Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

John Brown - “Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven” (13)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

John Brown - “Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven” (13)

6 minuten leestijd

We willen weer letten op Browns pastorale behandeling van de heiligmaking. Dat blijkt ook als we letten op de waarschuwingen die hij geeft. Hij is beducht voor misvattingen. En omdat hij die liever wil voorkomen, bespreekt hij een aantal knelpunten. Zijn positieve bedoeling is dat de ware gelovigen mogen leven tot eer van God en voor onnodig vallen en struikelen bewaard worden. We laten Ds. Brown zelf aan het woord. “Wij dienen ons te wachten, om te denken dat hier volmaaktheid te verkrijgen is. De volmaakte Man en de mate der grootste volheid van Christus is toekomend en tot op dien zal het lichaam maar zijn in het volmaken en opbouwen door het werk der bediening, Ef. 4:12,13. De gelovigen moeten niet gerust willen neerzitten bij enige mate der genade, waartoe zij hier komen maar zij moeten groeien in de genade, voortgaande van kracht tot kracht, totdat zij verschijnen in het hemels Zion”. Ook moet niet iedere gelovige dezelfde mate van heiligheid verwachten. Niet ieder komt even ver op het pad der heiligmaking. De Heere is ook in deze soeverein. Hij bedeelt de Zijnen met onderscheiden genade. Alleen dit kan en mag nooit aangewend worden om dorheid en magerheid in het geestelijke leven te vergoeilijken. Dat is altijd onze eigen schuld. Verzuim dan ook niet de Heere aan te roepen en bid of Hij u opheft uit die doodse stand.

“Och, wierd ik derwaarts weer geleid! Dan zou mijn mond U d’ere geven”. Een levende klacht is op z’n plaats! Verder moet bedacht worden dat er enige voortgang kan gemaakt zijn op de weg der heiligheid, waarvan de gelovige niets bemerkt. Dat kan zijn, omdat het zo’n geringe groei is, zodat de desbetreffende persoon er zelf geen erg in heeft. Het is evenzo mogelijk dat de Heere in Zijn oneindige wijsheid deze groei voor de gelovige verbergt. De bedoeling hiervan is dat hij of zij nederig blijve en zich niet zou gaan verheffen. Daar kan een voortgang in heiligheid zijn, hoewel niet in die bijzondere zaak, waarop de gelovige zich richt. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden niet te groeien in de liefde tot God en ijver voor Hem en toch kan er een groei zijn. De gelovige kan bijvoorbeeld wel groeien in de ootmoed. Hij kan kleine gedachten van zichzelf hebben. En dat is een zegen, want zo is hij aangenaam in de ogen Gods. Wel dat is het beste bewijs van geestelijke groei. We weten allemaal dat vruchtbomen die de zwaarste vruchten dragen afhangende takken hebben die soms zelfs de grond raken. Ds. Brown bespreekt vervolgens de toestand van een klagende ziel die zich neerbuigt voor de Allerhoogste, omdat hij klaagt over het gebrek aan vruchten. “Daar kan veel heiligheid zijn, waar de ziel klaagt over gebrek aan vruchten, wanneer de zich onder die bedeling des Heeren aan haar, zich neerbuigt voor de Allerhoogste (...) om zich gaarne te onderwerpen aan Gods wijze beschikking, zonder te morren of te twisten over wat Hij doet”. Er is veel heiligheid in de gelovige als hij de straf van zijn ongerechtigheid eerbiedig aanneemt zonder enig tegenspreken. Er is veel heiligheid in de gelovige als hij zijn schuld in de tegenspoed gaat belijden en zijn schuld leert bewenen. Waar een stille onderwerping aan Gods vrijmachtige en alleenwijze beschikkende hand Gods is. We denken in dit verband aan Psalm 131.

Heb ik mijn ziel niet stil gezet.
En mij verloochend naar Uw wet,
Gelijk het pas gespeende kind
Zich stil bij zijne moeder vindt?

Mijn ziel, die naar den vrede haakt,
En ‘t morrend ongenoegen wraakt,
Is in mij als een kind gespeend,
En heeft zich met Uw wil vereend.

(Ps. 131:2 en 3 berijmd)

Zo’n ziel leert de roede van God kussen! En mag zelfs honing proeven, die zich aan de roede van God bevindt. Er is een wachten op de Heere. Die God die nooit laat varen de werken van Zijn handen. Er is een hijgen naar meer heiligheid, waarbij Zijn komst wordt verbeid. Zo‘n gelovige kan het niet zonder de Heere stellen. Hij is zijn hoop en heil alleen. Gelovigen volhardt daarom in uw plicht en laat de uitkomst aan de Heere over. Hij weet hoeveel vorderingen u gemaakt hebt op het pad der heiligmaking en Hij zal u daarin ook verder leiden. Laat u door de satan niet wanhopig maken. Hij fluistert u in, dat u niets vordert, als u lang op de Heere moet wachten en u geen voordeel ziet of vooruitgang, vrees dan niet. Blijf de Heere aanroepen. “O, wij dienen er ons voor te wachten om de Heilige Israels palen te zetten. Laat ons in onze plicht volharden”. Het is geen geschikte tijd om de maat te nemen van onze genade, t.o.v. haar merkbare wasdom en vruchtbaarheid, wanneer de duivelen tegen ons losgebroken zijn of wanneer de verzoekingen toenemen en de verdorvenheden een groot geraas maken. We zijn dan zo in verwarring dat we geen helder zicht op onze toestand hebben. Het is in zo’n tijd al een groot wonder als we staande blijven. “Het zal veel voor een boom zijn, dat hij blijft staan, en niet in een sterke en hevige storm ontwortelt, al houdt hij zijn bloesems niet, en al geeft hij geen vrucht. Van de bomen, die in de koude winterdag noch bladeren noch vrucht dragen, moet niet gezegd worden, dat ze achterwaarts gaan en niet groeien, omdat ze als de lente weder aankomt, weder levend zullen worden en zo vruchtbaar zijn als ooit”. Laten we het groot achten om te mogen hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Laten we het niet versmaden of gering achten als wij ernstig zoeken de Heere te behagen en naar Zijn wil te leven. Nehemia achtte dit geen kleine zaak, toen hij zei: “Och, Heere, laat toch Uw oor opmerkende zijn op het gebed Uws knechts, en op het gebed Uwer knechten, die lust hebben Uw Naam te vrezen”. Het is goed om dit elkaar voor te houden. Vrees de HEERE en stort voor Hem uit uw begeerten om heilig voor Hem te leven. Wie heeft daartoe lust? De dichter van Psalm 25 roept ons daartoe op. “Wie is de man, die den HEERE vreest? Hij zal hem onderwijzen in den weg, dien hij zal hebben te verkiezen. Zijn ziel zal vernachten in het goede, en zijn zaad zal de aarde beërven”(Ps. 25:12,13).

In de berijming luidt het als volgt:

Wie heeft lust den HEER’ te vrezen,
‘t Allerhoogst en eeuwig goed?

God zal zelf zijn leidsman wezen;
Leren, hoe hij wand’ jen moet.
‘t Goed, dat nimmermeer vergaat,
Zal hij ongestoord verwerven
En zijn Godgeheiligd zaad
Zal ‘t gezegend aard’rijk erven

(Ps. 25:6).

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

John Brown - “Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven” (13)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken