Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

GEEN RUIMTE MEER

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

GEEN RUIMTE MEER

8 minuten leestijd

Het is zover. Ds. E. Hakvoort, voorheen predikant van onze kerk in Alphen aan den Rijn is toegelaten als predikant van de Gereformeerde Gemeenten. Nadat hij zich in juni vorig jaar bij dit kerkverband had aangemeld met het verzoek aldaar predikant te mogen worden was hij sinds oktober gerechtigd om voor te gaan in gemeenten binnen de classis Gouda. Nu mag hij voorgaan ook in gemeenten buiten die classis en later in dit jaar zal dan nader beslist worden over de datum van de beroepbaarstelling.

We zijn in ons blad tot nog toe erg terughoudend geweest om over de gebeurtenissen in Alphen iets te zeggen. Enerzijds was die zaak erg pijnlijk en verdrietig; anderzijds voelden we ons ook wel wat gegeneerd.

Maar nu de beslissing gevallen is en ds. Hakvoort straks predikant zal zijn in de Geref. Gemeenten lijkt het op zijn plaats om enig commentaar te geven. Of om tenminste een paar ernstige vragen te stellen.

In de berichtgeving gaat het steeds over dominee Hakvoort. Persoonlijk weet ik nog heel goed dat hij dominee werd. Op dat moment in september 1994 stond ik heel dicht bij hem, daar in de kerk te Meerkerk. Had hij mij niet gevraagd om hem in het ambt te bevestigen? Samen met anderen heb ik hem toen de handen opgelegd, nadat hij met een “Ja ik van ganser harte!” plechtig beloofd had het ambt in de Christelijke Gereformeerde Kerken op zich te zullen nemen. Toen werd hij predikant en in dat ambt heeft hij een aantal jaren mogen dienen. ‘Van ganser harte’, had hij gezegd.

Maar in het voorjaar van 2002 heeft hij dat ambt neergelegd. Toen droeg hij het dus niet meer. En tot op de dag van vandaag is hij nog niet opnieuw bevestigd. Is hij dan nog wel dominee Hakvoort? Trouwens, het van God gekregen ambt neerleggendat is nog al wat! Hier zijn ook allerlei vragen bij te stellen, maar die vragen houd ik maar voor mezelf.

En ik zal in het vervolg van dit artikel ook maar ds^ Hakvoort schrijven, al is dat inderdaad nogal inconsequent.

Indringende vagen

Vragen die ik wel hardop wil stellen hebben nog ergens anders mee te maken. Het argument voor de overgang naar de Gereformeerde Gemeenten is geweest dat ds. Hakvoort binnen zijn kerken niet meer de ruimte kon ervaren die naar zijn overtuiging in overeenstemming is met Schrift en belijdenis. Zo althans is het in de publiciteit gekomen. En dat argument is nu door zijn toegelaten worden als predikant in de Gereformeerde Gemeenten gehonoreerd.

Dat nu stelt mij voor heel wat ingrijpende vragen.

Geen ruimte meer. Of, niet voldoende ruimte meer. Binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken is de ruimte die Schrift en belijdenis bieden ingeperkt, kleiner gemaakt. Zo is dat ervaren. Persoonlijk ervaren. Maar is het ook echt zo?

Ik begijp ds. Hakvoort tot op zekere hoogte heel best. Hij is niet de enige die ondervonden heeft dat de kring van gemeenten waar je als predikant welkom bent, kleiner is dan het geheel van de Chr. Geref. Kerken. Er zullen voor ds. Hakvoort best gesloten kansels zijn geweest, zoals ze er ook voor mij zijn en voor nog veel meer collega’s. Ik kan dat nog best begrijpen ook. Net zo goed als ik kan begrijpen, dat in gemeenten van ander gehalte de kansels ook niet voor alle predikanten in ons kerkverband open staan. Nogmaals, ik kan daar best inkomen. En ik geloof ook niet dat het een oplossing zou zijn als we van nu af aan alle kansels van slot zouden doen.

Natuurlijk plaatst ons dit voor de grote verscheidenheid binnen onze kerken. En ik besef, dat ik met het woord ‘verscheidenheid’ de zaak niet eens helemaal aangeduid heb. Soms komt de gedachte boven dat het om echte verschillen gaat. Welnu, daar hangt het mee samen dat de kring waarin we ons bewegen in de praktijk kleiner is dan het hele kerkverband. Maar betekent dat, dat ons niet voldoende ruimte meer geboden wordt? Als er dan al gemeenten zijn, waar de prediking van ds. Hakvoort (of van een ander, hoe hij verder ook moge heten) niet welkom is, zijn er dan helemaal geen gemeenten meer waar die boodschap wordt begeerd?

En hier begint de schoen werkelijk te wringen. Want nu is het van tweeën één: Of ds. Hakvoort is een wel heel bijzondere prediking gaan brengen, waarvoor in bijna niet één gemeente in ons kerkverband plaats bleek te zijn; of zijn prediking is gebleven in de lijn van wat altijd de lijn van de Chr. Geref. Kerken is geweest, maar die kerken zijn van dat beginsel vervreemd geraakt. Als dat laatste het geval is, en andere predikanten (waaronder ik mezelf dan ook maar reken) ervaren het niet zoals ds. Hakvoort het heeft ervaren, is dan hun prediking nog wel wat die behoort te zijn? Met andere woorden, in het argument van ds. Hakvoort ligt een beschuldiging naar zijn collega’s en aan het adres van diverse gemeenten, zelfs van de ‘behoudende richting’. Wat moet ik daar dan mee?

En heeft nu de Classis Gouda van de Geref. Gemeenten dat argument van ds. Hakvoort overgenomen en hem mede op grond daarvan aangenomen? Wat zegt die Classis dan daarmee impliciet over andere predikanten in de Chr. Geref. Kerken? Ik dacht dat er toch waarlijk wel een en ander aan affiniteit en geestelijke verbondenheid bestond tussen de Geref. Gemeenten en dat gedeelte van de Chr. Geref. Kerken dat zich ter rechterzijde bevindt. Is dat dan niet zo? Wat moet ik nu van zo’n besluit denken?

Is het nutteloos om deze dingen op papier te zetten? Iemand moge zo denken, maar is niets zeggen dan de oplossing? Als de publicaties omtrent deze zaak iedere keer weer aanleiding geven dat deze vragen opkomen dan kan men die vragen wel voor zich houden, maar dan blijven ze toch zitten. En als je niet oppast gaat het wrokken. Ik wilde dan ook heel graag dat iemand mij antwoord gaf. Maar dan een antwoord waar ik wat mee kan! Geen dooddoener.

Moeiten met het kerkverband

Maar wordt een mens al die toestanden in de Chr. Geref. Kerken dan nooit eens zat? Steeds weer zijn er dingen die je leest of hoort en waarvan je zegt: Ook dat nog! Het gebeurt, dat opvattingen en gebruiken zoals die onder ons voorkomen, in de publiciteit terecht komen met het resultaat dat je je soms voor je eigen kerken schaamt. Welnu, is het van daar uit niet te begrijpen, dat iemand opstapt en weggaat?

Ja, ik kan op dat punt veel begrijpen. Ik weet ook wel van aanvechtingen: wat doe je nog in die kerken? Je ervaart het als pijnlijk, dat gemeenten waar je vroeger welkom was nu kennelijk ook gesloten gebied zijn geworden. Je ziet verschillende gemeenten ‘van kleur verschieten’, als ik het zo mag zeggen. Mensen, die je meende te kennen als mensen, die ergens voor stonden, blijken soms ook mee te kunnen gaan in een moderne wijze van geloven. U begrijpt, dat ik de dingen maar zeg. zoals ik ze ervaar. En ik weet dat anderen het soms ook zo ervaren. En de kring waarin je je beweegt wordt zo al kleiner, ten dele omdat ‘men’ die kring kleiner maakt, ten dele omdat je bij jezelf de neiging bespeurt je maar wat terug te trekken. Ik herken al die dingen heus wel.

En in ons blad maken we van deze dingen geen geheim. Onze zorgen en bezwaren uiten we. En dat zullen we blijven doen, want er staat heel wat op het spel. Onze kerken hebben een erfenis meegekregen. En tegenover ons voorgeslacht hebben we verplichtingen. Bovendien, als we ooit echt beseft hebben waarom er plaats was voor onze kerken, dan hebben we ook tegenover de Heere verplichtingen. En dan mogen we de dingen niet ons uit handen laten glippen.

Maar om nu te zeggen dat de ruimte gaat ontbreken? En datje dan kennelijk zo bekneld komt te zitten, dat je weg moet? En om dat dan te zeggen zonder zelf eerst alles geprobeerd te hebben om die beperkte ruimte open te breken? Want dat laatste moet toch zeker gedaan worden, zeker als het gaat om de ruimte van Schrift en belijdenis. Nee, zover zijn we nog niet. Wij hebben ook een keer “Ja ik, van ganser harte!” gezegd. En we deden dat in een bepaald kerkverband. Via dat kerkverband hebben we van de Heere het ambt ontvangen. Aan die kerken wensen we trouw te blijven, ook door middel van de activiteiten in ‘Bewaar het pand’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

GEEN RUIMTE MEER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2000

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken