Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bij Luther te gast

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bij Luther te gast

8 minuten leestijd

Zo luidt de titel van een boekje dat onlangs is uitgegeven. De ondertitel luidt: Een keuze uil de tafelgesprekken. Wie in kort bestek kennis wil maken met het werk van Luther, kan in dit boekje goed terecht. Bij het samenstellen van dit boek is hoofdzakelijk gebruik gemaakt van de facsimileuit-gave naar de oudste gedrukte verzameling uitspraken uit 1566. Voor zover teksten uit de Bijbel worden aangehaald zijn ze weergegeven zoals Luther ze heeft gehanteerd, dus niet aangepast aan de Statenvertaling. Veel uitspraken van Luther in zijn tafelgesprekken zijn gebonden aan de tijd waarin zij werden uitgesproken. Andere uitspraken hebben nog niets van hun betekenis verloren, uitspraken die de kern van het christelijk geloof raken, zoals de Reformatie dit weer mocht zien. Zulke uitspraken zijn in dit boekje opgenomen.

Wet en Evangelie.

Duidelijk komt het standpunt van Luther uit wat betreft de verhouding Wet en Evangelie. Aan Luther werd de vraag gesteld hoe het kwam dat het Evangelie van de vergeving der zonde door het geloof door zo weinig mensen werd aangenomen. We lezen dienaangaande op blz. 14 en 15 Daarop antwoordde Luther en zei: Voor de zieke heeft de dokter zijn nut en is hij hem welkom; die gezond zijn bekommeren zich niet om hem, zoals we dat duidelijk zien aan de Kananese vrouw (Matth. 15). Zij besefte de nood van zichzelf en van haar dochter; daarom liep zij Christus na en wilde zij zich absoluut niet laten afwijzen of afschrikken. Zo moet ook eerst Mozes komen om de zonde te doen beseffen, opdat de genade aangenaam zal worden. Daarom is alles tevergeefs- hoe vriendelijk en liefelijk Christus ook wordt voorgesteld- als niet eerst de mens door zelfkennis wordt verootmoedigd en begerig gemaakt naar Christus, zoals ook de Lofzang van Maria zegt: De hongerigen vervult Hij met goederen, en rijken laat Hij leeg. Dat alles is ons tot troost gezegd, en geschreven om de ellendigen, de arme, behoeftige, zondige en verachte mensen te onderrichten, opdat ze in al hun nood mogen weten tot Wie ze, op zoek naar troost en hulp, moeten vluchten. Maar we moeten aan het Woord alleen vasthouden, en dat geloven- dat het waar is wat het over God zegt, hoewel God Zich jegens alle schepselen verschillend gedraagt. Trouwens: wat het Woord over Hem zegt, zoals we dat ook zien bij de Kananese vrouw, dat Woord is zeker en faalt niet; eerder zullen hemel en aarde vergaan, zoals Christus zegt. Maar o, wat doet het de natuur en het verstand een pijn, dat het zich naakt moet uitkleden, en alles moet opgeven wat het gevoelt en dat het zich alleen moet vasthouden aan het simpele Woord- zelfs als het merkt dat alles ertegenin gaat. God helpe ons in nood en dood, en geve ons deze vastberadenheid en dit geloof.

Het werk van Christus.

Het werk van Christus staat centraal ook in de nu uitgegeven fragmenten uit de tafelgesprekken. Luther spreekt ondermeer over de hogepriesterlijke arbeid van Christus. De wet en de werken van de mens verlossen niet van de vloek, maar alleen de arbeid van Christus. Christus heeft de zonde, de dood en de vloek van Zijn Kerk gedragen. Hi j is een offerande en vloek voor

Zijn Kerk geworden. Christus heeft Zijn Kerk verlost van de vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons. Kernachtig formuleert Luther dit op blz. 29 en 30 Maar zoals Christus iets heel anders is dan de wet en haar werken, zo is ook de verlossing die door Christus is geschied, iets heel anders dan mijn verdienste, waarmee ik door de werken der wet of door de liefde-zoals de sofisten het doen voorkomende verlossing zou verkrijgen. Maar hoe zou ik nog hoog kunnen opgeven van mijn verdiensten of van mijn liefde, als Christus Zelf voor mijn zonde een vloek moet worden, en er voor mij geen andere manier is om ervan verlost te worden? En dus blijft het zoals het is: wie Christus door het geloof niet aangrijpt en er niet op vertrouwt dat Hij voor hem een vloek is geworden, die is en blijft onder de vloek. Daarom: hoe meer wij met de werken bezig zijn om daardoor genade te verkrijgen, des te minder zullen wij Christus kennen en aangrijpen. Maar als Hij niet wordt gekend, en niet met geloof wordt aangegrepen, dan hoeft u niet op hulp of troost te rekenen, ook al beult u zich af, ten dode toe.

Aanvechtingen van de duivel.

Een goede zaak dat we in de keur uit de tafelgesprekken ook hierover lezen. De duivel heeft vele pijlen op zijn boog. Luther heeft dit zelf ervaren. De duivel is een grote en sterke vijand. De duivel strijdt tegen Gods kinderen met macht en list. Hij maakt gebruik van zijn volgelingen in deze wereld en zet hen tegen Gods kinderen op. Gods Woord zegt ons dat dit zo geschieden zal de eeuwen door. Gods kinderen verkeren immers als schapen onder de wolven. Ondankbaarheid, verachting en vervolging is hun deel. We lezen op blz. 56 Het is de hoogste, grootste en zwaarste aanvechting van de duivel als hij zegt dat God de zondaars vijandig gezind is. Maar nu ben jij een zondaar en daarom is God je vijandig gezind. Deze aanvechting ervaart de een sterker en anders dan de ander. Mij werpt hij alleen maar mijn boze daden en werken voor de voeten: dat ik de mis heb bediend, God daarmee gelasterd heb, en dat ik dit en dat in mijn jeugd heb gedaan. Anderen kwelt hij met het verwijt dat ze het er in hun leven slecht hebben afgebracht. In dit syllogisme, in deze sluitrede, moeten we de eerste stelling meteen afwijzen, en kortweg zeggen: Het is fout om te stellen dat God de zondaars vijandig gezind is. Want Christus zegt onomwonden, op bevel van de Vader: Ik ben gekomen om zondaars zalig te maken. Maar als de satan je hier Sodom voorhoudt, en andere voorbeelden van Gods toorn, houd jij hem dan Christus voor, die Mens is geworden en om onzentwil in ons schamele vlees en bloed is gekropen, maar zonder zonde. Want als God de zondaars vijandig gezind was, had Hij echt Zijn eniggeboren Zoon niet voor hen gegeven. Dit moeten we ons goed inprenten, want het is nuttig voor ons, en goed; en het is niet- zoals je misschien zou denkenschadelijk en tevergeefs, leder die een oprecht christen wil zijn, moet bedenken dat hij zonder aanvechting niet te weten kan komen wie Christus is. Luther zegt dan zelfs dat God de aanvechtingen liefheeft. We lezen op blz. 58 Hij heeft ze lief als Hij ons daardoor aan het bidden krijgt, ons aanspoort en ons lokt om op Hem te vertrouwen. Aan de andere kant haat God ook de aanvechtingen: Hij haat ze als wij er de moed door verliezen.

Muziek.

Muziek is een van de schoonste en heerlijkste gaven die God heeft gegeven. De duivel heeft er een hekel aan omdat daardoor veel aanvechtingen en lelijke gedachten verdreven kunnen worden. Op blz. 61 vinden we weergegeven wat Luther eens tegen een harpspeler zei: Beste man, speel eens een versje zoals David dat heeft gedaan. Ik denk dat als David nu van de doden opstond, hij er heel verwonderd over zou zijn dat de mensen in de muziek thans zo ver zijn gekomen. Zij heeft nooit zo’n hoogte bereikt als nu. Als David op de harp heeft gespeeld, zal het wel gegaan zijn als met het Magnificat anima mea Dominion (mijn ziel maakt groot den Heere- vH) op de achtste toon, want David heeft maar gewoon een tiensnarig instrument gehad. Dwepers verwierpen muziek, maar dat deed Luther niet. Luther stelt dat muziek de duivel verdrijft en mensen blij maakt. Boosheid, onkuisheid, trots en andere ondeugden worden er door vergeten.

In vrede en met vreugde heengaan.

Luther heeft ook gesproken over het toekomende leven. Gods kinderen zullen dan geen ziekten, plagen of rampen kennen. Wat we nu graag zouden willen zijn, zullen we daar zijn. Gods kinderen zullen dus hun wens verkrijgen. Als het Gods tijd zou zijn zou Luther in vrede en met vreugde graag heengaan. We lezen dienaangaande op blz. 75 Almachtige, eeuwige God, barmhartige Heere en God, Gij zijt de Vader van onze lieve Heere Jezus Christus. Ik weet gewis dat Gij alles wat Gij hebt gezegd, wilt en ook kunt doen, want Gij kunt niet liegen, Uw Woord is waarachtig. Gij hebt mij in de aanvang Uw lieve, enige Zoon Jezus Christus beloofd; Hij is gekomen en heeft mij van duivel, dood, hel en zonden verlost. Daarna hebt Gij tot groter zekerheid mij door Uw genadige wil de Sacramenten van het altaar en van de Doop geschonken, waarin mij de vergeving der zonden, eeuwig leven en alle hemelse goederen worden aangeboden. Op dit aanbod van U heb ik die gebruikt, in het geloof vast vertrouwd op Uw Woord, en de Sacramenten ontvangen. Daarom twijfel ik er nu in het geheel niet aan dat ik volkomen veilig ben, en geborgen voor duivel, dood, hel en zonde. Is het nu mijn ure, en is het Uw goddelijke wil, dan zal ik op Uw woord in vrede en met vreugde gaarne heengaan.

N.a.v. Bij Luther te gast. Een keuze uit de tafelgesprekken, 77 blz., f. 22,50, 10,21 euro Uitgeverij Den Hertog- Houten. Samenstelling en vertaling: N.A. Eikelenboom.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Bij Luther te gast

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2001

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken