Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Generale Synode van Haarlem-Noord (11-slot)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Generale Synode van Haarlem-Noord (11-slot)

8 minuten leestijd

De vorige keer zagen we terug op de besluiten aangaande de kerkelijke verhoudingen. De gereformeerde oecumene geeft een grote verscheidenheid te zien. Op de synode van 1947 werd besloten tot het instellen van een deputaatschap voor eenhied van gereformeerde belijders. In het commissierapport dat aan dat besluit ten grondslag ligt, staat vermeld dat de verwijdering onder hen die van gereformeerde belijdenis zijn, steeds groter wordt. Een van de oorzaken is gelegen in het feit dat steeds meer het geheel der gereformeerde confessie en daarmee de gehele inhoud der openbaring Gods uit het oog wordt verloren. De eenzijdigheden en daarmee de tegenstellingen worden steeds groter. Voor haar deel, aldus dat rapport, hebben ook de Christelijke Gereformeerde kerken aan de strijd om bewaring en beleving van de gereformeerde belijdenis deel te nemen en haar profetisch geluid, zij het in bescheidenheid, te doen horen.

In dit licht gezien is het zeer verdrietig dat ruim een halve eeuw later kerken die dezelfde belijdenis hebben, toch niet in eenheid blijken te kunnen samengaan. Blijkbaar zijn de verschillen in bewaring en beleving van de gereformeerde belijdenis zodanig, dat van een kerkelijke vereniging geen sprake kan zijn.

Dit komt ook tot uiting bij een ander zeer belangrijk onderwerp, nl. de plaats van de vrouw ten opzichte van het ambt. In steeds meer kerken, ook van gereformeerde belijdenis, wordt de roep om vrouwelijke anbtsdragers gehoord. Sommige kerken gaan over lot (gedeeltijke) openstelling van de ambten voor de vrouw. Onze kerken nemen een andere positie in. Op deze gaan, synode is de uitspraak gedaan dat het standpunt ten aanzien van de vrouw in het ambt, dat in de Christelijke Gereformeerde Kerken steeds heeft gegolden, schriftuurlijk verantwoord is. Dat standpunt houdt in dat de ambten niet open staan voor de vrouw.

Het deputaatschap dat onderzoek heeft verricht naar de vragen rond vrouw en ambt kwam met twee verschillende conclusies. De meerderheid stelde voor om uit te spreken dat het binnen het kader van de gereformeerde Schriftbeschouwing en ambtsopvatting onmogelijk is om de ambten open te stellen voor zusters der gemeente. Dit deel van het deputaatschap was van oordeel dat het standpunt t.a.v. vrouw en ambt ten nauwste samenhangt met onze visie op het gezag van de Heilige Schrift. Op grond van de gelijkwaardigheid van de ambten is het niet mogelijk het ene ambt wel en het ander ambt niet open te stellen voor zusters der gemeente. Uit het geheel van het spreken van de Heilige Schrift kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat in de gemeente van Christus vrouwen geen ambtelijke positie kunnen bekleden. De minderheid van deputaten wenste dat de synode zou uitspreken dat de openstelling van de kerkelijke ambten voor de vrouw noch in strijd is met wat de Schrift als Woord Gods leert, noch met de belijdenis der kerk die op de Schrift gegrond is. Dit deel van de deputaten was van mening dat het in de besproken bijbelgedeelten strikt genomen niet gaat over de vragen van vrouw en ambt. Het gaat over de positie van de vrouw in ruimere zin, nl. in het geheel van gemeente en eredienst. Er laten zich vanuit die bijbelgedeelten dan ook geen gevolgtrekkingen maken die het dienen van de vrouw in de kerkelijke ambten verhinderen.

Deze twee standpunten staan heel duidelijk tegenover elkaar. Het ene sluit het andere uit. Wat heeft de synode nu besloten? Op voorstel van de commissie heeft de synode als haar oordeel uitgesproken “dat de visie van de meerderheid van deputaten -in tegenstelling tot die van de minderheid- een deugdelijke en overtuigende onderbouwing is van het standpunt dat in de Christelijke Gereformeerde Kerken steeds als het Schriftuurlijke heeft gegolden”. De synode heeft dus een keuze gemaakt. Dit staat ook verwoord in het tweede rapport van de synodale commissie, dat is ingediend na bespreking van de voorstellen en amendementen. Daarin staat dat de uitspraak verstaan moet worden in het licht van het gehele commissierapport. Daar hoort ook bij het oordeel dat uit het geheel van het spreken van de heilige Schrift duidelijk is dat het gezaghebbend leiding geven aan de gemeente aan de man en niet aan de vrouw toekomt.

Wie dit op zich laat inwerken kan tot geen andere conclusie komen dan dat met de uitspraak van de Generale Synode is bevestigd dat het standpunt om de ambten niet open te stellen voor de vrouw, schriftuurlijk is, en dat dit uitsluit de mogelijkheid dat zusters der gemeente een bijzonder ambt vervullen. We mogen zeer dankbaar zijn voor deze beslissing. De overgrote meerderheid waarmee dit besluit genomen is, was verrassend. Begrijpelijk dat de preses van de synode de Naam des Heeren de dank bracht voor dit besluit. Grote verbazing kwam er echter toen al tijdens de synode bleek dat sommige afgevaardigden wel voor deze uitspraak hadden gestemd, maar tevens nog ruimte vroegen voor de mogelijkheid van de vrouw in het ambt. Ook in de reacties op dit synodebesluit komt de mening naar voren dat het genomen besluit toch ruimte laat voor een andere interpretatie. Men probeert de betekenis van dit besluit te minimaliseren. Het zou een uitspraak zijn die twee tegenstrijdige visies in zich verenigt. De geboden exegese is onvolledig en roept veel vragen op. Er zijn noties uit het Nieuwe Testament die niet zijn verwerkt in onze ambtsleer. In deze kritische opmerkingen in de richting van het rapport zijn best waarheidselementen aan te wijzen. Maar het is zeer bedenkelijk dat men z’n aandacht dan richt op zaken die niet van fundamenteel belang zijn en daardoor z’n mening laat vormen. Er kan grote blijdschap en dankbaarheid zijn voor de hoofdlijn die hier is getrokken. De uitspraak en de gronden daarvoor zijn overtuigend voor ons standpunt. Op onderdelen kunnen we wellicht van mening verschillen. Wie echter voor het gezag van Gods Woord wil buigen en de gereformeerde confessie volledig wil honoreren, zal met dit synodebesluit goed kunnen leven. De Heere geve dat Zijn zegen op dit besluit mag rusten.

Hiermee willen we de artikelen over de Generale Synode afronden. Er mocht veel werk geschieden. Ons kleine kerkverband is bij veel zaken betrokken. De afgevaardigden die de besprekingen ter synode hebben meegemaakt. hebben over tal van zaken hun gedachten laten gaan. Zij hebben tijdens de synodale vergaderingen als het ware een proces doorgemaakt. Kerkleden die van de besluiten op de hoogte worden gesteld hebben in feite een achterstand. Voor een goed functioneren van het kerkelijke leven is van belang dat ieder op de hoogt is van het verloop van de kerkelijke vergaderingen. We hopen dat onze artikelen mogen bijdragen tot het betrokken zijn met ons kerkelijk leven.

Ondertussen wordt in de kerken nagedacht over de toekomst. In welke richting zullen onze kerken zich ontwikkelen? Een goede vraag als we letten op de grote problemen waar kerk en samenleving mee te maken hebben. Het is noodzakelijk onze positie te bepalen als het gaat om de waarde van de gereformeerde belijdenis. Hoe kunnen we aan onze jongeren de erfenis van de Reformatie doorgeven? Hoe zal de kerk staande kunnen blijven in een multi-culturele samenleving? Bezinning op dergelijke vragen zal zeer nuttig zijn. Van niet minder belang is de vraag hoe de synodebesluiten in de kerken worden ontvangen en verwerkt. Zullen kerken die samenwerken met de Nederlands Gereformeerde kerken de betreffende besluiten aanvaarden? Hoe gaat men met het besluit over vrouw en ambt om in die gemeenten waar men in feite al toe is aan ambtelijk werk door zusters? We zullen als kerken rond de eeuwwisseling steeds meer met de vraag geconfronteerd worden hoeveel rek er (nog) in ons kerkverband zit. Hoe ver kan en mag het gaan met de loyaliteit ten opzichte van elkaar? Of moeten we elkaar maar vrij laten en zolang mogelijk het kerkverband bewaren, ook al vindt er steeds meer een uitholling van binnenuit plaats? Welke wezenlijke waarde heeft een eenheid die slechts organisatorisch is? Worden we met al deze vragen niet teruggeworpen op de wezenlijke eenheid van de kerk van Christus? De eigenschap van de eenheid is onmisbaar voor het kerk-zijn. Een eenheid die gegrond is op de waarheid. Waar de norm van Gods Woord wordt losgelaten, kan geen sprake meer zijn van eenheid. In de brieven van het Nieuwe Testament wordt opgeroepen om de zuivere leer te bewaren. Die roeping om te waken over Gods Woord blijft actueel. De synodebesluiten en de reacties daarop moge ons dringen tot het gebed dat de Heere Zelf onze kerken zal bewaren bij de Heilige Schrift. Met vernieuwde kracht moge Paulus’ oproep door ons worden betracht: “Bewaar het pand u toebetrouwd”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Generale Synode van Haarlem-Noord (11-slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken