Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bij Uw altaren (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bij Uw altaren (2)

7 minuten leestijd

“Bij Uw altaren, bij U mijn Koning en mijn God, verwacht mijn ziel een heilrijk lot...” In de berijmde psalm komt uit dat het niet alleen om het centrale, de kern van de eredienst gaat in de uitdrukking “Bij uw altaren”, maar ook om de bevindelijke kennis daarvan voor eigen hart en leven. Zoals de zwaluw haar jongskens legt bij Gods altaren, zo is het ook vandaag nodig dat ouders daar als het ware hun “jongskens” neerleggen, hun kinderen op wijzen. Dat ook daar onze jeugd hun houvast zou zoeken. Het is immers de roeping van de ouders de kinderen op te voeden naar de eis van Gods Woord. Om met ze te spreken over de dienst des Heeren, om ze voor te houden de inzettingen van de Heere. Om ze te wijzen op de noodzaak van levensvernieuwing. Om ze voor te leven de Heere te dienen en om ze te wijzen op de ene weg ter zaligheid. Wijs en prijs de Heere en Zijn dienst maar aan, ouders! In feite hebben we ze al gebracht bij Gods altaren toen we ze ten doop hielden. Toen werd de belofte immers afgelegd. Toen werd gezegd, jonge mensen, dat je in zonde ontvangen en geboren bent en datje in het Rijk Gods niet kunt komen, tenzij je van nieuws geboren wordt. Ouders kunnen hun kinderen niet bekeren, ook de doop kan hen niet bekeren. Maar...in het doopwater wordt betekend en verzegeld dat de drieenige God het wel wil en kan doen. Dat doopwater wijst op de noodzakelijkheid van het wassen in het bloed van Christus van al de zonden, het wijst op de dood en de opstanding van Christus, waardoor er alleen bevrijding van zonden kan komen en een zondaar rechtvaardig voor God gerekend kan worden. Daar....bij Uw altaren is het te vinden!

Maar wat een verschil...bij Uw altaren...of....uit uw altaren! Hoevelen zijn er niet bij Gods altaren gebracht.

Hoevelen hebben niet verkeerd onder de schriftuurlijk-bevindelijke prediking, waarin het ging om een rijke Christus en een arme zondaar? Maar toch voor eeuwig verloren, omdat men zonder persoonlijke wedergeboorte niet tot bekering kwam. In de berijmde psalmwoorden staat: “verwacht mijn ziel een heilrijk lot.” Kijk, dan is het een persoonlijke zaak geworden. Dan komt er het persoonlijk heilsverlangen om uit Gods altaren bediend te worden. Om daaruit persoonlijk de bediening te ontvangen van “verzoening door voldoening”.

We spreken tegenwoordig van de “klassieke” verzoeningsleer, of de “gereformeerde” verzoeningsleer. Dat is natuurlijk goed, als we maar bedenken dat dat de enige, op de Heilige Schrift gefundeerde verzoening is. Dat is de verzoeningsleer, die reeds door het “pro nobis” (voor ons) in de Geloofsbelijdenis van Nicea is beleden, dat is de verzoening, die Maarten Luther en Johannes Calvijn hebben geleerd. De verzoening, zoals die in de Drie Formulieren van enigheid is verwoord. Om die verzoeningsleer nader aan te duiden met “klassiek” of “gereformeerd” is helaas soms noodzakelijk omdat die leer alle eeuwen door in discussie is gebracht en ondermijnd. Door Rome, die de algenoegzaamheid van het altaar Christus aanvulde met de goede-werken-leer en de voorspraak en voorbede van Maria er bij plaatste. Hoe werd de verzoeningsleer in wezen aangevochten door de remonstranten. Zij wezen toch op de wil van de mens en de beslissing van de mens om gebruik te maken van het offer van Christus? Zo kwam de gedachte van de coöperatie, de samenwerking van God en mens, het “bij Uw altaren” ondergraven. Zo ziet men ook in moderne gedachtengangen God en de mens als partners van elkaar. De verzoeningsleer werd ook aangevallen door vrijzinnige maar ook door zich gereformeerd noemende theologen. Al werd vastgesteld dat ze afweken van de klassieke verzoeningsleer, mensen als Wiersinga, Kuitert en den Heijer kregen toch de ruimte hun verderfelijke gedachten uit te dragen.

Bij alle verschillen die er zijn, mogen we gelukkig stellen dat er in onze kerken geen ruimte is voor een andere verzoeningsleer. Dat betekent echter niet dat de remonstrantse gedachtengang en de evangelische beinvloeding aan ons voorbijgaat. Te denken valt aan de algemene verzoeningsleer van-waamit gezegd wordt: “‘Christus is voor ons allen gestorven, door Zijn lijden en sterven heeft Hij voor ons de weg gebaand en door Zijn verzoening de vergeving der zonden voor ons verworven...” Zo wordt de gedachte van het plaatsvervangend karakter van Christus’ kruisdood gereduceerd tot het ten gunste van ons een mogelijkheid scheppen tot behoud. Een mogelijkheid die dan door de menselijke aanvaarding en acceptatie alleen tot werkelijkheid en tot effectiviteit kan komen. Verwerving en toepassing van het heil worden dan van elkaar gescheiden.

Wat gevaarlijk wanneer dan vanuit een verbondsoptimisme vanuit het bezit van het geloof gesproken wordt. Gevaarlijk als mensen aangesproken worden als gelovige broeders en zusters, die toch min of meer allemaal reeds delen in het geloof, terwijl men geen persoonlijke, door Gods Geest ontvangen kennis heeft van God en Goddelijke zaken. Als Christus waarlijk en volkomen Zaligmaker is, dan moet Hij Zijn volk ook werkelijk zaligmaken, niet een mogelijkheid geven, maar werkelijk en metterdaad, volkomen en eeuwig. Hij doet dat door Zijn Woord en Geest. Zo gaat Hij plaats maken in het hart voor een schuldovernemende Borg. En zulk een Zaligmaker moet juist gepreekt worden. Een Zaligmaker van verwerving en van toepassing.

Bij Uw altaren ...dat plaatst ons voor de vraag of we persoonlijk, bevindelijk de betekenis van het Altaar kennen. Voordat Gideon een altaar bouwde voor de Heere, moest hij eerst het altaar van Baal afbreken. Werden zo in uw/jouw leven altaren afgebroken? De altaren van Baal moeten eraan in uw en mijn leven. Bij de één is het altaar van Baal, het altaar van de sport, van het vermaak, bij de ander het altaar van ons geld of van de drank. Wat gevaarlijk ook als we het altaar in stand houden van onze godsdienst, van onze liefde voor de bevindelijke waarheid! Want allen hebben we van nature het altaar van het eigen-ik. Dan hebben we naast of in plaats van God iets anders waar we ons betrouwen op stellen. O, wat worden er zo veel eigen altaren in stand gehouden! Ook na ontvangen genade zal het steeds weer gebeden moeten worden: “Heere, breek maar aan stukken, wat voor U niet wil bukken.” Leerde u de plaats kennen van de verootmoediging, waar u als een albederver terecht kwam? De plaats waar je zondaar-voor-God werd en waar je een droefheid en smart krijgt over je persoonlijke zonde en schuld? Waar het je tot schuld wordt dat je buiten God staat en buiten Zijn gemeenschap?

Bij Uw altaren... Haal uit deze woorden het bezittelijk voornaamwoord “Uw” eens naar voren! Wat een heerlijk Evangelie klinkt daar in door. Bij God vandaan is er een altaar. Van eeuwigheid gaf Hij daartoe Zijn Zoon. Vanuit die Middelaar, Die Zichzelf daartoe overgaf, is er Het Altaar. Wat onmogelijk is bij de mensen is mogelijk bij God. Vanuit en door het “Bij Uw Altaren”! Door dat Altaar konden onze vaderen in de Dordtse leerregels getuigen: “dat de dood van Gods Zoons de enige en volmaakte offerande en genoegdoening voor de zonde is van oneindige kracht en waardigheid, overvloedig genoegzaam tot verzoening van de zonde der ganse wereld.”

Hier spreken mensen, die voor eigen hart en leven het wonder van “Bij Uw Altaren” mochten ondervinden. Hier mag een onwaardige, ja een vloekwaardige zondaar horen hoe er voor hem of haar hoop, redding en zaligheid kan zijn. Wat vindt zo’n ziel door het geloof dan veel vertroosting in Zijn wonden. Wat een kracht gaat er dan uit van het “Bij Uw Altaren.!” Dan, inderdaad, wordt ondervonden de woorden...”bij U Mijn Koning en Mijn God, verwacht mijn ziel een heilrijk lot.” Dan stemmen we in met de psalmdichter, die zo uitzag naar dat moment: “...en dat ik inga tot Gods altaar, tot de God der blijdschap mijner verheuging.” Hier op aarde wordt door de ware gelovige reeds in beginsel het wonder gesmaakt van “Uw Altaren”, straks in de eeuwigheid klinkt het volkomen: “door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen : “BIJ UW ALTAREN.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Bij Uw altaren (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken