Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Afscheid van Barendrecht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Afscheid van Barendrecht

7 minuten leestijd

Zondagmiddag 22 augustus j.1. heeft ds. A. van Heteren afscheid genomen van de gemeente en de kerkenraad van Barendrecht na omtrent zes en een half jaar daar te hebben mogen dienen. In de inleiding tot de prediking kwam uit dat ieder er goed mee zou zijn als een mensenkind in de kerk te mogen verkeren. Mensenkinderen vragen van nature niet naar God. De Heere is altijd de eerste in het leven van een mensenkind. Daarom past altijd de tollenaarsgestalte. De beleving van die gestalte doet het bloed van Christus benodi-gen. De tekst voor de afscheidspredi-king was Ezechiel 12: 3 “Daarom gij mensenkind, maak u gereedschap van vertrekking; en vertrek bij dag voor hun ogen; en gij zult vertrekken van uw plaats tot een andere plaats voor hun ogen; misschien zullen zij het merken, hoewel zij een wederspannig huis zijn.”

Thema: GEREEDSCHAP VAN VERTREKKING

1. Het vertrek van Ezechiel.

2. Het vertrek van Zedekia.

3. Ons vertrek.

1. Het vertrek van Ezechiel.

De lankmoedigheid van God jegens wederspannigen was heel groot. Men had ogen om te zien, maar men zag niet, oren om te horem, maar men hoorde niet. Heimelijk werd gedacht dat koning Zedekia het juk van Nebukadnezar zou afwerpen. De woorden van waarschuwing en oordeel werden als somber betiteld. Het volk dat niet wilde horen zou iets bijzonders te zien krijgen. De profeet Ezechiel zou bij klaarlichte dag alles moeten klaarmaken voor vertrek. Dit werd doorgaans pas tegen de avond gedaan. Midden op de dag was het daar te warm voor. Maar Ezechiel moest het midden op de dag doen. ‘s Avonds zou hij een gat in de wand van zijn huis moeten graven en zo naar buiten komen en alles wat nodig was voor een reis op zijn schouder nemen. “Misschien zullen zij het merken”. Er is toch nog hoop voor wederspannigen. De vraag bij deze afscheidsdienst is of we gehoord en gezien hebben en wat we gehoord en gezien hebben. Of zijn we nog een wederspannige? De Heere spreekt nog tot wederspannigen. Dat is een groot wonder. We mogen ook geloven dat het Woord Gods niet tevergeefs is gebracht. De Heere heeft wonderen willen werken, ook van versterking van het door Hem gewerkte geloof. Er mogen banden zijn in het Woord Gods. We denken ook aan Avondmaalsbedieningen. De Heere heeft willen helpen tot de ambtelijke arbeid, bijzonder tot de prediking. We hoorden ervan dat het vrucht heeft mogen afwerpen.

2. Het vertrek van Zedekia.

De handelwijze van Ezechiel was een voorafschaduwing van de handelwijze van Zedekia. Zedekia verbrak trouweloos het verdrag met Nebukadnezar. Jeruzalem zou belegerd worden. Dat beleg zou 18 maanden duren. Bovendien staat van Zedekia opgetekend dat hij deed wat kwaad was in de ogen des Heeren.

Ook moest Ezechiel brood eten met beven en water met beroerte en met kommer drinken. Zo zou de toestand in Jeruzalem zijn tijdens het beleg. Gebrek en lichamelijke verzwakking. Dit alles is in vervulling gegaan. Tijdens het beleg werden er bressen in de muren van Jeruzalem geslagen. Stenen van het paleis waren nodig om de bressen te dichten. Uiteindelijk werden de bressen zo groot dat de benedenstad aan de vijanden werd prijsgegeven. De koning en zijn gevolg vluchtten naar de bovenstad. Men groef ‘s nachts een gat in de muur en vluchtte door de paleistuinen Jeruzalem uit. In de vlakke velden van Jericho werd de koning achterhaald. De tempel, waarop men ijdel vertrouwde, werd verbrand. Een stenen gebouw kan nooit de bekering en de vreze Gods vervangen. De zonen van koning Zedekia werden voor zijn ogen geslacht en hijzelf werd verblind en zo naar Babel gevoerd.

3. Ons vertrek.

Dit houdt meer in dan het vertrek van het predikantsgezin naar Urk. Het wil zeggen dat ieder naar zijn eeuwig huis gaat. Dat hebben we gezien in de achterliggende jaren. Ambtsdragers en oud-ambtsdragers overleden. Ook gemeenteleden zijn de weg van alle vlees gegaan. Er waren er onder voor wie er gegronde verwachting mocht zijn. Onder de hoorders van de ware profeten waren er die zeiden. Het is wel waar wat de profeten zeggen, maar het zal nog lange tijd duren. In de vss. 21-28 wordt benadrukt dat het niet lang meer zal duren voordat het oordeel komt. Zo kan de dood ook heel dicht bij zijn. Of de dag van de wederkomst. Rekenen we daar mee?

Allen zullen wij op een ongewone wijze ons huis moeten verlaten. In een kist, op de dag van onze begrafenis. De duivel wil wat het ene nodige aangaat op uitstel aanwerken. De Heere spreekt over “heden.” Er is geen hoop voor hen die de dingen van de tijd stellen en blijven stellen boven het ene nodige. Heden, zo gij Zijn stem hoort, verhardt u niet, maar iaat u leiden. Bekeert u toch, bekeert u toch.

Wie zichzelf in de rijke man herkennen, zullen ondervinden dat de bezoldiging der zonde de dood is. Haast u toch om uws levens wil.

Denk niet te snel dat het wel in orde is: zie de vrouw van Lot, Orpa, Ananias en Saffira.

De vraag is: Waar is het zaad gevallen? Is het zaad weggepikt, weggeredeneerd, weggekritiseerd? Is het gevallen op steenachtige plaatsen? Was er sprake van onmiddellijke blijdschap zonder ontgronding en zonder fundering op hel werk van Christus?

Hebben de rijkdom en de zorgvuldigheden van dit leven het zaad verstikt? Het is genade als het zaad gevallen mag zijn in weltoebereide aarde.

Er is maar één volk gelukkig. Want de Heere zal in dit moeilijk leven Zijn volk en erfdeel nooit begeven. Het is waar: Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen. De namen Immanuel en HEERE gaan spreken en al meer spreken. Dwaal-zieken ondervinden de eeuwige liefde en trouw des Heeren. Hij laat nooit varen de werken Zijner handen. Zou u niet jaloers worden op hen die de Heere mogen vrezen? De Zone Gods draagt ondermeer de naam Wonderlijk. Daar hebben we intrede mee gedaan. Hij heeft wonderen gedaan, ook in de achterliggende tijd. De Heere trekt, leidt, beschermt, bewaart en zaligt. Hij doel de geestelijke wapenrusting hanteren. Als de Goede Herder zorgt Hij volmaakt. Gods kinderen zullen de eerkroon dragen. Daarvan geldt: Door U, door U alleen om ‘t eeuwig welbehagen. Na het uitspreken van de zegen werd een brief voorgelezen van de consulent ds. R den Butter. waarin ondermeer dank werd gezegd voor de arbeid in classi-cal verband verricht.

Ouderling H.T. de Jong sprak toe namens kerkenraad en gemeente en dankte hartelijk voor de vele arbeid die in de grote gemeente van Barendrecht verricht mocht worden. Toegezongen werd Psalm 121:4.

De scheidende predikant verwoordde dat de Heere had willen helpen. Veel goeds mocht ontvangen worden in Barendrecht. Er is getracht leiding te geven naar Schrift en belijdenis. Er mochten lessen geleerd worden, net name van ouderen. Er zijn banden gevallen. De wens werd uitgesproken dat er spoedig weer een eigen herder en leraar zou mogen komen in Barendrecht.

Hierna was er gelegenheid in de hal van de kerk afscheid te nemen van het predikantsgezin, waar velen gebruik van maakten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Afscheid van Barendrecht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken