Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Standvastig (19)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Standvastig (19)

6 minuten leestijd

Laten we de boze niet onderschatten. Hij kan werken, en doet dit op verschillende manieren. Nehemia heeft daarmee ook kennisgemaakt.

David bad: “Wees mij genadig, o God! want de mens zoekt mij op te slokken; de ganse dag dringt mij de bestrijder. Mijn verspieders zoeken mij de ganse dag op te slokken; want ik heb veel bestrijders, o Allerhoogste!”

Dit gebed en deze ondervinding waren Nehemia niet vreemd. De muur van Jeruzalem naderde zijn voltooiing. Alle scheuren waren gedicht, slechts de poortdeuren moesten nog in de scharnieren worden gehangen. Nog me’ een korte tijd en Jeruzalem zou weer een gesloten, verdedigbare stad zijn. De vijanden hoorden dit en het was een doorn in het oog. Alles moest in het werk gesteld worden om dit te verijdelen. Drie pogingen waren reeds gedaan om het te beletten, maar deze waren mislukt. Mismoedigheid ging de tegenstanders niet beheersen. Daar zorgde de satan wel voor. Een listig plan werd uitgedacht. Men had heel goed in de gaten dat Nehemia de spil van heel het werk was. Hij was de bouwer, de stimulator, de doorzetter, vandaar dat men hem wilde uitschakelen. Wanneer dit gebeurde zou het werken voorbij zijn. Hun houding ten opzichte van hem was totaal anders dan voorheen. Hun gebruikte wapens: spot, toom en inzet, hebben niets kunnen bereiken. Het werk bleef doorgaan. Nehemia was niet geweken. Ze hebben in de gaten dat vijandschap niets teweegbrengt. Ze proberen nu op een heel vriendelijke manier hun doel te bereiken. Sanballat en Gesem wilden graag met Nehemia spreken. Ze nodigden hem uit om te komen in één van de dorpen in het dal van Ono. Nehemia mocht zelf bepalen in welk dorp. De plaats van samenkomst zou enkele tientallen kilometers van Jeruzalem verwijderd zijn. Tussen Jeruzalem en Samaria, op neutraal terrein dus. Een aardig plannetje zouden we denken, maar zeer listig bedacht en het einde zal zijn de dood van Nehemia, de ondergang van het volk en het werk onvoltooid. Levensgevaarlijk ging men te werk. Zeer geraffineerd. Onder de schijn van vriendschap en genegenheid trad men Nehemia tegemoet. Hij moest de indruk krijgen: Zij zijn anders, niet meer als voorheen. Ze willen contact en vriendschap. Zulk een houding en toenadering behoren niet tot het verleden. Satan is nog steeds bezig. Door vijandschap probeert hij te winnen; uit het evenwicht te slaan of uit elkaar. Onder de schijn van vriendelijkheid, welwillendheid, meelevendheid en hulpvaardigheid gaat hij ook te werk. En mensen sneuvelen en kinderen Gods worden verleid. Denk aan Lot in Sodom en de vriendschapssluiting van enkele koningen. De vriendelijkheid van de ongelovigen en hun relaties deden personen overstag gaan. Bij aanmerkingen wordt gezegd: Zeker, hij of zij doet nergens aan; ik ben het met vele dingen niet eens, maar hierin en daarin is men een voorbeeld voor een kerklid. Én: op de duur wordt de persoon geheel geaccepteerd. Men zit in een strik. De gevolgen blijven niet uit. De Bijbel geeft ons voorbeelden daarvan. Ter waarschuwing staat beschreven: Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand van God gesteld (Jak. 4:4).

Laten wij er steeds acht op hebben dat de satan door zijn handlangers bezig is om ons weg te trekken of te lokken van achter de beschermende muur. Satan haat alles wat van de Heere is. Hij kan niet hebben als het leven in ‘s Heeren dienst wordt besteed. Hij stelt alles in het werk om los te weken van het denken aan en bezig zijn met onze zaligheid, ‘s Heeren Woord, wet, dienst, dag en prediking. Men moet daaronder vandaan of wat gemakkelijker daarover gaan denken. Het wordt gehoord: Gelukkig denk of leef ik anders dan jaren geleden. Door de opvoeding thuis, in de kerk heb ik een streep gehaald. Het starre, het enge is voorbij. Ik leef in het licht met Jezus. De weg door het leven is niet meer zo smal. Mijn levensstijl is veranderd. Het komt niet op het uiterlijke aan. Ik ben nu vrij. Eigen leven, eigen vrienden. Men vergeet echter dat zelfs bepaalde vrijheid de gebondenheid is aan satan, wereld en zonde.

Vandaar de waarschuwing: “Wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede en welbehagelijke wil van Godzij”(Rom. 12:2).

Nehemia’s leven was zo, vandaar zijn zakelijk antwoord: “Ik doe een groot werk, zodat ik niet zal kunnen afkomen; waarom zou dit werk ophouden, terwijl ik het zou nalaten en tot ulieden afkomen?” (Neh. 6:3).

Kort gezegd was het antwoord: Ik heb geen tijd. Op zich een bekende uitdrukking. Ze wordt veel gehoord, niet altijd terecht. Want waarvoor en voor wie heeft men wel tijd? Nehemia had geen tijd voor de vijanden, hij had het druk met de dienst van de Heere. Die dienst had zijn hart, vandaar dat hij ook uitzag naar de gehele herbouw van stad en tempel.

Laten ook wij daarnaar staan. Het werk van de Heere moge onze aandacht en liefde hebben. Geen tijd om rond te hangen in allerlei plaatsen van werelds vermaak. Geen tijd voor allerlei gesprekken, die geen waarde hebben of gesprekken, waarin de een of de ander naar beneden wordt gehaald. Dat wil niet zeggen dat vele dingen of personen niet onze aandacht mogen hebben, maar de dienst van de Heere en het werk in Zijn koninkrijk zouden het voornaamste moeten zijn. De Heere wil dit geven en laten doorwerken. De grote Knecht van het huis des Heeren, de Heere Jezus Christus wil onze werkeloosheid, onze machteloosheid wegnemen en Zijn kracht en liefde geven. Daardoor is de dienst van de Heere een dienst der liefde. We zullen neen zeggen tegen de wereld en ja tegen de Heere. We zullen kennen de vrucht van de bekering. Nehemia is dan onze vriend.

Hij zei nee. Hij had een goed, wettig excuus. Hij liet zich niet gemakkelijk overhalen. Alle mooie woorden van de uitnodiging ten spijt. Men wist wat men aan hem had.

Is het van ons ook bekend?

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Standvastig (19)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken