Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

Gods gedenken is tot eeuwig heil

6 minuten leestijd

“Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.”

Wat zijn we vergeetachtige mensen! De meest belangrijke dingen vergeten we. Het is niet alleen een zaak die bij het ouder worden naar voren komt. Ons verstand is verduisterd. Ook ons geheugen is aangetast door de zonde. De verderfelijke sporen van de zondeval tekenen zich af in onze vergeetachtigheid. Waaraan is dat te merken? Dingen die waardeloos zijn houden we soms vast in onze gedachten, terwijl we zaken die het onthouden waard zijn gemakkelijk vergeten. Een zinloos liedje kan jaren in onze gedachten spelen. Maar een verklarend woord of uitleggende gedachte zijn we met een dag weer kwijt! En hoe lang werkt de preek bij ons door in onze gedachten? Het ergste is dat we God en Zijn zegeningen zo gemakkelijk vergeten.

In schrille tegenstelling hiermee staat het feit van Gods gedenken. Hij vergeet nooit. De Heere denkt altijd aan de Zijnen. Het is een eigenschap van God Die Zijn volk ten goede mag komen. Als het woord “gedenken” in de Schrift van God gezegd wordt, is dat vaak in verband met Zijn verbond. Bij de zondvloed, de verwoesting van Sodom en Gomorra, lezen we dat de Heere gedacht heeft aan Zijn verbond met Abraham. Zijn gedenken staat in dienst van het redden van de zondaar uit oordeel en verderf. Daarbij neemt de Heere redenen uit Zichzelf.

Dat heeft ook het volk Israel ervaren. Ze verkeerden in een lage staat. Een slavenvolk dat zuchtte onder de harde zwepen van hun onbarmhartige meesters. Door een goddeloze koning werden ze verdrukt. Wie had medelijden met Israel? Van wie konden ze verlichting of bevrijding verwachten? Niemand zag naar hen om! Is dit niet een beeld van de lage staat van de gevallen zondaar? We verkeren onder druk van de boze, in de macht van de zonde. Wie kan verlossen? Wie heeft medelijden? Er is geen redding te verwachten van enig mens! Dan is daar het wonder van Zijn goedertierenheid. De Heere heeft aan ze gedacht. Hoe kwam dat? De kinderen Israels schreeuwden over hun harde dienst. Het geschrei in hun nood klom op tot God. Hij hoorde hun gekerm en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, Izak en Jakob. En God zag de kinderen Israels aan en God kende hen.

Dit wordt vervuld in het leven van ieder die verlost wordt. Aan Gods gedenken alleen is het te danken dat ze gered zijn. Hij heeft gedachten des vredes. Hij gedenkt aan dat verbond waarin Christus van eeuwigheid bereid was om Borg te zijn voor de verkorenen des Vaders. God beschikte eeuwig leven voor hen die door Christus worden losgekocht uit de slavendienst der zonde. Ze zijn uitverkoren in Christus voor de grondlegging der wereld. Die zaligmakende genade wordt geschonken aan hen die leren roepen uit diepte van ellenden. Is het een kennen en zuchten tot de Heere? Hij belooft immers op uw noodgeschrei doe Ik grote wonderen! Als de Heere gedenkt, ontbrandt Zijn hart in liefde. Hij ontfermt Zich over de ellendige. Hun nood en roepen gaat aan Hem niet voorbij. Hij legt het gebed en geschrei niet naast Zich neer.

De dichter van Psalm 136 mag het met een verlicht oog zien: dat Israel als zelfstandig volk bestaat en in het beloofde land is gebracht, is enkel te danken aan Gods genade. De Heere is onzer gedachtig geweest. Dat is een wonder. Het volk heeft zich die weldadigheid niet waardig gemaakt. Het is enkel goedertierenheid. O dat ik ook in deze zegen mag roemen!

God gedenkt niet alleen aan het volk als ze in Egypte zijn; niet minder als ze door de woestijn op reis zijn. Het gedenken des Heeren blijkt uit Zijn hulp en steun. Dagelijks werden ze met manna verzadigd. In de strijd gaf de Heere overwinning, in benauwdheid gaf Hij uitkomst. Steeds maakt de Heere waar: Hij heeft aan ons gedacht. In Kanaan schonk de Heere Zijn gunstbewijzen. In Christus en Zijn offer openbaart Hij Zijn gedachten. Om Zijn verdienste handelt de Heere niet met ons naar onze zonden. Hij gedenkt aan Zijn verbond dat in Christus bevestigd is.

Zijn volk verkeert hier in een lage staat. Teleurstellingen, verliezen, problemen, strijd en duisternis komen er op hun wegen. Dan vallen mensen tegen: ze vergeten ons. Maar wat een troost als er juist dan Eén mag zijn Die ons troost. Hij is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid. Mag dat ook uw houvast zijn? Ach ik vergeet de Heere, dagen zonder getal. Ik gedenk Zijn weldadigheid niet. Ik leef niet bij Zijn openbaring en Zijn werk aan mij! Ik twijfel en vraag me af: is het waar geweest?

Mijn eerste liefde heb ik verlaten, mijn hart is koud geworden en mijn leven meer werelds dan heilig! Wat een afmakingen en zonden. Als Zijn goedertierenheid niet in eeuwigheid zou duren, was het hopeloos, een verloren zaak!

Waarom houdt de Heere ze in die nederigheid? Om gemeenschap met Christus te gaan kennen Die de laagste plaats heeft ingenomen. Opdat ze in hun lage staat niet anders zouden roemen dan in Zijn goedertierenheid alleen. Zo oefent de Heere de Zijnen, opdat ze bij ondervinding weten dat er geen omstandigheid is in het leven, of de Heere bewijst Zijn goedheid. Voor het volk Israel was er geen tijd waarin ze niet dezelfde goedheid Gods smaakten als de Heere aan de aartsvaders had betoond. Soms werden ze jaren verdrukt, door Moab of de Filistijnen, maar de Heere vergat ze niet. Hij verloste ze van alle vijanden. Zalig wie dat ook uit eigen levensgeschiedenis mag opmerken. Vaak er onder gebracht; vijanden en bestrijdin-gen houden me in een lage staat. Maar de Heere denkt aan mij! Om die goedheid zal de Heere geprezen worden. Dan is het herhaalde refrein niet vermoeiend. Integendeel; het wonder wordt groter. Zal dé Heere mij in gunst gedenken in de crisis van mijn leven? Zal Hij mij gedachtig zijn in de afbraak van mijn bestaan? Zal Hij Zijn werk aan mij voleinden in het uur van mijn dood? Vrees niet, Zijn goedheid is oneindig groot! In uw zwakheid blijkt Zijn kracht! In uw nood Zijn hulp; in uw ellende en strijd Zijn ontferming, want Zijn genade in Christus is u genoeg!

Als u dan teruggeleid wordt in uw levensweg, komt Gods leiding voor de aandacht. Dan zal ik gedenken heel de weg die de Heere met mij heeft gehouden. Om dankbaar Zijn vrije gunst te prijzen; Gij zijt mij tot hulp en heil en vreugd geweest. Dan zal Hij het in de toekomst zeker goed maken, want Uw goedertierenheid, alom verspreid, zal bestaan in eeuwigheid!

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken