Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het grote gevaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het grote gevaar

8 minuten leestijd

Er is een gevaar, een groot gevaar. Ja zelfs kan ik spreken van het grote gevaar. Nu ben ik mij ervan bewust dat uw gedachten vooruitsnellen. Een ieder zal z’n eigen invulling aan dit onderwerp geven. Daarom geef ik terstond aan wat ik ermee bedoel.

In 2 Korinthe 12 leest u tot twee keer toe de woorden: “opdat ik mij niet zou verheffen”. Wel - het zich verheffen dat is het grote gevaar, het gevaar in ieders leven. In uw leven en in mijn leven. Het sluimert in het binnenste van wie we ook zijn. Het kan zo maar springlevend worden. Of we nog onbekeerd zijn of dat we door de Heere bekeerd zijn. Ik moet zeggen dat God onze Schepper Zelf de begeerte van meer willen zijn in Zijn schepsel heeft gelegd. Immers in de weg van gehoorzaamheid zou Adam tot de staat der heerlijkheid komen; en daartoe te komen is tegelijkertijd ook de begeerte geweest.

U weet hoe satan daar gebruik van heeft gemaakt. Hoor hem spreken: “maar God weet, dat ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad”. Als God wezen - die begeerte heeft de mens de hand doen uitstrekken naar de verboden vrucht.

De begeerte om meer te wezen is gebleven. Evenwel - er is onderscheid. Vóór de val was het een heilige begeerte, een begeerte waarin God centraal stond, een begeerte gericht op God. Na de val is het de begeerte van het vlees, onze afgevallen staat, gericht alleen op ons zelf.

Meer te willen zijn dan men is of heeft kenmerkt het leven. Er is de zelfverheffing, de hoogmoed, de aanbidding van het ik, de eerzucht, de jacht naar succes. Al in heel gewone dingen: het meeste geld, het mooiste huis, de mooiste kleren, de mooiste auto. Het ene volk meer dan het andere; blanken meer dan zwarten; het ene ras meer dan het andere. Hitler sprak zelfs van “Untermenschen”.

We vinden het ook op kerkelijk terrein. De ene ouderling meer dan de andere; de ene diaken meer dan de andere; de ene dominee meer dan de andere.

Zelfs een kind van God is er niet vrij van. Kijkt u maar naar Paulus. Hij was rijk gezegend: opgetrokken tot in de derde hemel. Daar - in het paradijs hier boven - heeft hij onuitsprekelijke woorden gehoord. Ja - zo een kan wat vertellen. Zo denkt u. Maar Paulus kon niets ervan vertellen. Men zou hem niet geloofd hebben. Ze zouden gezegd hebben: “man, je riekt niet naar de hemel, maar naar de hel”. Ze zouden nog gelijk gehad hebben ook! Want een engel van de satan stond permanent voor Paulus. Want - toen hij na dat bijzondere, teruggekeerd was op aarde - heeft God hem een scherpe doorn in het vlees gegeven. Paulus weet waarom dit was. Om hem klein en zwak te houden. “Opdat ik mij door de uitnemendheid van de openbaring niet zou verheffen, zo is mij een scherpe doorn in het vlees gegeven”. Let u op het woord “gegeven”. Paulus ziet die scherpe doom als gave, gave van zijn God. Opdat hij zich niet zou verheffen.

Ik zeg -: welk een zegen als we ontdekt zijn geworden aan het grote gevaar, aan die kwaal.

U denkt misschien bekeerd is bekeerddan ben ik klaar. Maar dan weet u niet hoe het oude zuurdeeg nog kan doorwerken op het terrein van de genade. Hoe kunnen we afschrijven. De ene kerkmens de andere; de ene Avond-maalganger de andere: de ene gemeente de andere, de ene dominee de andere. ’t Is net als bij de farizeeër die de tollenaar zag: “ik dank U, o God, dat ik niet ben gelijk die andere.” Zelfs kan de farizeeër het jasje van de tollenaar aantrekken. Ja - hoogmoed kan zich kleden met de kleding van de ootmoed en de nederigheid.

Nu denk ik aan de Grieken van Johannes 12, die Jezus wilden zien. ze wilden van Hem horen hoe een mens tot succes, tot heerlijkheid, tot slagen kan komen. Ze meenden zelf in de weg van klimmen. U kent het verrassende antwoord: “voorwaar, voorwaar, Ik zeg u als het tarwegraan niet in de akker valt en sterft......” Wat is de weg tot heerlijkheid? De weg van sterven! Zo was het voor de Heere Jezus. Zo is het ook voor u en voor mij. Door lijden, door sterven tot heerlijkheid. Er is een andere weg. ’t Is geen rechte lijn naar omhoog, maar een gebroken lijn, een lijn over Golgotha.

De Heere Jezus - wat heeft Hij Zich vernederd! Hij in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn. hij heeft Zichzelf vernietigd, gehoorzaam geworden zijnde tot de dood, ja, de dood des kruises, en daarom heeft God Hem uitermate verhoogd.

Nu dat gevoelen, hetwelk in Hem was, zij ook in u, in ons. De Heilige Geest maakt klein, nederig, ootmoedig. Er is nog meer genade nodig om dat al meer te worden en dat te blijven.

Elke ambtsdrager, en elk kind van God, en het geldt eigenlijk iedereen: “wat hebt gij dat gij niet ontvangen hebt ?” Zelfs het koekje bij de thee is nog genadegave! Of hebben we nog nooit geleerd dat we alles verzondigd hebben?

Ik lees in Galaten 6:3: “Want zo iemand meent iets te zijn, daar hij niets is, die bedriegt zichzelf in zijn gemoed.” Als niets iets wordt dan kunnen we denken dat we alles aan onszelf te danken hebben. Dan kan een dominee denken dat hij de beste is: dan kunnen we denken dat we alleen nog maar een goede gemeente zijn, en dat wij de waarheid het beste verstaan. Maar we zijn allen van dezelfde lap gescheurd. Allen Adamskind. Allen hebben we genade nodig. U kent de woorden die Paulus met zijn scherpe doorn kreeg: “Mijn genade is u genoeg”. Die genade is genoeg, voldoende. Daar hoeft niets meer. Daar kan ook niets meer bij.

Misschien zucht u ook vanwege een scherpe doorn. Ik meen dat elk kind van God die heeft. Dan denk ik aan het overgebleven vlees dat zich Gode niet onderwerpt. Wat een smart wordt dat, en wat een begeerte om ervan verlost te worden. Dan zou ik toch veel meer leven tot Gods eer. Echter - die doorn is er, opdat ik mij niet zou verheffen, en om al meer te leren leven van genade alleen. De Heere heeft geen hoogvliegers, maar laagvliegers. Wat een zegen als er lood aan de vleugels komt, om dicht bij de grond te blijven. Gewicht aan de klok. Zo alleen tikt hij voort. Opdat ik mij niet zou verheffen. We willen zo graag wat worden. We moeten leren, en dat gaat dwars tegen onze natuur in - om niets te zijn. Nieten en nullen, die wil de Heere vervullen. “Toen ik niets werd, werd Gij ‘t al. “Hij moet wassen, ik minder worden” Ja- sterven aan het vlees, aan het ik, aan de eerzucht en aan de hoogmoed. Wie inzicht krijgt in zijn verdorven natuur, veroordeelt zichzelf het meest, die wordt meer teleurgesteld in zichzelf dan in anderen, die acht zelfs anderen uitnemenderdan zichzelf.

Er is iemand die zegt: maar die zondige gedachten, lusten, dromen, dat alles is toch niet in overeenstemming met genade? Als je bekeerd bent, heb je daar toch geen last meer van? Nu - dat is dan die scheipe doorn, opdat ge uzelf niet zou kunnen verheffen, opdat ge alleen op genade zou hopen en van genade zou leven.

Een farizeeër heeft geen scherpe doorn. Wie tollenaar is geworden wel. Dat is om weer geen farizeeër te worden, maar om tollenaar te blijven.

Toch is in het leven van Gods kind de begeerte naar meer. Ja - maar God staat dan weer centraal. Er is de begeerte om volmaakt te mogen zijn. Omdat God dat zo waard is, en omdat de Heere Jezus met de prijs van Zijn bloed voor mij betaald heeft.

Het grote gevaar blijft tot het sterven toe. Dan gaat God verheffen, dan heeft de scherpe doorn in het vlees zijn doel bereikt. Dan verheft de gezaligde slechts de drieënige God, en is het grote gevaar voor eeuwig voorbij.

Urk, zaterdag 29 september

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2001

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Het grote gevaar

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2001

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken