Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoe werd er gepreekt in de oude Christelijke Gereformeerde Kerk (1869-1892)? (7)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hoe werd er gepreekt in de oude Christelijke Gereformeerde Kerk (1869-1892)? (7)

8 minuten leestijd

Vandaag wil ik een preek van de ds. D.J. van Brummen onder de aandacht brengen. Zijn naam is vooral verbonden aan de gemeente van Dordrecht. Trouwens - die naam zelf is in onze kerken nog niet vergeten. Nog steeds prijkt ze op de omslag van ons kerkelijke jaarboek, als mede-uitgever. Daarmee wordt overigens de zoon en naamgenoot van de oude ds. D.J. van Brummen bedoeld.

Derk Jan van Brummen werd op 7 november I825 in Arnhem geboren. Er wordt van hem verteld dat hij al in zijn vroegste jeugd de Heere diende. Later vertelde hij aan zijn catechisanten: “De wereld heeft aan mij niets gehad”. Als hij 25 jaar is, vinden we hem als oefenaar van een vrije gemeente in zijn geboortestad. Enkele jaren later wordt hij bevestigd als predikant van de Gereformeerde Gemeente onder het Kruis aldaar. Ten tijde van de Vereniging met de Christelijke Afgescheidenen dient hij de gemeente van Woerden. In 1876 gaat hij naar Dordrecht. Daar zal hij blijven tot aan zijn dood in 1902. Van de Vereniging van 1892 heeft hij aanvankelijk grote verwachtingen. Maar als snel constateert hij de invloed van de leer der veronderstelde wedergeboorte. Als een bezwaarschrift van ds. Van Brummen geen gevolg heeft, voegt hij zich in 1896 met zijn gemeente alsnog bij het verband van de Christelijke Gereformeerde Kerk. ‘Het werk des H. Geestes’ - zo luidt het opschrift boven de preek die ik voor me heb. Ze is afzonderlijk uitgegeven. De uitgever? Natuurlijk D.J. van Brummen te Dordrecht - zijn zoon die kennelijk toen al in het boekenvak zat. Een jaartal van uitgave wordt niet vermeld. De tekst is genomen uit Johannes 16:8 “En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel”. Wat de aanleiding was om speciaal deze preek in brochurevorm uit te geven, wordt niet vermeld.

Geheel naar het gebruik van die dagen begint ds. Van Brummen met een zogenaamde voorafspraak, een kort ‘preekje’ over een andere tekst om langs die weg bij de eigenlijke stof van zijn predikatie te komen. De eerste woorden: “Mensenkind, zullen deze beenderen levend worden? Zoo vroeg voor eeuwen de God van Israel aan den profeet Ezechiël, toen deze in den geest was gevoerd, in het midden eener vallei vol dorre doodsbeenderen. (...) Zoo als in de vallei van Ezechiël, zoo ook heerscht de dood onder het geslacht van Adam. Zoo als door middel der profetie van Ezechiël en de wederkeering van den geest, de dooden werden levend gemaakt, zoo ook worden doode zondaars geestelijk opgewekt, door middel der prediking des Evangelies en door de werking van den Heiligen Geest”. Het werk van de Heilige Geest - daar gaat het in deze preek om. In twee punten: l) Wie Hij bewerkt, 2) Wat Hij werkt. Met zijn eerste punt is ds. Van Brummen snel klaar: één pagina. Voor de tweede gedachte heeft hij zes bladzijden nodig. De resterende zes pagina’s betreffen de toepassing.

Wie bewerkt de Heilige Geest? Ik citeer: “Hij zal de wereld overtuigen. Het zijn geen Engelen noch duivelen, maar zondaars en zondaressen, hier met de naam van wereld benoemd, die door den Heiligen Geest zullen bewerkt worden tot zaligheid”. De prediker van Dordt werkt dit uit als “allerlei geslachten, volken, talen, natiën en tongen”. Niet alleen Israel, maar alle geslachten van de wereld. Veel meer nadruk in (het uitleggende deel van) deze preek heeft datgene wat de Heilige Geest bewerkt. Hij ‘overtuigt’. Dat is, zo zegt ds. Van Brummen: ‘bestraffen, overreden, ontdekken’ De Heilige Geest overtuigt allereerst van zonde. De Heere gaat de wereld ontdekken aan de aard en natuur van de zonde van het ongeloof. Ongeloof was de eerste zonde van de mens en het zal de laatste zonde zijn waartegen Gods volk te strijden heeft. Wordt iemand zaligmakend overtuigd, dan ziet hij zijn verloren staat, want door het ongeloof is de mens blind en hij is onvatbaar voor de openbaring van de Heere Jezus. Maar Gods Geest gaat ook overtuigen van gerechtigheid. Allereerst van de wraakvorderende gerechtigheid. De zondaar leert zien dat hij gezondigd heeft tegen een heilig en een rechtvaardig God. Hij leert het verdoemelijke van de zonde kennen en zijn eigen strafwaardigheid. Maar hij leert ook Gods deugden beminnen. De Heere echter laat zo één niet aan zichzelf over. Hij ontdekt hem de gerechtigheid van Christus als Middelaar Gods en der mensen. Ook dit ‘overtuigen’ is geen werk van mensen maar van de Heilige Geest. Door de genade van het geloof leren zij die worden overtuigd van gerechtigheid, de Heere Jezus kennen als oorzaak van eeuwige zaligheid. Een zaligmakende kennis die leidt tot de geloofsvereniging met Hem. Dat geeft vrede aan de ziel. De vrede met een verzoenend God te kennen, is een zaligheid die niet uit te drukken is en waartoe de eeuwigheid nodig zal zijn om God te verheerlijken. Tenslotte gaat de Heilige Geest ook overtuigen van oordeel. Vooreerst dat Jezus de vorst der duisternis heeft overwonnen. Hij heeft alle macht in hemel en op aarde ontvangen. Maar vervolgens ook dat Gods volk het eeuwig oordeel rechtvaardig heeft verdiend maar dat zij van dat vonnis voor eeuwig is verlost en zal worden verlost.

En dan komt ds. Van Brummen aan de toepassing toe. “Wat een dierbare toezegging van Jezus aan zijne discipelen! Maar nu zal het er voor elk onzer op aankomen of ook wij de kracht dezer waarheid leerden kennen. Want toch, hoe heerlijk en dierbaar de beloften Gods ook mogen zijn, niemand kan noch mag zich met dezelve vertroosten, dan hij en zij alleen, in wie zij worden uitgewerkt en aan wie zij worden toegepast. Het wordt dan nu de vraag Z.G.H. (= zeer geliefde hoorders): kent gij den inhoud van onzen tekst bij ervaring? De overtuiging des Geestes is niet maar een bloote aanrading, noch een uitwendig aanbieden, neen, zij is een almachtige daad Gods, waardoor men van dood levend en van blind ziende wordt.” En dan gaat ds. Van Brummen in deze preek zijn schapen als het ware één voor één opzoeken. Hij brengt ze allemaal een pastoraal bezoek. En hij spreekt ze toe -vanuit zijn tekst! - naar de nood die hij bij hen constateert. Pastoraat vanaf de kansel dus. Met een herderlijke bewogenheid. Laten we nog even naar hem luisteren. Natuurlijk in een samenvatting van deze toepassing.

• Wat is uw toestand vreselijk als u aan deze dingen nog vreemd bent. Nog voor eigen rekening te staan, nog buiten God te leven - hoe gevaarlijk is uw toestand. O, mocht u het verstaan dat de Heere Jezus nog zondaren zoekt en zaligt en dat de Heilige Geest de wereld nog overtuigt...

• Zegt u: ik kon wel niet uitverkore zijn - denk erom: de roeping door Gods Woord stelt de verkiezing niet op de voorgrond, maar zegt u uitdrukkelijk dat de Heere u kan en wil zaligen.

• U die zegt: ik kan mij niet bekeren - u spreekt een eeuwige waarheid uit en toch staat zij u niet in de weg om behouden te worden. De blijmare van het Evangelie roept u toe dat de Heere zondaren wederbaart! Mocht die blijde boodschap u doen neervallen aan Zijn troon.

• U die meent overtuigd te zijn -bedrieg u niet voor een onherroepelijke eeuwigheid! Beproeft u aan de verklaarde waarheid en roep ernstig om het licht van de Heilige Geest die u aan alle bedrieglijk werk kan ontdekken.

• U, bekommerd volk, dat vreest of uw overtuiging wel de ware is - laat toch de trap en mate van de overtuiging voor u geen maatstaf zijn. Erken de genade aan u geschonken, maar rust daar niet bij! De Heere die bij aanvang de waarheid van onze tekst aan u heeft volbracht, zal u verder leiden. De Heilige Geest ontdekke u aan de grond die u in uw gestalten zoekt. Moge Zijn werk alleen uw zalige pleitgrond zijn.

• Gij die de Heere Jezus als de enige grond van zaligheid hebt leren kennen en Hem in Zijn dierbaarheid, gepastheid, beminnelijkheid en noodzakelijkheid hebt mogen omhelzen - verdenk de Heere niet bij het missen van een zalige zielsgestalte. Nodig is het om toe te nemen in het geloof. Neem het licht of het duister niet tot maatstaf. Maar zoek ook in donkere wegen de Heere als uw Verbondsgod te erkennen.

• Tot slot, gij meer bevestigd volk, die niet alleen van zonde en gerechtigheid maar ook van oordeel bent overtuigd door de Heilige Geest - mocht de liefde des Vaders, de liefde des Zoons en de liefde des Geestes u dringen tot wederliefde. Opdat gij moogt wandelen waardig de roeping waarmee u geroepen bent. Om Zijn deugden te verkondigen en te leven in de zalige vereniging met uw Heere.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Hoe werd er gepreekt in de oude Christelijke Gereformeerde Kerk (1869-1892)? (7)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken