Bekijk het origineel

John Brown - “Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven” (14)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

John Brown - “Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven” (14)

7 minuten leestijd

In hoofdstuk 8 bespreekt Ds. Brown opnieuw de heiligmaking. Hij laat daar het licht vallen over de overtredingen die door Gods volk worden begaan. Voor die overtredingen kunnen allerlei redenen zijn. Allereerst noemt Ds. Brown de verzoekingen die op de kinderen des Heeren afkomen. Davids val en Petrus’ verloochening zijn in dit opzicht sprekende voorbeelden. Daarnaast is er tevens sprake van dagelijkse zwakheden en onvolmaaktheden. Elk kind van God heeft talloze zwakheden en struikelingen. De apostel Jakobus zegt in dit verband: “wij struikelen allen in vele. Indien iemand in woorden niet struikelt, die is een volmaakt man, machtig om ook het gehele lichaam in den toom te houden”. Ds. Brown verwijst tevens naar Spreuken 24:16 en Prediker 7:20. De beide teksten luiden als volgt: “Want de rechtvaardige zal zevenmaal vallen en opstaan, maar de goddelozen zullen in het kwaad nederstruikelen” en “Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet en niet zondigt”. Deze teksten tonen genoegzaam aan, dat de rechtvaardigen tot hinken en zinken ieder ogenblik gereed zijn. Om die reden kan en moet gezegd worden, dat Christus ook in dit opzicht de enige Weg tot de Vader is! John Brown zegt: “Tot voldoening in dezen dient men aan te merken, dat er in deze dagelijkse overtredingen twee dingen in acht te nemen zijn. Vooreerst de schuld welke gewoonlijk genoemd wordt reatus poenae, strafschuldigheid, waardoor de overtreder onderworpen is aan het vonnis der wet of aan de straf, verbonden aan haar verbreking, welke niet minder is dan de vloek Gods; want vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al wat geschreven is in de Wet, om dat te doen, Gal. 3:10. Ten andere: Daar is de smet of vlek, die genoemd wordt reatus culpae, schuldverbintenis, waardoor de ziel besmet wordt, en in zover onbekwaam gemaakt wordt tot de heerlijkheid en tot de gemeenschap en het gezelschap van God, die te rein van ogen is, dan dat Hij de ongerechtigheid kan aanzien; zodat het klaarblijkelijk is, hoe noodzakelijk deze twee moeten worden weggenomen, opdat ze ons niet in de weg staan om tot de Vader te gaan”. Ds. Brown benadrukt met stelligheid dat ten opzichte van beide overtredingen Christus door de boetvaardige zondaar moet worden ingeroepen en moet worden gebruikt. Het is van groot belang, eerst te letten op wat Christus gedaan heeft om de schuld die dagelijks gemaakt en vermeerderd wordt, weg te nemen. Christus heeft Zijn leven afgelegd tot een rantsoen voor al de zonden van de uitverkorenen. Zijn bloed werd gestort tot vergeving van de zonden. Vele teksten in de Schrift geven dit aan. Wat een liefde van Christus om zó bereidwillig te zijn aan de Vader. Ja, want het was de Vader die al onze ongerechtigheden op Hem deed aanlopen (Jesaja 53:6). De Man van smarten heeft de dodelijke werking van de zonde tot Zich laten komen. Hij is het alleen Die ons van de zware last der zonde bevrijdt. Wie dit werkelijk door Gods Geest mag ervaren, is de Heere zeer dankbaar voor deze Middelaar die van het eeuwig verderf verlost. Wat is het daarentegen verschrikkelijk als wij deze Borg niet nodig hebben en voort snellen naar het eeuwig verderf. O zondaar vraag om ontdekkende gena-de, opdat u uw schuld leert bewenen en Christus leert nodig krijgen. Bedenk dat Hij tot zonde is gemaakt! “Wat Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem”

(2 Korinthe 5:21). Hij heeft aan Gods gerechtigheid voldaan. We kunnen denken aan Zijn 6e kruiswoord: “Het is volbracht” als ook aan de opstanding uit de doden. Daarmee bewees Hij de Zoon van God te zijn. Met name heeft Hij door Zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht. De opstanding uit de doden was hét middel, waardoor God Hem publiek en met kracht had geproclameerd als Zijn Zoon. Christus is dan ook Overwinnaar. Hij heeft de zonde, de dood en de hel gedood. Ds. Brown zegt: “Hebbende de gerechtigheid voldaan, en zijnde opgestaan van de doden, als een overwinnaar, zo is Hij nu verhoogd om een Prins te zijn om bekering en vergeving der zonden te geven”.Alle beloften van vergeving en kwijtschelding van de zonde zijn verzegeld en bevestigd in het bloed van Jezus. In Jeremia 31 waar gesproken wordt over het nieuwe verbond kunnen we lezen, dat God de ongerechtigheid vergeeft. In Hebreeën 8 wordt dit nader uitgewerkt. In dit hoofdstuk (alsook in heel de brief) worden we gewezen op dé Hogepriester Christus. Deze Hogepriester gaat verre uit boven het levitische priesterschap. Alleen Christus’ priesterschap is volkomen. “En nu heeft Hij zoveel uitne-mender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is” (Hebr. 8:6) Ds. Brown merkt op, dat de beloften van vergeving bevestigd zijn in het bloed van Jezus. Hij is de Middelaar van het nieuwe verbond, waar Jeremia reeds van sprak en profeteerde! Christus heeft alles volbracht. Hij droeg al de zonden van Zijn volk aan het kruis. “Zo is dan door Christus’ dood een weg gebaand in het verbond der genade, waardoor de zonden der uitverkorenen dadelijk zullen vergeven worden, namelijk, dat op hun bekering en eerste aangrijpen van Christus door het geloof, al de zonde, waaraan zij dan schuldig staan, dadelijk zullen vergeven worden in hun rechtvaardig-making en al hun volgende zonden zullen hen ook vergeven worden op hun vernieuwd aangrijpen van Christus door het geloof’. Dit citaat geeft genoegzaam aan dat Ds. Brown een diep inzicht had in het werk van Christus. Het is wellicht goed om met een toepasselijk woord te eindigen. O kind des Heeren, u hebt een Zaligmaker Die u, ellendige, rampzalige zondaar zó vurig heeft liefgehad, dat Hij u wilde verlossen. Hij heeft Zich gegeven, restloos gegeven.

Dit gebeurde vooral toen de zware toorn van de almachtige God en de onverdraaglijke angsten van de hel Hem benauwden. Hij heeft niet gerust voordat alles was volbracht. Dit moet ons dienen tot een ernstige vermaning, opdat wij deze lieve Zaligmaker van harte leren liefkrijgen. Voorwaar, alle mensentongen behoorden hierover dag en nacht de Zoon van God te prijzen. Zij behoorden met een luide stem Hem te aanbidden. Alle ogen behoren op Hem te zien. Alle handen behoren naar Hem te grijpen. Alle voeten behoren tot hem te lopen. En alle krachten van ziel en lichaam behoren tot Zijn dienst bereid te zijn. Maar ach wat blijven wij vaak in de vervulling van onze beloften van dankbaarheid zo trouweloos steken. Al zou ons hoofd vol water en onze ogen een springbron van tranen zijn, wij zouden zo’n snode ondankbaarheid nog niet genoeg kunnen bewenen. Laten we door de grote rijkdom van de goedertierenheid en lankmoedigheid van Christus bewogen worden om al onze vorige menigvuldige verbondsbrekingen van harte te beklagen. Laten we ons schamen over onze zonden en afmakingen. Wilt U Heere Jezus door Uw kracht van Uw gekruisigd lichaam ons sterken in het allerheiligst geloof. Kinderen Gods dat zij uw gebed. En u die de Heere niet kent, vraag om ontdekkende genade! Bedel bij God om ontferming en vraag tevens of u zicht mag krijgen op de volmaakte Borg!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

John Brown - “Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven” (14)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken