Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

“Wat hebt Gij gedaan?”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

“Wat hebt Gij gedaan?”

5 minuten leestijd

Johannes 18:35b

Daar staan ze tegenover elkaar: Jezus en Pilatus! Jezus, de aangeklaagde, tegenover Pilatus, de rechter! Eens zullen de rollen zijn omgekeerd. Dan zal Jezus Rechter zijn over Pilatus. En wat dat voor Pilatus zal betekenen is huiveringwekkend. Maar nu is Jezus nog de Aangeklaagde en Hij zal veroordeeld worden. Zijt Gij de Koning der Joden?, zo heeft Pilatus Hem gevraagd. De Heere Jezus antwoordt met een tegenvraag: “Zegt gij dit van uzelf, of hebben anderen het u van Mij gezegd?” Voor Pilatus eigenlijk een beschamende vraag. Hij moet immers bedenken dat hij niet op geruchten mag afgaan. Maar dan wordt Pilatus bitter, en hij antwoordt bruut: “Ben ik een Jood? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd!”

En dan stelt Pilatus kort en goed de vraag: “Wat hebt Gij gedaan ?”

Jezus van Nazareth, wat hebt Gij gedaan? Zo vraagt Pilatus. Ik ben geen Jood! En ik verkies niet, dat Ge met mij omgaat alsof ik een Jood zou zijn. Uw eigen volk en de oversten van dat volk hebben U aan mij overgeleverd. Gij zult dus Zelf het beste weten wat er is gebeurd. En daarom: wat hebt Gij gedaan? Ik weet het niet, en daarom wordt het tijd dat Ge het Zelf maar zegt! Een smadelijke behandeling, een rechter onwaardig. Eigenlijk had Pilatus Jezus nu al vrij moeten laten, nu een behoorlijke aanklacht blijkbaar ontbreekt. Toch geeft Jezus antwoord. Nee, niet op de onwettige vraag: “Wat hebt Gij gedaan?” Maar wel op de vraag van Pilatus: “Zijt Gij de Koning der Joden?” Nee? Jezus kon en wilde niet ingaan op die onwettige vraag van Pilatus: “Wat hebt Gij gedaan?” Want Hij moest en wilde Borg zijn en betalen wat Hij niet geroofd had.

Maar toch laat die vraag ons niet los. Heere Jezus, wat hebt Gij gedaan?

Hoe had Hij kunnen antwoorden! Wat Ik heb gedaan? Ik ben het land doorgegaan, goed-doende! Zieken heb Ik genezen, melaatsen heb Ik gereinigd, hongerigen heb Ik gevoed, dorstigen heb Ik gelaafd, blinden gaf Ik het gezicht, doven deed Ik horen, doden heb Ik opgewekt, duivelen heb Ik uitgeworpen, vermoeiden heb Ik rust gegeven. Ja, zonden heb Ik vergeven. Aan onrustige, verslagen harten heb Ik een vrede geschonken die alle verstand te boven gaat. Aan armen heb Ik het evangelie verkondigd.

Heere Jezus, wat hebt Gij gedaan? Ik heb de wil van Mijn Vader volbracht, wat Mijn spijze was. Nog verder: Ik heb de hemel en de aarde geschapen. Ik heb geworsteld met Jacob in de nacht van Pniël. Ik heb met de vrienden van Daniël gewandeld in de vurige oven.

Heere Jezus, wat hebt Gij gedaan? Ik heb Gods liefdewet vervuld, Ik heb de vloek op de overtreding van Gods wet gedragen en een eeuwige gerechtigheid verworven voor doemschuldige zondaren.

Wat hebt gij gedaan?

Wanneer deze vraag aan ons wordt gesteld, wat zal dan ons antwoord zijn? Heere, ik heb gedaan wat kwaad was in Uw heilige ogen. Mijn schuld is bergenhoog.

Wat hebt gij gedaan? Een vraag in het gericht! Komt dan, zegt de Heere: laat ons tesamen richten! Dan moeten wij eerlijk worden voor God en onszelf.

Wat hebt gij gedaan? Gij mensenkind, eens naar Mijn beeld geschapen, nu naar Mijn Naam genoemd. Heere, ik heb de band met U al in het paradijs verbroken. Ik heb de hand uitgestoken naar de verboden vrucht, en ik doe het nog maar al te veel! Tegen al Uw geboden zwaarlijk gezondigd en niet één ervan gehouden, en nog steeds tot alle boosheid geneigd!

Dies ben ik, Heer’ Uw gramschap dubbel waardig!

Zie mijn berouw: hoor, hoe een boet’ling pleit! Wat was David een gelukkige man, toen hij in psalm 51 op die plaats mocht komen. Hij mocht de Heere door genade het enige offer brengen dat nooit door Hem veracht geweest is: een gans verbroken geest, door schuldbesef getroffen en verslagen. Vrucht van de Zelf-offerande van Jezus. En in het dal van ootmoed en verslagenheid doet de Heilige Geest het geloof opbloeien dat ruimte vindt in de Heere Jezus en in Zijn voldoenend en verzoenend offer. Om in aanbiddende verwondering te zien op wat hij gedaan heeft. Hij heeft de hemel verlaten, en daarmee de heerlijkheid die Hij bij de Vader had, eer de wereld was. Hij heeft de gestalte van een dienstknecht aangenomen, en is de mensen gelijk geworden. En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelf vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot de dood, ja, de dood des kruises. Hij is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat armen door Zijn armoede rijk zouden worden. Hij is tot zonde gemaakt, opdat wij zouden zijn rechtvaardigheid Gods in Hem. Hij werd van God verlaten, opdat wij nimmermeer van Hem zouden verlaten worden. Hoor Hem spreken in de hof: indien gij Mij zoekt. Zo laat dezen heengaan! Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood zoudt moeten sterven! Heerlijke Zaligmaker, Uw verzoenend sterven is het enige rustpunt van mijn hart! Wees mij tot een Rotssteen, om daarin te wonen, om geduriglijk daarin te gaan!

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

“Wat hebt Gij gedaan?”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken