Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoe werd er gepreekt in de oude Christelijke Gereformeerde Kerk (1869-1892)? (6)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hoe werd er gepreekt in de oude Christelijke Gereformeerde Kerk (1869-1892)? (6)

9 minuten leestijd

“Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt zij: Komt, eet van mijn brood en drinkt van de wijn die ik gemengd heb.” Over deze tekst uit Spreuken 9, de verzen 4 & 5, vond ik een preek in een bundel uit 1889. Het is de derde jaargang van de prekenbundel, genaamd Ezra. Met als ondertitel: Volksleerredenen door predikanten der Christelijke Gereformeerde Kerk. Uitgegeven bij H. Bulens te Winterswijk. De bedoelde preek werd gehouden tijdens “een ure van voorbereiding” op de bediening van het Heilige Avondmaal.

De schrijver is dominee Nicolaas Jacobus Engelberts, geboren in 1831 te Vlissingen en overleden in 1918 te Eefde bij Zutphen. Ds. Engelberts was afkomstig uit de zogenaamde kruisgemeenten. Op 28-jarige leeftijd werd hij bevestigd als predikant van de Gereformeerde Gemeente onder het Kruis van Bierum. Hij werd binnen het verband van die gemeenten een toonaangevend man. Al in 1865 - jong predikant als hij was - werd hij preses van de Algemene Vergadering; wij zouden zeggen: van de Generale Synode. Het was in die jaren dat hij een verantwoordelijke opdracht van zijn kerken ontving. Als secretaris van een synodale commissie moest hij “de geschiedenis onzer geestelijke wording en van ons voortdurend bestaan” te boek stellen, “opdat onze tegenwoordige toestand, strekking, doel en middelen des te gemakkelijker zullen worden gekend”. Hij kweet zich van die taak en in 1869 werd het als een boekwerk op de markt gebracht: ‘De Gereformeerde Kerk in Nederland’ [Zwolle 1869]. Bedoeld dus als een verdediging van het bestaansrecht van de kruisgemeenten, vooral tegenover de afgescheiden kerken. Het boek bevat nog al wat verwijten over eenzijdigheden in de prediking binnen die afgescheiden kerken. Het was daarom een des te groter wonder dat nog in datzelfde jaar de Vereniging tussen beide kerkengroepen plaatsvond. Niet dat de verscheidenheid en de onderlinge verschillen toen plotseling werden ontkend - maar wel dat ze een kerkelijke eenwording niet in de weg behoefden te staan. En - dominee Engelberts was het er hartelijk mee eens.

Is er in deze preek nog iets te merken van een benadrukken van de eigen identiteit door deze gewezen kruisdominee? Of misschien wel een zich afzetten tegen anderen binnen zijn kerken? In het geheel niet! Aan het woord is een pastorale prediker die worstelt om de zielen van zijn hoorders en die de oproep van zijn tekst met alle klem en ernst aan hun harten legt: “Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt zij: Komt, eet van mijn brood en drinkt van de wijn, die ik gemengd heb!”

Wat de vorm van de preek betreft: ze is zonder punten. Als geheel enige van de preken uit die tijd. die ik las! Maar wie zo helder en inzichtelijk kan preken als ds. Engelberts doet, heeft eigenlijk ook geen puntenverdeling nodig. De aandachtige hoorder heeft de inhoud van deze predikatie heel goed kunnen volgen. Twee hoofdgedachten zijn te onderscheiden: 1) de nodiging tot de zaligheid; 2) de nodiging tot het Sacrament. Binnen de eerste gedachte bijv. komen achtereenvolgens aan de orde: de opperste Wijsheid, haar dienaren, de slechten en verstandelozen, “komt!”, het brood en de wijn, “eet en drinkt!”. De toepassing aan het slot laat op haar beurt ook weer twee onderdelen zien: a) ter beproeving, gericht op de onbekeerlijken, de eigengerechtigden, de onverschilligen; b) ter opwekking: gericht op de slechten en de verstandelozen.

“Onder den naam van ‘de opperste Wijsheid’ noodigt de van eeuwigheid Gezalfde des Vaders, onze gezegende Heere Jezus, in wien al de schatten der wijsheid zijn en die den Vader kent in zijn wezen, wil en raad, om tot Hem te komen, als tot een maaltijd, ten einde te worden gered, gesterkt en verheugd ten eeuwigen leven. Ja, Hij is de opperste Wijsheid.” Dat is de eerste zin van de preek nadat de prediker zijn tekst heeft aangegeven. Wie is de Wijsheid van Wie in het Spreukenboek sprake is? Niemand minder dan de Heere Jezus Christus! Ds. Engelberts trekt dus zonder enige nadere tekstuitleg de lijn naar het Nieuwe Testament. Aan het verband van de tekst - dat ongetwijfeld nog extra licht op de inhoud van de verzen 4 & 5 had kunnen werpen - gaat hij geheel voorbij. Nog eens een bewijs ervan dat de exegese van de tekst niet de sterkste kant van predikers als ds. Engelberts was.

Maar dat doet de waarheid van die eerste zin niet teniet. Het is een juiste lijn: de opperste Wijsheid is de Heere Jezus Christus - in een oudtestamentische gestalte. En deze Christus roept door Zijn dienaren zondaren om tot Hem te komen. Ja, Hij nodigt hen uit opdat ze het leven en de zaligheid van Hem zouden ontvangen.

De ‘opperste Wijsheid’ is Zijn naam. Want Hij kent de mens in zijn ware staat. Hij doorgrondt z’n hart. Hij weet hoe zondig en ellendig de mens is. Hoe onrein en verloren. En toch nodigt Hij hem uit! Ja, Hij heeft Zijn dienaren zelfs van een lastbrief voorzien en Hij heeft hen belast met de taak om aan armen het Evangelie te verkondigen. Ze hebben arme zondaren te nodigen om te komen tot de maaltijd die door Hem bereid is.

Het is een maaltijd van brood en wijn. “Hij biedt eenen vollen maaltijd aan in de keur van Gods gaven. Alles wat tot het leven, de godzaligheid en de gelukzaligheid noodig is, wil Hij schenken. Den honger en dorst wil Hij niet alleen stillen, maar Hij wil voeden en sterken, verkwikken en verheugen. Verzadiging der vreugde is bij Zijn aangezicht, lieflijkheden zijn in Zijne rechterhand, eeuwiglijk en altoos. Dat wil Hij naar behoefte en omstandigheden rijkelijk verlenen. De onwetendheid en de verstandeloosheid wil Hij wegnemen. Verstand met goddelijk licht bestraald wil Hij schenken. Al de verborgenheden van het koninkrijk Gods ontdekken en de zaligheid doen smaken die daarin ligt opgesloten. (...) Van al de banden der zonde wil Hij ontslaan en uit de vreeselijke dienstbaarheid der ongerechtigheid vrijmaken om, met de vrijheid der kinderen Gods bedeeld, zich in Gods gemeenschap te kunnen verblijden.”

Dit alles gaat ds. Engelberts in het tweede deel van zijn preek toespitsen op de nodiging tot het Heilige Avondmaal. Daarbij valt op dat hij eerst breed de grote waarde van het Sacrament uiteenzet. Wat de Heere aan Zijn tafel geven wil. En hij doet dat zonder uitdrukkelijk aan te geven voor wie deze weldaden bestemd zijn. Daarmee wacht hij tot het slot van zijn preek. Het element van de waarachtige zelfbeproeving komt pas bij de ‘toepassing’. Dat geeft een heel eigen accent aan deze preek. U begrijpt: ik moet hier volstaan met een samenvatting. Maar misschien voelt u het toch wel aan. Wat nu volgt, is dus geen letterlijk citaat maar een korte weergave van de laatste zeven bladzijden van de gedrukte preek.

De Heere nodigt u uit om aan Zijn tafel Zijn zegen te ontvangen. Wat schenkt Hij daar weg? Daar wordt de vergeving der zonden bezegeld. Daar wordt de nabijheid des Heeren ervaren. Daar wordt de gemeenschap der heiligen beoefend. Daar wordt de versterking des geloofs geschonken. Daar wordt de hoop der zaligheid verhelderd. Daar doet Hij de heerlijkste verzekering aan allen die komen in gehoorzaamheid des geloofs en in behoefte der ziel. En daar geeft Hij de zaligste troost en de zoetste vrede.

De avondmaalsnodiging is allereerst ter beproeving. Die opzettelijk in de zonde willen volharden en in een onbekeerlijk leven voortgaan, die worden niet genodigd. Wel roept God u op u te bekeren. Maar zolang die niet geschiedt, kunt u niet aan des Heeren Avondmaal komen. Voor wie in de eigengerechtigheid leeft, kan de Dis des Heeren geen aantrekkelijkheid bezitten. De slechten en de verstandelozen - die worden ten Avondmaal geroepen! De anderen niet! Het kan hun ook geen nuttigheid geven. Voor hem die weliswaar beschaafd en wellevend leeft, maar niet als een arm zondaar aan Jezus’ voeten om genade wil smeken, kan het Avondmaal geen wezenlijke waarde bezitten. Het kan ten hoogste een kerkelijke plechtigheid zijn.

De nodiging ten avondmaal is ook ter opwekking. De Heere nodigt, niet de rechtvaardigen die menen dat zij zichzelf nog kunnen redden en die daarom geen redding van Hem nodig hebben. Maar Hij nodigt de slechten en de verstandelozen die het leven in eigen hand hebben verloren en die daarom naar redding en behoudenis uitzien. De Heere nodigt allen die de zonde naar haar ware aard hebben leren kennen, die haar haten en in wier zielen de wens leeft om daarvan te worden verlost en gereinigd. De Heere nodigt allen die de behoudenis hunner ziel voorde eeuwigheid begeren. Al zijt ge een verlorene. Al acht gij uzelf de diepst ellendige onder de verlorenen -Hij die gekomen is om te zoeken en zalig te maken dat verloren is. Hij kan u behouden. Hij nodigt u om het bewijs daarvan aan Zijn tafel te ontvangen...

De laatste zinnen van deze bewogen preek: “De Heere noodigt allen die Hem als de opperste Wijsheid, de gezalfde Koning en verzoenende Hogepriester erkennen, die in Hem al hun heil en eer hebben gezocht en gevonden. Hij noodigt hen om aan zijne Tafel den Koning en zijne schoonheid te komen aanschouwen en de voorsmaak te ontvangen van het groote goed dat God weggelegd heeft voor degenen die Hem vreezen. Hij noodigt hen om te eten en te drinken en zich te verblijden in de zaligheid die Hij voor hen heeft bereid.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Hoe werd er gepreekt in de oude Christelijke Gereformeerde Kerk (1869-1892)? (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken