Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Heere geeft

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Heere geeft

6 minuten leestijd

In de verzen 44-47 van hoofdstuk 12 staat het één en ander waaraan wij niet voorbij mogen gaan. De blijdschap was groot, toen de muur van Jeruzalem ingewijd kon worden. De vreugde die er was, had ook betrekking op allen, die dienst deden in de tempel. Met woorden zal dit zeker gepaard zijn gegaan, maar de daad ontbrak niet, men dacht aan hun zorg. De priesters, de levieten, de zangers, de poortwachters hadden verzorging nodig. Vandaar dat er opzichters werden aangesteld voor de voorraadkamers van de tempel. Die mannen moesten niet alleen letten op die kamers, maar vooral op wat er in gebracht werd namelijk de heffingen, de eerstelingen en de tienden.

De bijdragen van het volk waren voor de priesters en de levieten. Deze dienaren zorgden immers voor de offerdienst en de reinigingsdienst in het huis van de Heere. De levieten hadden daarbij nog als taak de zorg voor de zang en de muziek. Deze dienst was al oud. Hij dateerde uil de dagen van David. Naar opdracht moesten al de personen, die aan de tempeldienst verbonden waren door het volk onderhouden worden. Er werd toezicht op gehouden, dat hel met de verzorging van het tempelpersoneel steeds in orde zou zijn. in het Nieuwe Testament lezen we ook van de levensonderhou-ding. Met nadruk wordt gesteld, dat de arbeider zijn loon waardig is, vandaar dat in de beroepsbrief van predikant staat: de arbeider zijn loon is, zodat de werker in het evangelie, ook zonder zorg van het Evangelie zal kunnen leven. Kerkenraad en gemeente moeten zich dit steeds bewust zijn. De Heere heeft in de dienst gesteld en aan de gemeente gegeven. Maar de predikant zelf mag niet vergeten wat de ver-plichtingen zijn, die hij naar het woord van de Heere naar de aanneming van het beroep op zich heeft genomen. Hij staat niet in loondienst. Hij heeft geen sociaal beroep, maar een geestelijk ambt, waar natuurlijk het leven van elke dag niet buiten staat. Een herder dient ook te weten het leven van zijn kudde. De levensgang en de levensstandaard. Vanuit en door het woord van de Heere moet in alle opzichten onderwijs, leiding en steun gegeven worden. Op uren moet niet gelet worden. En zijn de uren veel, dan geeft de Heere kracht. Ik geloof dat het woord ‘werkdruk’ weleens teveel en te gemakkelijk gebruikt wordt. De Heere beschaamt nimmer. Zijn zorg is groot. Hij is de trouwe Onderhouder van Zijn knechten. Eenmaal stelde de Heere de vraag: heeft het u aan iets ontbroken? Spontaan werd geantwoord: aan niets. Zo is het nog! Wanneer een dienaar veel mag overzien en terugzien moet dit beleden worden. Met: wat ontbreekt: namelijk: oprechte dankbaarheid.

De Heere zorgt goed voor Zijn knechten en dat via de gemeente. Vandaag mag dat weleens meer gezegd worden. De materialistische geest kan ook de pastorie gaan doorwaaien. Veel werk. Maar is het honorarium er naar?

Wel ging het goed met de gemeente in en buiten Jeruzalem. De heffingen en de tienden brengen was voor haar geen last, maar een lust. Het werd gedaan met liefde.

Er was nog een zaak, die blijdschap gaf. Men was verheugd over het dienstpersoneel die over alles wat zij deed in de tempel en voor het huis van de Heere. Men nam de wacht van hun God waar. Nauwkeurig werd gelet op de aanwijzingen van de Heere, immers het doen en laten werd door de Heere bepaald. Men mocht niet leven naar eigen wil, of zelfbepaling, maar bij de geboden en voorschriften van de Heere. Alles was vastgelegd in de tijd van Mozes. De Heere sprak het tot de leider van het volk. Allen gingen zich houden aan alles wat voorgeschreven was. Zij zorgden er ook voor dat alles plaats had zoals de Heere het wilde.

Tot eer van de Heere en tot heil van het volk. In hun houding, in hun leven werd de liefde tot de Heere en Zijn dienst gezien. Welk een zegen was het voor het volk en voor Jeruzalem, dat men zulke trouwe dienaren had. Men hield het volk de wet van de Heere voor en als wachters op de muren zorgden zij dat het volk leefde naar de geboden van de Heere. Hoe goed was het! De vraag is: hoe is het onder ons? Is er bij de predikant, bij de ambtsdragers hartelijke verbondenheid aan het woord, de wet, de dienst van de Heere en het belijden van de kerk? Gaat het om het welzijn van de gemeente? Weegt dit zwaar? Wordt steeds overdacht wat het inhoudt ’s Heeren wacht waarnemen? Dit is geboden en vandaag bijzonder. We kunnen vergaderen, confereren. Op zich niet verkeerd, maar voorop dient te staan: het luisteren naar het woord van de Heere. Het gebed tot de Heere. Het spreken, handelen naar de wil van de Heere. Met hartelijke liefde in het hart tot heel de gemeente. Niet tot fans of een groepje. Dit is onbijbels en vertoont niets van de levenshouding van de Heere Jezus. Hoe ging Hij het land door. Hoe bewoog Hij Zich onder de schare zo staat er in het woord van de Heere ook dit ernstige woord: zij waken voor de zielen. Dat staat niet los van het waarnemen van de wacht. En dat woord waken wijst niet slechts op waarschuwen, alhoewel de waarschuwende stem niet mag ontbreken maar spreekt ook van bijstaan, helpen, sterken en aansporen. Welk een herderlijkheid ligt in dit woord en straalt er van uit. Een predikant moet zijn leraar en herder, herder en leraar. Dit is een genade gave van de Heere. Beide schenkt de Heere en een gemeente moet dit nagaan en een kerkenraad heeft daarop toe te zien.

Laat er veel gebed zijn tot de Geest en de genade van de Heere, want door het leraar en herder zijn komt er de bijbelse uitoefening van het ambt. Enig beeld van de Heere Jezus Christus, de grote Leraar der gerechtigheid. Dan komt er blijdschap in de gemeente. Met verootmoediging, want alles is ‘s Heeren geschenk.

En voor dit steeds te kennen en te zien wordt gebeden:

Ai ruk het woord der waarheid niet te zeer van zijnen mond! Hij hoopt op Uwe rechten, waarin Gij trouw gezorgd hebt voor Uw eer Dan houdt hij steeds o God met ai uw knechten Uw heil ‘ge wet, dan zal hij meer en meer daar eeuwig en altoos het hart aan hechten.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2001

Bewaar het pand | 12 Pagina's

De Heere geeft

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2001

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken