Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de Jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor de Jeugd

5 minuten leestijd

Misschien heb jij je afgevraagd of je in deze moeilijke tijd als jongere de HEERE kunt vrezen. Je komt toch in een isolement terecht? Alle banen zijn niet meer toegankelijk, vanwege de 24-uurseconomie. De geestelijke atmosfeer in onze samenleving wordt toch bepaald door allerlei anti-christe-lijke activiteiten? Ik wil je aandacht vestigen op iemand die in een dergelijke positie, toch overeind bleef staan door de vreze des HEEREN. Het is Obadja, de hofmeester van de goddeloze koning Achab.

Zijn kracht

Als je 1 Koningen 18 vers 1-20 goed doorleest, moet je wel onder de indruk komen van Obadja’s belijdenis.

Immers hij had geen gemakkelijke positie. Hij had het beheer in het paleis van Achab, die getrouwd was met Izébel. Zij had de Baalsdienst ingevoerd en er voor gezorgd dat alle restanten, die nog herinnerden aan de HEERE en Zijn dienst, uit het gezichtsveld waren verdwenen. Het was een wonder dat Obadja zijn ontslag nog niet had gekregen, immers Gods Woord zegt van hem: ‘ en Obadja was de HEERE zeer vrezende’ ( 1 Kon. 18:3). En later zegt hij tegen Elia: ‘ ik uw knecht nu vrees de HEERE van mijn jonkheid af’ ( 1 Kon. 18:12). Daardoor kon Obadja zich handhaven aan het hof van Achab. Wat is dat de HEERE vrezen? Het is geen slaafse vrees. Dat is een vorm van angst. Dan zien we God als een harde meester, die ons beloont en straft. We werken voor God om de hemel te verdienen. (Ook wel knechtelijke vrees genoemd) Of we zijn bang om in de hel te komen. Deze vrees mist de liefde tot God en zal uiteindelijk van God afdrijven. Bij Obadja is het kinderlijke vrees. Dat wil zeggen een beminnen van God, diep respect en ontzag hebben voor God. hartelijk je zonden bekend maken bij God, gelovig de toevlucht nemen tot God, een verlangen hebben om God te eren en te gehoorzamen in alle dingen. Je kunt veel over de vreze des HEEREN lezen in het boek Spreuken. Ik zal jullie een paar teksten aanreiken, zoek ze eens op en denk er over na:

• de vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid (Spreuken 1:7)

• de vreze des HEEREN haat het kwade, de hoogmoed, enz. (Spreuken 8:13)

• de vreze des HEEREN geeft bescherming en veiligheid

(Spreuken 14:26)

• de vreze des HEEREN is een fontein van leven (Spreuken 14:27)

Zo kon Obadja zich in zijn omgeving handhaven. Hij stond aan vele verzoekingen bloot, bijvoorbeeld om op de dag des HEEREN te moeten werken (zondagsarbeid), om mee te doen met de Baalsfeesten van Izébel ( onverantwoorde personeelsfeesten), om vanwege de eenzame positie moedeloos te worden. Toch gaf hij zijn baan aan het hof van Achab niet op. Hij wist zich geroepen tot een zeer belangrijke taak.

Zijn taak

Obadja onderwierp zich aan Achab en beschaamde zijn vertrouwen niet. Toch lag achter dit alles een sterk roe-pingsbesef om dienstbaar te zijn voor de HEERE en Zijn dienst. Hij zal geprobeerd hebben om remmend te werken bij de invoering van de Baalsdienst. Hij zal gebeden hebben om een geestelijke opwekking. Hij bewees dit door in het geheim 100 profeten des HEEREN te onderhouden. We kunnen dat lezen in 1 Koningen 18: 4 ‘Want het geschiedde als Izébel de profeten des HEEREN uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam en verborg hen bij vijftig in een spelonk en onderhield hen met brood en water.’ Het was geen goedkoop geloof bij Obadja. Hij moest er heel wat voor hebben. Immers dit gebeurde in een tijd van schaarste, van droogte en met gevaar voor zijn eigen leven. De vreze des HEEREN zorgde ervoor dat hij geen angst had voor de dood, dat hij zich verantwoordelijk voelde voor het levensonderhoud van de profeten. Diep in zijn hart leefde de hoop op een herstel van de dienst des HEEREN in Israel. Zijn hoop werd niet bepaald door de omstandigheden, maar door de beloften Gods. God heeft daar Zijn goedkeuring aan gegeven.

Dat komt vooral uit in de ontmoeting die Obadja heeft met Elia. Terwijl Obadja op zoek is naar water voor de paarden van Achab, staat opeens Elia voor hem. Obadja moet tegen Achab zeggen, dat hij Elia heeft gezien. Elia zal zich aan Achab laten zien. Obadja ontmoet in Elia het Woord van God. God komt terug. Obadja mag als eerste daarvan getuige zijn.

Hij mag het begin van een geestelijke reformatie aankondigen. Het zou het begin worden van het doden van vele Baalprofeten, het herstellen van het altaar des HEEREN, het zenden van grote regenbuien. De vreze des HEEREN gaat grote taken niet uit de weg. Zij zal grote gedachten van God koesteren. Zij zal haarfijn kunnen signaleren of het werk des HEEREN zich aankondigt. Laten we de HEERE vragen om deze gave. Is het ontbreken van de vreze des HEEREN misschien de oorzaak van onze ingezonkenheid? Komt het daardoor, dat we zo gemakkelijk toegeven aan de tijdgeest? Is dat de reden, dat de strijdlust bij ons ontbreekt? Laten wij, jong en oud ons daarop bezinnen. Ik hoop dat je jaloers bent geworden op Obadja. De Heilige Geest geve dat jij net als Obadja mag worden. Ontvang de hartelijke groeten van jullie vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Voor de Jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1999

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken