Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bouwen! (7)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bouwen! (7)

6 minuten leestijd

Nehemia was veilig in Jeruzalem aangekomen. Opvallend is dat hij drie dagen niets deed. Het zal overdenken en bidden, bidden en overdenken geweest zijn. Na die dagen ging hij een onderzoek instellen naar de werkelijke toestand van Jeruzalems muur. Hij maakte een nachtelijke inspectietocht met een paar vertrouwde dienaren, die te voet gingen. Zelf reed hij op een lastdier. Hij wist precies hoe gereden moest worden. De plattegrond van Jeruzalem had hij in zijn hoofd. Hij begon bij de Dalpoort, bij de zuidwestelijke muur. De tempel stond in het noorden van de stad. Waarschijnlijk was die noordelijke muur geheel afgebroken. Daar was geen inspectie nodig. Zo trok hij van de Dalpoort naar het zuiden om ook de zuidelijke muur te onderzoeken en van de zuidelijke muur naar de oostkant van de stad. Op een gegeven moment kon zijn rijdier niet verder, zo hoog lagen de stenen opgestapeld. Te voet ging Nehemia verder, want hij wilde alles precies weten. Zeer nauwkeurig stelde hij een onderzoek in naar de muren en de poorten. Wat een ontzettende toestand! De muren gescheurd, half afgebroken en de poorten door het vuur verbrand. Triest en troosteloos lagen daar de ruïnes van de oude stad. Eén puinhoop! En hoe was het verleden? Rijk, schoon, heerlijk wordt de stad beschreven in psalm 48, en nu werd het tegendeel gezien. Wat zal er door hem heengegaan zijn! Het verdiende oordeel van de Heere, maar ook de haat van de vijanden.

Dacht hij aan terugkeer? Kwam de gedachte op: Was ik maar aan het Perzische hof gebleven? Of: Het zal wel goed komen, want de Heere laat niet varen Zijn werken? Zijn liefde tot stad en tempel, ja bijzonder zijn liefde tot de Heere werd door wat hij zag aangewak-kerd, om te herbouwen. De Heere had ook op zijn gebed een gunstig antwoord gegeven en de weg naar Jeruzalem geleid, en daarom kon hij moedig verder. Nehemia had deernis met Jeruzalems gruis en toonde ijver voor Gods huis. Hoe is het met ons? Bijzonder met de ambtsdragers? Daar dienen we naar het Woord altijd eerst te beginnen. We kunnen aan het timmeren zijn om in een kerkelijke gebouw één te worden en te leven, maar is het streven vooral gericht op de geestelijke eenheid? Het gebed tot geestelijke uitstraling ten spijt van de satan. Laten we niet menen, dat we klaar zijn wanneer we overkoepeld worden door één dak en dezelfde naam dragen. Het kan een eenheid lijken, maar de geestelijke gebrokenheid is zo niet weg. De geestelijke eenheid, dezelfde zin en lust zou er bij ons allen moeten zijn. Het elkaar dienen in woord en daad, de ontvangen gaven ten nutte en ter zaligheid aan de andere lidmaten gewilliglijk en met vreugde aan te wenden. Het verleden mag niet overtrokken worden, toch waren er toen kerkelijk gerichte gezelschappen waar wat van uitging. Het is ook te vrezen, dat er nu minder consistories zijn dan een aantal jaren geleden, waar de werken Gods, de persoonlijke beleving verteld worden. Hoe konden predikanten luisteren en ervan leren!

In de kerkelijke gemeenschap wordt het geestelijk leven minder bemerkt. Verontrusting kan er zijn, want we zijn in onze reformatorische kring op retour. We kunnen zo genoeg hebben aan, of roepen slechts ‘ach en wee’. Dit is niet bevorderlijk voor het geestelijk leven. Voor onszelf en voor de jeugd zou het tot een ontwaken moeten komen. De Heere moge het geven, want het spreken uit het leven van de Drie-enige God en Wie de Heere wil zijn in het dagelijkse leven doet veel. Het kan een spoorslag zijn om de Heere te zoeken en te leren kennen tot zaligheid.

Als Nehemia zijn nachtelijke inspectietocht had beëindigd, riep hij een volksvergadering bijeen. Allerlei functionarissen werden uitgenodigd. Nehemia was door de trieste toestand van stad en muur niet geheel terneergeslagen. Hij vertrouwde op de hulp en bijstand van de Heere, Die hem ook nu zou helpen, vandaar zijn gesprek. Met nadruk werd door hem gezegd: “Gij ziet de ellende aan. Komt mannen! laten we de handen ineenslaan en tot herbouw komen, opdat wij niet meer een versmaadheid zijn”. Tot versterking van de gedachte dat het mag en moet, vertelde hij alles. Hij zei dat de hand van de Heere goed was geweest over hem; dat Hij het hart van koning Arthahsasta had geneigd om toestemming te geven de muren van de stad Gods te herbouwen. Wat de Heere in zijn hart had gegeven, werd openlijk beleden. De herbouw was de wil des Heeren. Vandaar dat hij een beroep deed op het volk, en dat niet tevergeefs. Een eenparig besluit werd genomen. Ze zeiden tot Nehemia: “Laat ons op zijn, dat wij bouwen; en zij sterkten hun handen ten goede”. Ze voegen de daad bij het woord. Ze hadden door Nehemia’s spreken weer moed gekregen en wilden met krachtige hand het werk aanpakken. De muren moesten hersteld worden. Gods werk moest voortgang hebben, wetend, gelovend dat de Heere er achterstond.

Als we aan onze situatie denken, is die niet rooskleurig. De afbraak zet zich door op alle terreinen. Gods Woord en wet moeten aan de kant. Beide hebben geen waarde noch betekenis meer. Onze levensnormen worden door de mens bepaald en wil de meerderheid iets, dan wordt het gelegaliseerd. Muren worden geslecht. Waar gaat het heen?

Nehemia leed zeker onder de vreselijke situatie te Jeruzalem, maar hij werd opgeheven door de goede hand van de Heere. Die Hand is er vandaag nog. Een machtige, barmhartige, hulpvaardige, verlossende Hand. Doen we er een beroep op? Ook nu spreekt de Heere: “Zie, de hand des Heeren is niet verkort, dat zij niet zou kunnen verlossen en Zijn oor is niet zwaar geworden, dat het niet zou kunnen horen”. De Heere is bereid om te verlossen en Zijn oor is niet te ongevoelig om naar de smekingen te horen. De landelijke toestand kan blijven of verergeren, maar als er muren zijn, waarachter men zich veilig mag weten, waar een leven naar Gods Woord gekend wordt, wordt men geen prooi van de tijdgeest. En daardoor blijft men standvastig, getrouw tot het einde.

Een zegen is het, wanneer dit niet slechts individueel is, maar dat men ook gezamenlijk daaraan wil bouwen; werken aan sterke muren voor zichzelf en de jeugd. Het inroepen van de Geest des Heeren zij onder ons, zodat de ijver en de lust er zij om een muur te bouwen, niet slechts ter afscheiding, maar bijzonder tot bescherming. Dat we aan de jeugd doorgeven hoe belangrijk de muur is voor zegen en vrede. Gods Woord zegt het: “Gerechtigheid verhoogt een volk”. Dit betekent: Wetsonderhouding brengt eer en voorspoed, maar zonde is een schandvlek van de natiën. Bouwers en bewaarders van de muur worden behouden, maar brekers zullen vergaan.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Bouwen! (7)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken