Bekijk het origineel

De prediking van Robert Murray McCheyne (3, slot)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De prediking van Robert Murray McCheyne (3, slot)

8 minuten leestijd

Wereldse vrienden leven niet mee.

De wereld verstaat Gods kinderen niet. Zij beleeft immers zelf niets van de smart over het gedane kwaad, zij is vreemdeling van de droefheid over de zonde naar God die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt. De wereld verstaat ook de vreugde niet van Gods kinderen. Zij begrijpt het niet dat de dienst des Heeren een liefdedienst is. Zij beleeft niet dat Gods geboden niet zwaar zijn. Zij kent geen liefde tot Gods Woord en wet. Het omgekeerde geldt wel. Gods kinderen weten van een eertijds in hun leven. In dat eertijds waren zij dood in de zonden en misdaden. Hun hart ging uit naar de satan, de wereld en de zonde. Met liefde werd de ongerechtigheid bedreven. Daarom kunnen Gods kinderen zo goed begrijpen waar wereldse mensen in opgaan en aan vasthouden. Zij weten het immers uit hun eigen verleden. Ook deze zaken komen aan de orde in de prediking van McCheyne. We treffen dit aan in een preek over 1 Johannes 3: 1 “Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent.” De wereld kent Christus niet en kent Gods kinderen niet. Een wereldling zal nooit uit eigen beweging tot Gods kind zeggen: ik zal met u gaan. De wereld weet wel van een eerste geboorte, maar niet van een tweede geboorte. De werkelijkheid der wedergeboorte kennen wereldlingen niet. Soms denken wereldse gezinsleden als iemand tot bekering mag komen dat zoeen het verstand zal verliezen en in een inrichting terecht zal komen. De droefheid en de blijdschap van Gods kinderen wordt niet verstaan. Wat een spot kan er zijn van de zijde van de wereld. We lezen op blz. 197: “Wees niet verbaasd als wereldse vrienden niet met u meeleven. Zij zien u wenen over uw ziel. Zij wenen niet met u. Zij zien dat u lacht en gelukkig bent, vanwege de vergeving der zonde. Zij verblijden zich niet met u. Wees hier niet verdrietig over. De dienstknecht is niet groter dan zijn meester en de discipel is niet groter dan zijn heer. De wereld kent ons niet, omdat zij Hem niet kent.” Gods kind leert de taal der genade spreken. Dat is de taal waarin God op het hoogst wordt verheerlijkt en de zondaar op het diepst vernederd. In die taal wordt gesproken van de grote daden des Heeren, van Zijn wonderen. Het is de taal van geloof en de taal van aanbidding. Wedergeborenen gaan een taal spreken die de wereld niet kent. De wereld begrijpt het niet wanneer Gods kind Christus mag verheerlijken en aanbidden: “Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tienduizend.” Gods kind mag de Heere aanbidden. We lezen daarvan op blz. 198: “De onbekeerde prijst God nooit. Maar als God de mond opent, verkondigen de lippen Zijn lof. Hij doet de tong van de stomme zingen: “Want Gij, HEERE, hebt mijn ziel gered van de dood, mijn ogen van tranen, mijn voet van aanstoot” (Psalm 116: 8). Dit is het nieuwe lied dat op de aarde aangevangen wordt en dat niemand kan leren dan de verlosten. De wereld kent het niet, zoals ze Hem niet heeft gekend. Hebt u deze nieuwe taal leren spreken? Wees dan niet verbaasd als de wereld u niet kent, als ze dit schijnheilige praat en huicheltaal noemt. Verwonder u niet. Zij noemden de Heere des huizes Beëlzebul, hoe zullen zij de dienstknechten dan noemen?” Gods kinderen hebben vermaak in Gods Woord in Gods dag en in de omgang met de Heere. De wereld kent dit niet. Gods kind heeft geen reden zich boven de wereld te verheffen. Wat de wereld doet, deed Gods kind in zijn eertijds. Maar nu schaamt Gods kind zich daarover. We lezen op blz. 200: “Eens waren wij zoals u. Wij hebben al uw genoegens gesmaakt. We hebben de beker van de duivelen en de beker des Heeren gedronken. U hebt slechts de ene kant geprobeerd. Wij kennen beide kanten en wij kunnen zeggen dat een druppel van vrede met God meer is dan een oceaan van uw ellendige genoegens. Welke vrucht hadden we toen van de dingen waarover wij ons nu schamen? Maar Gode zij dank, dat wij wel dienstknechten der zonde waren, maar dat wij nu van harte gehoorzaam geworden zijn aan het voorbeeld der leer, die ons verkondigd is.”

Twee soorten mensen

De Bijbel leert ons duidelijk dat er ten diepste slechts twee soorten mensen zijn. Mensen die de Heere vrezen en mensen die de Heere niet vrezen. Mensen die wandelen op de smalle weg en mensen die wandelen op de brede weg. Mensen die op weg zijn naar het Vaderhuis met zijn vele woningen en mensen die op weg zijn naar de eeuwige rampzaligheid. Mensen die de liefde Gods mogen kennen en mensen die dit niet kennen. Mensen die levend gemaakt zijn door God en mensen die dood zijn in de zonden en de misdaden. Kinderen van God en kinderen van de duivel. In een preek over 1 Johannes 3: 10-16 komt dit aan de orde. McCheyne spreekt over het kenmerk van de kinderen van de duivel. Het grote kenmerk van de kinderen van de duivel is de haat jegens Gods kinderen. Kain haatte Abel. Beide waren uit dezelfde vader en moeder voortgekomen en hadden dezelfde opvoeding gehad. Kain was een kind van de duivel en Abel een kind van God. Haat is een duidelijk kenmerk van de geestelijke dood. Hoe staat u tegenover uw kinderen? Wat vindt u belangrijk? We lezen dienaangaande op blz. 207: “Als u zou zien dat uw kinderen rijk werden, goed trouwden of beroemd werden, zou uw hart sneller voor hen kloppen. Maar als ze erfgenamen van de heerlijkheid worden, hebt u daar geen belangstelling voor.” Ontzettend als zo onze houding is. Smeek om bekering voor uzelf en voor uw nageslacht. Ook het kenmerk van Gods kinderen wordt behandeld. Liefde is het grote kenmerk van Gods kinderen. De liefde doet de naaste geen kwaad. Een teken van de levend making is liefde tot de broeders (blz. 209), omdat zij de merktekenen van Christus omdragen. Op blz. 210 wordt een praktische toetssteen aangelegd: “Zijn er geen mensen die hun broeders nog geen kwartje willen geven? Hoe blijkt de liefde Gods in u? Zijn er geen mensen die nog geen bespotting of schimpscheut kunnen verdragen om een ziel te redden? Hoe blijft de liefde Gods in u? Hij droeg een kruis. O, zie toch toe dat de Geest van Christus in u woont. Het is ijdel om te spreken over uw bevinding, ontwaken, vreugde en de opvattingen van predikanten. Als u de Geest van Christus niet hebt, komt u Hem niet toe. Als u de Geest hebt, zult u graag aller dienstknecht zijn en de voeten van de discipelen wassen. Als Lydia zult u hen dwingen om in uw huis te komen. Als de stokbewaarder zult u hun striemen wassen en als het nodig is, zult u uw leven voor de broeders afleggen.”

Ernstig roept McCheyne op tot bekering. Wie niet aan Christus toebehoort, behoort immers toe aan de satan. We lezen op blz. 204 en 205: “Ik spoor allen die tot het gezin van de satan behoren aan om dat te verlaten. Op dit moment kunt u het verlaten. U kunt van de satan overgaan tot God. Veel van satans kinderen in deze plaats hebben hem verlaten en zijn nu gelukkige kinderen van God. Er is een manier waarop de meest verdorven zondaar die mij hoort, gered kan worden. Spoedig zullen de godvrezenden en de goddelozen voor eeuwig gescheiden worden. Spoedig zal de deur van Gods huis gesloten worden en zullen er niet meer mensen genodigd worden. Spoedig zal er een grote kloof gesteld worden tussen de rechtvaardigen en de goddelozen, die niemand kan overbruggen. Spoedig zult u zijn in de wereld der wanhoop, waar geen hoop meer is dat iemand gered zal worden, waar geen bekering is. Nu leeft u in een wereld van bekering, u leeft in een zeer bijzondere tijd, waarin velen overgaan van de dood tot het leven. U hebt nu een Bijbel en een genadetroon, de Heilige Geest en de Zaligmaker Die om niet geschonken wordt. U hebt godzalige vrienden en gewillige predikanten. Nu is het de tijd om te zeggen: “Ik zal opstaan en tot mijn Vader gaan.” Kleef uw godzalige vrienden aan, zoals Ruth Naomi aankleefde: “Waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan” (Ruth 1: 16).

N.a.v. Robert Murray McCheyne, De blinkende Morgenster, Uitgave den Hertog.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1999

Bewaar het pand | 12 Pagina's

De prediking van Robert Murray McCheyne (3, slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1999

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken