Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bevestiging en intrede Kand. Drs. A.A. Egas te Urk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bevestiging en intrede Kand. Drs. A.A. Egas te Urk

18 minuten leestijd

Bevestiging door ds. P. den Butter

De tekst voor deze bijzondere dienst was Lucas 24: 45 “Toen opende Hij hun het verstand, opdat zij de Schriften verstonden.”.

“Hij” dat is de opgestane Heere Jezus Christus. Aan de avond van de opstandingsdag vertoonde Hij Zich aan de Emmaüsgangers en aan de discipelen. De Gekruisigde is de Opgestane. De discipelen hadden er veel moeite mee dit te geloven. Christus moest veel bewijzen van Zijn opstanding geven om het ongeloof te genezen.

“Hun verstand” dat is van de discipelen die bijeen waren achter gesloten deuren. Zij waren bedroefd, de wanhoop nabij. Zij hadden gehoopt dat Jezus de Beloofde was. Maar het was zo anders gegaan. Hij was gestorven en begraven. Zouden zij zich vergist hebben? Is alles een mislukking geworden? Was Jezus van Nazareth dan niet Degene voor Wie zij Hem hielden? Er was wel geloof en liefde bij de discipelen, maar nu wisten zij het niet meer. Het is nodig dat Iemand komt om tot stand te brengen wat zij zelf niet tot stand kunnen brengen.

Zijn het dan geen echte discipelen? Jawel. Zij waren geroepen. De een uit het tolhuis en de ander uit de visserij vandaan. Zij hadden alles verlaten en waren de Heere gevolgd. Zijn stem had effect gesorteerd in hun leven. Het was gekomen tot een nieuw leven. Het waren echt geroepen discipelen.

Hadden zij niets geleerd? Zaten hun oren dicht? Zij hadden driejaar onderwijs van Christus gehad. Zij waren onderwezen in de verborgenheden van het Koninkrijk door de hoogste Leraar.

Tot de schare had de Heere in gelijkenissen gesproken. Tot de discipelen heeft Hij gezegd wat er met de gelijkenissen bedoeld werd. Zij hadden de beste Leermeester gehad. Het onderwijs had vrucht gedragen. Door de Heilige Geest waren zij tot geloof en tot geloofsbelijdenis gebracht. Het had geklonken: Gij zijt de Christus. De keus voor Hem was gevallen. Het was uitgesproken: Tot Wien zullen wij anders heengaan, Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. Christus had dit aanvaard. Hij sprak dat dit niet hun conclusie was, dat vlees en bloed dit niet had geopenbaard, maar Zijn Vader Die in de hemelen is. De discipelen waren ware gelovigen. Geen naam-, tijd- of schijnchristenen. Het was hen van de Vader geleerd. Jezus sprak tot hen over Zijn lijden en sterven. Ook uit de Schriften hadden zij hiervan kunnen weten. De discipelen hadden als het ware stage gelopen. Twee aan twee waren zij uitgezonden om te prediken en tekenen (wonderen) te doen. Zij waren gegaan, hadden gesproken, genezen en zelfs duivelen uitgeworpen. Later hebben zij dit verteld. Zij richtten hun eerste schreden op het preekpad. De Heere werkte mee. Het waren uitverkoren dienaren. Nu was het tijdstip aangebroken dat zij het werk volledig zouden gaan doen. Christus zou ten hemel varen, maar het Woord zou niet zwijgen. Door de discipelen zal Christus gaan spreken. Zij waren geroepen, onderwezen, gelovige discipelen, die bovendien ‘stage’ gelopen hadden. De apostelen zouden uitgezondenen van de Heere Jezus zijn. Zij zouden henen dienen te gaan om in de gehele wereld te prediken. Eerst zou de Heilige Geest worden uitgestort en dan zouden zij hebben te gaan.

Maar nu blijkt dat zij ongeschikt zijn. Eerst moet een probleem opgelost worden. Indien dit niet zou gebeuren zou er geen zuivere prediking gehoord worden. De discipelen zouden er immers zelf de helft niet van verstaan. We lezen in Johannes 20: 9 “Want zij wisten nog de Schrift niet, dat Hij van de doden moest opstaan.” Zij wisten wel wat, het onderwijs was niet vruchteloos gebleven. Het probleem lag echter bij het meest kardinale van het Evangelie. Zij kenden kruis en opstanding niet. Daar hadden zij onvoldoende inzicht in. Er was nog veel voor hen verborgen. Maar het stond toch in de Heilige Schrift? Jezus Christus had er toch over gesproken? In Lucas 18: 31-33 lezen we er toch van? Maar dan staat in vers 34 “En zij verstonden geen van deze dingen; en dit woord was voor hen verborgen, en zij verstonden niet hetgeen gezegd werd.” De oorzaak lag niet in een andere taal of in moeilijke woorden. De oorzaak was ongeloof. Zij wilden er niet van horen. Er was duisternis in hun verstand en ongeloof in het hart. Zij trokken deze woorden in twijfel. Hieruit valt te leren dat niet alles in orde is als men geroepen is en beleden heeft. Al waren zij geestelijk levend, er was nog zoveel van de oude mens, zoveel verderf en ongeloof. Het was nodig dat de Heere een wonder verrichtte. Hun verstand moest geopend worden. Dit moeten we niet intellectualistisch opvatten. Het ziet op het innerlijk, op het geestelijke, op de ziel. Er zat van binnen wat op slot. De Bijbel en het onderwijs van Jezus waren niet in het gesloten verstand doorgedrongen. Zo zouden zij Christus toch niet kunnen aanprijzen? Wat zouden zij moeten zeggen van kruis en graf? In Christus is immers leven en gerechtigheid. Zij zouden de helft van het Evangelie verzwijgen. De duivel maakt gebruik van een halve of van een driekwart Evangelie- boodschap. Daardoor komen er hele en halve dwalingen en ketterijen. Jezus komt in Zijn onderwijs met zijn discipelen nooit klaar. Het hart moet geopend zodat het licht van de Schriften erin kan vallen. Eigen inzichten moeten prijsgegeven worden. Het Woord dient gepredikt te worden. Paulus spreekt in dit verband over dingen waarin de Heere verschenen is en verschijnen zal. Zo dient er ook in onze tijd wekelijks voortgang te zijn. We zullen enkele practische lessen uit bovenstaande nemen. Wie door de Heere in dienst wordt genomen is van zichzelf alleen maar onkundig en onverstandig. Op sommige punten kan men kien zijn, men kan een bekwaam visser of jurist zijn, men kan in de theologie veel weten. Maar het geldt: Van nature is elk verstand gesloten voor de Schriften. We hebben hier te doen met echt geroepen, gelovige, onderwezen, geleerde discipelen die een band aan de Heere hadden. Dat moet er minimaal zijn voor een dienaar des Woords. Maar wat weet je dan nog? De discipelen hadden drie jaar onderwijs gehad. Maar zij verstonden de Schrifen niet. De nieuwe predikant is Mr. en drs. Urk begeerde hem. Bedenk evenwel dat de geschiktheid niet zit in een titel of opleiding. Al zou een dienstknecht alles doen, dan is hij nog maar een onnutte dienstknecht. Wie eerlijk gemaakt is zal het er mee eens zijn dat gaven, talenten en studie op zich niet geschikt maken. Het is goed om dit te bedenken opdat er echte ootmoed zij. Het is zo gevaarlijk zichzelf gewichtig te vinden en door mensen gezien te willen worden. Het “onnut” worde ingeleefd opdat er een opzien naar de Opener van het verstand zij. Het gebed stijge op: Heere, ontdek mijn ogen dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet. Het gaat in de prediking niet om opzienbarende vondsten en sensationele dingen. Menselijke vindingrijkheid is niet van de Heilige Geest. Het gaat om de opening van het verstand. Als dat plaatsvindt, zult u het merken. De Emmaüsgangers hadden brandende harten toen de Heere hen de Schriften opende. Predikers dienen de grote werken Gods te verkondigen. Pas op voor bijzonderheden. De Heilige Schrift ontvouwen is een werk wat levenslang duurt. Het is een wonder van de Almachtige wanneer de Schriften geopend worden. Dat kan op de studeerkamer gebeuren, met alleen nog de Bijbel voor je, op het gebed. Zo vroeg Paulus voor hem te bidden opdat God hem de deur van het Woord zou openen. In de week zijn Aärons en Hurs nodig die bidden voor hun predikant. Een predikant heeft de tijd nodig om te studeren. Hij moet niet opgeslokt worden door een grote gemeente. Hij dient geen koffiedominee te zijn. Op de zondag heeft hij een boodschap voor de gehele gemeente. Er zijn predikanten die veel voetstappen in de gemeente hebben liggen, maar zij hebben er geen sporen nagelaten. De verborgen omgang met de Heere is nodig. Ook het verstand van de hoorders dient geopend te wroden. Bij onbekeerden voor het eerst en bij hen die veel geleerd hebben voor de zoveelste keer. Wijlen prof. v.d. Meiden heeft geschreven over de bijzondere Geesteswerking met het Woord. Die is bij elke kerkdienst nodig om te verstaan, te geloven en vrucht voort te brengen.

Heb geen verwachting van Egas, maar van de Heere alleen, want Hij voleindigt Zijn werk. Uw bede zij: “Verlaat niet wat Uw hand begon, o Levensbron, Wil bijstand zenden.”. Amen.

Hierna werd het bevestigingsformulier voorgelezen. Het ja-woord werd uitgesproken, bevestiging en handoplegging vonden plaats. Ds. den Butter sprak een kort persoonlijk woord. De Heere heeft het mogelijk gemaakt dat ik u kon bevestigen. Wees een leerling van Christus. Heb veel het openende werk van Christus nodig. Preek niet wat mensen graag willen horen en verzwijg niet wat mensen niet graag willen horen. Dit is onbegonnen en zwaar werk. Luister naar de Schriften. Blijf jezelf. De gemeente wil je modelleren. Wel is er correctie nodig. De kerkenraad van harte sterkte. Ambtelijk staat de dominee aan het begin. Wees u bewust van uw ongeschiktheid, blijf ootmoedig, wordt niet trots. Ga uit van wat we nog niet weten. Urkers zijn wel uit God maar niet uit de godsdienst gevallen. U komt als gezin in een bruisende samenleving. De Heere zegene ook Jannie met de kinderen. Anton, heb Christus lief en maak mensen op Hem verliefd.

Intrede ds. A.A. Egas.

De tekst voor de intrededienst was Lucas 24: 46 en 47 “En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden en van de doden opstaan ten derden dage; en in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.”

Harten moeten geopend worden. We hebben dat vanmorgen gehoord. Geopend worden voor de waarheid dat alleen door kruis en opstanding heil verkregen is. Paulus was een geleerd man uit Tarsen, hij had daar de ‘universiteit’ bezocht, was onderwezen in de griekse filosofie en denkwijze. Hij verstond zijn tijd. Hij had theologisch onderwijs gekregen van Gamaliël. hij nam onder de farizeeen een grote plaats in. Hij had vele godsdienstige voorrechten. Toch was hij ondanks dit alles blind. Hij was een vervolger van de gemeente en van Christus. Op weg naar Damascus had hij gehoord: “Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij.” Toen licht van de hemel neerdaalde leerde hij dat hij blind was. Ananias werd naar Saulus gezonden. De ogen van Saulus werden goepend naar ziel en lichaam beide. De Heilige Geest opende Saulus de ogen om getuige te zijn van de opgestane Christus. Hij predikte terstond de Christus. De Heilige Schrift mocht opengaan om kruis en opstanding te verstaan. Later voor Agrippa verhaalt Paulus dat de Heere hem de ogen heeft geopend opdat hij anderen de ogen zou openen. Paulus was een ware, geroepen discipel.

Thema van de preek:

‘CHRISTUS’ OPDRACHT TOT DE RECHTE PREDIKING.

1. De grondslag van die prediking.

2. Het doel van die prediking.

3. Het adres van die prediking.

1. De grondslag van die prediking.

Bekering en vergeving dienen gepredikt te worden. Het woordje “en” waar vers 47 mee begint verbindt twee verzen aan elkaar. Wat hebben lijden en opstanding enerzijds en de prediking anderzijds met elkaar te maken? We moeten niet alleen terug naar het paradijs, maar naar de Raad des vredes. De mens was goed geschapen. Adam en Eva waren geschapen naar het beeld van God in ware kennis, gerechtigheid en heiligheid. Zij wandelden met de Heere. Zij kenden de Heere. Er was vrede en zaligheid. Zij stonden in een rechte betrekking met hun Schepper. Maar de mens luisterde naar de satan. Zo is hij gevallen. Hij heeft gegeten van de boom der kennis des goeds en des kwaads. God had naar recht de gevallen mens kunnen laten liggen. Maar de Vader, de Zoon en de Heilige Geest hebben raad gehouden met elkaar. De Zoon heeft beloofd af te dalen naar de aarde. Hij heef Zich ertoe verbonden in de weg van lijden en sterven, opstanding en hemelvaart de gevallen mens weer tot God te brengen. Als ik dit wonder vatten wil, staat mijn verstand vol eerbied stil. Wijlen prof. v.d Schuit heeft eens gezegd dat het een groot woord was toen het klonk ‘laat ons mensen maken.’ Maar het was een nog groter woord toen het klonk ‘laat ons mensen zaligen.’ Maar hoe zou dit kunnen? Alleen door lijden en sterven. De Christus moest lijden, dit vloeide voort uit de Raad des vredes. God kan geen afstand doen van Zijn recht, Hij kan de zonde niet door de vingers zien. Of de zondaar zelf of een Ander moet betalen. De Schriften spreken van het lijden van Christus. De discipelen konden en wilden dit niet begrijpen. De Schrift spreekt van rokken van vellen, waar dieren voor gedood moesten worden. De Schrift bevat de moederbelofte die heenwijst naar Golgotha. Denk ook aan Psalm 22 en aan de profetieën van Jesaja. De straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Er is genezing verworven door het lijden van Christus. De Steen is verworpen door de bouwlieden, wat we zien in het lijden en sterven van Christus, maar in de opstanding zien we dat die Steen van God ten hoofd des hoeks is gelegd. Zo legde Christus de grond voor de Evangelieprediking. De Heidelberger Catechismus vraagt naar het nut van de opstanding. Het antwoord spreekt dan over het deelachtigmaken van de verworven gerechtigheid. Indien Christus in het graf zou zijn gebleven, zou de gerechtigheid niet toegepast kunnen worden.

2. Het doel van die prediking.

“En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden.” In Handelingen 2 klinkt in de prediking door: U hebt Christus gekruisigd. Maar Hij is door de Vader opgewekt en heeft plaats genomen aan de rechterhand des Vaders. Petrus mocht de Schriften openen. Hij heeft de Christus gepredikt in kruis en opstanding. Het doel van de prediking is verslagenheid in het hart. Het lijden van Christus vanwege de zonde en de opstanding zijn gepredikt. Het wordt de vraag van de zondaar: Moest Gij lijden en sterven om voor mij te betalen? De Schrift tekent ons wat God de verzoening gekost heeft. Door de prediking wordt de vraag geboren: Wat moet ik doen om zalig te worden?

De prediking ontdekt aan zonde en vijandschap. Er staat “en in Zijn Naam”. In Zijn Naam dient er gepredikt te worden. Petrus zei tot de kreupelgeborene: “Zilveren goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geef ik u: In den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, sta op en wandel.” De omstanders hebben het met verbazing aanschouwd. Niet door de kracht of in de naam van een nietig mens vond deze genezing plaats, maar “in Zijn Naam”, in de Naam van Jezus Christus. Ten diepste spreekt Christus Zelf in de prediking. Hij roept het zondaren toe: Komt herwaartrs tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven. Christus spreekt in de prediking. Wie onveranderd de kerk uitgaat veracht Christus. Laat dat tot u doordringen. Christus roept het uit: Bekeert u. Dat was ook het eerste in de prediking van Christus tijdens Zijn omwandeling op aarde: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Wat is bekering? Bekering komt van een woord wat betekent “omkering.” Het houdt in iets achterlaten en je ergens heenwenden. Bekering betekent ook verandering van geest. Hart, hoofd en wil worden veranderd. In zondag 33 staat: de afsterving van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens. Dit gaat gepaard met droefheid over de zonde en vreugde in God door Christus. Het houdt in voortaan de Heere te willen dienen. De vraag wordt gekend: Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? Ook dient “vergeving” gepredikt te worden. Vergeving der zonden. De Heilige Geest ondekt aan zonde en doet de zonde belijden. Er komt een hartelijke droefheid over het bedreven kwaad. De zonde wordt beweend en gehaat. Er komt een vlieden van de zonde. Het besef komt: Er moet met de zonde wat gebeuren. Want de zonde heeft scheiding gemaakt tussen God en de mens. Wat wordt het een wonder voor zo’n zondaar als gaat spreken dat een Ander wilde betalen. Welk een wonder dat de Vader de betaling door Christus heeft aanvaard. De discipelen hebben dit mogen prediken. Groot als het klinken mag: Uw zonden zijn u vergeven. Door het geloof mag gezien worden dat Christus de Weg, de Waarheid en het Leven is. Wat is de verhouding tussen bekering en vergeving? Is het Evangelie voorwaardelijk? Is het zo dat ik de zonde moet vlieden om vergeving te verkrijgen? Neen. Zie maar naar de tollenaar. Hij slaat zichzelf op de borst en smeekt om genade. Kent u het: Wee mij dat ik zo gezondigd heb? Hebt u het geleerd dat u niet betalen kunt voor de bedreven zonden? Hebt u het leren uitroepen: Wees Gij mijn Borg? De tollenaar ging af gerechtvaardigd in zijn huis. Paulus heeft duidelijk gepredikt dat er vrede met God is door de Heere Jezus Christus, niet door iets van de mens. De farizeeer had de Heere veel aan te bieden. De tollenaar bad: O God, wees mij zondaar genadig. Het wonder van de vergeving wordt getekend in zondag 23.

Het geweten klaagt aan tegen al de geboden Gods zwaarlijk gezondigd te hebben en geen daarvan gehouden te hebben. De wet beschuldigt. Nochtans God, zonder enige verdienste mijnerzijds, uit louter genade, mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent, evenals had ik nooit zonde gehad noch gedaan, ja als had ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft, zoverre ik zulke weldaad met een gelovig hart aanneem.

3. Het adres van die prediking.

De vraag kan gesteld worden: Is dit ook voor mij? Het adres van de prediking wordt verwoord in onze tekst: “onder alle volken, beginnende van Jeruzalem”. Dat is een groot wonder. De discipelen die in een gesloten zaal bijeen waren, moesten het evangelie in Jeruzalem, de bloedstad, gaan verkondigen. Van Jeruzalem geldt: Dat de profeten doodt en stenigt. Daar had het geklonken: Kruist Hem. Weg met Dezen! In die stad zou gepredikt worden bekering en vergeving der zonden. Het werd niet tot de discipelen gezegd dat zij Jeruzalem maar moesten laten liggen. Zij kregen niet de opdracht naar Damascus te gaan. Ook wij zijn inwoners van Jeruzalem. Onze zonden hebben Christus aan het kruis gebracht. Het leeft van nature in het hart: Wijkt van mij, want aan de kennis Uwer wegen heb ik geen lust. Wij zijn opstandelingen, rebellen en vijanden. Aan zulken wordt bekering en vergeving verkondigd. Dat is eenzijdige zondaarsliefde. De opgestane Christus is tot Zijn discipelen gekomen en heeft hen het bevel tot prediken gegeven. Die prediking diende uit te gaan tot alle volken, die prediking is ook in Urk gekomen. Urk, bekeert u. Alleen zo zult u vergeving ontvangen. Dit wordt gepredikt in de Naam van Christus. Al jaren heeft die prediking geklonken. Buigt thuis uw knieën en smeekt om bekering. Het gebed stijge op: Heere bekeer mij en vergeef al mij zonden, ‘k Bekend’, o HEER’ aan U oprecht mijn zonden; ‘k Verborg geen kwaad, dat in mij werd gevonden; Maar ik beleed, na ernstig overleg. Mijn boze daan; Gij naamt die gunstig weg. Amen.

Na het uitspreken van de zegen volgden de gebruikelijke toespraken: Wethouder W. Baarsen namens de burgerlijke gemeente Urk, ds. A. Egas (vader van ds. A.A. Egas), ds. J.H. van Dijk namens de classis en de plaatselijke kerken, prof. H.G.L. Peels namens de Theologische Universiteit, ds. J.M.J. Kieviet namens de studievrienden, ds. K. Visser van Werkendam en ouderling J. Woord namens kerkenraad en gemeente van Urk Eben-Haëzer. De toespraken werden kort beantwoord door ds. A.A. Egas.

Tussen de beide diensten was er gelegenheid over te blijven in het gebouw “Irene” en ook na de intrededienst kon men daar heengaan om de fam. Egas de hand te drukken. Velen maakten hiervan gebruik. We hopen van harte dat de ambtelijke arbeid van ds. Egas rijk gezegend mag worden onder jong en oud opdat het Koninkrijk Gods uitgebreid moge worden. Ook mw. Egas en de kinderen wensen wij van harte sterkte en Gods onmisbare zegen toe.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Bevestiging en intrede Kand. Drs. A.A. Egas te Urk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken