terug betaald. De nieuwe bijdrage per lid voor dit studiefonds wordt vastgesteld op f 2,50 per jaar.

De synode neemt hierna besluiten over de samenwerkingsgemeenten. Na een korte bespreking spreekt de synode uit dat wat op plaatselijk niveau met de Ned. Geref. Kerk is bereikt, bestendig kan blijven, maar dat nu de samen- sprekingen op landelijk niveau niet konden worden voortgezet, in die bestaande contacten terughoudendheid mag worden verwacht. Van alle samenwerkende en van de vijf samenwerkingsgemeenten mag worden verwacht dat zij zich geheel zullen houden aan de in de Christelijke Gereformeerde kerken geldende kerkorde inclusief het ondertekeningsfor- mulier alsmede aan de besluiten van de kerkelijke vergaderingen. De kerkrechtelijke positie van de samenwerkingsgemeenten wordt nader onderzocht en omschreven, waarbij nadrukkelijk rekening moet worden gehouden met de uitspraak dat zij zich geheel zullen houden aan de kerkorde.

Vervolgens moet nog worden afgerond het voorstel van commissie 5 over bezinning op de relatie tussen het landelijk kerkverband en de zelfstandige plaatselijke gemeente met het oog op contacten met gereformeerde belijders. Een aanvullend voorstel hierover heeft de commissie bekeken en zij is bereid dit gedeeltelijk over te nemen. De commissie constateert dat er tussen plaatselijke gemeenten van verschillende kerkverbanden soms een duidelijke herkenning is van elkaar en dat samenwerking soms gewenst en noodzakelijk kan zijn. Het zou principieel, kerkrechtelijk en practisch onjuist zijn wanneer een proces van plaatselijke samenwerking geblokkeerd zou worden door het ontbreken van positieve resultaten van samenspreking op het niveau van deputaten. Na bespreking komt de vergadering tot besluitvorming. Deputaten eenheid wordt opgedragen zich te bezinnen op de relatie tussen het landelijk kerkverband en de zelfstandige plaatselijke gemeente met het oog op de vraag welke mogelijkheden er zijn voor interkerkelijk overleg en samenwerking op plaatselijk niveau zonder negatieve gevolgen voor de eenheid van eigen kerkverband. In verband hiermee zullen deputaten zich ook bezinnen op de vraag welk gewicht aan zaken als eigen kerkelijke cultuur en kerkelijke identiteit gegeven mag worden, in het licht van de Heilige Schrift. Na het zingen van Psalm 135: 8 en 12 eindigt prof. dr. W.H. Velema met dankgebed.

De volgende dag wordt naar gewoonte de vergadering geopend door de assessor, omdat de preses de synode zal sluiten. We zingen van Psalm 98: 1,2 en 4, waarna ds. J. Plantinga uit Openbaring 12 leest en voor gaat in gebed. De synode vergadert vrijwel geheel de dag in comité. Besproken wordt het rapport van deputaten Financiële Zaken. Veel aandacht wordt gegeven aan de begrotingen van de diverse deputaatschappen. Ook de benoemingen worden in comité afgerond. Tevens vindt een bespreking plaats over een instructie uit de P.S. van het noorden inzake een financiële regeling voor losgemaakte predikanten. De synode stelt hiervoor een regeling vast. Na losmaking wordt door en voor rekening van de kerkenraad een uitkering verstrekt. Dit geldt voor de duur van twee jaren. Als de kerkenraad deze last niet kan dragen, kan zij een beroep op de classis. Tijdens de duur van de financiele regeling dient begeleiding van de predikant en zijn gezin plaats te vinden door een commissie die is samengesteld namens kerkenraad en classis. Deze begeleiding is er o.a. op gericht maatregelen te nemen die kunnen leiden tot aanvaarding van een passend beroep.

Als roepende kerk voor de Generale Synode van 2001 wordt Leeuwarden aangewezen, daar de Particuliere Synode van het noorden aan de beurt is. Nunspeet zal de ontvangende kerk zijn.

In de avondvergadering wordt nog een instrcutie van de particuliere Synode van het oosten behandeld. Daarin constateert de P.S. dat de Landelijke Vergadering van de Ned. Geref. Kerken heeft besloten dat er geen bezwaar is tegen het toelaten van vrouwelijke diakenen. Welk gevolg heeft dit voor de nauwere vorm van samenleven die er plaatselijk is, als een Ned. Geref. Kerk waarmee al geruime tijd samenleving is, over gaat tot het bevestigen van vrouwelijke ambtsdragers? Ter synode wordt gevraagd of het minderheidsstandpunt t.a.v. de vrouw in het ambt in onze kerken niet gehuldigd kan worden en of deze zaken niet op de classis moeten dienen in plaats van op de synode. Na enkele wijzigingen besluit de synode de kerken er op te wijzen dat een nauwe vorm van samenleven met een Ned. Geref. kerk die overgaat tot verkiezing en bevestiging van vrouwelijke diakenen, op gespannen voet staat met de in de Christelijke Gereformeerde kerken geldende kerkorde. Samenleving met een Ned. Geref. kerk waarin vrouwelijke diakenen fungeren, roept ongewenste spanningen op t.a.v. de loyaliteit aan het eigen kerkverband en het zich houden aan de kerkorde en besluiten van de meerdere vergaderingen. Deputaten eenheid krijgen opdracht om deze problematiek te onderzoeken. Zij moeten aangeven hoe kerken dienen te handelen die hiermee te maken hebben.

Nadat in comité nog de rondvraag naar art. 43 K.O. aan de orde is geweest, wordt de synode gesloten. Ds. J. Westerink dankt alle synodeleden en inzonderheid de rapporteurs. Aan ds. B. de Graaf, voorzitter van de kerk te Nunspeet, uit hij dankwoorden. De verzorging was in Nunspeet zo goed dat is besloten om over drie jaar weer hier te vergaderen. Br. Wierda overhandigde namens een jarige instelling in dit Veluwse dorp aan elk synodelid een herinnering: het nieuwste boek van prof. dr. J. van Genderen, getiteld: de Bijbel en de toekomst. Ds. J. Westerink geeft een terugblik Er zijn op deze synode allerlei gevoelige zaken aan de orde geweest. Ieder heeft wel eens pijn gevoeld, toch was er de begeerte om elkaar vast te houden. We zijn door de Heere aan elkaar gegeven, al is niet ieder even gelukkig met elke beslissing. Hij zegt dank aan de pre- adviseurs en aan de gemeenteleden uit Nunspeet die ondersteuning gaven aan de synode. De assessor ds. J. Plantinga bedankt namens de vergadering de voorzitter. Ds. Westerink gaf vriendelijk en voortvarend leiding. God gaf de kracht en de goede samenwerking in het moderamen. Namens de hoogleraren spreekt dr. T.M. Hofman. Hij wijst op de P.S. vergadering van juni 1583 in ’sGravenhage gehouden waar ook spanningen waren. U hebt als synode elkaar willen zoeken. Er waren moeilijke momenten. De preadviseurs heb ben steeds een lijn willen trekken. De synodale vergadering hoort ook bij het werk van de Heere en mogen we als gave zien. Laat er gebed zijn voor de kerken opdat we dienstbaar mogen zijn. Ds. J. Westerink dankt voor de goede woorden. Hij leest Mattheus 25: 1-13. Dit is onze laatste synode in de 20e eeuw. De Kerk leeft bij de grote toekomst. De Bruidegom zoekt en werft in Zijn zondaarsliefde zijn bruid. De wijze maagden delen in het werk van de Heilige Geest waardoor ze worden voorbereid op de toekomst. De dwaze maagden houden geen rekening met God. Wie gereed is mag mee naar binnen als de Bruidegom komt. Wie wijs is gemaakt moet waken en zich overgeven aan de Heere.

Na deze woorden brengt de voorzitter dank en bede voor Gods Aangezicht, na het staande zingen van Psalm 79: 4 en 7 verklaart de preses de vergadering van de Generale Synode 1998 voor gesloten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Generale Synode van Haarlem-Noord (9)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken