Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christus’ raad

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Christus’ raad

6 minuten leestijd

Ik raad u, dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur opdat mj rijk moogt worden, en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde, en zalf uwe ogen met ogenzalf opdat gij ziende moogt worden

Christus komt hier tot de Laodicenzen als een koopman en raadt hen, in hun armoede, naaktheid en blindheid, die zij niet kennen, van Hem te kopen goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk mogen worden.Dat goud is geen klatergoud, neen, het heeft eeuwigheidswaarde. Dat goud is het geloof, het oprechte, zaligmakende geloof. Koopt ge nu met goud in het dagelijks leven alles, met het goud des geloofs verkrijgt ge de schatten des hemels, ja Christus zelf. Zie, waar ge dit goud des geloofs bezit, hebt ge de zaligheid, omdat het de Zaligmaker aankleeft; doch waar het ontbreekt en men geen deel aan Christus heeft, heeft men evenmin deel aan de verlossing door Zijn bloed. Immers, zonder geloof is het onmogelijk om Gode te behagen. En nu zult ge begrijpen waarom het echt goud moet wezen, in het vuur van de smeltkroes beproefd. Want er is zoveel nabootsing van dat oprechte geloof, zoveel geloof dat het stempel des Heiligen Geestes mist en dat dus de ziele Christus niet inlijft. Er is zoveel wat zich aandient als geloof, wat toch geen geloof is, omdat het niet geboren is daar, waar het vuur van Gods gerechtigheid in de weg der ontdekking doet roepen om genade. Het komt niet uit de smeltkroes. Daarom, gij die van geloof spreekt, onderzoek uzelf toch nauw, of het wel het goud is van de echte stempel, het goud uit de goddelijke smeltkroes, als een genadegift, van Hem, verkregen door de Heilige Geest. Al het andere goud laat u buiten Christus en zal u eens ontvallen.

De Laodicenzen waren rijk in eigen oog, maar zij waren zo arm dat zij zelfs naakt waren, hoewel zij meenden bekleed te zijn met het deugdenkleed dat zij zichzelf geweven hadden. Maar voor de Heere zijn alle dingen naakt en geopend. Onder het vrome, godsdienstige, christelijke gewaad zijn voor Zijn heilig oog hun hoogmoed, hun wereldsgezindheid, hun vleselijkheid, hun zelfzucht, hun ongeloof en onbekeerlijkheid niet verborgen. Dat is hun schande en is een gruwel in des Heeren oog. Maar nu raadt Christus hen, dat zij - hunne schande bekennende - van Hem kopen witte klederen, opdat zij mogen bekleed worden en de schande hunner naaktheid niet geopenbaard worde. O, naakt te zijn en het niet te weten, is dat niet ontzettend? En dat geldt van een ieder die nog onbekeerd is. En hoevelen zoeken om door de werken der wet gerechtvaardigheid te worden. Is dat misschien uw kleed waarmede gij u bedekken wilt, dat gij liefde hebt tot het volk hetwelk God vreest? Dat ge een begeerte hebt om des Heeren dag te heiligen? Dat ge een vermaak hebt in het lezen van Gods Woord? Steunt en leunt ge misschien daarop dat ge wel eens weent over uw zonden? Zeker, het zijn dingen die gekend moeten worden zal het wel zijn, maar op zichzelf genomen kunnen zij onze bedekking niet zijn. Dat is geen grond voor de eeuwigheid. Alleen het witte kleed der gerechtigheid van Christus, dat bedekt van het hoofd tot de voeten toe, kan ons steunsel zijn. Door die bedekking is het doemwaardig schepsel geheel rechtvaardig en rein in het oog Gods, als had het nimmer enige zonde gedaan. Met dit kleed bekleed mogen arme naakte zondaren aanzitten aan de maaltijd van de bruiloft des Heeren.

Om dit nu te verstaan en overtuigd te zijn van de onmisbaarheid van het goud en de klederen die de Heere Jezus biedt raadt Hij de Laodicenzen aan hun ogen te zalven met ogenzalf, opdat zij zien mogen. Zij waren blind. Met al hun ophef over hun kennis en hun redeneringen over de godsdienst was het éne nodige voor hen verborgen. Hun eigen wijsheid was de blinddoek die het hun onmogelijk maakte de juiste toestand te onderscheiden. Zij zagen niet dat zij ellendig en jammerlijk. arm, blind en naakt waren. En nu wil die dierbare Christus dat zij het zien en raadt hen het geneesmiddel te gebruiken dat ook Hij alleen kan aanbieden. Dat zij acht geven op Zijn Woord en bidden om Zijn Geest, opdat zij zien hoe groot hun zonde en ellende zij, hoe arm en naakt zij in hun schande daar liggen voor God, maar óók mogen zien dat het alleen de ontfer-mingen Gods zijn die hen kunnen behouden. Zij moeten alles verliezen om Hem te gewinnen.

Vindt ge dat geen ruim aanbod van genade en zaligheid, als een naakte zondaar wordt gesteld voor het geschenk van dat kostelijke goud, beproefd komende uit het vuur en die witte klederen, opdat de schande hunner naaktheid niet geopenbaard worde? Zoudt ge dan niet begeren die ogenzalf, het ontdekkend en vertroostend licht des Heiligen Geestes, opdat er begeerte kome naar dat goud des geloofs en dat lelieblanke kleed van Christus’ gerechtigheid? Ze is alleen te verkrijgen in die hemelse heilsapo-theek van Koning Jezus! En dat om niet. ’t Is louter genade. Vindt ge dat geen rijk Evangelie? Een kleed om uw schande te bedekken voor tijd en eeuwigheid?

Goud des geloofs: een pasmunt voor de eeuwigheid! En dat alles om niet! Het is des Vaders lust, dat Zijn Zoon Zijn bruid zal bekleden om haar als een reine bruid Hem, de Vader der lichten, voor te stellen. Zie, op de markten des levens geldt dat degenen die het meeste geld hebben ook de beste kopers zullen zijn. Maar op de markt van vrije genade gaan de armen voorop. Zalig zijn de armen van geest, zalig de hongerenden en de dorstenden, zalig de treurenden over hunne zonden.

Er werd er nog nooit één van Jezus’ genadetroon teruggezonden of afgewezen. Ja toch! Rijken worden ledig weggezonden, maar armen worden met goederen vervuld. O, hemelse Koopman, wat zijt Gij goed, barmhartig en genadig! Wat heerlijke koopwaar: beproefd goud, witte klederen en ogenzalf om te zien. En dat alles om niet, uit vrije genade! Leer ons, dat heerlijk goed van U te kopen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Christus’ raad

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken