Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ingebruikname Pniël - Kerk Urk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ingebruikname Pniël - Kerk Urk

12 minuten leestijd

Het was vrijdagavond 10 november een bijzonder uur toen het tweede kerkgebouw van de Chr. Geref. Kerk “Eben-Haëzer” te Urk in gebruik genomen mocht worden. Een groot deel van de eigen gemeente was opgekomen en een aantal genodigden zodat het nieuwe kerkgebouw vrijwel geheel gevuld was. Na inleidend orgelspel, stil gebed en het zingen van Psalm 122: 1 volgden eerst de toespraken namens het architectenbureau van Beijnum en het aannemersbedrijf L. Post en Zn te Urk. Daarna vond de overdracht van het kerkgebouw aan de kerkenraad plaats door de voorzitter van de bouwcommissie de heer A. Koffeman. Hij schetste de geschiedenis van de gemeente. Het eerste kerkje was klein, het bevatte 303 zitplaatsen. Nu mag een tweede kerkgebouw in gebruik worden genomen in een tijd waarin kerken worden gesloten of een andere bestemming krijgen. Allen die op welke wijze ook hun medewerking hebben gegeven bij het tot stand komen van dit nieuwe kerkgebouw werden hartelijk dank gezegd voor de inzet van tijd en krachten. Met name valt denken aan de vele vrijwilligers. Door hun inzet kon er veel geld bespaard worden. Het heeft de saamhorigheid en onderlinge verbondenheid vergroot. Aan de twee predikanten werd een sleutel overhandigd van de kerk waarmee het kerkgebouw officieel aan de kerkenraad was overhandigd.

Ds. A.A. Egas sprak een kort dankwoord waarin allen die bij de verwezenlijking van dit kerkgebouw betrokken waren hartelijk dank werden gezegd.

Daarna werd Psalm 119: 65 gezongen. Onder het zingen van de regel: “Want d’oop’ning van Uw woorden zal gewis/ Gelijk een licht, het donker op doen klaren” werd de kanselbijbel geopend.

Na uitspreken van votum en groet werd gezongen Psalm 84: 1. De Schriftlezing was Genesis 32: 24- 32. Daarna werd om Gods zegen gevraagd over het eerste samenzijn in dit nieuwe kerkgebouw. Tijdens het zingen van Psalm 32: 1 en 3 werd er eenmaal gecollecteerd voor de nieuwbouw.

Tekst voor de prediking was Genesis 32; 26b en 31a. “Maar hij zeide: Ik zal U niet laten gaan, tenzij, dat Gij mij zegent. En de zon rees hem op, als hij door Pniël gegaan was.”

In de inleiding op de prediking werd gewezen op het raam in het midden onder de galerij waarop Jakob in biddende houding staat afgebeeld. In Hosea 12: 5a lezen we dat Jakob weende en smeekte te Pniël. De wens werd uitgesproken dat de Pniël-kerk een plaats zou mogen zijn voor jong en oud van wenen en smeken. Wenen over het bedreven kwaad en smeken om Gods zegen. Dan zal op het smeekgebed de zegen geschonken worden en leiden tot tranen van verwondering en aanbidding.

Thema van de prediking:

Jakob te Pniël.

1. Afgesmeekte zegen.

Het gaat over Jakob in Genesis 32. Na twintig jaren zal hij terugkeren vanuit Paddan-Aram naar het land van zijn vaderen. Maar voordat dit daadwerkelijk plaatsvindt neemt de Heere hem apart. We lezen dat in vers 24 “Doch Jakob bleef alleen over.” Mensen worden vaak apart genomen door de Heere, zodat zij alleen over blijven. Er valt te denken aan dagen van nood, van lijden, van ziek-zijn en bijzonder de dag van het sterven. Ook kan het zijn dat het is alsof wij onder de prediking alleen in de kerk zitten. Alsof de predikant precies weet wat er in het hart omgaat. Dan blijven we alleen over. Jakob, die alleen over bleef, kreeg met God te doen. De Heere stapt niet over de zonde van 20 jaar geleden heen. De schuld van Jakob stond dienaangaande open. Jakob had God tegen. Staat uw schuld, staat jouw schuld, ook nog open? We denken in dit verband aan Jezus Christus. Hij bleef geheel en volstrekt alleen over. Van mensen en van God verlaten. Hij heeft het uitgeroepen aan het kruis: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Hij van God verlaten om het te verwerven dat Jakob in het alleen overblijven, in de worsteling die dat met zich meebracht, zich aan de Heere zou vastklemmen. Er vond immers een bange worsteling plaats. Een Man worstelde met Jakob, totdat de dageraad opging. Die worsteling ging van God uit. God was de Eerste geweest in het leven van Jakob en is nu weer de Eerste in deze worsteling. Jakob heeft niet gedacht eerst schuld te gaan belijden voordat hij het land der vaderen zou gaan betreden. De Heere laat Jakob voelen dat de schuld en de bedreven zonde een belemmering vormen om Kanaän in te gaan. In de bange en lange worsteling moet Jakob het leren dat hij niet door kracht of door list of door zijn eigen werken de zegen kon veilig stellen. De Heere gaat Jakob naar zijn naam vragen. “Hoe is uw naam? En hij zeide: Jakob.” Hij zegt niet: de zoon van Izak of de kleinzoon van Abraham. Met datgene wat Abraham en Izak mochten kennen kan hij het niet doen. Dat geldt ook nu. Als de Heere in uw voorgeslacht genade heeft verheerlijkt is het toch nodig wederom geboren te worden. Want zonder wedergeboorte zal er geen ingaan zijn in het Koninkrijk der hemelen. In de oude naam Jakob ligt veel opgesloten. Met het uitspreken van deze naam belijdt Jakob zondaar te zijn. Hij is een hielelichter, een bedrieger. Hij heeft op een zondige manier geprobeerd de zegen veilig te stellen. Hij heeft Gods tijd niet afgewacht. Hij heeft niet betrouwd op de Heere, Die niet een van Zijn woorden ooit ter aarde zal laten vallen. Hij is zelf aan het werk gegaan in plaats van het werk Gods af te wachten. Wat zou het rijk zijn als u, als jij, uw of jouw naam zou mogen belijden als vrucht op de prediking in dit nieuwe kerkgebouw. Waar de zondaarsnaam niet wordt geleerd en beleden is er geen plaats voor genade. Met het uitspreken van de zondaarsnaam wordt het doodvonnis ten diepste ondertekend. Want de ziel die zondigt, die moet sterven. De schuld van Jakob is groter dan de nood van Jakob. God tegen betekent veel meer dan Ezau tegen. De Heere gaat Jakob ontnemen wat het geloofsleven van Jakob in de weg stond. Jakob moet het betrouwen op eigen krachten en rekenen opgeven. Hebben we dat ook al mogen leren? Volkomen te betrouwen op de Heere? Door het uitspreken van de naam Jakob belijdt hij de zegen onwaardig te zijn. Jakob heeft de vervulling van de beloften verzondigd. Zo alleen wordt hij een geschikt voorwerp voor vrije genade. Zo alleen kan hij de nieuwe naam Israel ontvangen. Ten diepste kan die naam alleen gegeven worden vanuit de enige Naam gegeven tot zaligheid. Want Christus zou ook voor de zonden van Jakob volkomen betalen en in plaats van Jakob volkomen gehoorzaam zijn. In die lange en bange worsteling, waarin de heup van Jakob werd ontwricht, bemerkt Jakob met Wie hij te doen had: met de Zone Gods Die een menselijke gedaante had aangenomen. Jakob kan de zegen des Heeren niet missen. “Maar hij zeide: Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent.” De mindere wordt door de meerdere gezegend. Jakob belijdt dus dat hij de mindere is. Jakob mag pleiten op de beloften die hem in Bethel, 20 jaar geleden, gegeven waren. We lezen daarvan in Genesis 28: 13b- 15 “Ik ben de HEERE, de God van uw vader Abraham en de God van Izak; dit land waarop gij ligt te slapen, zal Ik u geven en uw zaad. En uw zaad zal wezen als het stof der aarde, en gij zult uitbreken in menigte, westwaarts en oostwaarts. en in uw Zaad zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. En zie, Ik ben met u, en Ik zal u behoeden overal waar gij heentrekken zult, en Ik zal u wederbrengen in ditzelve land; want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik zal gedaan hebben hetgeen Ik tot u gesproken heb.” Zo heeft Jakob geweend en gesmeekt om de vervulling van deze rijke beloften. Jakob heeft de zegen des Heeren afgesmeekt. Jakob was uitgewerkt, had geen grond meer onder de voeten. Het werd waar: Gij hebt o HEER’, in ‘t doodlijkst tijdsgewricht, mijn ziel gered, mijn tranen willen drogen. Het werd vervuld: Deze ellendige riep, en de HEERE hoorde; en Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden. De Heere zou niet meer op Hem toornen en niet meer op Hem schelden. Hij mocht de zegen ontvangen:

2. Ontvangen zegen.

Niet met een gestolen zegen, maar met een wettige zegen zou Jakob Kanaan ingaan. Jakob heeft God gezien van aangezicht tot aangezicht en zijn ziel is gered geweest. Daarom noemde hij de naam van die plaats Pniël Zijn leven was gespaard en zijn zonden waren vergeven. In Pniël werd het duidelijk dat er voor verlorenen in Christus vergeving, gunst en ontferming is te vinden. Een rijke openbaring van God in Christus Jezus door de Heilige Geest in het hart van een verloren, des doodsschuldige, helwaardige zondaar. Door het Lam Gods is er vrede, licht, troost en blijdschap verworven. “En de zon rees hem op, als hij door Pniel gegaan was.” Na een bange nacht van worsteling en beleving van zondeschuld ging de zon op. De wet had Jakob aangeklaagd, God moest hem rechtvaardig veroordelen, het geweten beschuldige Jakob en de satan wees op de ongerechtigheden van Jakob. Nu mocht Jakob als een verlorene zich verliezen in de rijkdom van Christus, betrouwen op Christus. Hij mocht in de voorbede van Christus delen. Jakob mocht kracht bij God in Christus zoeken en ontvangen. Het slot van vs. 29 meldt dat Jakob in Pniël gezegend werd. Jakob kon niet meer lopen zoals voor die tijd. Hij was voortaan hinkende aan zijn heup. Maar hij mocht de Heere tot een Toevlucht hebben. Mag u ook al hinkende zijn? Dat wil zeggen: Hebt u het mogen leren dat u zwak bent en dat God krachten wil geven op het gebed? Mag u het als een verbrokene van hart en een verslagene van geest met een Jakob alleen van de Heere verwachten? De zon ging hem op. Gods vriend’lijk aangezicht/ heeft vrolijkheid en licht/ voor all’ oprechte harten ten troost verspreid in smarten. (Psalm 97: 7). In Psalm 112: 4 staat “de oprechten gaat het licht op”. In Psalm 89: 16 lezen wij: “welgelukzalig is het volk hetwelk het geklank kent; o HEERE, zij zullen in het licht Uws aanschijns wandelen.” De zon der verlossing scheen over zijn levenspad. Verlossing uit tijdelijke en geestelijke nood.

U zult het gericht niet kunnen ontlopen. Hebt u de duisternis nog liever dan het licht? De Rechter zal u veroordelen tot eeuwige duisternis. Dat de goedertierenheid en de schrik des Heeren tot bekering zouden leiden.

Wie maar eenmaal of tweemaal om Gods zegen vraagt en verder niet meer, is er niet werkelijk verlegen om. U bent te vergelijken met iemand die van goud houdt en het goud niet wil opdelven. Smeekt u al lange tijd om de zegen des Heeren? Volhard in het gebed. De Heere heeft nooit tot het zaad van Jakob gezegd: Zoek Mij tevergeefs. Op het gebed zal de Heere op Zijn tijd horen. Zoals een rechtgeaarde vader bewogen wordt door de tranen van zijn dochter zo zal de Heere horen naar hen die wenen en smeken om Zijn zegen. Is het geestelijke leven ingezonken? Er zijn telkens nieuwe zonden, dan is opnieuw vergeving en zegen nodig. De Heere zal omzien naar armen en verslagenen. Naarmate diepere zelfkennis wordt gewerkt en beleefd mag worden dat de grond der zaligheid niet ligt in iets van de mens, in zijn tranen en gemoedsbewegingen, zal de rijkdom van Christus al meer gaan schitteren. Een rijke Christus voor hulpelozen, armen, schuldigen en verlorenen. In de weg der heiligmaking is steeds vergeving nodig. In Pniël zien wij dat de Heere Zijn Kerk oefent in de strijd. Gods kinderen is geen kalm leven beloofd. Hoe meer eigen zwakheid beleefd mag worden, hoe meer de kracht des Heeren afgesmeekt en ondervonden mag worden. Eenmaal niet meer hinkende aan de heup, niet meer kreupel. Dan rein en gewassen in het bloed van Jezus Christus. Dan de Heere volmaakt dienen. De zon ging Jakob op. In het licht van de zon wordt de wereld anders gezien. De wereld kan wel dreigen, maar ze is overwonnen. We denken aan deze woorden: In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goede moed. Ik heb de wereld over wonnen. In het licht van de zon wordt God ook anders gezien, niet alleen als rechtvaardig en heilig, maar ook als barmhartig en genadig. In het licht van de zon mag Jakob zichzelf ook anders zien. Nu geen voorwerp van Gods toorn meer, maar delend in Gods gunst. De Heere zal vervullen wat staat in Zefanja 3: 12 “Ik zal de hinkenden behoeden.” De Heere zal Jakob behoeden, waar hij ook gaan zal. Hij zal beschermd worden tegenover Ezau en tegenover al zijn vijanden. Ook zal vervuld worden wat staat in Micha 4: 7 “Ik zal haar die hinkende was, maken tot een overblijfsel, en haar die verre heen verstoten was, tot een machtig volk.” Als Jakob sterft roemt hij niet in eigen ondervindingen te Bethel en Pniël, maar dan spreekt hij het uit waar dit alles toe geleid heeft: Op Uwe zaligheid wacht ik, HEERE. Hij sterft als een arme zondaar met het geloofsoog op de komende Christus. Hij is niet rijk en verrijkt in zichzelf, maar sterft met een levende geloofsverwachting op Christus.

Moge de Heere de prediking in deze nieuwe kerk zo zegenen dat het genadeleven waarin Jakob mocht delen gekend mag worden. Dan wordt vervuld: “Hij zal hun ‘t goede niet in nood/ Onthouden, zelfs niet in den dood.” Dan zal het aan het einde van het leven zo zijn: En mij hiertoe door U bereid, opnemen in Uw heerlijkheid.

Gezongen werd Psalm 84: 6. Na het dankgebed werd tenslotte gezongen Psalm 72: 11.

Na het uitspreken van de zegen was er voor de genodigden gelegenheid om koffie te drinken. Moge de Heere de prediking van Zijn Woord tot rijke zegen stellen opdat Zijn Koninkrijk uitgebreid moge worden.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Ingebruikname Pniël - Kerk Urk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken