Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Levensgezindheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Levensgezindheid

5 minuten leestijd

Welk een moment was er in Jeruzalem. De weergekeerden vernieuwden op plechtige wijze hel verbond met de Heere en lieten dat vast- leggen in een ondertekend stuk. De ondertekening bleef niet beperkt tot de daad van de genoemde personen. We lezen dat mannen en vrouwen en jongeren hun instemming betuigden. Heel de gemeente beleed: Wij zullen de Heere dienen. Zij kwamen zelfs tot eedzwering. Zij zwoeren dat ze naar de wet van de Heere zouden wandelen en naarstig al de geboden, verordeningen. de inzettingen van de Heere zouden onderhouden. Wanneer dit niet zou geschieden, mocht de Heere hen straffen. Naar recht moest dan de vloek van de Heere over hen komen. Weer kunnen wij gedachten hebben en uitspreken. Laten we lezen, wat geschreven staat in Deuteronomium 27: 11-26. Wat wordt daar gezegd van de zegen en de vloek. Wat nu vastgelegd werd, zou in daden moeten blijken. Daden, niet bepaald door een mens, maar daden naar de wet van de Heere. Het leven zou moeten zijn in overeenstemming met de wet van de Heere. Als eerste werd gewezen op het huwelijk. De gave van de Heere. In vers 30 van hoofdstuk 10 staat, dat zij hun dochters niet zouden geven aan de volken van het land. noch hun dochters nemen voor hun zonen. Dit was geen zelfbepaling, maar eis van de Heere. In de woestijn op weg naar het beloofde land had de Heere Zijn verbod uitgesproken. De Heere had Israel gemaakt tot Zijn volk. Het was Zijn verbondsvolk en moest alleen wonen. Ver-zwagering met de bewoners van het toekomstige land mocht niet. Het gemengde leven, het samenleven met de heidenen had ontzettende gevolgen. Op de eerste wereld werd het gezien. Nu diende het verbod van de Heere niet om te pijnigen maar er lag in het behoud van Israel. Daar dienen wij ook aan te denken. De Heere zegt: trek geen juk aan met de ongelovige. Kerk en wereld kunnen niet gecombineerd worden. De praktijk laat het zien. Het gezegde: twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen. Wanneer er twee geloofsovertuigingen zijn, gaat het onherroepelijk mis. Ook moet de gedachte niet gehonoreerd worden: ze geloven toch, of gaan toch naar de kerk. Hoe wordt het door ons getaxeerd? Kunnen wij het ermee doen? Laten we opletten en waken, want de geest van aanpassen gaat overal waaien en werken. Staat het huwelijk niet ter discussie? Men heeft of zoekt naar alternatieven. Men werkt aan inpassingsmogelijkheden in het Woord van de Heere. Heel gevaarlijk is onze tijd. Er werden ook afspraken gemaakt met betrekking tot de sabbat. Op die heilige dag gebeurde er heel wat. Het handel drijven was er en het verkopen en kopen vond regelmatig plaats. Heidense kooplui boden hun waren aan en ze werden gekocht. Het houden van de geboden van de Heere zou er weer komen. In onze samenleving gaat de dag van de Heere al meer kantelen. De gelijkschakeling van die dag met andere dagen vindt almeer ingang. Koerswijzigingen worden ook gezien op het kerkelijk erf. Het leven bij en het leven naar zondag 38 van de Catechismus neemt af. Godsdienst-kracht, godsdienstuitstraling worden minder en welk een effect zal dit hebben in het leven van de jongeren. De gave, de waarde, de zegen van de zondag doen veel in het leven. Weten we het? Geloven we het? In het woord van de Heere wordt het getekend en de praktijk bevestigt het. Wie het zoekt en kent. is geraakt door het niet kunnen opgaan onder het Woord. Ik heb er gekend en zo zijn er nog.

Verder werd uitgesproken, dat het sabbatjaar regelmatig zou gehouden worden. In de mozaische wet schreef de Heere voor, dat de Israëlieten hun land zes jaar achter elkaar moesten bewerken, maar in het zevende jaar moesten zij het braak laten liggen en het met rust laten. Dan moest het land een volkomen sabbat hebben, een sabbat voor de Heere. Wat vanzelf opkwam was bestemd voor de armen. De schuldeiser moest in dat jaar komen tot kwijtschelding van de schuld. De dienst der barmhartigheid moest blijken. De zegen van de Heere moest leiden tot weldoen. Voor ons geldt het apostolisch vermaan: zo dan, terwijl wij tijd hebben, laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs. Gal 6: 10. Dienstbetoon behoort tot het christen-zijn. Nimmer mag vergeten worden, dat het sabbatjaar ook wijst op het eeuwige sabbatjaar dat zal aanbreken. Het gaat immers heen naar het nieuwe Jeruzalem. Zalig is hij die de aanvang kent van de eeuwige sabbat in dit leven. Tenslotte besloot men te komen tot tempelzorg. De nalatigheid was groot. Wanneer het ene wegvalt, vergaat het andere. De eisen van de Heere, die niet alleen spreken van geboden, maar ook van zegeningen werden niet geacht. Naar de wil van de Heere moest de dienst functioneren. Nu zouden verplichtingen van tempeldienaren en volk nagekomen worden. En dat uit liefde tot de Heere en Zijn dienst. Welk een levenshouding. Welk een gezindheid. Hoe is dat bij ons? Wat gaat er van ons leven uit?

Kennen wij: Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Levensgezindheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken