Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

John Brown - “Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven” (12)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

John Brown - “Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven” (12)

6 minuten leestijd

In het vorige artikel gaven we aan dat John Brown bijbelse lijnen trekt over het onderwerp de heiligmaking (met name over de nieuwe mens). We willen in dit artikel de draad weer oppakken. De ware gelovigen dienen het geloof in Christus te oefenen, als het Hoofd des lichaams. De gelovigen moeten opgroeien in Hem, zijnde één rank in Hem. Zo alleen kunnen en zullen ze vruchten dragen. “Nu zegt ons Christus zelf, dat de ranken geen vrucht kunnen voortbrengen, tenzij zij in de wijnstok blijven, en dat Zijn discipelen evenmin vrucht kunnen dragen, tenzij zij in Hem blijven. Joh. 15. Derhalve, gelijk de ziel door het geloof, als een rank, met Christus als de Wijnstok verenigd is, en gelijk zij door het geloof in Hem blijft, zo is het door het geloof, dat zij vrucht moet vóórtbrengen, en dit geloof moet Christus aangrijpen als de Wijnstok, en Wortel of Fontein, waaruit sap, leven en sterkte vloeit, zo moet dan het geloof op Christus zien als de Fontein, waaruit wij voorzien worden, als het Hoofd, waaruit al de invloeden van kracht en beweging voortkomen. Christus heeft kracht en leven genoeg te geven; want de volheid woont in Hem lichamelijk”. O, geliefden Christus is gewillig genoeg om van Zijn volheid mee te delen en te schenken. Laten we toch niet twijfelen aan de bereidwilligheid van Christus. Hij wil Zijn volk vruchtbaar maken. Daarom moeten de gelovigen zich wachten om de Heilige Geest te bedroeven en om de gewilligheid van Christus in twijfel te trekken. Werp geen hinderpalen op! Ruim alle beletselen op, opdat de gemeenschap met Christus mag en kan opbloeien. Alles wat de toorn van de Heere oproept, moeten we nalaten en vermijden. Wees dan ook waakzaam en ernstig in uw levenswandel. Leer geduldig wachten op Gods genade. En pleit daarbij op Zijn beloften. “Dit is de mond wijd open te doen, opdat Hij dien vervulle (...) en te wachten als een bedelaar aan des Konings poort, totdat Hij de aalmoezen uitreikt”. Tot versterking van hun hoop en geloof moeten de gelovigen Christus aangrijpen in Zijn lijden en sterven. Want door Zijn lijden en sterven ontvangen ze kracht en leven. De gelovigen dienen ook het geloof te oefenen op de beloften van het Nieuwe Verbond. Als zij dat mogen doen, zullen ze in Gods wegen wandelen en zullen de wetten Gods in hun harten geschreven worden. John Brown verwijst dan naar Hebr. 8:10 en dat Ik met het huis Israels maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn” (Hebr. 8:10). En Jeremia 31:33 luidt als volgt: “Maar dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE; Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn”. Het is alleen door het geloof, dat deze beloften moeten aangenomen worden. De vrees voor u en mij is, of wij een levend geloof hebben en wij de Heere Jezus nodig hebben. Begeren wij in Zijn wegen te wandelen en Zijn rechten te onderhouden? Als dat zo is, moeten we ook leren zien op Christus in Zijn opstanding. Dat deed Paulus, toen hij uitriep: “Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding en de gemeenschap Zijns lijdens, Zijn dood, gelijkvormig wordende” (Fil. 3:10). Brown zegt het zó: “Nog moeten de gelovigen verder op Christus zien in Zijn opstanding, als een openbaar Persoon, en alzo zien op zichzelf en rekenen zichzelf, als met en in Hem opstaande, inderdaad, of in kracht, en nemen de opstanding van Christus als een zeker pand en bewijs van hun heiligmaking; want zo spreekt de apostel in Romeinen 6:11 en 13. Wij zijn (zegt hij) met Hem begraven door de doop in de dood, opdat gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwig heid des levens wandelen zouden. Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding. Indien wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven; alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onze Heere. En stelt uwe leden niet der zonde tot wapenen der ongerechtigheid; maar stelt uzelven Gode, als uit de doden levende geworden zijnde en stelt uw leden Gode tot wapenen der gerechtigheid”. Het recht leggen van deze grond zal uitnemend voordeel geven aan hem, die naar de heiligheid staat. Gelovigen zijn immers met Christus vergroeid, zodat hun dood de Zijne, nee Zijn dood de hunne is. En dat niet alleen. Ze zijn ook met de uit de doden opgestane Christus verenigd. Vergroeid met Hem in Zijn dood. Maar dan ook vergroeid met Hem in Zijn opstanding. De gelovigen strijden tegen de zonde op het terrein van de overwinning. Christus heeft immers overwonnen en zij met Hem! Dat alleen kan hen kracht en vertrouwen geven dat het werk der heiligmaking voorspoedig zal zijn. Nee, niet in eigen kracht. Alleen in de kracht van de Heere Jezus die opstond uit het zonde-graf en die leeft tot in alle eeuwigheid. De gelovige, aldus Brown, mag zichzelf nu aanzien, als tezamen levend gemaakt met Christus (Ef. 2:5).

Het geloof mag en moet ook zien op Christus, als op een Voorbidder bij de Vader. In dit verband verwijst Brown naar Joh. 17:17 waar staat: “Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid”. U weet dat Johannes 17 handelt over het Hogepriesterlijk gebed van de Heere Jezus. De Heere Jezus bidt er tot Zijn Vader. Hij bidt voor Zijn volk!

Wel kind des Heeren, zie op deze Voorbidder. En let op Zijn spreken. Geef acht op het geopenbaarde Woord van God, want dat Woord is in Zijn wezen waarheid, openbaring van de God der waarheid. Door deze waarheid worden de gelovigen geheiligd en afgescheiden van de wereld. Zo worden ze tevens bekwaamd tot het vervullen van hun roeping in deze wereld. Wat een troost bevat de voorbede van Christus. Ja ook dit woord: “Heilig ze in Uw waarheid; Uw Woord is de waarheid”. Zijn gebed wordt immers altijd verhoord!

Kom gelovigen zie op Hem als dé Voorbidder. Vraag of de Heilige Geest u daartoe leidt!

We eindigen met een lofzang op de Koning!

Hij heeft, o God, van U begeerd
Het onvergank’lijk leven;
Gij hebt het hem gegeven
Zo zijn de dagen hem vermeêrd;
Zo leeft de Vorst altoos;
Zo leeft hij eindeloos
(Psalm 21:4)

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

John Brown - “Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven” (12)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken