Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Slot van het gebed des Heeren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Slot van het gebed des Heeren

6 minuten leestijd

Het slot van het gebed des Heeren luidt: Want Uw is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid. Amen. Mattheus 6: 13. Nadat we enige zaken hebben weergegeven van de afzonderlijke beden van het volmaakte gebed, willen we in dit slotartikel stilstaan bij de inhoud en de betekenis van het slot van het gebed des Heeren.

Niet alleen in de afzonderlijke beden van het gebed des Heeren ligt veel stof tot onderwijs, maar ook uit het slot van dit gebed valt veel te leren. We willen in dit artikeltje enkele gedachten doorgeven die we bij Thomas Boston aantroffen in zijn boek “Leer ons bidden” op de blz. 159- 168.

Verwoording.

Er is verband tussen de afzonderlijke beden van het gebed des Heeren en het slot van dit gebed. Dit verband komt uit in het woordje want. Het slot van het gebed bevat de argumenten die we mogen gebruiken om verhoring te verkrijgen. Het roepen tot de Heere is niet ijdel. Dit komt duidelijk uit in het slot van het gebed. Want het wordt uitgesproken dat het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid des Heeren zijn. Daar mag de vinger bij gelegd worden. We treffen dat op meerdere plaatsen van de Bijbel aan. Enkele zaken willen we noemen. Dan denken we allereerst aan Mozes. Mozes heeft mogen bidden op een wijze die overeenkomst vertoont met het slot van het volmaakte gebed. We lezen daarvan in Exodus 32: 11- 13. Daar pleit Mozes op de sterke hand en de grote kracht waarmede de Heere het volk uit Egypte heeft uitgeleid. Bij koning Asa treffen wij hetzelfde aan. Hij beleed in zijn gebed dat de HEERE kan helpen tegen de machtige en tegen de krachteloze (2 Kronieken 14: 11). Waartoe dient het pleiten op het koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid? Met eerbied gesproken dient het pleiten niet om de Heere te overreden. Een mens kan overreed worden om van gedachten te veranderen, maar de onveranderlijke God niet. Bij Hem is geen verandering of schaduw van omkering. Waarom is het pleiten dan wel nodig? Het pleiten dient om zichzelf te oefenen in het gebed, in het geloof en in vurige ijver. Het pleiten brengt wel een verandering in de mens, maar niet in God teweeg. Als een kind niet direct krijgt waar het om vraagt, zal het des te dringender, ja zelfs onder tranen smeken te mogen ontvangen wat het nodig heeft. Een rechtgeaarde vader zal het dan ook geven. Zo wil de Heere op het aanhoudend en dringend smeekgebed schenken wat Zijn kinderen nodig hebben.

De slotzin van het gebed des Heeren luidt: Uw is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid. Wat wordt hiermee aangegeven? Het koninkrijk wii zeggen Gods wereldomvattende heerschappij over alle mensen en dingen. Kracht wil zeggen dat de Heere alles kan doen wat Hij wil in Zijn koninkrijk. Heerlijkheid is de heerlijkheid die de Heere wordt toegebracht om hetgeen Hij doet in Zijn koninkrijk. Wie in het gebed deze slotwoorden uitspreekt looft den Heere. De Heere wordt dan verheven boven alle mensen en alle schepselen. De Heere is de absolute Vorst over heel de schepping. Geen aards koning kan met de Heere wedijveren. De macht van mensen en engelen is slechts een afschaduwing van de almacht van God. Gebeden dienen niet alleen om zaken van de Heere af te smeken, maar ook om Hem te prijzen. In de hemel zullen er geen smekingen meer worden opgezonden, maar zal de Heere eeuwig geprezen worden. Het volmaakte gebed begint en eindigt met lofprijzing. In het gebed kan nooit iets gevraagd worden op grond van iets van de mens zelf. Er kan alleen gepleit worden op de barmhartigheden van God die groot zijn. Wie kan iets vinden in zichzelf op grond waarvan gesmeekt kan worden om vergeving? Niemand! Er kan alleen op Gods eigen Naam gepleit worden. Er kan alleen gewezen worden op Gods trouw. Er mag hierop gepleit worden: Het koninkrijk, de macht en de heerlijkheid is van de Heere. De Heere is bevoegd te doen wat Hij wil. Hij kan doen wat Hij wil en ontvangt heerlijkheid als Hij gebeden verhoort.

Het gebed wordt besloten met het woordje Amen. Dit woordje dient niet gedachteloos uitgesproken te worden. Staan we er wel voldoende bij stil wat dit woordje Amen inhoudt? In dat woordje spreekt Gods kind het verlangen uit te ontvangen wat in het gebed wordt gevraagd. In dat woordje ligt ook het vertrouwen en de zekerheid uitgesproken dat de bidder verhoord zal worden.

Toepassing.

Aan het eind van het boek van Boston worden enkele conclusies getrokken. Boston wijst erop dat er vurig en aanhoudend gebeden dient te worden. Mogen we dat beoefenen? Mag dat de praktijk zijn bij het neerbuigen voor God? Ook wijst Boston op het evenwicht in het gebed tussen klachten en lofprijzing. We lezen op blz. 165 en 166 “Laat uw klachten nooit de lofprijzing uit uw gebeden verdringen, maar denk er steeds aan dat iedere dag u evenveel stof geeft om te prijzen als om te smeken. Gods barmhartigheden zijn iedere morgen nieuw. Laat daarom het lofoffer deel uitmaken van het offer dat u God dagelijks brengt. Buig nooit een knie voor God om Hem om een weldaad te smeken, zonder Hem ook te prijzen voor alle weldaden die u geniet.” Hier ligt onzes inziens een belangrijke les. Laat het ter harte genomen mogen worden. Het gebed lijkt soms meer op een lijst van verlangens dan dat de Heere erkend wordt voor alles wat Hij geeft en laat. De lofprijzing wordt soms maar spaarzame-lijk in het gebed aangetroffen. De Heere geve oog voor al datgene wat Hij geeft en laat opdat de lofprijzing deel mag uitmaken van het gebed van een onwaardig en schuldig zondaar of zondares.

Ook wijst Boston erop dat er in het gebed gepleit dient te worden zoals hierboven omschreven. Er mag gewezen worden op de grote Naam des Heeren: Wat zult Gij met Uw grote Naam doen? Het woord Amen dient niet oppervlakkig gebruikt te worden, maar met ernst en geloof.

Uit zichzelf kan geen mens bidden of danken. Wie dat mag en moet inleven zal vragen: Heere, leer mij bidden en leer mij danken. Er kome of er kome al meer oog voor de weldaden die de Heere verleent en het worde ingeleefd of al meer ingeleefd dat we in alle dingen naar ziel en lichaam beide, afhankelijk zijn van de Heere, Die op het gebed schenkt aan Zijn kinderen wat niet gemist kan worden. Dat doet de Heere niet om enige verdienste of waardigheid van de zijde van de mens, maar dat doet Hij alleen om Zijns Zelfs wil, om Zijn groten Naams wil.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Slot van het gebed des Heeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken