Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Nieuwe Bijbelvertaling (7)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Nieuwe Bijbelvertaling (7)

7 minuten leestijd

Tijdsaanduiding

De Joden delen de tijd anders in dan wij. In de Bijbel begint men te rekenen vanaf 6 uur in de ochtend. Wij beginnen te rekenen vanaf 12 uur in de nacht. Wat doet nu de Nieuwe Bijbelvertaling? Zij geeft niet de Bijbelse tijd weer, maar rekent deze tijd om in onze tijdsaanduiding. In Handelingen 2 staat in vers 15 bij de toespraak van Petrus vermeld dat het de derde ure van de dag is (Statenvertaling). De NBV maakt hiervan negen uur in de ochtend. In Handelingen 3 wordt geschreven over het gaan van Petrus en Johannes in de tempel. In de Statenvertaling staat “omtrent de ure des gebeds, zijnde de negende ure.” De NBV heeft: “omstreeks drie uur naar de tempel voor het middaggebed.” In Handelingen 10:9 lezen we in de Statenvertaling dat Petrus op het dak klom om te bidden “omtrent de zesde ure.” De NBV heeft: “ging Petrus omstreeks het middaguur naar het dak van het huis om daar te bidden.” In Handelingen 23:23 staat in de Statenvertaling: “tegen de derde ure des nachts.” De NBV heeft: “drie uur na zonsondergang.” Deze wijze van weergeven van de tijd in de NBV is geen vertalen, maar is omzetten in onze westerse tijdsindeling.

Misvattingen omtrent de Doop

De wijze waarop teksten aangaande de doop worden weergegeven in de NBV baren zorg en geven aanleiding tot misvattingen of geven in ieder geval ruimte tot misvattingen. Hand. 2:38 luidt in de Statenvertaling: “En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.” De NBV heeft in Hand. 2:38 “Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor wat u hebt misdaan’.” Mijns inziens komt in de weergave van de NBV niet duidelijk uit dat de doop de vergeving der zonden betekent en verzegelt. De doop brengt immers de vergeving niet met zich mee. De doop predikt dat er alleen vergeving is op grond van het Borgwerk van Christus, op grond van het Bloed dat Hij heeft gestort. Wordt hier geen ruimte gegeven voor een sacraments- beschouwing die tendeert naar de roomse opvatting? Rome leert dat het doopwater een goddelijk, levend, heilig water is. Rome meent dat aan dit water een goddelijke kracht wordt meegedeeld onder het uitspreken van de doopformule en dat de werking des Heiligen Geestes door dit doopwater heengaat. Rome leert dat de doop vergiffenis brengt van alle zonden, zowel van de erfzonde als van de dadelijke zonden die voor het tijdstip van de doop zijn bedreven. De doop vernieuwt en heiligt volgens Rome. Rome leert dat door de doop geloof, hoop en liefde worden ingestort. Rome leert dat door de doop de smet van de erfzonde ganselijk te niet wordt gedaan en dat alleen de begeerlijkheid overblijft, die op zichzelf genomen geen zonde is, maar wel aanleiding tot zondigen kan worden. Rome stelt dat men door de doop wordt wedergeboren en vernieuwd. Dat is niet de leer van de Reformatie, dat is niet de leer van Gods Woord. Vraag en antwoord 72 van Zondag 27 zijn wat dit betreft duidelijk. Vraag 72 luidt: “Is dan het uiterlijk waterbad de afwassing der zonden zelf?” Het antwoord luidt: “Neen het: want alleen het bloed van Jezus Christus en de Heilige Geest reinigt ons van alle zonden.” Gezien de weergave van Hand. 2:38 ben ik er niet gerust op dat dit wordt onderschreven door de NBV en dat er geen ruimte wordt geboden aan een roomse doops- opvatting. De kanttekening bij deze tekst is duidelijk: “Dat is, tot verzekering, dat uw zonden om Christus’ wil vergeven zijn, Hand. 22:16; want niet het water des doops, maar het bloed van Christus reinigt ons eigenlijk van al onze zonden; 1 Joh. 1:7.”

Hand. 8:37 luidt in de Statenvertaling: “En Pilippus zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, zo is het geoorloofd. En hij antwoordende zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zone Gods is.” De geloofsbelijdenis van Filippus gaat vooraf aan de volwassendoop. Eerst spreekt Filippus deze belijdenis uit en dan wordt hij gedoopt. In de NBV vinden wij dat op grond van de keuze voor andere handschriften niet meer terug. In de NBV is deze tekst verdwenen. In een noot onderaan de bladzijde staat: “Andere handschriften hebben een vers 37: ‘Filippus zei tegen hem: ‘Indien u gelooft met heel uw hart, is het toegestaan’. Hij antwoordde: ‘Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is’.” Hier wordt een theologische keuze gemaakt waar wij niet gelukkig mee zijn. Een laatste tekstgedeelte dat wij met betrekking tot de doop aan de orde willen stellen is Hand. 19 de verzen 4, 5 en 6. In de Statenvertaling staat: “Maar Paulus zeide: Johannes heeft wel gedoopt den doop der bekering, zeggende tot het volk, dat zij geloven zouden in Dengene Die na hem kwam, dat is in Christus Jezus; En die hem hoorden, werden gedoopt in den Naam des Heeren Jezus. En als Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zi j spraken met vreemde talen en profeteerden.” De NBV heeft: “Daarop zei Paulus: ‘Johannes doopte de mensen om hen een nieuw leven te laten beginnen en zei tegen hen dat ze moesten geloven in degene die na hem kwam, in Jezus’. Toen ze dat gehoord hadden, lieten ze zich dopen in de naam van de Heere Jezus, en toen Paulus hun de handen had opgelegd daalde de Heilige Geest op hen neer, zodat ze in onverstaanbare klanken gingen spreken en profetieën verkondigden.”

Wat valt op bij vergelijking van de Statenvertaling met de NBV? Opmerkelijk is dat vers 4 in de NBV tussen citaat-komma’s is geplaatst, zodat Paulus daar de aan zijn hoorders bediende doop door Johannes uitlegt. In vers 5 staat dan dat deze zelfde hoorders, die dus door Johannes gedoopt zijn, zich op de woorden van Paulus opnieuw laten dopen. Zo kan men zich voor de herdoop op de NBV beroepen. Als deze tekst inderdaad over herdoop spreekt, wat kan men er dan nog op tegen hebben? De kanttekening op de Statenvertaling is duidelijk. Bij het woordje “hem” uit vs. 5 wordt aangetekend: “Namelijk Johannes de Doper. Want dit zijn de woorden van Paulus, verhalende hoe Johannes zijn discipelen doopte. Hetwelk blijkt uit de Griekse tekst, in welken de twee woorden ‘men’, dat is ‘wel’; en ‘de’ dat is ‘maar’, of ‘en’ (waarvan het ene voorgaat in het vierde vs., en het andere volgt in het vijfde vs.) aanwij- zen dat de dingen, die in deze twee verzen gezegd worden, tezamen moeten gevoegd worden, en dat er van een persoon en zaak gesproken wordt. Zodat hieruit niet kan bewezen worden, dat deze discipelen door Paulus zouden gedoopt zijn.” De herdoop wordt in de Statenvertaling dus duidelijk afgewezen. In het derde deel van het Handboek voor bijbelonderwijs “Leren en leven” door Drs. P. Cammeraat lezen we aangaande deze tekst het volgende: “Hier wordt dus gesproken over de doop door Johannes. Er is geen sprake van een herdoop door Paulus. Uit de Griekse grondtekst blijkt dat vs. 5 behoort bij de door Paulus gesproken woorden in vs. 4.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

De Nieuwe Bijbelvertaling (7)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken