Bekijk het origineel

De toekomst van de goddelozen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De toekomst van de goddelozen

5 minuten leestijd

En indien de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddeloze en zondaar verschijnen?

De rechtvaardige wordt nauwelijks zalig. In onze vorige meditatie hebben we de nadruk gelegd op dat “nauwelijks”. Dat wil zeggen: door soms bange strijd en hevige aanvechting heen. Het moet immers door de enge poort heen! O ja, de rechtvaardige wordt zeker zalig. Nee, niet als vrucht van eigen inspanning en volharding. Dan zouden ze er nooit komen. Maar God houdt Zijn kinderen vast in Zijn onbezweken trouw. Hij houdt ze vast en Hij haalt ze thuis. De apostel zegt het zo heerlijk in hoofdstuk 1 vers 5: “Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid!” Hoe heerlijk vast: door de kracht Gods bewaard tot de zaligheid! Wie zal dan de rechtvaardigen nog roven het zalige lot, dat hen daarboven wacht bij hun God? Maar van hun eigen kant bezien blijft het “nauwelijks”! Er moet veel strijds gestreden zijn; er moet veel leeds geleden zijn; en veel gebeds gebeden zijn; er moeten heil’ge zeden zijn, zal het straks eeuwige vrede zijn.

En indien dan de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal dan de goddeloze en zondaar verschijnen?

Goddelozen en zondaren. Wie zijn dat? Wat is een goddeloze naar bijbels begrip? Het woord in de grondtekst duidt aan een mens, die niet weet en ook niet weten wil van een vereren, een ontzag betonen voor Gods hoogheid en majesteit. Goddelozen. dat zijn niet alleen die mensen, die uitbreken in gruwelijke zonden en spotten met God en Zijn dienst. Nee, elke mens is van nature goddeloos, los-van-God. Wij zijn immers vanwege onze val in Adam van God vervreemd. Wij willen niet dat Hij Koning over ons is en wij gaan onze eigen weg. En het woord zondaar zegt, dat het doel wordt gemist, omdat wij niet leven naar Gods woord en wet. Wij zijn ont-spoorde mensen. En wij weten wat er gebeurt met een trein die ont-spoort die uit de rails gelopen is. Welnu: onze levens- trein loopt stuk, loopt te pletter door die ontsporing, zodat wij nooit het eindstation des vredes zullen bereiken. Nooit, tenzij Gods almachtige genade ons uithaalt uit onze zelfverwoesting en onze levenstrein weer zet op de rails van Gods inzettingen.

En nu vraagt de apostel: waar zal de goddeloze en zondaar verschijnen? Hij stelt het als een vraag! Waarom? Weet Petrus op deze vraag dan geen antwoord? O ja, zeker wel!

Maar hij stelt het als een vraag om des te sterker de nadruk te leggen op het ontzettend einde van de goddeloze en zondaar. Waar zal hij verschijnen? Wat zal er van hem terecht komen als hij straks verschijnen moet voor de rechterstoel van Christus. Voor Hem, Die hier zijn Redder wilde zijn, maar Die dan zijn rechter zal zijn?

Waar zal hij dan verschijnen? Het is om te huiveren. Zouden we niet stil worden voor God? Aldaar zal de worm niet sterven en het vuur niet worden uitgeblust. De buitenste duisternis. Onder het hoongelach van de duivelen. De plaats waar wroeging zal zijn en knersing der tanden. Wroeging: o, had ik toch maar... Had ik toch maar de tijd der genade benut. Had ik toch maar acht geslagen op al die bemoeienissen die de Heere met mij heeft gehouden. Had ik toch maar ter harte genomen die waarschuwigen, die van Godswege tot mij kwamen. Gods verbondsbeloften aan mijn voorhoofd betekend en verzegeld. Zoveel preken beluisterd (misschien ook wel gehouden: ja, dat kan ook!), maar ik heb almaar mijzelf gehandhaafd. Zoveel preken beluisterd en bekritiseerd, te zwaar of te licht bevonden, maar nooit schuldverslagen onder God gebogen met de bede om genade. Het bloed des nieuwen testaments in ongeloof vertreden.

Waar zal de goddeloze en zondaar verschijnen?

Weten we het al? Weten we waar de reis heengaat? we moeten het toch weten?

Weten we misschien dat we verkeerd zullen aanlanden wanneer het blijft zoals het nu is?

Het is nog genadetijd, en deze dag is nog een genadedag. Heden, zo gij Gods stem hoort: de goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten, en hij bekere zich tot de Heere; zo zal Hij Zich zijner ontfermen; en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk!

Waar zal de goddeloze en zondaar verschijnen? Is het u bang geworden? Moet u belijden: Heere, Uw oordeel over mij kan alleen maar vreselijk wezen. Heere, ik wil mijn misdaan, die U tergen, niet verbergen; ik bedek voor U die niet. Die goddeloze en die zondaar ben ik! Worstel dan voort aan Gods genadetroon. Strijdt voort en houdt aan, en weet het, dat goddelozen worden gerechtvaardigd om niet, door het geloof in Christus Jezus.

En door het “nauwelijks” heen zullen allen, die wettig gestreden hebben, zeker zalig worden. En hun eeuwige roem zal zijn:

Mijn God, U zal ik eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

De toekomst van de goddelozen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken