Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoe werd er gepreekt in de oude Christelijke Gereformeerde Kerk (1869-1892)? (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hoe werd er gepreekt in de oude Christelijke Gereformeerde Kerk (1869-1892)? (2)

8 minuten leestijd

De vraag die we in deze artikelen zoeken te beantwoorden is dus: “Op welke wijze werd er gepreekt in de oude Christelijke Gereformeerde Kerk?” En dan richten we ons vooral op de jaren zeventig en tachtig uit de negentiende eeuw. Nog preciezer gezegd: tussen 1869 en 1892. Omdat de Christelijke Gereformeerde Kerk in die jaren een samenstelling had die ze noch daarvoor noch daarna ooit heeft gekend. Dat zagen we de vorige keer.

“Wat kenmerkt de prediking van de Christelijke Gereformeerden?” - die vraag werd ook gesteld in die tijd zelf. Onder meer door een zekere dr. A.W. Bronsveld, een vooraanstaand hervormd predikant uit die dagen, die de zaak van de Afscheiding heel niet welgezind was. Hij stelde deze vraag. Antwoord op die opgeworpen vraag gaf hij eigenlijk niet. Maar in de toon van zijn woorden bleek vooral zijn antipathie tegen de afgescheiden kerk. Voordat ik daar op inga, eerst iets anders.

Sedert 1854 bezat de kerk van de Afscheiding een eigen theologische opleiding. Gevestigd in Kampen. Daarvóór waren er enkele particuliere ‘scholen’, elk geleid door één van de dominees. Ds. Anthony Brummel-kamp bijvoorbeeld leidde studenten op. en zo waren er nog wel een paar predikanten die dat deden. U begrijpt: dat was een gevaarlijke situatie. Want zo heel makkelijk konden er zich dan allerlei richtingen openbaren, elk rond een bepaalde toonaangevende predikant. En tegenstellingen binnen de jonge kerk waren er in die tijd al genoeg. Het was dan ook heel wijs van de synode van 1854 die in Zwolle vergaderde om een centrale predikantsopleiding op te richten. Bedoeld voor heel het verband van de kerk. Als ‘leraren’ werden benoemd ds. T.F. de Haan, ds. S. van Velzen (één van de ‘vaders der Afscheiding’), de al genoemde ds. A. Brummelkamp en ds. Helenius de Cock (een zoon van de inmiddels overleden ds. Hendrik de Cock). Deze Theologische School heeft in de jaren die volgden een samenbindende en zegenrijke functie gehad. Na verloop van tijd hadden bijna alle predikanten aan die school gestudeerd. Daar waren ze gevormd. Daar waren ze onderwezen in de gereformeerde leer. Onderwijs op grond van Schrift en belijdenis. Gericht op de praktijk van prediking en pastoraat. Het was de school van de kerk. Ook helemaal in stand gehouden door de kerk. Van een financiële rijksbijdrage was in het geheel geen sprake. In 1874 was er een lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal die dat erg onbillijk vond. Waarom werden de universiteiten wel door de rijksoverheid bekostigd, inclusief de predikantsop-leidingen daar, en ontving ‘Kampen’ niets? Hij diende daarom een voorstel in om de school in Kampen voortaan f. 100.000,- per jaar uit de rijkskas toe te kennen. Daar gaf de grondwet van die dagen ruimte voor. En in zijn pleidooi herinnerde hij aan de dagen waarin de afgescheidenen werden achteruitgezet en vervolgd. Hij meende dat er nu recht moest worden gedaan. En dat de overheid haar waardering en ondersteuning moest laten blijken door het beschikbaar stellen van een jaarlijks bedrag. Nou, het werd een heftig debat daar in Den Haag. Met name de linkse afgevaardigden wilden er niets van weten. En ondanks pleidooien van andere zijde, werd het voorstel afgestemd. Er kwam niets van...

Nu terug naar de al genoemde dr. Bronsveld. Hij was niet alleen hervormd predikant te Haarlem, maar hij was ook medewerker aan een maandblad. Het was het (vooral door hervormde mensen gelezen) tijdschrift dat de naam droeg ‘Stemmen voor Waarheid en Vrede’. De ondertitel van het blad was: ‘Evangelisch Tijdschrift voor de protestantse Kerken’. De inhoud was gematigd-orthodox. Een krachtig pleidooi voor de gereformeerde waarheid moest men er niet in zoeken. Dr. A.W. Bronsveld schreef in dat blad een eigen rubriek vol, waarin hij zijn lezers op de hoogte hield van de kerkelijke en politieke ontwikkelingen. Hij ging dan wel door voor een orthodox predikant. Maar dat belette hem niet, zoals we al zagen, om heel kritisch te staan tegenover de kerken van de Afscheiding. En dat liet hij blijken ook in zijn blad. In het nummer van februari 1875 lichtte hij zijn lezers in over het genoemde debat in de Tweede Kamer. En dr. Bronsveld zag zijn kans schoon om eens flink uit te halen naar die afgescheidenen. Hij stelde een viertal vragen.“Wat kenmerkt hun prediking? Wie worden door haar aangetrokken? Welke kracht gaat er van haar uit? Wat dankt de theologische wetenschap aan de Leerschool te Kampen?” En hij vervolgt: “Ik zal op die vragen maar niet antwoorden. Het komt mij voor dat de aantrekkelijkste figuren bij de Afgescheidenen altijd nog de oudste zijn. En dat het jonge geslacht in bekrompenheid en onbeduidendheid uitmunt. (...) Van deze kerk, zoals zij nu is, verwacht ik noch voor ons onderwijs, noch voor de wetenschap, noch voor den wasdom van het geestelijke leven in ons midden veel goeds.” Een vernietigend oordeel vloeide dus uit de pen van deze man. Zonder onderbouwing of argumentering overigens. De toon van zijn artikel doet vermoeden dat hij slechts door afkeer en wangunst tot dit negatieve oordeel kwam. Kwam er een antwoord op zijn geschrijf? Ja, dat kwam er zeker. Het was juist in die dagen dat de jonge ds. Lucas Lindeboom, afgescheiden predikant in Zaandam, de laatste hand legde aan een boekje over zijn kerk. De titel ervan: ‘De Christelijke Gereformeerde Kerk. Een en ander over haar toestand, roeping en toekomst’ (Heusden 1875). Hij bedoelde door middel van dit geschriftje het bestaansrecht van zijn kerk aan te wijzen en te verdedigen. Een enkele zin uit het eerste hoofdstuk: “Naar oorsprong, grondslag en leven beoordeeld, is zij de historische voortzetting van de door martelaarsbloed gewijde Gereformeerde Kerk in Nederland. Zij belijdt en leert de oude Christelijke Gereformeerde religie.” Welnu - ds. Lindeboom was juist bezig zijn boekje persklaar te maken toen hem de negatieve woorden van dr. Bronsveld onder ogen kwamen. En hij heeft de gelegenheid aangegrepen om aan zijn boekje nog een naschrift toe te voegen, min of meer een open brief aan dr. Bronsveld. En daarin gaf hij op diens vier onbeantwoorde vragen zelf nu maar een antwoord. Laat ik er iets van doorgeven. “Gij behoeft ons niet te ontzien. En gij moogt het niet bij die vragen laten. Misschien zal uw antwoord zoo leerrijk zijn als de vragen voor ons kwetsend en U niet vereerend schijnen. In elk geval, ‘k beloof U van Uw antwoord goede nota te zullen nemen. Ik wil U ook wel op de hoogte helpen brengen. Ziehier een antwoord:

- op vraag 1 (“Wat kenmerkt hun prediking?”); de leer der vrije genade.

- op vraag 2 (“Wie worden tot die prediking aangetrokken?”): Meerendeels het oneedele der wereld. Over het geheel een groot gedeelte van de oprechte geloovigen in den lande.

- op vraag 3 (“Welke kracht gaat van die prediking uit?”): Een kracht Gods tot zaligheid van vele zondaren van allerlei stand en soort; tot opbouwing van vele vromen; tot vereeniging in den weg des Verbonds; tot handhaving en verbreiding der waarheid die in Christus is; tot bestraffing der godde-lozen en genezing der kranken.

- op vraag 4 (“Wat dankt de theologische wetenschap aan de Leerschool te Kampen?”): een menigte Leeraren die kennis met haar maakten en hare diensten gebruiken om op den kansel, in de catechisatie en bij vele andere gelegenheden de waarheid te verdedigen en te ontwikkelen.” “Wat kenmerkte de prediking van de Christelijke Gereformeerden aan het eind van de 19e eeuw?” Dat is de vraag die we in deze artikelen zoeken te beantwoorden. Hier hebben we een antwoord op deze vraag, geformuleerd door één van die dienaren zelf, ds. Lindeboom. Hij zou nadien nog veel van zich laten horen. Op velerlei terrein. Zelfs zou hij nog de degens gaan kruisen met dr. Abr. Kuyper over diens leer van de veronderstelde wedergeboorte. Maar hier al, als jong predikant, geeft hij een helder antwoord op de vraag naar het eigene van de prediking in de Christelijke Gereformeerde Kerk van zijn dagen. Dit antwoord: “de leer der vrije genade”. Het is een door en door gereformeerde typering van de prediking naar de Schriften. De leer van de vrije genade. Zo was ook het beginsel van de Afscheiding. Nog voordat Hendrik de Cock zich in 1834 afscheidde, verzorgde hij een nieuwe editie van de Leerregels van Dordt. In een breedvoerige inleiding zette hij de fundamentele betekenis ervan uiteen voor zijn land- en geloofsgenoten. Hij had het ook bevindelijk ontdekt: de leer van de vrijmachtige genade Gods in Christus - dat is de leer die naar de godzaligheid is. Het welbehagen des Heeren dat door de hand van Christus gelukkiglijk zal voortgaan. De leer van Dordt is de leer naar de Schriften. We zullen zien dat in de oude Christelijke Gereformeerde Kerk de prediking daarop was gefundeerd. De leer van de vrije genade.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Hoe werd er gepreekt in de oude Christelijke Gereformeerde Kerk (1869-1892)? (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken