Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De vreemdeling

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De vreemdeling

Samenvatting toespraak Bewaar het Panddag te Werkendam 21 april 2001. Ds. K. Hoefnagel.

7 minuten leestijd

Ziet u daar die man? Aan alles is te zien dat hij een vreemdeling is. Zijn uiterlijk en zijn spraak verraden hem. Kijk, nu vraagt hij aan iemand de weg. Hij gedraagt zich onwennig en denkt met verlangen aan vrouw en kinderen die hij thuis achterliet. Gods kind wordt ook een vreemdeling. Niet door eigen keus of toedoen, maar door Goddelijke roeping. Van nature zijn wij allen verduisterd in het verstand en vervreemd van het leven Gods. Hij toont mij door Woord en Geest de rijkdommen van het Koninkrijk der hemelen, de goedheid van die dienenswaardige Koning. Wie daar iets van zien mag, gaat eigen goederen verkopen, om die schat te mogen bezitten. God roept Zijn kinderen wel uit de zelfgekozen duisternis, maar Hij roept hen niet van hun plaats in de maatschappij weg. De Heere Jezus sprak: Ik bid niet dat Gij hen uit de wereld wegneemt! Dit gaat de vreemdeling al meer ver-staan. Maar hoe te staan in de boze wereld? Welnu, dat vraagt de vreemdeling nu aan de Heere. Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet. Toon mij door Woord en Geest hoe en waar ik moet staan in deze wereld, in deze tijd, zolang ik hier nog ben! Ja, de vreemdeling weet dat hij op doorreis is! In psalm 119 vinden wij zijn reislied. Hij bidt om leven, om licht en leiding. Hij smeekt om bewaring. Want wie is hij zelf? Immers tot hinken en tot zinken ieder ogenblik gereed. Dat wordt de vreemdeling tot smart. Hij gaat zijn van nature wereldse bestaan inleven. Maar het wordt hem bovenal tot schuld. Gelijk een schaap heb ik gedwaald in het rond, dat onbedacht zijn herder heeft verloren. Daarom bidt de vreemdeling om licht, om wijsheid, om bewaring.

Omdat onze maatschappij steeds meer van het Woord van God afwijkt, krijgt de vreemdeling het hier in ons lieve landje steeds moeilijken Hoe zwaar kan het vallen als de vreemdeling een post heeft in ’s lands vergaderzalen! In de verpleging en het onderwijs doemen steeds meer moeilijkheden op voor de vreemdeling. De gedachten van de autonome mens die zelf wil beschikken over leven en dood staan zo haaks op de gedachten die de vreemdeling leerde krijgen, dat hij het steeds moeilijker krijgt. Wat moet de vreemdeling als hij ambtenaar van de burgerlijke stand is, en zich een homopaar aanmeldt? Wat moet de vreemdeling als zijn werkgever besluit om de winkel ook op de Zondag open te stellen? Zo natuurlijk is de neiging om te vluchten en het isolement te zoeken. Erger nog is de neiging om mee te doen, toe te geven en water bij de wijn te doen. Groot zijn deze gevaren. Groot is het gevaar van de wereldge-lijkvormigheid. Het valt niet mee om vreemdeling te zijn en voortdurend met tegenwind te kampen te hebben. Maar als er een verlaten is van zijn roeping, wordt de kerk al wereldser, maar de wereld ook! De wereld ontmoet nog wel eens een kerkmens, maar wanneer ontmoet de wereldling een kind van God, een vreemdeling ook op deze aarde? Waar is het getuigenis? Wordt er nog in liefde gewezen op de Heere en Zijn Woord? De vreemdeling leert de voetstappen van de Heere Jezus drukken. Hoewel Hij de Zoon was, heeft de wereld Hem niet gekend, niet herkend en niet erkend. Hij werd uitgeworpen. En nog wel door de godsdienstige wereld. Die kan vijandiger en gemener zijn dan de niet godsdienstige wereld. Dat brengt mij op een andere gedachte. Gods kind voelt zich niet alleen vreemdeling in de wereld, maar ook zo dikwijls in de kerk.

Er is in de kerk veel dode orthodoxie. Hoe dikwijls botst de vreemdeling niet op tegen starheid, wetticisme, de harde godsdienst, de ‘ het gaat zo maar niet’ mensen. Hoe dikwijls wordt de vreemdeling in verwarring gebracht door een door mensen bedacht systeem: een mens moet eerst dit, een mens moet eerst dat. Dan peinst de vreemdeling zou ik het niet te licht opvatten? Het drijft hem tot de Heere: Verberg Uw geboden voor mij niet. Leer mij o HEERE de weg door U bepaald! De vreemdeling komt ook mensen tegen die het altijd hebben en altijd gelovig zijn. Ze zijn rijk en verrijkt en hun leven is soms nog een voorbeeld. God is hun Vader en Jezus hun Vriend. Maar toch heeft de vreemdeling een wantrouwen opgevat jegens dit soort geloof. Als je spreekt van twijfel, aanvechting en strijd ontmoet je onbegrip. Je kunt nog een vermaning krijgen dat je moet geloven en vertrouwen, een vermaning met de nodige bijbelteksten vergezeld! Dan denkt de vreemdeling: zou ik het niet te zwaar opvatten? Maar het drijft hem weer tot zijn God.

Ook doen de kerkmensen met een wereldse wandel de vreemdeling zijn eenzaamheid voelen en beleven. Kerkmensen die leven van het hier en nu. Maar met geestelijke dingen moet je niet aankomen. Dan staat de wagen stil. Hun levensstijl is meer door gedrongen dat we wellicht menen. De vader brengt het over op zijn zoon. Die weet een bepaald tv-programma op het juiste net te vinden, eerder dan het boek Jeremia in zijn bijbel. De dominee merkt zo iets op de catechisatie! Maar, en laat ik dat ook mogen benadrukken, de vreemdeling kent ook zijn vreugden. Hij zingt: Uw inzettingen, Uw getuigenissen, zijn mij gezangen geweest ten tijde mijner vreemdelingschappen. Hoe kunnen zij zich vermaken onder de prediking, waar goed van God en slecht van de mens gesproken wordt. Wat blijdschap smaakt hun ziel als zij er door de prediking en door het lezen van Gods dierbaar Woord achter komen dat de Heere nog van hen afweet. Welk een zielsgenoegen kan het geven als hen de gangen van Sions Borg en Middelaar worden getekend. Onder het Woord voelt de vreemdeling zich thuis. De psalmen vertolken zijn innerlijk leven.

Ook krijgt de vreemdeling vrienden, echte vrienden. Het vreemdelingschap maakt hem aan de ene kant eenzaam. Die eenzaamheid wordt wel eens het meest schrijnend gevoeld in zijn eigen woning. Eigen wordt vreemd, als ik een vreemdeling wordt. Maar er staat iets tegenover: Vreemd wordt eigen. Dan zingt de vreemdeling: Ik ben een vriend ik ben een metgezel, van allen die Uw Naam ootmoedig vrezen! Wat een weldaad als je een medegenoot tegenkomt! Wat een blijdschap als je een andere tobber tegenkomt, een medezuchter. Dan wordt de ware eenheid ervaren, over kerkmuren heen. Want het smart de ware vreemdeling dat Gods volk nog zo gescheiden optrekt. Dan wordt de eenheid ervaren, waarvan Christus spreekt in het Hogepriesterlijk gebed. Tenslotte: de vreemdeling heeft een God, een Toevlucht, een Leidsman. Christus Jezus wordt zijn Leidsman door Woord en Geest. Hij ligt voor Zijn rekening. Hij wordt door Hem bewaard. De vreemdeling die de smaadheid van Christus smaken moet, mag ook de blijdschap in Christus smaken. Ja, die vreemdelingen hebben een Vaderland, hun bereid door het volbrachte werk van de Zoon! Zij reizen naar dat Vaderland toe. Verdrukkingen en beproevingen maken hem los van de aarde. Het inwonende verderf doet hen uitzien naar volkomen verlossing. Maar ook door de vreemdelingschap, die voor het vlees niet meevalt, worden de aardse banden steeds losser. Er komt hoop en heimwee in het hart. Dan opent Daniël, die zo lang vreemdeling moest zijn in een goddeloos land, zijn venster en kijkt verlangend naar de verre horizon. Het heimwee in zijn ziel kan maar op ene wijze weggenomen worden, namelijk als hij thuiskomt. Zij betonen klaarlijk dat zij een vaderland zoeken. Zij zijn begerig naar een beter, dat is het hemels vaderland. Zij zullen de aarde beerven. En dan om Christus wil, uit louter genade, om dat eeuwig welbehagen, eeuwig ‘kind aan huis’ zijn. O zaligheid niet af te meten, o vreugd die alle smart verbant! Daar is de vreemdelingschap vergeten, en wij, wij zijn in het vaderland!

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

De vreemdeling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken